Onzekere tijden voor Amerikaanse ontwikkelingshulp

De Trump-administratie wil diep snijden in het nationale budget voor ontwikkelingshulp. Daar lijkt hij niet helemaal in te slagen en het zou heel goed kunnen dat de Amerikaanse hulp in algemene termen de volgende jaren niet zo wezenlijk gaat veranderen. Maar “the devil is in the detail”, zegt ontwikkelingsexperte Melanie Schellens. 

  • United States Coast Guard (CC0) (Amerikaanse) Gepensioneerde generaals riepen eind februari op om vooral niet te snoeien in ontwikkelingshulp, die zij zien als een verlengstuk van de militaire inspanningen. United States Coast Guard (CC0)

Het Witte Huis diende in maart een budgetvoorstel in dat 28 % besparingen voorziet in de Amerikaanse internationale samenwerking in 2018. De Verenigde Naties, ngo’s, en zelfs Amerikaanse militairen trokken aan de alarmbel. Stilaan komen er meer details vrij over deze ongeziene hakbijl-intenties. Wat staat er op het spel? Om de precieze draagwijdte daarvan in te schatten is het goed om ook even te kijken waar de VS vandaag staan in dit domein.

Het treft dat het Ontwikkelingscomité (DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) de Amerikaanse hulp net vorig jaar onderwierp aan een zogenaamde “peer review” – de driejaarlijkse kritische doorlichting door het DAC-secretariaat en twee lidlanden (i.c. de Europese Unie en Korea ). Het rapport daarover geeft meteen een vergelijkingspunt voor wat ons mogelijk te wachten staat.

Centen en procenten

Met slechts 0.17% van het Bruto Nationaal Inkomen aan officiële ontwikkelingshulp (ODA) zijn de VS geen genereuze donor; ze stonden in 2015 op de 21ste plaats tussen de 29 OESO-donorlanden. Desondanks geldt in dit domein al jaren een “alternatief feit”: de Amerikaanse publieke opinie gaat er hardnekkig van uit dat zo`n 20% van het overheidsbudget naar ontwikkelingshulp gaat, terwijl het in werkelijkheid toch echt maar 1% is.

Maar in absolute termen bedraagt die officiële hulp wél ruim 31 miljard USD, en dat maakt de VS nog steeds de grootste donor wereldwijd. Bovendien, precies omwille van datzelfde inkomen, dragen de VS ook de grootste lasten in internationale organisaties. Ze staan in voor ongeveer een kwart van het reguliere budget van de VN (verplichte bijdragen) en voor 17,3% van het kapitaal van de Wereldbank.

Dat lijkt niet meer dan rechtvaardig in verhouding tot de rijkdom van het land, maar de huidige president ziet dat anders. Voor vredesoperaties lopen de Amerikaanse bijdragen overigens op tot 29%, en sommige vrijwillige bijdragen wegen nog zwaarder door in de betrokken organisatie (zo is het aandeel van de VS in de vrijwillige bijdragen voor het World Food Program 57%, en voor de Internationale Organisatie voor Migratie IOM liefst 70%). En toch vormt al die multilaterale hulp minder dan één vijfde van het Amerikaans totaal. De rest is bilaterale hulp, versnipperd over ongeveer 140 landen.

Buitenlands beleid, binnenlandse agenda

De hulp is ook versnipperd over vele departementen, agentschappen en een rist wetgevende initiatieven. Het budget van het grootse agentschap, USAID, komt grotendeels via het Ministerie van Buitenlandse Zaken (State Department), maar er zijn tientallen andere grote en kleine spelers en die zijn nauwelijks gebonden aan overkoepelende doelstellingen.

Gepensioneerde [Amerikaanse] generaals riepen eind februari op om vooral niet te snoeien in ontwikkelingshulp, die zij zien als een verlengstuk van de militaire inspanningen.

President Obama probeerde daar in 2010 verandering in te brengen met een visie op duurzame ontwikkeling vastgelegd in de “Policy Directive on Global Development”, maar daar is de huidige president uiteraard niet aan gebonden. Er is wel een wijd verbreid begrip, links en rechts van het midden, dat ontwikkelingshulp past in het nationale veiligheidsdenken. De Obama-administratie was daarin geen uitzondering. De DAC-peer review stelt dan ook weinig verrassend: ‘Geopolitical interests influence aid allocations’. Dat is ook de reden waarom die gepensioneerde generaals eind februari opriepen om vooral niet te snoeien in de hulp, die zij zien als een verlengstuk van de militaire inspanningen.

Die focus is zichtbaar in de top van hulpontvangende landen, in 2015 aangevoerd door Afghanistan, Jordanië, Pakistan, Kenya en Ethiopië. Toch vertekent dat het beeld. De top vijf kent jaarlijks verschuivingen, en gaat over minder dan 20% van de bilaterale hulp. Bijna de helft van de bilaterale Amerikaanse ODA gaat sinds jaar en dag naar de minst ontwikkelde landen (MOL), waarbij de klemtoon al sinds 2007 op Sub Sahara Afrika ligt. Verder wordt één derde van de Amerikaanse ODA besteed in de sociale sectoren gezondheid en onderwijs, de tweede belangrijkste post is humanitaire hulp, goed voor 23% in 2015.

Koud en warm blazen

Maar waarin gaat het mes nu gezet worden? In de begrotingsaanpassing voor 2017 heeft het parlement alvast het grootste deel van de door de Trump-administratie voorgestelde besnoeiingen weer weggestemd, en het definitieve budgetvoorstel voor 2018 laat nog even op zich wachten. Terwijl oorspronkelijk een algemene bezuiniging van meer dan 10 miljard USD gevraagd werd voor 2018, circuleren er nu voorstellen voor de helft van dat bedrag. Daarmee wordt vooral USAID geviseerd, dat ongeveer 60% van de bilaterale officiële ontwikkelingshulp verstouwt en daardoor een gemakkelijk doelwit is.

Besparen blijkt immers niet zo simpel als president Trump zou willen.

Besparen blijkt immers niet zo simpel als de president zou willen. Verplichte bijdragen aan internationale instellingen kan hij niet zomaar intrekken (binnen de VN zou dat de deur openzetten voor jarenlange debatten over nieuwe regels, in de Wereldbank lopen nu al jarenlange onderhandelingen over nieuwe verhoudingen tussen de aandeelhouders). De VS zouden daardoor ook fors aan invloed verliezen. Mede door de focus op nationale veiligheid (en tewerkstellingseffecten in de vele betrokken organisaties) heeft ontwikkelingshulp verhoudingsgewijs veel politieke supporters, ook bij de republikeinen. Zal het dan allemaal wel meevallen straks?

De voorgenomen forse reductie blijft een trendbreuk van formaat. De VS hebben in de loop der tijden wel vaker hun internationale bijdragen te laat betaald, en zo o.a. in de VN voor veel problemen gezorgd, maar ze werden zelden volledig teruggetrokken. En indien het mes niet onmiddellijk in de verplichte bijdragen kan gezet worden, dan staan de vrijwillige bijdragen veel directer onder druk. Zoals hierboven aangegeven, kunnen eventuele besparingen, hoe klein ook in het VS-budget, grote gevolgen hebben voor de getroffen organisaties.

De risico’s vanuit andere beleidsdomeinen dan ontwikkelingssamenwerking zijn wellicht veel groter. Klimaatnegationisme, terugtrekking uit handelsakkoorden, nieuwe importbelastingen, … hebben potentieel veel méér negatieve invloed op de mogelijkheden van ontwikkelingslanden dan de rechtstreekse bijdragen vanuit ontwikkelingssamenwerking.

Het zou heel goed kunnen dat de Amerikaanse hulp in algemene termen de volgende jaren niet zo wezenlijk gaat veranderen. Maar alle nuance kan niet verbergen dat het verhaal en de toon heel anders klinken, en die bepalen mede de verhoudingen. En the devil is in the detail. Zo berichtte MO* al eerder over de gevolgen van de “global gag rule”. Dergelijke beleidswijziging is nauwelijks zichtbaar in de overzichtscijfers, maar de gevolgen op het terrein voor concrete mannen, en in dit geval vooral vrouwen, zijn des te pijnlijker.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur