Dossier: 

Nieuwjaarsbrief aan mijn poetsvrouw

© Stefaan Anrys

Fragment uit de strip van Shaun Tan, Là où vont nos pères.

Dag J.,

Ik schrijf je deze brief, net na mijn bezoek daarnet bij jou thuis. En het zal misschien vreemd lijken, maar ik richt deze brief ook aan de hele wereld. Afijn, toch aan de lezers van het magazine waarvoor ik werk. Een “open brief”, heet dat. Alle journalisten van ons blad richten rond de jaarwisseling een boodschap aan iemand bekend of onbekend en ik koos voor jou. Hopelijk vind je dat ok. Waarom? Dat weet ik niet. Misschien omdat ik onze relatie warm en tegelijk moeilijk vind en dit misschien herkenbaar is voor onze lezers.

Sorry dat ik zolang gedraald heb om op ziekenbezoek te komen. Ik had je de voorbije maanden wel af en toe een sms gestuurd, om je beterschap te wensen; toch voelde ik me schuldig dat ik niet veel eerder aanliep met een cadeautje. Hopelijk vind je de chocolaatjes en de Illy-koffie lekker. We drinken hem allebei graag sterk, toch? Vermits je al maanden niet bent komen poetsen en we dus ook geen kans zagen voor onze koffieklets, leek me dat een gepast geschenk.

Zo lief dat je gelijk informeerde naar mijn kinderen, toen ik toekwam op je dakappartementje. Ik offreer ze trouwens zo meteen je zelfgemaakt snoepgoed. Mijn oudste heeft al van de in druivensap gedoopte walnoten geproefd, maar was helaas geen fan. De Russische bonbons lust hij wel, zoals altijd. Hij vroeg of ze in Rusland ook Haribo-snoep hebben en wat je eigenlijk vindt van Poetin. Je moet het er de volgende keer maar met hem over hebben.

En jij wil geen tweedracht zaaien. Jij wil koppels samenhouden. Zoals je zelfs mijn stukgelopen relatie trachtte te lijmen, uit zorg voor iedereen.

Ik heb hem ook uitgelegd dat je zoon uit Nederland overkomt, voor kerstavond, maar dat de rest van je familie in Armenië - de oudste christelijke staat ter wereld - pas Kerstmis viert na nieuwjaar, zoals de traditie het wil. Hij vond dat hele gedoe rond de geboortedatum van Jezus nogal knullig. Toch gewoon een oud-heidens feest, zei ie. Jouw gemengde gevoelens ten opzichte van moslims, snapt hij wel, althans nadat ik hem verteld heb over de Armeense genocide door het Ottomaanse Rijk. Als je daarover nog ‘s wil uitweiden tijdens de koffiepauze, heb je aan hem zeker een geboeid publiek. Mijn tweede zoon zal jouw walnoten wel lusten en zo niet, zegt hij toch van wel. Al is het maar om jou niet voor het hoofd te stoten.

Hij heeft inderdaad een “proper” hart, zoals jij “proper” wil zijn voor iedereen. Voor je zoon in Nederland, die zijn vrouw op de eerste plaats moet zetten; voor je man in Armenië, die wel zijn moeder als numero uno mag beschouwen. Traditie heet dat dan. En jij wil geen tweedracht zaaien. Jij wil koppels samenhouden. Zoals je zelfs mijn stukgelopen relatie trachtte te lijmen, uit zorg voor iedereen.

En zo zorg je voor alleman, al die jaren.

En wat een ironie dat je net je voet verstuikt hebt, wanneer je voor het eerst in je leven op vakantie gaat.

Elf jaar ben je nu al in België. Ik wist trouwens niet dat je na het asielcentrum, eerst in Torhout hebt gewoond, in een sociale woning. Wat een toeval dat onze drie jongens daar geboren zijn, niet? En wat een ironie dat je net je voet verstuikt hebt, wanneer je voor het eerst in je leven op vakantie gaat. Naar Griekenland. In een bad dan nog. Omdat de shampoo en de zeep in de weg stonden, zo was het niet? Jij die alles bij iedereen netjes wil houden en dan uitglijdt over andermans onkunde. Gelukkig was je aan de slag met dienstencheques, en heb je de voorbije maanden toch een uitkering gehad. Veel is dat niet, weet ik uit ervaring, maar toch beter dan je was gevaren met zwartwerk.

Ik denk dat de twee andere jongens uitbundiger zullen reageren op het nieuws dat je hersteld bent en vanaf januari terugkomt. De laatste maanden heeft het uitzendkantoor ons onveranderlijk Bulgaarse vervangers gestuurd. Ongelooflijk hoe de talrijke Bulgaarse gemeenschap in Gent blijkbaar massaal ingeschakeld wordt in de dienstencheques-sector. Telkens kregen we iemand anders over de vloer. Niet zo fijn voor de jongens, die erg aan je gehecht zijn.

Jij beschouwt ze toch ook een beetje als familie?

Toen ik mijn hoofdredacteur voorstelde om mijn nieuwjaarsbrief aan jou te richten, en het ook over die speciale “familieband” te hebben, reageerde hij afwachtend. Hij vergeleek de situatie met die in de oud-kolonies. ’De koloniale verhalen over de warme band tussen het blanke gezin en de zwarte nanny zijn niet te tellen, en ze zijn écht, maar ook pijnlijk want doortrokken van ongelijkheid, ook als het middenklassegezin het helemaal goed doet’, zei ie.

Het is lastig om te aanvaarden dat een Armeense laborante en boekhouder, omwille van haar taalachterstand en migratie-verleden, mijn huis, zelfs mijn toiletten, moet poetsen.

Dat is eigenlijk wat ik je wilde zeggen daarnet, toen ik geschenkjes kwam brengen. Het is lastig om te aanvaarden dat een Armeense laborante en boekhouder, omwille van haar taalachterstand en migratie-verleden, mijn huis, zelfs mijn toiletten, moet poetsen. ‘Zolang ik niet hoef te bedelen’, zeg jij dan, half vergoelijkend.

Tja. Misschien gaat die koloniale vergelijking ook niet helemaal op. Ik ken evengoed Afrikanen die huispersoneel hebben, of Colombianen of Chinezen. En ik ken ook Vlaamse meisjes, vrouwen en zelfs een man die poetswerk graag doen en voor geen geld zouden ruilen met mijn job. Jij doet trouwens zoveel meer dan afstoffen, ramen lappen en vloeren dweilen, niet? In hoeveel gezinnen ben jij niet evengoed moeder, zuster, confidante?

Al voel ik niettemin een onbestemd onbehagen, over die ongelijkheid waarover mijn baas het had. Zeker wanneer ik mij jouw appartement voor de geest haal, kraaknet maar zonder het lawaai van man of kind.

Weet je, J? In de boekenkast op mijn eerste verdieping staat er een strip van Shaun Tan, getiteld Là où vont nos pères. Het is een graphic novel, zonder tekst en met alleen wonderschone prenten die moeten suggereren hoe het voelt om als arbeidsmigrant vrouw en kind achter te laten en in een verre, onbekende plek de kost te verdienen. Soms kijk ik er in, met de jongens, en hoop dat ze iets voelen van wat jij en miljoenen anderen doormaken.

Zalig Kerstmis en een voorspoedig 2018,

Stef

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift