Een echt Marshallplan voor ontwikkelingslanden

Het kapitaal moet blijkbaar niet in zijn kot blijven

Worldbank / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Vanuit zijn kot kan Jan Van de Poel alleen hopen dat er na de coronacrisis iets van solidariteit overblijft om ook over structurele maatregelen, een Marshallplan voor ontwikkelingslanden, te pratente praten.

Treft COVID-19 vandaag vooral de landen in het hart van de globalisering, dan zijn morgen de landen in de periferie aan de beurt. Voorlopig staan de ontwikkelingslanden in de kou. Vanuit zijn kot kan Jan Van de Poel alleen hopen dat er iets van solidariteit overblijft om ook over structurele maatregelen, een Marshallplan voor ontwikkelingslanden, te praten.

Het was geen gemakkelijke bevalling, dit stukje voor MO*. Eerlijk? Ik vind het deze dagen niet evident om tussen de vier muren van mijn “kot” coherente gedachten te formuleren. Mijn aandacht – in normale tijden al een vrij kort gegeven – dwaalt van de niet aflatende stroom nieuws van vrienden, kenissen en familie in alle uithoeken van de wereld over de zorgen van de voltijdse dagtaak naar de zorgen over mijn huisgenoten. Eén daarvan – tevens mijn vrouw — kampt al meer dan een week met een hardnekkige hoest terwijl een ander – mijn dochter van anderhalf – druk bezig is de wereld (eigenlijk de woonkamer van ons rijhuisje) te ontdekken. Ergens daartussen probeer je dan een stukje te schrijven.

Eén coherente gedachte is wel dat de niet aflatende stroom nieuws duidelijk maakt dat we aan het begin staan van een crisis zonder weerga. Treft COVID-19 vandaag vooral de landen in het hart van de globalisering, dan zijn morgen de landen in de periferie aan de beurt. In die landen, waarvan gezondheidssystemen in vele gevallen amper het hoofd kunnen bieden aan virale infecties die wetenschappers wel vrij goed begrijpen, zal sars-cov-2 des te harder toeslaan.

Volgens schattingen kunnen maar liefst 40 miljoen mensen sterven aan de gevolgen van COVID-19 als onvoldoende maatregelen worden genomen.

Het mag dan al zo zijn dat de bevolking gemiddeld een pak jonger is dan in de “ontwikkelde” wereld. Toch is ook dat relatief, want die jongeren kampen vaak met verzwakte immuniteit en onderliggende aandoeningen als malaria, tbc of HIV. Bovendien zijn heel wat van de basismaatregelen tegen de verspreiding van het virus of onmogelijk te implementeren of potentieel dodelijker dan het virus zelf.

“Social distancing” is niet evident in een overbevolkte sloppenwijk, net zo min als handen wassen zonder stromend water. Regeringen kunnen de bevolking dan wel dwingen “in hun kot” te blijven, als dat betekent dat je familie honger lijdt, ga je toch de straat op. Gevolg van dat alles is een humanitaire catastrofe zonder weerga. Schattingen van onderzoekers aan het Britse Imperial College voorspellen dat maar liefst 40 miljoen mensen kunnen sterven aan de gevolgen van COVID-19 als onvoldoende maatregelen worden genomen. Dat is meteen de grootste humanitaire ramp sinds de tweede wereldoorlog.

Globale pandemie, globale aanpak?

En dat humanitair drama is nog maar het begin. In een geglobaliseerde wereld vertaalt een recessie in het hart zich altijd naar de periferie. Export vanuit perifere landen valt terug, prijzen van ruwe grondstoffen gaan in vrije val, inkomsten van migranten krijgen een duik omdat ze hun werk verliezen en investeerders evacueren hun kapitaal massaal naar veiliger oorden.

Sinds het begin van de pandemie hebben investeerders meer dan 83 miljard dollar weggesluisd uit groeimarkten. Volgens het IMF is dat de “grootse kapitaalvlucht ooit”. Kleine bijgedachte: voor het kapitaal zijn er vooralsnog geen grenzen ingevoerd.

Ondertussen discussiëren economen of het gaat om een L-vormige recessie, waarbij de situatie normaliseert op een lager niveau, dan wel een I-vormige , waarbij de economie gewoon de dieperik in blijft gaan. Net op het moment dat de druk op overheidsbudgetten enorm is – om de medische noodsituatie het hoofd te bieden en mensen die zonder inkomen vallen op te vangen – valt de fiscale basis volledig weg. Regeringen in ontwikkelingslanden komen voor een verscheurende keuze tussen het redden van “lives” of “livelihoods”.

Wanneer maatregelen in zeven haasten worden genomen terwijl niemand echt oplet, is het risico groot dat de grote vissen een bail-out krijgen op kosten van de kleintjes.

De globaliserig heeft van een lokale uitbraak een globale pandemie gemaakt. De vraag is dan ook of de globalisering voor een gecoördineerd antwoord kan zorgen. Kort antwoord: voorlopig niet echt. Regeringen in de rijke landen waren er als de kippen bij om hun economieën een massale fiscale en monetarie injectie te geven. De teller staat ondertussen op meer dan 7 triljoen dollar, dat is 7000 miljard. Dat geld moet bedrijven stuttten, de banken draaiende houden en zorgen dat miljoenen werklozen niet massaal in armoede vallen.

Die maatregelen zijn zonder twijfel noodzakelijk, maar wanneer ze in zeven haasten worden genomen terwijl niemand echt oplet, is het risico groot dat de grote vissen een bail-out krijgen op kosten van de kleintjes. Die les zouden we echt moeten geleerd hebben uit de financiële crisis toen we grootschalige bankenreddingen jarenlang hebben uitgezweet via besparingen.

Het feit dat heel wat gezondheidssystemen in ontwikkelingslanden – maar ook daarbuiten — razendsnel in zuurstofnood komen, heeft ook deels te maken met de blinde besparingsdrang na de vorige crisis.

Ontwikkelingslanden in de kou

Voorlopig staan ontwikkelingslanden in de kou. Het klopt dat de Wereldbank een pakket ter waarde van 15 miljard dollar heeft aangekondigd om landen en bedrijven te helpen het hoofd te bieden aan het virus. Ook het IMF moest de zeilen bijzetten. Begin maart al kondigde het Fonds aan 50 miljard dollar beschikbaar te maken voor noodsteun aan ontwikkelinsanden, hoewel slechts één vijfde daarvan in de vorm van renteloze leningen. Ondertussen lieten 85 landen al weten niet zonder dat geld te kunnen.

Het Fonds heeft ook middelen vrij gemaakt om schuldaflossingen van de armste en meest kwetsbare landen te verlichten. In aanloop van de bijzondere (virtuele) top van de G20 eind vorige week – het communiqué was overigens een droef staaltje van gebrek aan solidariteit – riepen de voorziter van de Wereldbank en managing director van het IMF gezamenlijk op schuldaflossingen van de armste landen on hold te zetten. Dat was ongezien, al kon Wereldbankvoorzitter Malpass het niet laten daar toch een voorwaarde voor “structurele aanpassingen” aan te koppelen. Op de drempel van ‘de ergste crisis sinds de tweede wereldoorlog’, zoals VN-Secretaris Generaal Guterres liet optekenen, is dat toch bijzonder karig.

Nochtans zijn ambitieuze en structurele oplossingen voorhanden. De Verenigde Naties – vaak verguisd als bureaucratische praatbarak — werkten een concreet plan uit om 2500 miljard dollar in ontwikkelingslanden te pompen. Dat geld is het minimum om ze enigszins op schema te houden om de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te halen.

De plannen liggen op tafel, maar net wanneer de globalisering zoals we die kennen voor het moment van de waarheid staat, geeft ze niet thuis.

Een eerste speerpunt van dat plan zijn bijkomende ‘Special Drawing Rights’, de bijzondere reservemunt van het IMF, ter waarde van 1000 miljard dollar. Via die techniek wordt het mogelijk ontwikkelingslanden ook te laten profiteren van de geldcreatie waarin rijke landen zo bedreven zijn.

Een tweede speerpunt is schuldkwijtschelding. Als dit inderdaad een crisis van wereldoorlogformaat is, dan zijn maatregelen van eenzelfde envergure op hun plaats. Na de oorlog werd de helft van de Duitse staatsschuld kwijtgescholden om de Duitsers niet voor eeuwig en alle dagen tot armoede te veroordelen. Voor ontwikkelingslanden betekent een helft van alle schuld een injectie van opnieuw 1000 miljard.

Een derde punt, is een echt Marshall plan voor ontwikkelingslanden. Sinds decennia beloven rijke landen 0,7% van hun welvaart voor steun aan ontwikkelingslanden te reserveren. De teller staat vandaag echter op 0,31%. Als rijke landen slechts een kwart van de niet gehonoreerde afspraak inzake ontwikkelingshulp nakomen is dat goed voor nogmaals 500 miljard.

De plannen liggen dus op tafel, maar net wanneer de globalisering zoals we die kennen voor het moment van de waarheid staat, geeft ze niet thuis. De Europese Unie is vooral met zichzelf bezig en blijkt een nationalistisch clubje waarin grenzen dichtgaan voor medisch materiaal en elk lid maar de eigen boontjes moet zien te doppen. De VS, het volgende epicentrum van de epidemie, laat zich op het internationaal toneel vooral opmerkingen door haar inspanningen de schuld in Chinese schoenen te schuiven terwijl opkomende machten als Brazilië of Rusland de realiteit staalhard ontkennen.

Vanuit mijn kot kan ik alleen hopen dat er iets van solidariteit overblijft om ook over structurele maatregelen te praten. Een ideetje: organiseer een mondiale reconstructietop als het ergste van de nachtmerrie voorbij is en doe “whatever it takes”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Policy and Advocacy Manager bij Eurodad

    Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad. Hij is er verantwoordelijk voor het beleidswerk rond effectieve ontwikkelingshulp.