Drie portretten uit eenzelfde hoofdstad

‘Achter elke Brusselse deur schuilt een andere wereld’

© Goden van Molenbeek

Voor Aatos en Amine is Molenbeek hun thuis

Slechte reclame bestaat niet, zegt men. De lockdown en de aanslagen in Brussel in 2016 deden de reputatie van de hoofdstad geen goed. Met campagnes als Call Brussels en #Sprouttobebrussels overtuigde men toeristen onze hoofdstad nog een kans te geven. Maar nog effectiever dan dure marketingcampagnes zijn films die de echte verhalen uit de stad delen. Drie documentairemakers maken een vuist tegen al wie onze hoofdstad reduceerde tot een hellegat.

‘Voor hen is Molenbeek een normale plek om te leven’

Aatos spreidt het gebedskleed uit op het gras. ‘Kom, Amine! Stap maar op, we vliegen naar Finland’. Amine springt aan boord en samen reizen ze van Molenbeek via Finland naar Marokko en terug. In de documentaire Goden van Molenbeek zien we twee zesjarige buurjongens opgroeien in de Brusselse gemeente van amper zes vierkante kilometer groot, die in 2015 tot Europese hoofdstad van het jihadisme werd gekroond.

Voor de Finse filmmaakster Reetta Huhtaanen was Molenbeek misschien ook niet meer dan een zwarte vlek geweest, ware het niet dat haar zus er met haar gezin woonde. ‘Voor hen is Molenbeek gewoon een normale plaats om te leven. En dat is het ook voor de meeste inwoners’. Terwijl overal in Europa de vooroordelen over moslims toenamen zag ze hoe haar neefje Aatos gretig op ontdekking ging in de leefwereld van zijn buren.

‘Amine, wat is een moslim?’ vraagt Aatos aan zijn beste vriend. ‘Iemand die geen varkensvlees eet’, antwoordt Amine. Wie is de god van Amine en wie is de zijne, vraagt de Finse jongen zich af. En vooral, wie is de grootste? Het vriendinnetje uit de Steinerschool vindt God een verzinsel en legt Aatos uit dat hij moet geloven in de natuur en de chaos. Thor, Poseidon, Jesus en Allah, ze krijgen van Aatos allemaal een kans.

‘De nieuwsgierigheid van Aatos kan ons iets leren over hoe we kunnen omgaan met de dingen die we niet begrijpen’, zegt Huhtaanen. ‘In plaats van zich af te wenden van wat anders is, grijpt hij het vast en gaat hij op onderzoek uit.’

Terwijl de aanslagen Molenbeek en haar gemeenschap onder hoogspanning plaatsen, praten de kinderen open over geloof, humanisme, het leven en de dood. Hun ouders delen taart en zingen in zes talen een verjaardagslied. Enkel in de periscoop van Aatos vangen we een glimp op van de politieke gebeurtenissen in 2016, het jaar waarin de film gedraaid werd.

Huhtaanen wil de problemen binnen de wijken ook niet ontkennen. ‘We stellen niet scherp op wat er gebeurt in de wereld van de volwassenen, maar op de reacties van de kinderen op die wereld. De film gaat niet over de terroristische aanslagen. Hij toont hoe dergelijke gebeurtenissen het spel en de gedachtegang van een kind beïnvloeden.’

Deur naar een andere wereld

Filmmaker Hannes Verhoustraete woont in Brussel. Net als bij Aatos werd zijn nieuwsgierigheid door een buurman geprikkeld. De Congolese Jean-Simon, Jeancy voor de vrienden, woont in het appartement onder hem. Dankzij zijn buurman leerde hij naar eigen zeggen een ander stukje van zijn stad kennen. ‘Achter elke Brusselse deur schuilt een andere wereld.’

‘Er bestaat niet zoiets als dé Congolese gemeenschap’

Brussel herbergt 182 verschillende nationaliteiten. Volgens het World Migration Report 2015 is onze hoodfstad daarmee de meest kosmopolitische stad van Europa en na Dubai van de wereld. Hoe groot de Congolese gemeenschap in Brussel is weten we niet precies. Ons land heeft enkel cijfers van Congolezen die in België wonen en de Belgische nationaliteit niet hebben. Dat zijn er meer dan 20.000. Een kleine 9.000 van hen wonen in Brussel.

Hannes volgt met zijn camera het verhaal van één van die 9.000. In Un Pays Plus Beau qu’avant wordt het verhaal van Jeancy afgewisseld met gebeurtenissen in de Congolese diaspora. Daarmee lijkt hij te kiezen voor een portret van een gemeenschap.

‘Er bestaat niet zoiets als dé Congolese gemeenschap’, beseft Verhoustraete. Net als in de hele maatschappij trekken ook sociale breuklijnen door de diaspora. ‘Bovendien is Congo ook een enorm land. Mensen uit Kasaï komen uit een compleet andere regio dan die uit Kinshasa of het oosten van het land.’

Ook tussen generaties stelde Verhoustraete grote verschillen vast. ‘Als je zoekt naar wat hen verbindt, is het misschien de grote politieke betrokkenheid. Politiek zit bij veel mensen van de Congolese diaspora verweven in hun dagelijkse conversaties. Ze praten er veel over en hebben er vaak een uitgesproken mening over.’

Om die reden verweeft Hannes het verhaal van Jeancy met flarden uit politieke discussies tussen oude mannen op café en gesprekken waarin jonge vrouwen de historische discriminatie aanklagen. We zien optochten voor het Patrice Lumumbaplein en tegen Kabila en voelen hoe het Congo van vandaag en gisteren verweven is met Brussel.

Informele economie

‘We kopen hier spullen ter waarde van een euro en verkopen het daar voor twee en een halve euro’. Met deze simpele wiskunde probeert Jeancy een vriend te overtuigen om te investeren in zijn volgende onderneming. De man worstelt om te overleven. Hij zoekt een uitweg uit de armoede door de brug te slaan tussen de informele economie in België en die in zijn moederland.

‘Ik heb geleefd alsof niets ertoe deed. Nu ben ik de vijftig voorbij en is het genoeg geweest’

Google streetview is volgens Verhoustraete een boeiend tijdsdocument. Behalve de verschillende nationaliteiten brengt de virtuele weergave van de stad ook goed de informele economie in beeld, die Brussel kenmerkt. ‘Het zwartwerk is altijd al een onderdeel geweest van de Belgische economie. Maar in de hoofdstad is het aandeel informele economie misschien groter dan in andere delen van het land.’

© Google streetview

De beelden van Google streetview leggen een stuk van de informele economie in België bloot

‘Ik heb geleefd alsof niets ertoe deed. Nu ben ik de vijftig voorbij en is het genoeg geweest.’ De strijd tegen stilstand en armoede overstijgt het portret van een man en een gemeenschap. De wagen van Google legt het beeld vast van mannen die net als Jeancy een auto volsjouwen met spullen voor markten in andere oorden. Brussel is een poort naar misschien wel 182 en meer werelden.

Samen in bad

© Bain Publics

In het zwembad van de Marollenwijk verzamelt Kita Bauchet portretten in haar film Bain Publics

Er zijn plaatsen waar al die werelden soms ook lijken samen te komen. Bains Publics van Kita Bauchet bekijkt Brussel niet door de bril van een inwoner of een gemeenschap, maar door die van een plaats waar de inwoners passeren. Het stedelijk zwembad van de Marollen huisvest een klein en groot zwembad, een bokszaal en openbare douches.

‘Brussel is een van de enige hoofdsteden met echte volkswijken in het centrum van de stad’

‘Het enige geluk dat ik mijn leven had was deze job vinden. Anders was ik misschien ook bij het leger des heils beland.’ Viviane kwam zich als tiener samen met haar moeder in het Brusselse badhuis wassen. Voor het zwembad op de derde verdieping was er geen geld. Streng, maar met een milde ondertoon houdt ze al veertig jaar de douches proper en ontvangt ze de onderklasse van de Marollenwijk.

‘Bains Publics is een eerbetoon aan Brussel’, zegt Kita Bauchet. De Franse documentairemaakster woont zelf al vijfentwintig jaar in onze hoofdstad. Brussel heeft volgens haar een troef die we moeten beschermen: ‘Het is een van de enige hoofdsteden met echte volkswijken in het centrum van de stad.’ Zelf groeide ze op in een wijk in Parijs die toen ook nog een volks karakter had. ‘Vandaag zijn de huizen er onbetaalbaar geworden en kunnen enkel grootverdieners er nog wonen. De andere sociale klassen worden de stad uitgeduwd. In Brussel zet de gentrificatie zich ook in, maar toch is die nog niet zover gevorderd als in steden als Parijs of Londen.’

Bauchet vond in het badhuis de sociale mix die de Marollenwijk zo kenmerkt. De Europese ambtenaar die baantjes trekt, de jonge tiener die zijn energie kwijt moet in het water, de dames op leeftijd die de spieren losgooien tijdens de aquagym, de jongeren van de boksclub en de gymnasten van het waterballet. ‘In hun zwemkleren vervagen de verschillen’, stelde ze tijdens de opnames vast.

De recreatieve zwemmer kruist in de gangen de schoolkinderen en jongeren met een beperking. Aan de kassa staan ze samen in de rij met de dakloze die zich in de publieke douches even komt opfrissen. Bij het buitengaan gaan ze samen op in een wolk van zeep.

‘Ja, de mensen zijn vuil. Ja, ze stinken. Maar je moet ze aanvaarden zoals ze zijn’

De bezoekers en het personeel zijn allemaal Marollenaars. Toch leert de film ons volgens Bauchet ook iets over de ongelijkheid in de wijk. Het viel haar op dat veel zwemmers pas bij het zien van haar film te weten kwamen dat er op de benedenverdieping publieke douches zijn. ‘Omgekeerd hebben de mensen die zich beneden wassen vaak nog nooit het zwembad boven gezien.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Haar dochter begrijpt het niet altijd, hoe Viviane de job kan blijven doen. ‘Ja, de mensen zijn vuil. Ja, ze stinken. Maar je moet ze aanvaarden zoals ze zijn. Morgen kan het mij overkomen’. In Bains Publics hoor je de bezoekers pas spreken wanneer ze de natte haren hebben drooggewreven. Of het nu een dakloze is die zich net heeft opgefrist, of de zwemster die net wat stress uit haar lijf heeft gezwommen, ze hebben allemaal diezelfde voldane glimlach op de lippen.

‘Sinds de aanslagen moeten we nog meer tonen hoe we wél kunnen samenleven,’ vindt Bauchet. Ze hoopt dat Brussel zijn eigenheid kan behouden en de gentrificatie minder kapitaalkrachtige groepen niet de stad uitdrijft. Deze film is haar pleidooi om samen te blijven baden.

Bains Publics en Goden van Molenbeek zijn te zien op Docville in Leuven. Un pays plus beau qu’avant wordt tijdens het Courtisane Festival in Gent vertoond.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift