Het beste wapen tegen autocratische regimes

Strategische autonomie en internationale solidariteit sluiten elkaar niet uit

Lock the Gate Alliance / Flickr (CC BY 2.0)

Onze economie bevrijden van het extractivisme kan alleen maar als we ook solidair zijn met (inheemse) gemeenschappen wereldwijd, wiens rechten vandaag volop geschonden worden door datzelfde extractivisme. (op de foto: Inheemse bewoners van de Northern Territories in Australië protesteren in Sidney tegen vervuilende mijnactiviteiten op hun grondgebied [foto uit 2014])

De Europese uitdagingen op het vlak van geopolitiek, klimaat en grondstoffen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. “Strategische autonomie” is meer dan ooit het antwoord daarop. Maar daarbij mogen we de rechten van gemeenschappen in het Globale Zuiden niet vergeten, schrijft ontwikkelingsexpert Wies Willems.

‘Wie het Oekraïense volk wil steunen, moet een manier vinden om zich te verzetten tegen olie en gas’, schreef Bill McKibben in The Guardian. Je kan de vreselijke invasie van Oekraïne met andere woorden niet los zien van de extractieve economie die de oorlogsmachine van Poetin financiert, aldus McKibben, en we moeten ons zo snel mogelijk daarvan bevrijden.

Geen andere problematiek legt de complexiteit van de transitie zo duidelijk bloot als de grondstoffenstrategie van de Europese Commissie.

Ook tal van andere analisten in diverse media klopten de voorbije dagen al op diezelfde nagel. Het beste wapen tegen autocratische regimes is de ‘strategische autonomie’ van Europa en dus een versnelde transitie naar hernieuwbare energie.

Uiteraard is er op dat vlak geen tijd te verliezen. Maar toch even een reminder: we moeten garanderen dat die transitie ook op mondiaal niveau rechtvaardig is en niet leidt tot de versterking van koloniale patronen en ecologische ongelijkheid.

Momentum voor mensenrechten

Eén van de initiatieven waarnaar de Europese Commissie steeds verwijst wanneer het gaat over ‘strategische autonomie’ is haar grondstoffenstrategie. Geen andere problematiek legt de complexiteit van de transitie zo duidelijk bloot.

Want zoals geweten zal de vraag naar lithium, kobalt en tal van andere mineralen exponentieel toenemen (als gevolg van de energietransitie, maar ook bijvoorbeeld de vergroening van de industrie en de digitalisering). Met zelfvoorziening komen we er niet: onze grondstoffen komen voor een heel groot deel nog steeds uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië. En dat zal ook op langere termijn zo blijven. Volledige autonomie is een illusie.

Zoals ik eerder al schreef, hinkt de EU bij haar grondstoffenstrategie op twee gedachten tegelijk. Enerzijds wil ze de omschakeling maken naar een circulaire economie. Anderzijds voert ze een beleid dat erop gericht is 'onverstoorde toegang' tot cruciale grondstoffen veilig te stellen.

De bevoorrading moet gegarandeerd worden via handelsverdragen (voor import uit andere werelddelen) én plannen voor nieuwe mijnbouw in Europa. Dat is reden voor ongerustheid, want sociale en ecologische conflicten rond grondstoffen nemen wereldwijd toe. Jaar na jaar worden meer milieuactivisten vermoord.

Bij de Europese Commissie staan die bezorgdheden rond mensenrechten en milieu in de waardeketens van bedrijven eindelijk wat hoger op de agenda (ik kom er later op terug). Maar blijft er straks nog iets over van dat momentum? Of halen harde geopolitieke, economische en militaire belangen voor lange tijd de bovenhand? Er valt te vrezen dat het tweede het geval zal zijn.

Nochtans moeten we er net nu voor zorgen dat mensenrechten en solidariteit niet van de agenda verdwijnen. Onze economie bevrijden van het extractivisme kan alleen maar als we ook solidair zijn met (inheemse) gemeenschappen wereldwijd, wiens rechten vandaag volop geschonden worden door datzelfde extractivisme. Of het nu om olie, gas, steenkool, lithium of kobalt gaat.

Het recht om nee te zeggen

Ook bij die gemeenschappen en hun organisaties vindt trouwens een leerrijk debat plaats over ‘autonomie’, als in: zelfbeschikkingsrecht over land en leefmilieu.

Hun invulling van ‘autonomie’ staat voor een ander model van samenleven, dat gebaseerd is op waarden als sufficiëntie (leven met genoeg in plaats van altijd meer) en wederzijdse hulp. Net hun kennis is in dit cruciale tijdsgewricht van groot belang om tot een meer duurzame en vreedzame wereld te komen. Zij zijn de beheerders van ecosystemen die we nodig hebben voor onze mondiale, collectieve ecologische veiligheid.

Eén hefboom om die autonomie af te dwingen, en die de EU mee kan ondersteunen, is het recht op voorafgaande, vrije en geïnformeerde toestemming bij ontwikkelingsprojecten, erkend in verdragen zoals Conventie 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie.

In de praktijk wordt dat recht voortdurend met de voeten getreden of worden consultaties niet uitgevoerd zoals het hoort. Internationale bedrijven en investeerders, ook Europese, zijn medeplichtig.

De beslissing van het Grondwettelijk Hof om olie- of mijnbouwprojecten enkel te vergunnen na instemming van de inheemse gemeenschappen, is een stevige opdoffer voor de Ecuadoraanse president.

Hoopgevend is dan weer dat gemeenschappen steeds vaker juridische successen boeken. Daarbij willen ze ook de bakens van het debat over ‘autonomie’ verzetten. Een interessante case is bijvoorbeeld de recente zaak in Guatemala over een historisch landrechtenconflict tussen een inheemse Q’eqchi’-gemeenschap en een nikkelmijn (nikkel is overigens één van de zogenaamde ‘groene conflictmineralen’ die cruciaal zijn voor de energietransitie).

De advocaten in deze zaak willen dat het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten niet alleen het vetorecht van de gemeenschap erkent, maar ook hun permanente soevereiniteit over natuurlijke rijkdommen. Het zou volgens hen een historisch precedent betekenen voor landrechten en klimaatbeleid in heel Latijns-Amerika.

Ze voelen zich gesteund door een andere recente zaak in Ecuador. Daar verplichtte het Grondwettelijk Hof de regering om de instemming van gemeenschappen te verkrijgen vooraleer die olie- of mijnbouwprojecten kan doordrukken. Het is een stevige opdoffer voor president Lasso, die grondstoffenontginning de komende jaren volop wilde opdrijven.

Ook sociale bewegingen in Afrika voeren campagne voor de erkenning van een Right to Say No tegen extractieve projecten. En ook in Europa zelf leeft die vraag naar inspraak – denk maar aan het verzet tegen lithiummijnen in Portugal en Servië.

In de Europese debatten over ‘strategische autonomie’ en een duurzamere economie mogen we al deze voorbeelden van concrete strijd voor klimaatrechtvaardigheid niet uit het oog verliezen.

Wetgeving als hefboom voor solidariteit

Eén manier om internationale solidariteit in deze context concreet vorm te geven, is wetgeving. Via sterke regels voor bedrijven kan de EU een stuk verantwoordelijkheid opnemen voor de sociale en ecologische impact van haar economie elders in de wereld.

Dankzij de jarenlange druk van ngo’s werkte de Commissie de voorbije jaren, maanden en weken aan verschillende wetten die moeten leiden tot meer verantwoorde toeleveringsketens. Zo is er al de wetgeving rond conflictmineralen. Recent lanceerde de Commissie ook voorstellen van regelgeving rond verantwoorde toevoer van grondstoffen voor batterijen, en om producten die gelinkt zijn aan ontbossing te weren van de Europese markt.

Vorige week publiceerde de Commissie ook een langverwacht voorstel van overkoepelende Europese Richtlijn rond de zorgplicht van bedrijven. De Commissie, het Parlement en de lidstaten zullen daarover de komende maanden verder onderhandelen.

De verantwoordelijkheid van Europese beleidsmakers stopt niet bij het opleggen van een zorgplicht aan bedrijven.

Helaas schiet het huidige voorstel op verschillende vlakken nog heel erg tekort: zo zijn de regels slechts van toepassing op een veel te kleine groep bedrijven en neemt het belangrijke drempels voor toegang tot rechtspraak in Europa voor slachtoffers van schendingen niet weg (zoals hoge gerechtelijke kosten, een oneerlijke verdeling van de bewijslast en verjaringstermijnen). Ook de bepalingen rond aansprakelijkheid moeten veel sterker.

Maar de verantwoordelijkheid van Europese beleidsmakers stopt niet bij het opleggen van een zorgplicht aan bedrijven. Op een structureler niveau moeten we ook de productie- en consumptiepatronen aanpakken. Ook daar kan wetgeving helpen, in de vorm van ambitieuze, bindende doelstellingen. Om binnen veilige planetaire grenzen te blijven, zou de EU haar grondstoffenconsumptie immers met 65 procent moeten verminderen. Zo geven we pas echt de ruimte aan autonomie voor gemeenschappen elders in de wereld.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Laat het duidelijk zijn: strategische autonomie en internationale solidariteit sluiten elkaar niet uit. Net zoals de geopolitieke, klimaat- en grondstoffenuitdagingen van Europa onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het recentste IPCC-rapport drukt ons opnieuw keihard met de neus op de feiten: de grootste uitdaging voor onze collectieve veiligheid is deze ene planeet leefbaar houden.

Het is met ‘strategische autonomie’ dus zoals met de vaccins: we zijn pas veilig, en weerbaar voor toekomstige schokken en crisissen, wanneer iedereen veilig is. Hopelijk blijft er voor dat inzicht, ook in een nieuwe wereldorde, voldoende politieke aandacht over. Zo helpen we niet alleen Oekraïne, maar ook het globale Zuiden.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Expert natuurlijke rijkdommen

    Wies Willems (1985) studeerde Germaanse Talen & Letterkunde en Conflict & Development Studies (Universiteit Gent).