#Rechtoprepareren: eerst repareren, pas later recycleren

Je herstelt niet alleen spullen, ook mensen

© Allée du Kaai / Tine Declerck (CC BY-NC-ND 2.0)

Een Repair Café in Brussel in 2019

Meer dan recycleren, is repareren essentieel voor de uitbouw van een circulaire economie. ‘Alle spullen die we produceren, moeten we kunnen herstellen. Nu is het omgekeerde waar.’ Met een manifest eist de Repair&Share-beweging dat recht op repareren op.

25 jaar. Zo lang al is circulaire economie een buzzword in regeringskringen en bedrijfsraden. Zo lang al vindt zowat iedereen het een geweldig goed idee om het lineaire van onze productieketens zo om te buigen dat ze circulair worden. De waardevolle neveneffecten zijn besparingen op primaire grondstoffen, minder afval en wat er rest aan afval kan weer grondstof worden. Er zijn amper rationele argumenten te verzinnen tegen een circulaire economie. Toch komt die kringloopeconomie amper van de grond. Integendeel. Het gaat achteruit met de circulariteit.

Het gaat achteruit met de circulariteit.

In die 25 jaar van praten, proeftuinen en experimenten wereldwijd ontginnen we meer grondstoffen en hergebruiken we steeds minder. In 2018 noteerde het Circularity Gap Report nog een hergebruik van 9 procent, in 2019 was dat gedaald naar 8,6. Ondertussen verschepen we jaarlijks zo’n 100 miljard ton materialen over de wereld om er koffiezetapparaten, stofzuigers, haardrogers, tablets, smartphones, en vul zelf maar aan, van te maken. In 2010 was dat nog 78 miljard ton.

De hoeveelheid grondstoffen die we erdoor jagen is de voorbije vijftig jaar verdrievoudigd en groeit sneller dan de wereldbevolking. De hele keten van ontginning, verwerking van grondstoffen en energieverbruik voor de productie is bovendien goed voor vijftig procent van de globale CO2-uitstoot. Minder primaire grondstoffen ontginnen betekent minder uitstoot.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Smart of dom?

‘Als je alles in rekening brengt, van de impact op het land over waterverbruik tot giftige stoffen die vrijkomen, dan drukt de berg aan spullen die we verzetten de grootste stempel op onze omgeving en het milieu’, vertelt Rosalie Heens van Repair&Share vzw. Samen met de Franstalige zusterorganisatie Repair Together voeren zij België campagne voor het Recht op Repareren. Het manifest dat ze schreven, is een manier om iedereen die wil repareren te verenigen.

Spullen langer gebruiken, herstellen en hergebruiken vormen het fundament van een circulaire economie.

Repareren moet een recht worden en producten horen zo ontworpen te zijn dat ze hersteld kunnen worden. Spullen langer gebruiken, herstellen en hergebruiken vormen het fundament van een circulaire economie. Alleen zijn de meeste producten niet gemaakt om lang mee te gaan, laat staan om hersteld te worden. Ook daarover bestaan cijfers. Elektrische toestellen, van wasmachines tot microgolfovens en koptelefoons, gaan gemiddeld twintig procent minder lang mee dan twintig jaar geleden.

‘Veel toestellen worden zogezegd smart. Er zit meer software ingebouwd, waardoor ze makkelijker kapot gaan en moeilijker te herstellen zijn. Zeker als er geen handleidingen worden vrijgegeven’, vertelt Heens. ‘En er is de tendens om veel toestellen kleiner te maken. Hierdoor worden ze kwetsbaarder en opnieuw niet makkelijk om te repareren. Het is bijna altijd eenvoudiger iets nieuws te kopen dan om wat oud is te laten herstellen.’

© Netwerk Bewust Verbruiken

De reden is even simpel als de huidige economische logica. In een economie gebaseerd op groei van consumptie staat de productie van nieuw centraal. Het is alvast een belangrijke verklaring waarom zowel het herstellen van goederen als de circulaire economie in zijn geheel voorlopig een sympathiek randfenomeen blijven. Hoe zijn de principes van duurzaam ontwerp en minder nieuw te verzoenen met steeds meer nieuw?

Hersteleconomie

Het pleidooi voor herstel nestelt zich pal in dat spanningsveld. In tegenstelling tot het sensibiseren voor recycleren dwingt het producenten hun zakenmodel te herbekijken. ‘Binnen de circulaire economie vormt recyclage de laatste stap. Dat doe je in theorie pas als er geen andere optie rest’, legt Heens uit. ‘In praktijk en in beleidsmaatregelen zie je net het omgekeerde. We zetten zeer sterk in op recyclage. Het is de eenvoudigste en populairste stap want je stelt amper iets in vraag.’

‘We zetten zeer sterk in op recyclage. Het is de eenvoudigste en populairste stap want je stelt amper iets in vraag.’

‘Als een toestel kapot is, smijt je het gewoon in de juiste inzamelbak. Ook voor producenten verandert er niets. Ze betalen een recyclagebijdrage en krijgen de opdracht zo’n 80 procent van hun producten te recycleren, maar ze blijven evenveel produceren en verkopen. Als toestellen langer meegaan en verplicht herstelbaar worden, tja, dan spreek je stilaan over een ander economisch model. Eentje dat de natuur geen permanente schade toebrengt.’

In 2016 onderzocht Deloitte of er toekomst zat in zo’n hersteleconomie. Absoluut, luidde de conclusie. Eenvoudige wijzigingen zoals wisselstukken ter beschikking stellen en handleidingen publiek maken, kon een heel netwerk van herstelbedrijven laten opbloeien. ‘Op dit moment maakt repareren amper 0,5 procent uit van de economische activiteit in Europa. In ons land ligt het cijfer nog lager. Als we alle schoenmakers, electro-herstellers, smartphoneherstellers, fietsenmakers, meubelherstellers samentellen, komen we in België aan een 3.000-tal zaken, goed voor slechts 0,2% van het totaal aantal jobs. Onze buurlanden doen het beter, al is ook daar de reparatiesector het kleine broertje. In Frankrijk, het land met de beste score, vertegenwoordigen herstellers 0,47% van de jobmarkt’, zegt Heens. ‘Ze zijn ook niet echt georganiseerd en wegen niet op het beleid. Maar als je dat ondersteunt en laat uitbreiden, schep je kansen voor hoogwaardige, kwalitatieve jobs waaruit mensen veel voldoening halen.’

© Allée du Kaai / Tine Declerck (CC BY-NC-ND 2.0)

Ze merkt dat in de Repair Cafés. Niet alleen houden die stand, jaar na jaar breiden ze ook uit. Het zijn ontmoetingsplaatsen. Herstellen is sociaal, het maakt gelukkig en het is afwisselend. Soms lijkt het alsof met de spullen ook de mensen hersteld worden. Toch blijft de vraag of in een samenleving waarin men krantenartikels wijdt aan de lancering van een nieuw model smartphone herstel van het oude evenveel waarde kan krijgen? Willen we niet liever wat nieuw is dan wat gerepareerd is?

Herstellen is sociaal, het maakt gelukkig en het is afwisselend. Soms lijkt het alsof met de spullen ook de mensen hersteld worden.

Heens verwijst naar een Eurobarometer van maart 2020. Daarin werd de vraag voorgelegd aan mensen hoe lang ze hun smartphone zouden willen gebruiken. Vijf jaar, liet 75 procent van de Belgen weten. Nu is dat gemiddeld twee jaar. ‘Omdat ze kapot zijn en je echt veel moeite moet doen om een andere batterij te vinden of om een gebroken scherm te laten herstellen. Of omdat ze trager beginnen werken. De Europese Commissie werkt nu aan een regelgeving rond ecodesign voor smartphones. Een van onze eisen is dat fabrikanten een duidelijk onderscheid maken tussen noodzakelijke en minder noodzakelijke software-updates. Ze mogen niet ingezet worden om een toestel vroegtijdig te laten verouderen.’

Repareren is innoveren

Op een meer filosofisch en maatschappelijk niveau richt het recht op herstel ook de schijnwerpers op dat zogenaamde verlangen naar nieuw en nieuwer. Want vormt vernieuwing de drijvende kracht achter innovatie? Of verwarren we innovatie net iets te vaak met overbodige ontwikkelingen? Niemand formuleerde waarschijnlijk scherper de kern van de circulaire economie dan de ecologisch econoom Tim Jackson. ‘De belangrijkste strategie van de circulaire economie is niet recyclage of hergebruik, wel het herdenken van ieder mogelijk product vanuit de vraag: hebben we dit werkelijk nodig?’

‘Wat is verbetering? Een spraakgestuurd koffiezetapparaat levert daarom geen betere koffie op, maar is wel moeilijker te repareren.’

Heens glimlacht. ‘Recht op repareren gaat ook daarover. Wat is verbetering? Een spraakgestuurd koffiezetapparaat levert daarom geen betere koffie op, maar is wel moeilijker te repareren. Wat vinden we belangrijk? De kwaliteit van een product of willen we snel iets nieuws met de bijhorende ecologische kost? Meer repareren zal geen rem zetten op innoveren. Hoe je producten zo ontwerpt dat ze herstelbaar zijn, ook voor doe-het-zelvers, voor vrijwilligers in Repair Cafés, daar ligt een heel veld aan toekomstgerichte innovatie open.’

Om die hersteleconomie stapsgewijs uit te bouwen en mogelijk te maken, legt Recht op Repareren drie praktische eisen op tafel. ‘Het verplicht beschikbaar stellen van wisselstukken en degelijke herstelinformatie. Producenten schermen vaak met veiligheidsrisico’s als hen gevraagd wordt waarom je bepaalde toestellen niet gewoon kan openschroeven. Maar als je degelijke wisselstukken voorziet en een stapsgewijze handleiding met alle mogelijke veiligheidsrisico’s, dan hoeft dat geen probleem te zijn. ‘We kunnen toch geen magazijnen vol wisselstukken uitbaten’, zeggen ze dan. Dat hoeft ook niet. Als we ervoor zorgen dat onderdelen net iets meer uniform en gestandaardiseerd zijn, dan kan ik me inbeelden dat veel wisselstukken ergens lokaal geprint worden met een 3D-printer. Ook dat is innovatie.’

© Netwerk Bewust Verbruiken

Men koppelt het manifest ook aan een campagne om de wettelijke garantietermijn te verlengen. In België is die twee jaar. Het Europese minimum. Verschillende andere Europese landen bieden hun burgers meer bescherming, sommige tot wel 8 jaar. Heens: ‘Na zes maanden moet je hier trouwens bewijzen dat het toestel kapot is door een productiefout en niet door jouw fout. We weten dat toestellen minder snel verslijten zo lang ze onder garantie vallen. We hebben er veel bij te winnen om die termijn op te trekken. Het is een klein begin. Maar het is een begin.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's