VN en Wereldbank bestuderen de (economische) meerwaarde van preventie

Pathways for Peace: pleidooi voor preventie

United Nations Photo CC BY-NC-ND 2.0

Vrouwen ruimen de puinhoop op na de oorlog (Monrovia, Liberia)

De Verenigde Naties en de Wereldbank voorspellen in hun gezamenlijke studie Pathways for Peace. Inclusive approaches to preventing violent conflict dat tegen 2030 de helft van de armen in de wereld zal wonen in landen die gebukt gaan onder geweld.

Op hetzelfde moment streeft de internationale gemeenschap met 17 duurzame ontwikkelingsdoelen naar een wereld zonder honger en armoede, op basis van een agenda die, in tegenstelling tot de meer klassieke hulpagenda’s uit het verleden, nadrukkelijk ook ‘vreedzame, rechtvaardige en inclusieve samenlevingen’ beoogt.

De allereerste keer

Het rapport is alweer enkele maanden oud, en werd uitgebreid voorgesteld tijdens het tweejaarlijkse Fragility Forum van de Wereldbank begin maart 2018, maar kreeg verder niet zoveel respons. Het is de allereerste keer in hun bestaan dat de VN en de Wereldbank samen een studie organiseren over deze thematiek. Het biedt een interessante samenvatting van de mechanismen waarop geweld en conflict gestoeld zijn, met een uitgebreide voetnoten en een dito bibliografie om verder te lezen.

‘Door in te zetten op preventie kan tussen 5 en 70 miljard dollar bespaard worden. Een business case voor preventie om te voorkomen dat conflicten uitdraaien op geweld’

De nadruk ligt op preventie. En de Wereldbank zou de Wereldbank niet zijn als zij niet meteen ook de rekening maakte. Door in te zetten op preventie kan tussen 5 en 70 miljard dollar bespaard worden, zo stelt het rapport, tegen een achtergrond waar in 2016 voor 8,2 miljard dollar vredesoperaties uitgevoerd werden en de humanitaire hulp opliep tot 22,1 miljard dollar.

Dat geld kan veel nuttiger ingezet worden voor onderwijs, gezondheid en andere ontwikkelingsacties. Een business case voor preventie dus, die moet voorkomen dat conflicten uitdraaien op geweld.

In acht hoofdstukken neemt de aard van de conflicten onder de loep en maakt het duidelijk waarom meer moet gebeuren rond preventie en geeft het daartoe een kader in de vorm van pathways oftewel wegen die kunnen leiden naar geweld of naar vreedzame oplossingen. Het rapport beschrijft de redenen waarom mensen vechten en in welke arena’s de strijd gestreden wordt. Tenslotte geeft de studie voorbeelden van succesvolle aanpak in een aantal landen, naast een schets van de manier waarop de internationale gemeenschap zich organiseert op dit domein.

Over de landsgrenzen

Het aantal gewelddadige conflicten stijgt, vooral de binnenlandse conflicten, maar steeds vaker overstijgen ze de landsgrenzen. Daardoor zijn deze complexer en vaak ook langduriger, en er vallen meer doden in gevechten, al is dat nog geen trend want dit aspect betreft een relatief beperkt aantal landen. In 2016 waren slechts 3 landen verantwoordelijk voor 76 procent van de dodelijke slachtoffers in gevechten (Afganistan, Irak en Syrie).

Maar er vallen ook veel burgerslachtofffers, en ook andere kosten zijn hoog, zoals de vernieling van infrastructuur en het verlies van economische mogelijkheden. Gewelddadige conflicten beperken zich niet tot de armste landen, dus meer rijkdom of economische ontwikkeling op zich blijken geen garantie, zoals een middeninkomensland als Syrie heeft geleerd.

Hoofdstuk 3 schetst het kader en het concept van de wegen of paden die een samenleving kan volgen en waarin ze een traject aflegt waar steeds opnieuw risico’s opduiken en steeds opnieuw onderhandelingen en interacties en vooral aanmoedigingen nodig zijn om vredevolle oplossingen te kiezen in plaats van het pad naar meer geweld.

Conflicten zijn niet uit te sluiten, maar er moet voorkomen worden dat ze leiden tot geweld, zo luidt een van de kernboodschappen van het rapport. Al gaande wordt de weg gebaand, is het idee, en telkens moeten er afwegingen gemaakt worden. Tijd speelt daarbij een belangrijke rol. Immers, duurzame oplossingen hebben tijd nodig, terwijl sommige actoren liever snelle repressie zien om conflicten de kop in te drukken. Daardoor dreigt evenwel nog meer geweld, en de opties om daar op te reageren worden verder versmald tot tegengeweld.

Veel ontwikkelingsorganisaties trekken zich terug bij het uitbreken van geweld, terwijl politieke actoren vaak pas in actie schieten wanneer de crisis echt uitbarst.

Seth Kaplan, docent aan de School of Advanced International Studies (SAIS, Johns Hopkins University) in Washington, en een van de vele adviseurs voor het rapport, onderstreept het feit dat conflict eigen is aan een gezonde samenleving, zelfse en essentieel deel van ontwikkeling. Voor hem is de vraag niet zozeer of een land of regio een conflict kent, maar wel hoe efficiënt mensen en instellingen kunnen omgaan met dat conflict en het ombuigen naar een constructieve uitkomst. Die uitkomst moet inclusief zijn en meer samenhang bewerkstelligen, in plaats van uitsluiting en verdere verdeling te veroorzaken.

België tijdelijk in Veiligheidsraad

De kern van het betoog is dat uitsluitingmechanismen ervoor zorgen dat mensen zich tekortgedaan voelen en ervaren dat ze geen toegang hebben tot macht, mogelijkheden, diensten, veiligheid, ….

Reële ongelijkheid en onrecht, maar ook de perceptie daarvan, kunnen leiden tot gevoelens van onrechtvaardige behandeling en wrok en tot acties, al dan niet gewelddadig. Het komt er dan op aan steun te vinden voor vreedzame oplossingen –en tegelijkertijd te werken aan de onderliggende oorzaken. Repressie wakkert nog meer geweld aan, omdat ze mensen het gevoel geeft dat er geen alternatieven meer zijn.

‘Het komt er dan op aan steun te vinden voor vreedzame oplossingen en tegelijkertijd te werken aan de onderliggende oorzaken’

Groei en armoedebestrijding zijn belangrijk op dit pad, maar niet voldoende. Preventie vraagt actie op drie terreinen: beïnvloeding opdat actoren zouden kiezen voor vreedzame acties; institutionele hervormingen; en aanpak van de onderliggende structurele oorzaken, namelijkongelijkheid en uitsluiting.

De studie geeft een aantal voorbeelden van vreedzame conflictoplossing, met de nadruk op inclusie. Veel voorbeelden komen uit het Zuiden (Peru, Nepal, Soedan), maar ook de manier waarop het decennia oude gewelddadige conflict in Noord-Ierland uiteindelijk een vreedzame ontknoping kreeg, komt uitgebreid aan bod. Dat maakt meteen duidelijk hoe lang het soms kan duren vooraleer een omslag mogelijk is, en dat een gunstige samenloop van veel verschillende factoren nodig is.

Bij nader inzien blijken veel voorbeelden overigens illustraties van bemiddeling en oplossing na lange periodes van gewelddadig conflict, en zijn het niet echt voorbeelden van geweldpreventie.

Het rapport benadrukt dat staten en overheden de eerste verantwoordelijkheid dragen in conflictsituaties, maar illustreert ook diverse situaties waarin groepen uit het middenveld actief bijdroegen aan vreedzame oplossingen. Zo zorgden vrouwengroepen en religieuze groepen in Liberia voor betere vredesakkoorden, die verder gingen dan een louter staakt-het-vuren tusen de strijdende partijen. Ze integreerden daarenboven lokale traditionele praktijken door te werken in zogenaamde peace huts, voor bemiddeling in conflicten en de verdere afwikkeling ervan. Ook in Sierra Leone hielpen religieuze groepen om vertrouwen te creëren tussen rebellenbewegingen en de overheid. Actiegroepen uit de VS en Europa hielpen dan weer om meer transparantie te brengen in de potentiële conflictstof die de mijnbouw inhoudt, waarbij ook de privésector betrokken werd. Het rapport dicht ook de privésector een positieve rol toe in conflicten, maar niet alle voorbeelden, bijvoorbeeld de werking van de oliemaatschappij Chevron in de Nigerdelta, overtuigen.Pathways gaat verder in op de mogelijke rol van internationale partners. De bestaande architectuur van de VN-familie, gegroeid op de puinhopen van de tweede Wereldoorlog, heeft moeite met de aard van de huidige conflicten, maar paste zich gaandeweg aan om ook relevant te blijven in de 21ste eeuw. Al sinds de VN-Agenda for Peace uit 1992 is er meer aandacht voor nieuwe instrumenten zoals preventieve diplomatie en waarschuwingsmechanismen, maar de financiering ervan hinkt hopeloos achterop bij de veel duurdere vredestroepen. Voor de Wereldbank is de materie nieuwer. We vergeten wel eens dat deze deel is van dezelfde VN-familie, behalve dan met een apolitiek mandaat en dat maakt werken met conflictmaterie uiteraard moeilijker. Door andere termen te gebruiken, zoals bijvoorbeeld ‘inclusie’, hoopt ze dit te kunnen omzeilen.

Ook het IMF zou zich aangesproken moeten voelen door deze studie. Een rapport van haar eigen evaluatiedienst signaleerde dit voorjaar dat het IMF te vaak afwezig blijft in de ergste conflictlanden. Maar ook hier is beweging: de Raad van Beheer keurde in 2016 een nieuw beleidsdocument goed dat het IMF moet helpen situaties van fragiliteit en conflict beter in te schatten.

Het rapport eindigt met een paar aanbevelingen, en in deze laatste pagina`s valt de studie wat tegen. Het komt niet veel verder dan het beklemtonen van het belang van monitoring van de uiteenlopende risico’s, en het herhalen van de oude vraag naar meer afstemming tussen acties op de verschillende domeinen van vrede, ontwikkeling en veiligheid. Dit laatste kreeg recent ook meer aandacht binnen onze eigen Belgische Buitenlandse Zaken, dat samen met een academisch platform denkwerk verrichtte rond een Comprehensive Approach, een gezamenlijke aanpak waarin diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en veiligheid elkaar moeten versterken. Het zou fijn zijn indien ons land dit in de praktijk zou kunnen brengen nu België tijdelijk mag aanschuiven bij de VN-veiligheidsraad.

Praktische problemen, digitale toepassingen

De eerder slappe respons op de publicatie van dit rapport kan haar eigen boodschap helaas enkel maar illustreren. Een schrijnend gebrek aan aandacht en middelen voor preventie. Men kan nog opwerpen dat het rapport al bij al te theoretisch blijft, ondanks de vele interessante praktijkvoorbeelden, en dat de aanbevelingen niet echt van aard zijn om potten te breken.

‘Noodzakelijke langetermijnwerking voor betere integratie, tewerkstelling van jongeren, alternatieven voor gevangenisen zijn minder zichtbaar en vragen veel meer tijd’

Maar de aandacht gaat vandaag veel meer naar kortetermijnacties en snelle resultaten. Langetermijnontwikkeling en institutionele ondersteuning liggen momenteel niet goed in de markt. Ook de primaire rol van de staat bij conflicten staat tegenwoordig in de schaduw van de vraag naar een grotere rol voor de privésector. Innovatieve financiering, directe steun aan slachtoffers, concrete digitale toepassingen voor praktische problemen en dergelijke krijgen momenteel veel meer aandacht en middelen.

Misschien helpt het om het rapport wat dichter bij huis toe te passen. Het is comfortabel al die gewelddadige evoluties ver van ons bed te kunnen situeren, in armere landen waar mensen niet veel te verliezen hebben. Maar hoe monitoren ze de risico’s van gevoelens van uitsluiting en ongelijkheid in onze eigen samenleving? Ook in de Brusselse Nieuwstraat, in Molenbeek of op de Antwerpse Meir vallen inzichten te rapen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het Pathways rapport beschrijft hoe voor overheden de opties beperkt zijn wanneer geweld de overhand neemt. Militairen die in het straatbeeld verschijnen geven de publieke opinie het gevoel dat er onmiddellijk maatregelen genomen worden. Maar de noodzakelijke langetermijnwerking voor betere integratie, tewerkstelling van jongeren, strategieën tegen radicalisering, alternatieven voor gevangenisen zijn veel minder zichtbaar en vragen zo veel meer tijd. En hoe monitoren ze de wrok en het ongenoegen in de autochtone samenleving, en de risico`s op geweld?

In de VS, het land waar ik de afgelopen 4 jaar mocht wonen, las ik als afscheid een van de laatste boeken van Ta-Nehisi Coates, hier een gevierd Afrikaans-Amerikaanse auteur. Between the world and me is zo’n schrijnend verslag van uitsluiting en ongelijkheid, van geviseerd worden en buitenproportioneel gedood of gevangen genomen worden door de politie, van minder toegang te hebben tot huisvesting, gezondheidszorg, drinkbaar water, kwaliteitsonderwijs.

Kunnen doorgedreven risico-analyses, zoals het Pathways rapport die aanbeveelt, dit ongenoegen, deze wrok aan het licht brengen en alternatieve wegen aaanbevelen? En kan een meer systematische monitoring en analyse ook nieuw licht werpen op de vele bestaande uitingen van geweld, doorgaans blank, in de vorm van schietpartijen op scholen die steeds individueel verklaard worden maar zeer vaak gepaard gaan met uitgesproken wrok tegen de samenleving?

Dit rapport voelt weliswaar belangrijk en houdt veel interessant studiemateriaal in, maar toch lijkt de boodschap niet voldoende dwingend en dringend over te komen. Zonder sensationeel te willen zijn, zou een concretere schets van schuringsvlakken en risico’s in de samenleving anno 2018 misschien mee kunnen helpen om meer aandacht en middelen los te weken voor preventie?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur