Bertha Zúñiga Cáceres: ‘Mijn vermoorde moeder zal terugkomen en ze zal met miljoenen zijn’

Na de moord op de Hondurese milieu- en mensenrechtenactiviste Berta Isabel Cáceres Flores in maart 2016 riepen activisten en organisaties wereldwijd: ‘Berta is niet dood, ze is verveelvoudigd.’ Die reactie wordt in elk geval waargemaakt door de vier kinderen van Cáceres, die haar activisme voortzetten. Een profiel van dochter Bertha Zúñiga Cáceres.

Daniel Cima (CC BY 2.0)

Bertha Zúñiga Cáceres spreekt de mensen toe tijdens een wake ter herdenking van haar moeder die een maand eerder vermoord werd.

Global Witness noemt Honduras het dodelijkste land ter wereld voor milieuactivisten. En de concurrentie is letterlijk moordend: in 2015 zijn wereldwijd maar liefst 185 land- en milieuactivisten vermoord in zestien verschillende landen.

Berta Cáceres, zelf een inheemse Lenca uit Honduras, was medeoprichtster van de Raad van Inheemse Volken van Honduras (COPINH). Zij verzette zich tegen de bouw van de Agua Zarca-dam op de Gualcarquerivier, een van de grootste waterkrachtprojecten in Centraal-Amerika.

In de toewijzing van de concessies voor dat project aan het Hondurese bedrijf Desarrollos Energéticos Sociedad Anónimo (DESA S.A.) vonden verschillende ernstige onregelmatigheden plaats. Berta Cáceres leidde in de periode die voorafging aan haar dood het verzet tegen de illegale toekenning van het damproject, en tegen nog 49 andere concessies in het Lenca-territorium. De dammen moeten honderden mijnprojecten van energie voorzien. Cáceres organiseerde gemeenschapsvergaderingen, protest en een wegblokkade die meer dan een jaar standhield.

‘De Gualcarquerivier heeft ons geroepen, net als andere rivieren in de wereld die bedroefd zijn. We moeten opstaan. Moeder Aarde is gemilitariseerd, omsingeld, vergiftigd; haar basisrechten worden systematisch geschonden. Daarom moeten we optreden. Ik draag deze prijs op aan alle opstanden, aan mijn moeder, aan het Lencavolk, aan de Rio Blanco, aan de COPINH, aan alle martelaren voor de verdediging van de natuur. Dank u wel.’
(Berta Isabel Cáceres Flores bij de ontvangst van de Goldman Prize in april 2015)
De familie Cáceres publiceerde in februari van dit jaar samen met Oxfam het rapport Feiten en omstandigheden rondom de moord op Berta Cáceres Flores. Op zoek naar de intellectuele aanstichters. Volgens het rapport zijn er ten minste vier personen in hechtenis genomen voor de moord op Cáceres die connecties hebben met het leger, en een werknemer van het bedrijf DESA.

Honduras is niet alleen voor milieuactivisten een onveilige plek, het is ook in het algemeen een van de onveiligste landen ter wereld. 97 procent van de moordzaken blijft onopgelost.

Honduras is niet alleen voor milieuactivisten een onveilige plek, het is ook in het algemeen een van de onveiligste landen ter wereld. 97 procent van de moordzaken blijft onopgelost. Berta Cáceres, verschillende leden van de COPINH en ook de kinderen van Cáceres kregen bedreigingen. De kinderen van Cáceres zagen zich hierdoor genoodzaakt in het buitenland te studeren.

De dochters en de zoon van Berta Cáceres eisten vanaf dag één na de moord op hun moeder meer openheid van de Hondurese staat over het onderzoek. Bertha Zúñiga Cáceres woont weer in Honduras en was in april voor de tweede maal in Brussel om steun te vragen voor het onderzoek naar de moord op haar moeder. Zúñiga Cáceres is in de strijd gegooid. Ze verzet zich tegen de macht van grote bedrijven, gesteund door de staat, en vecht voor de cultuur, het overleven, de spiritualiteit en de natuur van de Lenca. ‘Dit grote engagement heeft natuurlijk te maken met onze moeder en onze verbondenheid met haar strijd’, legt ze uit.

Internationale actie

Ook wij als Europese burgers zijn hierbij betrokken. Zúñiga Cáceres vroeg van het Belgisch ministerie van Buitenlandse Zaken de garantie dat Europese bedrijven die in Honduras investeren maatregelen nemen om internationale en nationale normen van mensenrechten te respecteren. Het Agua Zarca-project is in handen van het Hondurese bedrijf DESA, maar krijgt financiering van de Nederlandse en Finse ontwikkelingsbanken FMO en Finnfund. Verschillende Europese landen financieren bovendien de Centraal-Amerikaanse Bank voor Economische Integratie, die op haar beurt in Agua Zarca investeert.

© Jeroen Los

 

Zúñiga Cáceres noemt Honduras economisch afhankelijk. ‘Het land verliest zo voelbaar zijn autonomie. De grondstoffen- en energieprojecten zijn alleen mogelijk door Europese en Noord-Amerikaanse investeringen.’ De jonge mensenrechtenactiviste windt er geen doekjes om: ‘Bedrijven en overheden zijn administrateurs van de armoede van de inheemse volken.’

De Conventie 169 over Inheemse en Tribale Volken van de Internationale Arbeidsorganisatie schrijft voor dat inheemse volken geraadpleegd moeten worden over ontginningsactiviteiten op hun grondgebied. De concessie en de milieuvergunning van het Agua Zarca-project kwamen er zonder zo’n consultatie. Bovendien criminaliseert de Hondurese overheid het protest van de COPINH ertegen. De Lenca woonden op hun territorium voor de oprichting van de Hondurese staat. De Gualcarquerivier heeft voor de Lenca spirituele betekenis en wordt bewoond door vrouwelijke krachten die de rivier beschermen. De rivier voorziet in drink- en irrigatiewater voor de honderden Lenca’s die langs haar oevers wonen. Maar er is meer: inheemse landrechten zijn volgens de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) cruciaal in de strijd tegen de klimaatverandering.

‘Vandaag wil ik dat we de nalatenschap van mijn moeder eer bewijzen, een nalatenschap voor alle volkeren. Zij vocht voor het leven, voor echte en integrale veranderingen. Daarom zal zij terugkomen en ze zal met miljoenen zijn.’
(Bertha Zúñiga Cáceres, Vergadering van de VN-Commissie over de Status van Vrouwen, maart 2016)
Zúñiga Cáceres stelt wel dat inheemse gemeenschappen een andere interpretatie van duurzame ontwikkeling verdedigen. Ze heeft het dan onder andere over hernieuwbare energieprojecten, die evengoed tot schendingen van de rechten van de inheemsen leiden: ‘De vraag naar hernieuwbare energie neemt wereldwijd toe als gevolg van de opwarming van de aarde. De inheemse gemeenschappen zijn de enigen die de natuur hebben gevrijwaard. En nu komen ze ons opleggen hoe wij moeten omgaan met de opwarming van de aarde.’

De verandering moet volgens haar van onderop komen: ‘De lokale gemeenschappen moeten het doen. Zij hebben de ervaring en zijn de slachtoffers van de situatie. We begrijpen dat onze handen deels gebonden zijn. Onze invloed, onze beslissingsmacht en ons kapitaal zijn beperkt. Maar wij willen de leiding nemen.’

De klimaatactivist Daniel Macmillen benadrukt dat, om onze gezamenlijke problemen aan te pakken, de gemeenschappen moeten kunnen beslissen over hun eigen territoria. ‘Om dit te versterken hebben we lokale strijd nodig, maar ook een architectuur van internationale normen die dit proces van lokale eisen beschermt’, aldus Macmillen.

Meer dan duizend vertegenwoordigers van inheemse volken uit de hele wereld kwamen begin mei samen voor een vergadering van het Permanent Forum voor Inheemse Zaken (UNPFII) in New York. Op regionaal niveau vond in april het achtste Sociale Pan-Amazone Forum (Foro Social Panamazónico) plaats in Peru om de samenwerking tussen volken in de Amazone en de Andes op het gebied van respect voor natuur, territorium en leven te versterken. Er is vooruitgang en er zijn internationale en regionale overlegpodia en overeenkomsten. Er is echter dringend concrete actie vereist, op alle niveaus. Toch ziet Zúñiga Cáceres lichtpuntjes: ‘Er zijn heel veel gemeenschappen in verzet en dat kan je voelen.’

‘Verzet is niet zinloos’

‘Mijn oma was hoofd en beschermster van de familie. Ik ben niet haar eerste dochter, en de naam Bertha werd mij toevallig toebedeeld’, vertelt Zúñiga Cáceres. ‘Heel mijn familie is actief in de COPINH. De organisatie is voor ons ook familie.’ Zijzelf, haar zussen en haar broer groeiden op met de “politieke school” van de COPINH. Het verzet van de Cáceres-vrouwen is een intergenerationele strijd die vele Lenca-generaties teruggaat.

‘Als het winstbejag van bedrijven in het gedrang komt, dan blijken er plotseling grenzen te zijn aan het beschermen van de mensenrechten.’

Mensenrechtenverdedigers zijn wereldwijd belangrijk. ‘Als het winstbejag van bedrijven in het gedrang komt, dan blijken er plotseling grenzen te zijn aan het beschermen van de mensenrechten’, zegt Zúñiga Cáceres hierover. De internationale erkenning van de Goldman Prize kon Berta Cáceres niet redden, maar haar strijd leeft voort. Miriam Miranda van de Hondurese Broederlijke Organisatie van Zwarten (OFRANEH) zei na de moord op Berta Cáceres: ‘Er zijn duizenden Berta’s op de wereld.’ De gerenommeerde klimaatactiviste en auteur Naomi Klein schreef naar aanleiding van de overwinning van de Sioux-indianen van Standing Rock dat het verband tussen verzet en resultaat onmiskenbaar is, ‘het toont mensen overal dat zich organiseren en verzet niet zinloos zijn’.

Op heel wat affiches staat de foto van Berta Cáceres met de slogan “Volveré y seré millones”, een uitspraak die toegeschreven wordt aan de achttiende-eeuwse Boliviaanse indianenleider Túpac Katari, die gevierendeeld werd door de Spaanse kolonisatoren. ‘Ik kom terug, en ik zal met miljoenen zijn’: het is een waarschuwing voor de mijnbouwfirma’s én voor de financiële instellingen die hun activiteiten financieren. De strijd van Berta Cáceres leeft verder, in haar kinderen, duizenden andere inheemsen, en mensenrechten- en klimaatvoorvechters op alle continenten.

Zúñiga Cáceres maakt deze rol van inheemse vrouwen in al hun diversiteit als milieu- en mensenrechtenverdedigers verder zichtbaar. ‘Mijn moeder stelde vragen en creëerde kritische ruimten. Dat is de essentie van Berta Cáceres’, besluit haar dochter.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift