Afghanistan op groot scherm

In kranten en tijdschriften, op radio en televisie is het nauw speuren om nog nieuws over Afghanistan te vinden. Om dat tekort te verhelpen, presenteert het MOOOV-filmfestival dit jaar “Afghanistan (in) Cinema”, een bijzonder aanbod van documentaires en speelfilms over en vanuit het land van legende en dodelijk geweld.

  • A Few Cubic Metres of Love A Few Cubic Metres of Love

We kennen de clichés: boerka, Taliban, opium, corruptie en Navo-interventie. Maar we kennen de werkelijkheid niet. En dat is de collectieve verantwoordelijkheid van media die een langdurig militair engagement in een Aziatisch land, tegen kosten die voor België alleen al oplopen tot 1 miljard euro of meer, blijkbaar niet belangrijk genoeg vonden om er volgehouden berichtgeving tegenover te zetten.

Het meest gebruikte argument om de afwezigheid van Afghanistanberichtgeving te verklaren, was de moeilijkheid om ter plaatse te werken: de ontoegankelijkheid van het platteland, het permanente gevaar in de steden voor ontvoeringen, de bermbommen, de onoverzichtelijkheid van het conflict en dus de moeilijkheid om de betrouwbaarheid van bronnen en afspraken te beoordelen. Toch toont MOOOV Filmfestival dit jaar een indrukwekkende serie films uit en over Afghanistan.

Een land van dromen en legendes

De opvallendste film in Afghanistan (in) Cinema is zeker de debuutfilm van de jonge regisseur Pieter-Jan de Pue: Land of the Enlightened. De film is het resultaat van acht jaar werken in soms barre omstandigheden. De oorspronkelijke documentaire opzet werd gaandeweg verlaten voor een film die met deels documentaire beelden een fictief verhaal vertelt. Die keuze heeft alles te maken met de moeilijkheid om buiten de steden te filmen, zeker in de afgelegen regio’s Badachshan en Pamir. Het team van de film verloor trouwens veel materiaal toen een groep Taliban hen overviel.

Het “verhaal” dat de film schraagt, is een eigen compilatie van de kinderdromen die De Pue optekende tijdens zijn eerste research. ‘Registratie en fictie zijn voortdurend aanwezig’, zegt de regisseur. ‘Maar essentieel is dat alles wat je ziet deel uitmaakt van de Afghaanse werkelijkheid of verbeelding. Er zijn geen vreemde elementen aan toegevoegd om extra drama te verkrijgen.’

Er worden anderzijds wel verbindingen gemaakt die in het echt moeilijk voorstelbaar zijn, zoals de kinderlijke verliefdheid tussen een soennitisch Kirgizisch meisje en een ismaëlitische Wakhi-jongen. ‘Het was zelfs een hele uitdaging om aan de gemeenschap uit te leggen wat fictie en film zijn’, zegt De Pue. ‘Maar met een geslachte geit en voldoende feestelijk eten konden we de culturele grenzen wel wat verleggen.’

‘Met een geslachte geit en voldoende feestelijk eten konden we de culturele grenzen wel wat verleggen.’

Door zijn Land of the Enlightened te baseren op de kinderlijke fantasie over de wereld na de Amerikaanse bezetting, kon De Pue ook de vrijheid nemen om in zekere zin een fictief Afghanistan op te bouwen, waarin locaties die weinig met elkaar gemeen hebben met elkaar verweven worden alsof ze samen één en ondeelbaar zijn – een procedure die de westerse kijker nauwelijks zal opvallen en zeker niet zal storen.

Pieter-Jan de Pue heeft een uitgesproken fotografische blik. De jury op het prestigieuze Sundance Filmfestival dit jaar gaf de film dan ook de prijs voor de beste fotografie. De regisseur is zonder meer verliefd op het Afghaanse landschap, met name op de verbluffende bergen en valleien van het Afghaanse Pamirgebergte.

‘Het landschap is een personage’, zegt De Pue daarover. Je zou kunnen zeggen: een personage met de kapsones van een steractrice. Om te filmen op een van de locaties, op 5000 meter hoogte, moest de ploeg tien dagen over een bevroren rivier trekken met een karavaan van dertig paarden, kamelen en jaks, om materiaal en proviand voor weken mee te nemen.

Ook de onvermijdelijke scène in het papaverveld is fotografisch heel sterk, al werd ze in anderhalf uur ingeblikt. ‘We hebben lang moeten onderhandelen om in die regio van Badachsjan een papaverveld te kunnen filmen, aangezien de eigenaars banden hadden met de Taliban. We moesten heel snel werken en langs een andere route vertrekken dan we gekomen waren.’

De opstand en de buitenlandse troepenmacht zijn uiteraard deel van het verhaal, maar De Pue slaagt erin die aanwezigheid op indrukwekkende wijze te tonen zonder erover te oordelen: dat zou zijn droomwereld al te bruusk terugvoeren naar de moeilijke werkelijkheid van alledag.

Oorlog zonder opsmuk

Die werkelijkheid is het onderwerp van Tell Spring not to Come This Year, een documentaire die geheel embedded gerealiseerd is bij het Afghaanse Nationale Leger (ANA) in de periode waarin de Navo-troepen de verantwoordelijkheid voor de defensie helemaal doorgaven aan de Afghaanse strijdkrachten. De lente die niet mag komen, verwijst naar het jaarlijkse begin van het oorlogsseizoen, als de sneeuw in het hooggebergte begint te smelten en de bergpassen vanuit Pakistan naar Afghanistan opnieuw bruikbaar worden.

Een embedded-aanpak heeft altijd twee effecten. Enerzijds zit je als kijker dichter op de huid en de werkelijkheid van de soldaten in oorlogsgebied dan je ooit geweest bent, en dan je wilt, zeker op het moment dat er soldaten gewond geraken of sneuvelen – een werkelijkheid die de regisseur niet verbloemt maar gelukkig ook niet exploiteert.

Wat denken de zwijgende mannen als een Amerikaanse officier hen vraagt of ze zijn missie steunen?

Anderzijds verdwijnt de rest van de werkelijkheid letterlijk volledig uit beeld: wat denken de zwijgende mannen als een Amerikaanse officier hen vraagt of ze zijn missie steunen? Wat gebeurt er met de bewoners van de boerderijen waarin de soldaten beschutting zoeken? En wie zijn de onzichtbare vijanden? Wat beweegt hen, welke band hebben ze met de bewoners? De vraag kan zelfs niet gesteld worden. Dat maakt Tell Spring zeker niet oninteressant, maar het geeft wel aan hoe groot de behoefte aan context en duiding is bij een dergelijke documentaire.

Romeo en Julia

Als Tell Spring heel realistische registratie is en Land of the Enlightened een eigenzinnige mix van documentaire en fictie, dan is A Few Cubic Metres of Love fictie die realistischer aanvoelt dan veel documentaires. De setting is hier een troosteloze voorstad van Teheran, waar een groep Afghaanse vluchtelingen tegen hongerlonen werkt voor een Iraanse ondernemer. Tegen die achtergrond vertelt de regisseur het eeuwige verhaal van de onmogelijke liefde.

Jamshid Mahmoudi filmt het kaderverhaal in rauwe, naturalistische stijl – waarin de lucht altijd even grijs is als het uitzichtloze leven en de versleten kleren van de vluchtelingen. Het Romeo en Julia-verhaal krijgt daarentegen een zonnig-puberale behandeling – tot het frontaal botst met het ruimere verhaal. De confrontatie tussen de Afghaanse vader en de Iraanse werkgever, die ook optreedt als de woordvoerder van de verliefde jongen, gaat over traditie, respect en eer, maar ook over klasse en uitbuiting. Mahmoudi maakte niet meteen een film voor een westers publiek, maar daardoor is zijn parabel juist zo leerrijk voor ons.

Afghanistan (in) Cinema

Land of the Enlightened. Regie door Pieter Jan de Pue. Geselecteerd voor Sundance Festival 2016 en Rotterdam Filmfestival 2016. In Belgische zalen vanaf 16 maart.

Tell Spring not to Come this Year. Documentaire, geregisseerd door Saeed Taji Farouky en Michael McEvoy.

A Few Cubic Meters of Love. Speelfilm, geregisseerd door Jamshid Mahmoudi.

Ni le ciel ni la terre. Speelfilm, geregisseerd door Clément Cogitore met onder anderen Jérémie Renier.

Mina Walking. Speelfilm, geregisseerd door Yosef Baraki.

MOOOV Filmfestval, 19 april tot 3 mei, in Turnhout, Brugge, Genk, Sint-Niklaas, Lier, Roeselare, Koersel-Beringen en Dilbeek. www.mooov.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur