Naast een schuldkwijtschelding moet ook een volledige doorlichting gebeuren van de Belgische schuldvorderingen

Waarom België onmiddellijk en onvoorwaardelijk bepaalde schulden van het Zuiden moet kwijtschelden

Russell Watkins/DFID

Op 9 juni waarschuwde de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voor een wereldwijde voedselcrisis met langetermijngevolgen voor honderden miljoenen kinderen en volwassenen. Die zou er komen als er niets wordt gedaan om de impact van de coronapandemie in te perken. Schuldkwijtschelding moet deel uitmaken van de dringende maatregelen om fondsen vrij te maken om de crisis aan te pakken. Als kredietverlener en lid van verschillende internationale instanties kan België een positieve rol spelen.

In april kondigen de leden van de G20 en de Club van Parijs (een informele groep van crediteurlanden, waaronder ook België) de opschorting aan van schuldafbetalingen door de 77 “armste” landen, tot 31 december 2020. Op die manier werden verschillende landen, zoals Libanon, dat zich momenteel in een ongekende crisis bevindt, al meteen uitgesloten van de mogelijkheid tot opschorting van schuldafbetalingen. De crediteurlanden ‘nodigden’ daarnaast private schuldeisers uit om hetzelfde te doen en vroegen de Wereldbank om te ‘onderzoeken’ of een opschorting van haar schuldvorderingen mogelijk was.

Waar staan we twee maanden later? Aangezien de kredietverlenende landen louter een oproep deden, hebben de private banken geen enkele vordering opgeschort. Het antwoord van de Wereldbank beperkt zich tot het verstrekken van nieuwe leningen, die de schuldenlast nog verzwaren. En dat terwijl ze voor de crisis al onhoudbaar was. Dus: enkel de schuldafbetalingen aan crediteurlanden zouden dus opgeschort worden, terwijl die voor de landen uit het Zuiden maar 0,74 procent uitmaken van de in 2020 geplande schuldaflossingen.

“Zouden”, want de schuldopschorting is niet automatisch en wordt pas toegekend onder bepaalde voorwaarden. Daarnaast is ze beperkt tot de “armste” landen. Vier landen zijn al uitgesloten omdat ze een betalingsachterstand opliepen bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) of de Wereldbank. Volgens andere voorwaarden moet de debiteur een formeel verzoek van betalingsuitstel richten aan zijn schuldeisers. En ook een voorafgaande overeenkomst sluiten met het IMF.

Gezien de perverse gevolgen van schuldopschorting, moet er dringend gewerkt worden aan schuldkwijtschelding die niet beperkt is tot de “arme” landen die erom vragen.

Tot op vandaag hebben nog maar zestien landen een opschorting gevraagd. Dat lage aantal is niet verrassend: het IMF heeft immers de reputatie een “pyromane brandweerman” te zijn. Al sinds de jaren tachtig maakt het IMF zijn steun afhankelijk van brute bezuinigingsmaatregelen, met schadelijke gevolgen voor sectoren zoals de gezondheidszorg. Om maar één voorbeeld te geven: in 2014 concludeerde een wetenschappelijk artikel over het ebolavirus in The Lancet dat ‘de eisen van het IMF rond fiscale bezuinigingen de gezondheidssystemen hebben verzwakt van Afrikaanse landen die het hardst door het ebolavirus zijn getroffen. Diezelfde eisen verhinderden ook een gecoördineerde respons op de epidemie’. (Kentikelenis et al. (2014). The International Monetary Fund and the Ebola outbreak. The Lancet Global Health Vol. 3(2), p.69-70.)

Een andere reden waarom de meerderheid van de landen die in aanmerking komen geen opschorting vragen, is dat ze die officieel moeten aanvragen. Maar zo’n aankondiging kan leiden tot een daling van hun rating op de financiële markten, wat synoniem is met een verhoging van de te betalen rente op toekomstige leningen. Gezien de perverse gevolgen van schuldopschorting, moet er dringend gewerkt worden aan schuldkwijtschelding die niet beperkt is tot de “arme” landen die erom vragen.

Door de vertraging van de wereldeconomie kelderen de inkomsten van de landen in het Zuiden, en nemen nieuwe leningen bij de Wereldbank toe. Zo stijgt de schuldenlast verder. In deze omstandigheden moet de schuldkwijtschelding niet louter als een mogelijk scenario gezien worden, maar als een kwestie van overleven voor bepaalde groepen. In 46 “lage-inkomenslanden” was het jaarlijkse budget om schulden af te betalen een stuk hoger dan de overheidsuitgaven voor gezondheidszorg – zelfs vóór de crisis.

Een kwijtschelding zou een nuttige en makkelijke noodmaatregel zijn die getuigt van internationale solidariteit.

België moet als lid van de Club van Parijs, het IMF en de Wereldbank pleiten voor een schuldkwijtschelding door deze instellingen. Het moet ook iets doen met haar eigen vorderingen. De maatregelen rond schuldopschorting genomen door de Club van Parijs verbieden ons land niet om zelf ambitieuzere maatregelen te nemen. Te beginnen met de onmiddellijke en onvoorwaardelijke schuldkwijtschelding van de in 2020 en 2021 geplande schuldafbetalingen. Dat is precies wat een twintigtal maatschappelijke organisaties – waaronder humanitaire en ontwikkelingssamenwerkings-ngo’s en vakbonden – vragen in een position paper aan beleidsmakers. Deze eisen staan ook in een parlementaire ontwerpresolutie die begin juni werd ingediend.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De schuldvorderingen van België zijn vandaag niet meer zo hoog als vroeger. Een kwijtschelding zou dus een nuttige en makkelijke noodmaatregel zijn die getuigt van internationale solidariteit. Tegelijk zou dit een sterk politiek signaal naar andere schuldeisers zijn.

Het afkondigen van onmiddellijke schuldkwijtscheldingen heeft als doel middelen vrij te maken in de strijd tegen de gevolgen van de pandemie. Daaraan voorwaarden verbinden is totaal onrechtvaardig. De huidige crisis is veroorzaakt door een externe factor, die de debiteurlanden niet in de hand hebben, en dus niet door slecht beleid. Net daarom zou het onrechtvaardig zijn van België om de schuldverlichting voorwaardelijk te maken. Des te meer omdat landen uit het Zuiden net kwetsbaarder zijn voor externe schokken door het beleid van de Wereldbank en het IMF, waarvan België lid is.

Het zou zijn alsof we deze schuld als een instrument van westerse controle blijven gebruiken, waarbij we de crisis inzetten om voorwaarden te koppelen aan de verlichting van de schulden. Stuk voor stuk schulden die misschien zelfs nooit ten goede zijn gekomen aan de bevolking van de debiteurlanden. Ook België is daaraan medeplichtig. Daarom moet er naast een schuldkwijtschelding, ook een volledige doorlichting gebeuren van de Belgische schuldvorderingen, die ons meer duidelijkheid verschaft over het schuldvraagstuk

*Auteurs: Renaud Vivien (Entraide & Fraternité), Chiara Filoni (CADTM), Antonio Gambini (CNCD-11.11.11), Els Hertogen (11.11.11) en Aurore Guieu (OXFAM België).


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift