Ggo's mogen niet om politieke redenen van de markt worden geweerd

Biotech-gewassen lijden onder slechte eerste indruk. Tijd voor een succesvolle comeback

© USDA / Scott Bauer (CC0)

 

Het roept intuïtief enige aversie op om het DNA van planten te veranderen. Het is een sentiment waar anti-ggo-activisten maar al te gretig op inspelen. Dat het DNA van alle levende wezens generatie op generatie verandert, toont aan dat die intuïtie misleidend is. Planten waarvan het DNA werd veranderd, hebben dus ten onrechte last van een negatieve eerste indruk. Omdat planten met welbepaalde veranderingen in het DNA mogelijkheden bieden om de landbouw te verduurzamen, is het erg belangrijk om ons niet te laten beïnvloeden door die eerste indruk.

In een eerdere bijdrage in MO*, als antwoord op een stuk van Barbara Van Dyck en Nina Holland, beschreef ik uitvoerig waarom de CRISPR-technologie niet minder veilig is dan klassieke veredeling. Het zou Van Dyck en Holland gesierd hebben, mochten ze hun verkeerde interpretatie van een artikel in het prestigieuze tijdschrift Nature openlijk hebben toegegeven en rechtgezet. Het was hen echter te verleidelijk om onze intuïtieve aversie voor ggo’s nog eens op te poken. Deze keer gaan ze daarvoor te rade bij GMWatch en ENSSER. In hun nieuw opiniestuk blijkt niet langer de welbepaalde verandering in het DNA door CRISPR kop van jut, maar wel het gebruik van een weefselcultuur.

CRISPR hoeft niet noodzakelijk van een weefselcultuur gebruik te maken, maar het is voor verschillende gewassen wel de meest voor de hand liggende manier. Weefselculturen worden al tientallen jaren veilig gebruikt om planten te veredelen en te vermeerderen, al lang voor er van CRISPR sprake was.

Het klopt dat het gebruik van een weefselcultuur willekeurige veranderingen in het DNA veroorzaakt. Bij rijst gaat het gemiddeld om 160 kleine veranderingen. Daaruit concluderen dat dergelijke planten onder de strenge Europese ggo-regelgeving moeten vallen, is echter problematisch. Het DNA van een jonge rijstplant heeft van nature ongeveer veertig kleine verschillen ten opzichte van het DNA van de ouderplant. Na vier generaties bekom je dus rijstplanten die 160 kleine veranderingen in hun DNA hebben, ten opzichte van het DNA van hun betovergrootouderplanten.

De vraag mag niet zijn of een bepaald gewas in een labo werd veredeld, of op een veld. De vraag moet zijn welk kenmerk het gewas heeft, en welke voor- of nadelen dit kenmerk oplevert voor de boer, de consument en het milieu.

Een weefselcultuur is voor het DNA van een plant dus net zo ingrijpend als vier jaar klassiek vermeerderen. Als planten uit een weefselcultuur omwille van 160 kleine veranderingen in het DNA onder de Europese ggo-regelgeving moeten vallen, dan zou ook het zaaigoed van de bio-boer om de vier jaar uitvoerig moeten getest worden.

Van Dyck en Holland uiten oprechte bezorgdheden over ons huidig landbouwsysteem. Het is echter essentieel om de veredelingstechniek los te zien van bepaalde landbouwmodellen. De vraag mag niet zijn of een bepaald gewas in een labo werd veredeld, of op een veld. De vraag moet zijn welk kenmerk het gewas heeft, en welke voor- of nadelen dit kenmerk oplevert voor de boer, de consument en het milieu. Schimmelresistente aardappelen leveren bijvoorbeeld een hogere opbrengst en minder kopzorgen op voor de boer, ongeacht hoe het schimmelresistentie-kenmerk werd verkregen. Ook, een gewas dat veilig werd bevonden voor gebruik in een kleine landbouwcoöperatieve, wordt niet plots onveilig bij gebruik door een groot bedrijf.

Nogmaals, biotech-gewassen en CRISPR kunnen bijdragen aan een duurzame landbouw. Biotechnologie zou daarom ook in Europa beschikbaar moeten zijn voor de kleinere spelers. Dat kan perfect, maar niet zolang de ggo’s om politieke redenen van de markt geweerd worden. Hoog tijd dus dat biotech-gewassen ook bij het brede publiek afraken van hun slechte eerste indruk.

Ruben Vanholme is lid van o.a. Natuurpunt, EVA en GMF, actief in Fietsersbond, aanhanger van de lokale afvalarme deeleconomie, overtuigde Oxfam-Wereldwinkelklant en postdoctoraal onderzoeker bij VIB-UGent.

To ggo or not to ggo?

1. De wetenschap en ideologie van (het verzet tegen) veldproeven met genetisch gemanipuleerde gewassen

Dat wetenschap en ideologie niet los van elkaar staan, is geen nieuws, zeggen wetenschappelijk onderzoeksters Barbara Van Dyck en Nina Holland. In het licht van controverses rond nieuwe technologie is het een goed idee om de nauwe verstrengeling van politiek, waarden, economie en wetenschap niet uit het oog te verliezen. Zeker in een context waarin “innovatie” (zonder verdere kwalificatie) en economische groei vaak als (bedenkelijke) maatstaven voor vooruitgang worden voorgesteld.

2. Een knip in het DNA kan betrouwbaarder zijn dan traditionele veredeling van gewassen

De commotie in de EU rond veiligheid van de ‘onvoorspelbare gevolgen’ van één enkele wijziging in het DNA, aangebracht via CRISPR-technologie is onterecht, want de natuur blijkt veel onvoorspelbaarder, vindt Ruben Vanholme.

3. Over nieuwe GGO’s, bioveiligheid en lobby’s

Het betoog van Ruben Vanholme vermijdt de kern van het onze, stellen Barbara Van Dyck en Nina Holland, namelijk dat de keuze voor (investeringen in) een bepaalde technologie maatschappelijke oorzaken én gevolgen heeft die aandacht verdienen — aandacht die ze momenteel niet of niet voldoende krijgen.

4. Biotech-gewassen lijden onder een slechte eerste indruk. Hoog tijd voor een succesvolle comeback

Het roept intuïtief enige aversie op om het DNA van planten te veranderen, weet Ruben Vanholme. En het is een sentiment waar anti-ggo-activisten maar al te gretig op inspelen, maar dat het DNA van alle levende wezens generatie op generatie verandert, toont aan dat die intuïtie misleidend is.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en wordt proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift