Civil March For Aleppo genomineerd voor de Nobelprijs van de Vrede

Vredesmars naar de hel. Deel 2: tegengif voor onverschilligheid

© Janusz Ratecki

De vredesmars op Lesbos

‘Na één week ben ik iedereen die de groep binnenkwam beginnen wantrouwen’, vertelt Anna Alboth, initiatiefneemster en gezicht van de Civil March. ‘Daar haatte ik mezelf om. Op deze vredesmars heb ik nog het meest geleerd over conflict.’ Met sabotage en lastercampagnes slagen externe actoren erin de mars vanaf het begin te destabiliseren. Het wantrouwen naar de buitenwereld nestelt zich kort na aanvang ook binnenin de groep. Dat betekent bijna het einde van de mars.

Paranoia

3400 kilometer te voet van Berlijn tot de Syrische grens, van het begin van de winter tot het eind van de zomer. Tijdens de tocht heeft de mars steeds een ander formaat. Nu eens wandelen er enkele tientallen mee, op andere dagen - voornamelijk tijdens weekends - groeit de mars aan tot een honderdtal. Na twintig à dertig kilometer wandelen per dag is altijd slaapplaats en avondeten voorzien. In elke grote stad houdt de groep stil en maken de organisatoren tijd vrij om vluchtelingen en activisten te bezoeken en manifestaties te houden. ‘s Avonds zijn er debatten met journalisten en regisseurs.

Die ontmoetingen moeten elke deelnemer bijscholen over het conflict én zoveel mogelijk nieuwe deelnemers aantrekken. De organisatoren zweren al in hun openingsmanifest in december bij laagdrempeligheid: iedereen die wil mag meewandelen, voor zolang die maar wil. De enige voorwaarde is dat je te vinden bent voor vrede in Syrië.

‘Iedereen wilde de mars naar zijn of haar hand zetten en zocht naar bondgenoten om het op te nemen tegen het andere kamp.’

Dit blijkt achteraf niet het beste idee, daar zijn alle organisatoren het nu over eens. ‘Ieder had zijn eigen motivatie om mee te wandelen’, zegt Anna Alboth, ‘en iedereen ging er op één of andere manier ook van uit dat anderen om exact dezelfde reden meewandelden, wat uiteraard niet zo was.’

Kwesties als het aantal kilometers dat per dag gewandeld moet worden, of het een mars betreft voor of tot in Aleppo leiden tot verhitte discussies tijdens avondvergaderingen. De organisatie had zich voor aanvang niet over de vraag gebogen hoeveel inspraak deelnemers zouden krijgen en ook dat wordt een twistpunt. ‘Er ontstond een strijd om de macht’, aldus hoofdorganisator Jan Horzela, ‘Iedereen wilde de mars naar zijn of haar hand zetten en zocht naar bondgenoten om het op te nemen tegen het andere kamp. Reken daar de vermoeidheid van het wandelen bij en standpunten worden steeds harder, beslissingen steeds moeilijker.’

© Janusz Ratecki

Rustpauze in de hitte van Bulgarije

De groep ziet er ondertussen bijna elke dag anders uit door het toekomen en vertrekken van deelnemers. Leen Van Waes, één van de spilfiguren en enige Belg in de organisatie: ‘Telkens wanneer nieuwelingen toekwamen verhoogde de spanning: wat waren zijn of haar motivaties? Hoeveel invloed zou die uitoefenen op de rest? Dit was bovendien een mars van vreemdelingen, meestal singles, die ineens heel dicht tegen elkaar leefden, en dat onder niet al te gemakkelijke omstandigheden’, aldus Van Waes.

De strijd om invloed loopt uit in paranoia. ‘Begrijpelijk’, zegt Jan Horzela, ‘iedereen liet zijn of haar leven uit vrije wil en soms voor lange tijd achter. Hoe groter de opoffering, hoe meer je gaat vechten voor hetgeen waarom je die opoffering deed. Ik heb nooit meer mensen gezien die uit goede bedoelingen contact verloren met de werkelijkheid. Wat doe je met een jong meisje die toekomt en gelooft dat we binnenkort met z’n allen kinderen uit brandende huizen gaan redden? Ook daar waren we niet op voorbereid.’

© Janusz Ratecki

Marchers verzamelen aangespoelde reddingsvesten op Chios

Splijtzwam Turkije

De druk wordt de mars haast fataal. Vijf maanden na vertrek op Tempelhof is de Turkse grens in zicht. De meningen zijn verdeeld of het land nu wel of niet doorkruist moet worden. Het is de grootste splijtzwam sinds de start: met vijf miljoen Syrische vluchtelingen is het land volgens sommigen - onder wie initiatiefneemster Anna - een must. Anderen wijzen erop dat betogingen en manifestaties sinds de couppoging verboden zijn en justitie en politie geen al te beste naam hebben.

De sfeer in de groep ligt ondertussen ver beneden het vriespunt. ‘Zestig dagen van grens tot grens, in een land met moeilijkere omstandigheden dan voorheen en dat met een zwaar verbrokkelde groep?’, vraagt Jan Horzela, ‘het zou onverantwoord zijn.’ Ondertussen tikt de klok. Slechts twee weken scheiden de groep nog van de Bosporus. Om de knoop te ontwarren beslist de groep een top te organiseren op stopplaats Thessaloniki. In overleg met veiligheidsexperts zal daar een beslissing genomen worden. Zes dagen worden vrijgemaakt voor broodnodige groepstherapie.

Maar de top draait uit op een totale mislukking. De discussie blijft aanslepen, de geloofwaardigheid van de opgeroepen experts wordt in twijfel getrokken en van groepstherapie komt niets in huis.

‘Om eerlijk te zijn: die top ging niet over Turkije’, aldus Anna Alboth, ‘de enige vraag die ertoe deed was: wie is tegen wie?’ Vanaf de mislukte top slinkt de groep zienderogen. Tien leden verlaten de groep onmiddellijk. Een haastige stemronde onder de dertien overblijvers beslist dat Turkije sowieso aan de beurt komt, onafgezien van het veiligheidsrisico. Als reactie verlaten nog eens vier de groep - onder hen hoofdorganisator en ‘vader’ van de mars Jan Horzela.

Eén Fransman is het wachten beu en besluit op eigen houtje het land door te trekken.

© Janusz Ratecki

Avondmars in de straten van Beiroet

Door het oog van de naald

Initiatiefneemster Anna Alboth ziet met lede ogen aan hoe haar mars doodbloedt. In de verschroeiende hitte en met de moed der wanhoop schuimt ze met een handvol volhouders de grens met Turkije af in afwachting van officiële toelating tot het grondgebied. Maar de hoop slinkt met de dag, tot wanneer een vrouw uit Australië komt aangevlogen om zich bij de groep te voegen.

‘Als zelfs maar één persoon het haalt tot aan de Syrische grens is dit een succes.’

‘Waarom maar één Australiër en geen duizend?’, vraagt Anna de vrouw. Het antwoord is gortdroog en duidelijk: ‘Het is een mirakel dat hier in de eerste plaats mensen aan deelnemen’, zegt ze, ‘mensen geven in het algemeen geen zier om zaken als dit.’

‘Toen begreep ik het’, vertelt Anna, ‘als zelfs maar één persoon het haalt tot aan de Syrische grens is dit een succes.’ Na twee maanden rondzwerven aan de Turkse grens wordt het idee opgeborgen het land te doorkruisen. De groep vaart via Samos naar Libanon waar de mars een tweede jeugd beleeft. Ex-deelnemers en nieuwe leden worden via facebook opgeroepen af te reizen naar Beiroet voor het laatste hoofdstuk van de mars. De groep zwelt van een handvol deelnemers terug aan tot enkele tientallen.

© Janusz Ratecki

 

Het slot

Onafgezien enkele laatste obstakels - een kleine aanvaring met Hezbollah en een korte episode hechtenis door het Libanese leger - verloopt het slot van de tocht vlekkeloos. Op dag 232 bevindt een groep van vijftien - onder wie vijf die drieduizend kilometer eerder in Berlijn aanwezig waren - zich op enkele kilometers van de Syrische grens.

‘Mallak’, Arabisch voor ‘Engel’, is de naam van het laatste dorp. Het is een kamp voor vluchtelingen uit Aleppo. ‘Ze stonden ons op te wachten’, zegt Anna Alboth, ‘en wandelden met ons mee tot op het punt waar ze van het leger niet verder mochten. Dit waren de mensen voor wie we het allemaal gedaan hadden. Ze wuifden ons uit terwijl we naar hun landsgrens stapten. Eenmaal aangekomen op de grens hielden we elkaar vast. We hadden het gehaald. En toen wilde ik enkel nog naar huis.’

© Janusz Ratecki

Aan de Syrische grens

Onverschilligheid

Het kan verrassen dat een tocht die zozeer getekend is door conflict de grootste vredesprijs kan binnenhalen. Omdat het Nobelprijscomité ten stelligste afraadt dat nominatoren zichzelf bekend maken, mag de naam van de 80-jarige Amerikaanse professor die het initiatief op de lijst zette niet vernoemd worden. Maar hij wil ons wel te woord staan.

‘Onverschilligheid is de hoogste vorm van kwaad en toch reageert de wereld onverschillig op genocide en gruweldaden zoals die in het Syrische conflict.’

‘Onverschilligheid is de hoogste vorm van kwaad’, citeert hij Elie Wiesel, ‘en toch reageert de wereld onverschillig op genocide en gruweldaden zoals die in het Syrische conflict.’ De karavaan van Berlijn naar Syrië, aldus de professor, ‘bracht duizenden gewone - eigenlijk buitengewone - burgers samen die het hun verantwoordelijkheid achtten om dit onrecht te benoemen en te bevechten. Ze tolereerden het beleg van Aleppo niet langer. Dit soort morele actie is essentieel om onverschilligheid tegenover gruwel te overwinnen en de wereld humaner te maken.’

Volgens de academicus is het niet minder dan een mirakel dat het hele project, met een minimum aan voorbereiding en kennis, niet in de eerste week strandde of tot een vroegtijdig eind gebracht werd door politieke krachten.

© Janusz Ratecki

 

Tegengif

Is de mars ook in de ogen van deelnemers en organisatoren een succes? Felicitas Frank uit München is erbij wanneer de groep de grens bereikt. Als zestienjarige is ze alleen afgezakt naar Libanon. ‘Het hoogste dat we hadden kunnen bereiken was een verandering in de geopolitiek’, zegt ze, ‘dat gebeurde niet. Maar we hebben invloed gehad op het denken van iedereen die we onderweg tegenkwamen. En op de duizenden die met ons hebben meegelopen.’

Het is moeilijk uit te maken welk effect het initiatief gehad heeft in Aleppo of Syrië. Volgens de organisatoren lopen de dankberichten van Syrische burgers via sociale media in de duizenden. ‘We gaven hoop aan zij die dachten vergeten te zijn’, zegt Anna Alboth, ‘zonder hoop kost het je zelfs moeite om een glas water aan je lippen te zetten. Het was ontroerend voor velen dat mensen hun hele leven achterlieten om voor hen te stappen.’

Ook hoofdorganisator Jan Horzela houdt het positieve in ere. ‘Het is een tegengif’, zegt hij, ‘tegen de haat die later kan ontstaan uit het gevoel achtergelaten geweest te zijn, de haat die groeit uit de onverschilligheid van anderen. Vluchtelingen vertelden ons: zelfs onze kleinkinderen gaan zich dit herinneren.’

Alle interviewees geven mee dat hun getuigenissen niet moeten gelezen worden als een waarschuwing, maar als leiddraad bij het organiseren van de volgende mondiale burgermars.

 

Tekst: Daan Bauwens & Foto’s: Janusz Ratecki

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift