Dossier: 

Deze eeuw piekt de wereldbevolking –hopelijk

7 miljard mensen

Bij het begin van onze jaartelling waren we met zo’n 300 miljoen mensen en het duurde tot 1800 eer de kaap van een miljard gerond werd. Tegen 1974 waren we al met vier miljard, in 1999 met zes miljard en de Verenigde Naties verwachten op 31 oktober de geboorte van de zeven miljardste aardbewoner.

  • Extra Medium Tokio is de grootste stedelijke agglomeratie ter wereld met 36,7 miljoen inwoners. Extra Medium

‘Er is veel reden tot vreugde als we de wereldbevolkingtrends van de voorbije zestig jaar analyseren’, stelt het VN-Bevolkingsfonds (UNFPA) in zijn rapport State of the World Population 2011, dat op 26 oktober voorgesteld wordt. ‘De gemiddelde levensverwachting sprong van 48 jaar in de vroege jaren vijftig van vorige eeuw naar 68 jaar in dit decennium. De kindersterfte daalde spectaculair van 133 op duizend geboortes in 1950 naar 46 de voorbije jaren. Bovendien daalde het gemiddelde aantal kinderen per vrouw in die periode van zes naar 2,5.’ Die daling van de vruchtbaarheid is algemeen bekend voor Europa, maar heeft zich ook voorgedaan in Oost-Azië (van zes kinderen per vrouw naar 1,6) en in Centraal-Amerika (van 6,7 naar 2,6). Ook in Afrika verwacht men dat de vruchtbaarheidsgraad zal dalen van 4,6 kinderen per vrouw in 2011 naar drie in 2040.

Duizelingwekkend

Hania Zlotnik, hoofd van de Bevolkingsdivisie van het Departement Sociale en Economische Zaken van de Verenigde Naties, deelt de landen van de wereld in naar hun vruchtbaarheidsgraad. ‘De lagevruchtbaarheidslanden hebben zulke lage geboortecijfers dat ze hun bevolking in de toekomst zullen zien krimpen. Bijna alle Europese landen bevinden zich in die categorie, maar ook ontwikkelingslanden zoals China, Brazilië, Thailand en Tunesië. Samen zijn ze vandaag goed voor 42 procent van de wereldbevolking. Een bijna even groot aantal mensen woont in landen waarin de toekomstige generatie even groot zal zijn als de huidige. De overige 18 procent van de wereldbevolking leeft in hogevruchtbaarheidslanden, waar opeenvolgende generaties met soms wel de helft meer zijn dan de vorige. Het gros van de Minst Ontwikkelde Landen valt in die categorie.’

Dat is problematisch, stelt John Cleland van de London School of Hygiene and Tropical Medicine, ‘want een snelle bevolkingsgroei maakt het moeilijker om te ontsnappen aan armoede en honger.’ Zlotnik voegt daaraan toe dat investeren in gezondheidszorg voor kinderen, in onderwijs voor vrouwen en in ontwikkeling de beste instrumenten levert om de hoge vruchtbaarheid in arme landen tegen te gaan.

Dat is belangrijk, want het zijn vooral de hogevruchtbaarheidslanden die de komende decennia voor een blijvende toename van de wereldbevolking zullen zorgen, waardoor we tegen 2050 met 9,3 miljard mensen op de wereld zullen zijn. De groei zal dan ook vooral zichtbaar zijn in Afrika. In 2009 waren er voor het eerst meer dan een miljard Afrikanen, tegen 2044 zouden dat er al twee miljard zijn en in 2100 verwachten de VN een Afrikaans continent met 3,6 miljard inwoners. Voor Azië verwachten de VN een piek van 5,2 miljard inwoners rond 2052, waarna een langzame krimp zou inzetten. China zou in 2025 pieken met 1,39 miljard mensen, India pas in 2060 met 1,7 miljard inwoners. De Europese bevolking zou pieken rond 2025 met 740 miljoen inwoners.

Trouwen voor je vijftiende

De bevolkingsaangroei is niet alleen een kwestie het aantal kinderen dat geboren wordt –de klassieke focus van debat– maar evenzeer van toegenomen levensverwachting. In 1950 was acht procent van de wereldbevolking ouder dan zestig. De VN verwachten dat dat aantal zal stijgen tot 22 procent in 2050. Een andere variabele die minder aandacht krijgt dan hij verdient, is de huwelijksleeftijd van de meisjes. Uiteraard neemt de kans op een hoog aantal zwangerschappen toe als meisjes jong aan kinderen (moeten) beginnen, terwijl de kansen op kwaliteitsvolle ontwikkeling van zowel moeder als kinderen toenemen met het aantal jaren dat gewacht wordt met de eerste geboorte.

In de Mozambikaanse provincie Cabo Delgado bijvoorbeeld, is 59 procent van de kinderen chronisch ondervoed, tegenover een al dramatisch nationale gemiddelde van 44 procent. Die extra slechte score schrijft Leonardo Chavanne van het Mozambikaanse ministerie van Gezondheidszorg toe aan het feit dat in Cabo Delgado een op drie meisjes trouwt voor ze vijftien wordt. Overigens blijkt in diezelfde provincie slechts drie procent van de vrouwen moderne voorbehoedmiddelen te gebruiken.

Gamal Serour, voorzitter van de Internationale Federatie van Gynaecologie en Verloskunde, stelt dat internationale investering in ernstige gezinsplanning in Afrika zou bijdragen tot een aanzienlijke daling van de vruchtbaarheid én een miljoen kinderlevens zou kunnen redden. Serour: ‘Elk jaar sterven in Afrika bovendien 68.000 vrouwen als gevolg van onveilige abortussen. Waarom zorgen we niet dat zij toegang hebben tot anticonceptiva?’ Ook in India blijkt dat acht procent van de moedersterfte te maken heeft met complicaties na een slecht uitgevoerde abortus. Volgens Serour zijn er de voorbije decennia echter steeds minder internationale hulpmiddelen ingezet voor gezinsplanning.

Met 36,7 miljoen inwoners is Tokio de grootste stedelijke agglomeratie ter wereld. Daarna volgen Delhi (22 miljoen), São Paulo en Mumbai (beide 20 miljoen).
Babatunde Osotimehin, directeur van het VN-Bevolkingsfonds, stelt dat er wereldwijd 245 miljoen vrouwen zijn die aan gezinsplanning willen doen, maar het om diverse redenen niet kunnen. Sommige critici stellen dat gezinsplanning een inbreuk vormt op de lokale culturele tradities. Osotimehin dient hen van antwoord: ‘Als machteloze vrouwen in arme landen de toegang tot voorbehoedmiddelen om ideologische redenen ontzegd wordt, dan vormt dat een schending van de mensenrechten.’

Miljoenensteden

Een van de mondiale uitdagingen die verband houden met het bevolkingsvraagstuk en met de verschillen tussen krimpende en exploderende bevolkingen, is internationale migratie. Vandaag schatten de VN het aantal mensen die buiten hun geboorteland leven op zo’n 214 miljoen, minder dan het aantal interne migranten in China dat momenteel op 260 miljoen geschat wordt. China heeft trouwens ook de grootste “nationale” diaspora, met zo’n 35 miljoen mensen van Chinese afkomst. Bij India gaat het om 24 miljoen personen, bij de Filipijnen om zeven miljoen.

Zowel eerstegeneratiemigranten als hun nakomelingen zorgen voor een permanente stroom financiële middelen –en nieuwe ideeën– richting thuisland. In 2010 stuurden ze 262 miljard euro op. Ondanks de crisis verwacht de Internationale Migratie Organisatie dat dat bedrag blijft stijgen en in 2013 zal oplopen tot 302 miljard euro. Daarmee dragen de migranten en diaspora niet enkel bij tot een zeker herstel van evenwicht in de bevolkingsaantallen, maar ook tot reële ontwikkelingskansen voor hun families en gemeenschappen thuis.

In de migratielanden concentreert de groeiende bevolking zich steeds meer en sneller in steden. De top tien van de grootste stedelijke agglomeraties maakt dat meteen duidelijk: Tokio (36,7 miljoen inwoners), Delhi (22 miljoen), São Paulo (20 miljoen), Mumbai (20 miljoen), Mexico Stad (19,5 miljoen), New York-Newark (19,4 miljoen), Sjanghai (16,6 miljoen), Kolkata (15,5 miljoen), Dhaka (14,7 miljoen) en Karachi (13 miljoen). De huidige stedelijke groei voltrekt zich minder in het hart van de megalopolissen maar veeleer door de uitbreiding van satellietsteden. Een voorbeeld: terwijl de bevolking in het centrum van Mumbai het voorbije decennium afnam met 5,75 procent, groeide het nabijgelegen Thane met 36 procent.

De helft van de wereldbevolking leeft in steden. Een kwart van die stedelingen woont in krottenwijken of informele woongebieden. Percentagegewijs is het aantal slumbewoners het voorbije decennium gedaald van 39 procent naar 33 procent van de stedelingen, maar dat belet niet dat het absolute aantal gegroeid is tot de huidige 828 miljoen.

Schade aan de planeet

Wat is de milieu- en klimaatimpact van de sterke bevolkingsaangroei, gekoppeld aan de voortschrijdende verstedelijking en de stijgende consumptie door de middenklasse in de opkomende economieën? De Britse wetenschapsjournalist Fred Pearce zegt daarover: ‘Niet het aantal mensen veroorzaakt honger, uitputting van de aarde en klimaatverandering, maar de manier waarop we produceren en consumeren en ons organiseren op deze planeet. Het is vooral óns consumptieniveau –de manier waarop de bevolking in het rijke deel van de wereld leeft– dat de planeet schade toebrengt. Een extra miljard armen erbij kan misschien de lokale omgeving onder druk zetten door een te hoge ecologische voetafdruk, maar niet de planeet. We kunnen negen tot tien miljard mensen voeden met het huidige productieniveau maar de helft van het graan dat vandaag geproduceerd wordt, gaat ofwel naar veevoer ofwel naar biobrandstoffen.’

Hania Zlotnik is wat voorzichtiger en benadrukt vooral dat de armen de eersten zijn die het slachtoffer worden van de toenemende druk op hun milieu, of die nu afkomstig is van een groeiende lokale bevolking of van de consumptiegewoonten van het Noorden. Ze wordt daarin bijgetreden door Brian O’Neill, een klimaatwetenschapper uit Colorado, VS. Hij berekende dat een vertraagde bevolkingsgroei kan resulteren in een kleine twintig procent van de CO2-vermindering die noodzakelijk geacht wordt tegen 2050 om een klimaatcatastrofe te vermijden. ‘Je kan ten minste stellen,’ zegt Zlotnik, ‘dat mensen in het Zuiden makkelijker zouden kunnen antwoorden op de huidige problemen als de bevolking minder snel zou groeien.’

De meeste cijfers in dit artikel komen uit People and possibilities in a world of 7 billion, het State of the World Population 2011 Report van het VN-Bevolkingsfonds.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur