Öcalanistan

Hoe de PKK aan de macht komt in Syrië

Uit het puin van Syrië verrijst een regime gebaseerd op de ideeën van PKK-leider Abdullah Öcalan. De Turken bekijken de ontwikkelingen met argusogen, maar de Syrische Koerden zijn vol vertrouwen. “Dit is onze vrijheid. Wij willen onze rechten en iedereen die ons dit onthoudt, zullen we tegenhouden.”

Het is een onwerkelijk gevoel om een land te betreden via een grenspost met een enorme poster van Öcalan daarvoor. Maar sinds 12 november kan het. En de grenswachters tussen Syrië en Irak later er geen misverstand over bestaan: “Wij houden van Öcalan. Wij willen onze rechten en nemen met niets minder genoegen.” Hoewel ze geen strijders van de PKK zeggen te zijn, maar van de Populair Protection Units (YPG), is het onmogelijk om aan de overeenkomsten voorbij te gaan. Overal in de regio hangen posters van martelaren die stierven in de strijd voor de PKK, de beeltenis van Öcalan hangt bij vrijwel ieder checkpoint die de Koerden hebben opgeworpen en het politieke systeem wat de afgelopen maanden een gezicht kreeg is openlijk gebaseerd op de ideeën van de Turkse ideoloog.

De ruimte die de Syrische Koerden wordt gelaten om hun politieke systeem vorm te geven is de uitkomst van een complex politiek spel. In ruil voor een neutrale opstelling worden de Koerden in Syrië door het regime met rust gelaten. Deze neutraliteit betekent in de praktijk echter geen afzijdig houden van de opstand, want net als veel Syriërs kunnen ook de Koerden het regime niet luchten. Jarenlang werden ze onderdrukt en voor lange tijd ook niet erkend als Koerden. Toen de opstand tegen het regime begon zagen de Koerden hun kans en pakten ze de wapens op om hun vrijheid op te eisen.

Op verschillende plaatsen in Syrië vocht de YPG zij aan zij met het Vrije Syrische Leger. Op 19 juli trok de YPG in het westelijke Ain al-Arab naar overheidsdiensten en ziekenhuizen en nam deze in bezit. In de dagen daarna kwamen ook Dayr al-Zawr, Amuda, al-Darbasiyah, Afrin, Ras al-Ayn en delen van Qamishli onder controle van de Koerden. Ze namen de gebouwen in gebruik om hun politieke systeem invulling te geven, hielden partijcongressen en richtten plaatselijke besturen op. Op 10 november werden in Ain al-Arab, Efrin, Amuda en al-Derbasiyah ook vrijwel alle politieke en militaire zaken overgenomen. Het leger werd gemaand te vertrekken en hun wapentuig werd buitgemaakt. Daarna volgden andere steden en was de autonome Koerdische regio in Syrië een zo goed als voldongen feit.

Assad bleef echter enkel de controle houden over delen van de regio, zoals enkele legerbases, een vliegveld en verschillende olieraffinaderijen. In de regionale hoofdstad Qamishli zijn nog vijfduizend Syrische soldaten gestationeerd en lopen Syrische agenten hun ronde door de straten. Rond de stad en in verschillende door Arabieren bevolkte dorpen zijn checkpoints ingericht en wappert de Syrische vlag nog rustig in de wind.

De terugtrekking van het leger wordt dan ook wel gezien als een tactiek van Assad om zijn troepen elders in het land in te kunnen zetten. De Koerden laten het leger met rust en zouden soms zelfs helpen met het aanleveren van voedsel. Mede daardoor worden ze door het Vrije Syrische Leger beschuldigd om niet genoeg te doen in de revolutie en zelfs samen te werken met het regime. De Koerden ontkennen dit in alle toonaarden en zeggen ervan te zijn overtuigd dat ze het leger binnenkort helemaal uit de regio zullen verdrijven.

Wie er waarom de werkelijke macht in de regio heeft, blijft dan ook voorlopig onduidelijk. Feit is dat in de tussentijd een nieuw regime vorm krijgt in de kleuren rood, geel en groen, de kleuren van de PYD. In de door de Koerden gecontroleerde steden verrijzen de door Öcalan gepropageerde vrouwenhuizen, jeugdhonken en ‘Mala Gel’ (wat zoiets als Huis van de Natie betekent).

Revolutie in werking

In Al-Malakiyah, Derik voor Koerden, gelegen in het uiterste oosten van de regio, is het regime sinds 12 november volledig verdwenen en krijgt een heus Öcalan-land vorm. Overal in de stad wapperen vlaggen van de PYD en zijn de tekenen van het Assad-regime verwijderd. Het beeld van Hafez Assad in het centrum van het stadje is omvergetrokken en ligt in brokstukken in het omringende parkje. Verspreid door de stad verrijzen de verschillende afdelingen van de PYD in voormalige gebouwen van het Syrische regime.

Voor dirigent Zedan Judi is de prille vrijheid een ‘verschil tussen duister en licht’. Dat zegt hij glimlachend in het cultuurhuis van de stad. ‘We zingen weer. Dat is ongekend voor ons.’ Voordat de revolutie begon, repeteerden de groepsleden van de Judi-band noodgedwongen ondergronds en mocht hun repertoire alleen op 21 maart ten gehore worden gebracht, op Newroz, de dag dat de Koerden nieuwjaar vieren. Nu staat alweer het vijfde optreden op het programma. Aan de muren van de zaal hangen een dertigtal foto’s van voormalige groepsleden. Zij stierven in de afgelopen 25 jaar in de gelederen van de PKK tijdens gevechten met het Turkse of Syrische leger, grotendeels op de Judi-berg, die naast het stadje ligt.

Ook elders in de stad worden gebouwen ingericht die het politieke systeem een gezicht geven. Het voormalige militaire hoofdbureau, een gehaat gebouw waar op 12 november de enige dode van de stedelijke revolutie viel, huisvest sinds kort de lokale vrouwenorganisatie. In het ‘Mala Gel’, een centrale spil in de samenleving, wordt sinds 21 juli recht gesproken. Ook worden er beslissingen genomen over onderwijs, de samenleving, media, kunst en cultuur en is een zaaltje voor politieke bijeenkomsten ingericht. Een vrouw komt een stuk landbouwgrond opeisen wat haar 25 jaar geleden door troepen van Assad is afgenomen. Nu het regime is vertrokken probeert ze het terug te krijgen van de huidige eigenaars. De kersverse PYD-ambtenaar zegt het te zullen melden bij de commissie die over landbouw gaat.

Het politieke bureau van de PYD is gevestigd in een voormalig overheidskantoor. De geschilderde Syrische vlag op de muur is weggekrast en het is er koud. Talat Uniz, de leider van de PYG in Al-Malakiyah, zit, verwarmd met een dikke jas, aan zijn bureau. Achter hem pronkt een grote foto van Öcalan. ‘Het goede is dat het regime weg is en dat het veilig is. Het was een fascistisch regime dat veel mensen doodde’, zegt hij. ‘Het slechte is dat het regime en islamitische groepen als Jabhat al-Nusra ons momenteel omsingelen. Zij snijden ons af van elektriciteit, babymelk en medische zaken. Benzine en brood zijn erg duur. Daardoor zijn er nu problemen in de stad.’

Volgens Uniz ligt de schuld van de dreiging door islamitische milities bij Turkije. Zij zouden de strijders toelaten, trainen en betalen om onrust te creëren tussen de Koerden en de Arabieren in Syrië. ‘Die milities die ons nu aanvallen behoren niet tot het Vrije Syrische Leger. Wij willen hetzelfde als het Vrije Syrische Leger, namelijk vrijheid. We strijden ook samen met hen. De milities die ons bestrijden zijn mensen uit Libië, de Kaukasus en van Al-Qaida die strijden voor het geld. En Turkije betaalt hen. Want Turkije zal het niet toestaan dat waar ook ter wereld een regio ontstaat waar Koerden zelfbeschikking hebben’, zegt hij boos. ‘Maar we bereiden ons voor om ons te beschermen. Iedereen die hier komt bestrijden we, ook de Turken.’

Er kleeft nog een reden aan het gegeven dat de Koerden de niet-Koerdische milities buiten de deur houden. ‘Iedere stad waar Jabhat al-Nusra komt wordt gebombardeerd door het systeem. Daarom willen we ze hier niet,’ zegt hij. Even later vervolgt hij: ‘We hebben het Vrije Syrische Leger hier ook niet nodig omdat Assad al weg is. We hebben zelf de controle.’ Dat betekent echter niet dat de Koerden autonomie nastreven, benadrukt hij. ‘Voor de toekomst willen we een deel van een democratisch Syrië zijn. Samen met de Arabieren, de Christenen of wie dan ook. We geloven dat dit kan.’

Politiek mijnenveld

De grote vraag blijft in hoeverre de intenties van de Koerden gemeend zijn en hoe de omringende landen hierop zullen reageren. De ontwikkelingen baren momenteel vooral de Turken zorgen. Zij vrezen een sterk Koerdisch buurland, gebouwd volgens PKK-ideologie, en hebben al gedreigd met militair ingrijpen. De Turken zien in het gegeven dat Assad de teugels laat vieren voor de Koerden een bewuste provocatie om de Turken te straffen voor hun steun aan het Vrije Syrische Leger.

Ook het Vrije Syrische Leger is niet blij met de ontwikkelingen. Zij willen kostte wat kost één Syrië, inclusief de olierijke Koerdische regio met haar vruchtbare landbouwgrond. De autonome opstelling van de Koerden vertrouwen ze niet, en andersom is er ook weinig vertrouwen bij de Koerden jegens de Arabieren. Om de Koerden een hak te zetten sluiten ze de toevoerwegen naar de Koerdische regio af. Milities van het Vrije Syrische Leger raakten de afgelopen maanden in verschillende delen van het land geregeld slaags met Koerdische strijders.

En dan zijn er nog de Iraakse Koerden die een invloedrijke rol spelen in de broze status quo. Zij zeggen verbinding te voelen voor hun Koerdische broeders in Syrië, maar begeven zich in een politiek mijnenveld met buurlanden als Turkije, Iran en de centrale regering in Bagdad. Bovendien stuit de harde opstelling van de PYG veel Iraakse Koerden tegen de borst. Om de spanningen te temperen speelde de KRG een invloedrijke rol in de totstandkoming van de Hoge Raad, waarbij de twee Koerdisch Syrische partijen nader tot elkaar werden gebracht. Hulp voor de Koerden in Syrië blijft evenwel uit. De Irakezen sluiten met gemengde gevoelens hun grens en richten zich op het opvangen van Koerdische vluchtelingen in Domiz, een dorpje even ten oosten van de Syrisch-Iraakse grens.

De politieke situatie maakt dat de Koerden in Syrië momenteel zijn afgesloten van de buitenwereld. Uit Turkije komt niets, de Irakezen laten enkel oogluikend enkele smokkelaars toe en het Vrije Syrische Leger sluit de toevoer uit het westen van het land. In de Koerdische regio is daardoor een schrijnend gebrek aan veel producten.

Economische zorgen

De stad al-Malakiyah leidt net als veel andere steden in de regio aan een chronisch tekort van brandstof en elektriciteit, waardoor de economie op apegapen ligt. Vaste telefoon functioneert nog, maar het mobiele telefoonnet en internet liggen plat. In het centrum van de stad werkt een lokale smid hard om gaskachels om te bouwen tot houtkachels. Banketbakker Hasjal Tame (42) verkoopt zijn baklava ‘op de poef’ en zegt problemen te hebben om aan suiker en meel te komen. Het meeste voedsel in de stad komt uit omliggende dorpen.

Dalgash Gamal (28), eigenaar van een winkel in verzorgingsproducten, zegt dat zijn spullen tien keer zo duur zijn geworden sinds de revolutie. ‘Mijn producten komen uit Damascus, maar de wegen zijn afgesloten door het Vrije Syrische Leger en mijn spullen worden ingenomen door gewapende Arabische bendes. Er is nu een bedrijf die de leveranciers beschermt, maar daardoor worden de producten nog duurder. De meeste spullen komen nu uit Qamishli, waar het veiliger is’, zegt hij zorgelijk. Volgens hem hebben alle winkeliers in de stad hier last van.

Voor diesel en benzine is de regio aangewezen op smokkelaars. In het grensgebied is het een komen en gaan van jongens die met jerrycans en zaklampen van Syrië naar Irak rennen. Daar is de kans groot dat ze worden tegengehouden door Koerdisch-Iraakse Peshmerga, maar ze vinden af en toe toch manieren om benzine de regio in te smokkelen. Daar wordt het op straat verkocht in colaflessen voor drie euro per lier, tien keer zoveel als voor de revolutie. En dan nog is het schaars. Rijdende auto’s zijn een zeldzaamheid.

Oorlogsdreiging

De economische zorgen komen bovenop de oorlogsdreiging. De angst dat islamitische milities de broze veiligheid in de regio komen verstoren baart menig stedeling zorgen. In het westen van het land raakten Koerdische milities de laatste maanden verschillende keren slaags met milities van het Vrije Syrische Leger en in Qamishli vonden enkele bomaanslagen plaats. In Ras al-Ayn, in het westen van de Koerdische regio, ontstonden op 8 november de eerste gevechten in de regio tussen islamitische milities en Koerdische strijders van de YPG. Sindsdien wordt er dagelijks gevochten in de stad.

‘Ze kwamen om drie uur ‘s nachts vanuit Turkije en begonnen in de lucht te schieten om ons te verjagen’, zegt inwoner Walid Bako Sheiko (35). De volgende middag bombardeerde het Syrische leger de stad, volgens eigen zeggen om de islamisten te verwijderen. Die lezing gelooft Sheiko echter niet. Volgens hem was het bombardement een vergeldingsactie voor de Koerdische opstand tegen het regime. Vier mensen verloren hun leven bij de aanval, ruim twintig anderen raakten gewond. Even verderop is een tweede bomkrater te zien. Een kleine dertig huizen liggen aan puin, waaronder het huis van Sheiko. Honderden mensen vluchtten die dag naar het naastgelegen Turkije.

Momenteel zijn er twee partijen in de Koerdische regio in Syrië die de broze macht delen: De Democratische Unie Partij (PYD) en de Koerdische Nationale Raad (KNC). Hoewel ze in het verleden met elkaar in conflict kwamen, zijn ze sinds zes maanden verbonden in de Hoge Raad. Deze kwam tot stand onder invloed van de Iraakse Koerdische regionale regering (KRG) in Erbil. De KNC werd in oktober 2011 opgericht onder leiding van de huidige president van Iraaks Koerdistan Massoud Barzani. De partij is een combinatie van vijftien partijen en streven een regio na zoals hun Iraaks Koerdische buren dat ook hebben, met vergaande autonomie en democratie. De verschillende partijen die de KNC momenteel bevolken zijn een stuk minder radicaal dan de PYD. Zij zijn sterk ideologisch geladen en streven een samenleving na gebaseerd op de ideeën van PKK leider Abdullah Öcalan. Ze hebben ook een militaire tak: de Populair Protection Units (YPG). De PYD werd in 2003 opgericht en werkte tot 2010 ondergronds. Hun militaire tak beheerst momenteel de regio, maar staat momenteel formeel onder het bevel van de Hoge Raad. Bij checkpoints is echter overwegend de vlag van de PYD te zien en ze zouden zich geregeld dreigend opstellen tegen KNC leden. De PYD zegt zeventig procent van de steun van de ruim twee miljoen Koerden in de regio te hebben, andere bronnen speken van dertig procent. Veel strijders vochten voordat ze zich aansloten bij de YPG voor de PKK, de Koerdische Arbeiderspartij die in Turkije een gewapende strijd voeren voor Koerdische autonomie en op de terrorismelijsten van zowel de VS als de EU staan. De YPG wordt ook wel beschouwd als de Syrische tak van de PKK.

De strijd tussen islamitische milities en de YPG in Ras al-Ayn leidde aan Koerdische zijde tot nu toe tot zes doden en meer dan negen gewonden. Aan de zijde van de Arabieren zijn er veel meer slachtoffers, zegt de lokale YPG-commandant Gemshid Othman (40). ‘Het zijn strijders van de Liwa al-Tawhid en Liwaa al-Umma uit Aleppo en Idlib die ons aanvallen. Anderen komen uit de Kaukasus, Libië of Saoedi-Arabië. Maar er vechten ook Koerden mee. Ze horen niet bij het Vrije Syrische Leger en vechten alleen voor het geld’, zegt hij gelaten. Othman wijst beschuldigend naar Turkije. ‘Turkije heeft een plan om de Koerdische regio stad voor stad in chaos te storten. Maar dat zal hen niet lukken. We hebben hensuccesvol bestreden in Ras al-Ayn en hun opmars gestopt. We zijn beter georganiseerd dan hen en kennen de regio beter. De bevolking staat achter ons.’

De schrik bij de lokale bevolking zit er goed in. Om een voorbeeld te stellen werd op 9 november een YPG-strijder overreden door de islamisten. De christelijke eigenaar van een drankwinkel werd op 10 november gedreigd zijn hand af te hakken. Het graan werd gestolen, zodat er een gebrek aan brood is en lange rijen bij de bakkerijen staan. Het stadje doet spookachtig aan. Huizen zitten vol kogelgaten of zijn met de grond gelijk gemaakt. Winkels zijn gesloten en Koerdische rebellen hangen rokend uit ramen en klitten samen rond een vuurton. Af en toe zijn vrouwelijke rebellen te zien. Op de muren van huizen zijn verschillende leuzen te lezen, zowel van de YPG als islamitische strijders uit steden als Idlib en Dera.

Een week eerder was er nog een felle strijd gaande, maar de afgelopen dagen is het rustig gebleven, zegt een rebel. Samen met vijf jongens drinkt hij thee en rookt hij sigaretten. ‘De meeste milities zijn inmiddels teruggekeerd naar Turkije’, zegt een ander. ‘De rest is naar de rand van de stad verdrongen. Een deel houdt zich daar schuil onder de grond en er zijn nog sluipschutters actief.’ Hij maakt zich daar echter niet erg druk over. ‘Ze zijn met meer dan ons, maar kennen de stad niet zo goed omdat ze niet van hier zijn. Wij zullen hen verjagen, net als iedereen die hier komt om ons onze vrijheid te ontnemen. Want dit is ook onze revolutie. Wij willen onze rechten.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift