Dossier: 
Gewezen kindarbeider wil komaf maken met wanpraktijken in de jeansindustrie

Turkse jeansproducent Bego Demir vecht met eigen label voor eerlijke arbeidsomstandigheden

© Bego Jeans

Tien jaar lang werkte Bego Demir als kindarbeider in de jeansindustrie. Tot hij door een stoflong meer dan de helft van zijn longcapaciteit kwijtraakte. Diezelfde chronische aandoening werd ook talloze collega’s fataal. Vandaag protesteert Demir tegen ziekmakende processen in de textielsector en richtte hij zelfs een eigen jeansmerk op om bedrijven te tonen hoe het wél moet.

122 Zoveel vrienden en collega’s heeft Bego Demir, tot 2005 textielarbeider in Istanboel, in de loop van de jaren verloren. De reden is niet ver te zoeken. Open je kleerkast en je vindt er vast wel eentje. Of twee, of twintig.

Bijna iedereen heeft een jeansbroek in zijn kast. ‘Killer jeans’, zoals Demir ze noemt. Als kindarbeider werkte hij vanaf zijn vijftiende in een fabriek waar jeans geproduceerd worden. Zo liep hij dezelfde ziekte op waaraan de voorbije jaren zoveel vrienden bezweken: silicose, beter bekend als stoflong.

Hoe ben je in de textielindustrie beland?

Bego Demir: Mijn familie is afkomstig uit Bingöl, een stad in het oosten van Turkije. Op mijn vijftiende verhuisde ik naar het westen van het land, om geld te verdienen voor wie achterbleef. Door een sociaal conflict konden we niet meer leven van de landbouw. Daarom ging ik werk zoeken. In Istanboel konden mijn twee jongere broers, enkele neven en ik aan de slag in een textielfabriek. We maakten broeken voor het bekende Amerikaanse merk Tommy Hilfiger.

Kun je beschrijven hoe het eraan toeging in de fabriek?

Bego Demir: De fabriek was vuil, ronduit vies, maar wij wisten niet beter. Mijn job bestond in het zandstralen van jeansbroeken. Dat is een proces om jeans te bleken, zodat ze er afgedragen uitzien. Die look is sinds de jaren tachtig helemaal in de mode.

We bestraalden de jeansbroeken onder hoge druk met zand. Zodra de zandkorrels op de stof terechtkwamen, vielen ze uiteen in kleinere korrels. We wisten toen nog niet dat die partikels ons op een dag zouden doden. We sliepen ook in de fabrieken, we hadden geen ander onderdak. Zo werden we voortdurend blootgesteld aan de zandpartikels, en werden we een voor een ziek.

Hoe uit silicose zich? Heb jij nog steeds last van de ziekte?

Bego Demir: Silicose is een chronische aandoening. Als je een stoflong hebt, en je doet in de winter een verkoudheid op, beland je een maand lang in het ziekenhuis. Zelf raakte ik door silicose meer dan de helft van mijn longcapaciteit kwijt. Ik ga er nooit van verlost zijn, ik ga niet zo oud worden als anderen, maar ik was er op tijd bij. Ik word behandeld en zo blijft de ziekte tot op zekere hoogte onder controle. Voor vele anderen was het te laat.

‘Toen ik op mijn 25ste aan mijn legerdienst begon, bleek dat ik niet kon lopen. De legerarts begreep er niets van.’

Niemand had verwacht dat werken in een textielfabriek een stoflong zou veroorzaken. Toen ik op mijn 25ste aan mijn legerdienst begon, zoals dat gebruikelijk is in Turkije, bleek dat ik niet kon lopen. De legerarts begreep er niets van.

Datzelfde jaar verloor ik voor het eerst een vriend, net als ik een twintiger. Toen heeft een dokter van de Atatürk Universiteit het verband gelegd tussen de ziekte en fabrieksarbeid. Twee jaar na de dood van mijn vriend, in 2007, kreeg ik dezelfde diagnose. Steeds meer vrienden bezweken aan de ziekte. Zelf belandde ik ook in het ziekenhuis. Voor mij was dat een trauma.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Gevecht tegen afgebleekte jeans

Demir bleef niet bij de pakken zitten en schreef zijn woede en verdriet van zich af. Hij stuurde een brief naar een populaire krant, waarin hij uitlegde wat er juist aan de hand was in de fabrieken en hoe schadelijk het was. ‘Ik had niet verwacht dat mijn bijdrage gepubliceerd zou worden, maar de volgende dag belden mijn vrienden me op om te zeggen dat het stuk op de voorpagina stond.’

Daarna raakte alles in een stroomversnelling. Advocaten en journalisten belden Demir op met de vraag hoe zij zouden kunnen helpen. In 2008 begon Demir een comité tegen zandstralen. Twee jaar later kwam hij in contact met de Schone Kleren Campagne, en in 2013 richtte hij de Turkse tak op van de internationale ngo. ‘Tussendoor behaalden we drie grote overwinningen’, glundert Demir achter de webcam, zichtbaar trots.

Wat heb je juist verwezenlijkt?

Bego Demir: Een jaar na de oprichting van het comité werd zandstralen verboden in Turkije. Nog een jaar later hebben we de Turkse overheid zover gekregen dat ze gratis gezondheidszorg aanbiedt voor silicosepatiënten. Zo is je hospitalisatie gratis als je verkouden wordt en naar het ziekenhuis moet. Een jaar later werd er een wet gestemd die ervoor zorgt dat voormalige zandstralers een salaris blijven krijgen, zelfs al kunnen ze niet meer in fabrieken werken.

‘Ik hoop andere arbeiders te kunnen waarschuwen voor de gevolgen van zandstralen. Hun gevecht is ook het mijne.’

Drie overwinningen, drie manieren om het leven van mijn collega’s te verbeteren: voor mij was het goed zo. Ik wou naar huis, in vrede rusten. Alleen zag ik steeds meer fabrikanten wegtrekken uit Turkije, naar landen in Azië. Ik voelde me verantwoordelijk voor arbeiders in die verre landen.

Ik kwam in contact met de Schone Kleren Campagne en zette mij vrijwillig voor hen in. Zo hoop ik andere arbeiders te kunnen waarschuwen voor de gevolgen van zandstralen. Hun gevecht is ook mijn gevecht.

Komt zandstralen nog steeds voor?

Bego Demir: In Turkije niet. Ook elders ter wereld zou het niet mogen, maar het is geen geheim dat het daar wel nog voorkomt. Veel fabrikanten werken met onderaannemingen. In landen als Bangladesh is het lastig om onderzoek te doen tot diep in de toeleveringsketen.

Het huidige alternatief voor zandstralen is PP-spray, een verstuiver met de chemische substantie kaliumpermanganaat. Is dat dan beter?

Bego Demir: Negen op de tien jeansbroeken worden behandeld met PP-spray. Uit ons onderzoek, ondersteund door de Europese Unie, blijkt dat ook die verstuiver een zware impact heeft op de gezondheid van arbeiders: het tast de vruchtbaarheid aan. In 2018 heb ik hier onderzoek naar gedaan in Turkije, alleen ligt het onderwerp moeilijk.

In mijn cultuur is het niet gebruikelijk om open te zijn over vruchtbaarheidsproblemen. Turkse mannen durven er niet voor uit te komen dat ze geen kinderen kunnen krijgen.

Ongezond of niet: afgebleekte jeans blijven in de mode.

Bego Demir: Toen ik voor de Schone Kleren Campagne naar het Verenigd Koninkrijk reisde, gaf ik lezingen aan modeacademies. Wisten studenten wel wat het proces achter hun ontwerpen was, hoe zo’n ontwerp tot leven kwam in fabrieken en wat daarvan de gevolgen waren? Zij ontwierpen, wij stierven.

‘Ik geloof in de macht van consumenten. Als zij druk zetten, zullen merken volgen en schadelijke processen uit hun toeleveringsketen weren.’

Daarvan komt het concept ‘killer jeans’: we hebben een campagne en een rapport gelanceerd om grote merken ertoe aan te zetten om geen gebruik meer te maken van zandstralen. Ik geloof in de macht van consumenten. Als zij druk zetten, als ze gebruikmaken van hun ‘soft power’, zullen merken volgen en schadelijke processen uit hun toeleveringsketen weren.

Heft in eigen handen

Op het Gentse Fair Fashion Fest, dat eind vorige maand noodgedwongen online plaatsvond, richtte Demir zich in gesprek met Gentse Noord-Zuidambtenaar en moderator van dienst Christophe Ramont tot consumenten.

‘Ik wil jullie bedanken om naar het Fair Fashion Fest te kijken’, klonk de laatste boodschap die hij nog wou meegeven in het interview, dat je kunt herbekijken via YouTube. ‘Jullie interesse toont aan dat jullie weten hoeveel macht je hebt als consument. Alsjeblieft, gebruik die om de mode-industrie in positieve zin te veranderen.’

‘Ik krijg vaak de vraag waar je dan wél schone kleren kunt kopen’, gaat Demir verder in op die boodschap, als ik hem twee weken na het festival spreek via Skype. ‘Zo vaak zelfs, dat ik zelf het goede voorbeeld wou geven en zo hopelijk andere merken inspireer om beter te doen.’

© Bego Jeans

In 2019 richtte je Bego Jeans op, je eigen ethische en ecologische jeansmerk. Op welke manier gaan jullie anders te werk dan andere jeansmerken?

Bego Demir: We gebruiken geen chemicaliën: onze jeans zijn niet afgebleekt en ook voor het verfproces gebruiken we een plantaardige stof, de indigobloem. We moeten de blauwe kleur maar een keer fixeren, waardoor we 60 procent minder water verbruiken.

Uit eerdere interviews leerde ik dat blauw net een heel moeilijk kleur is om te fixeren.

‘Een middelgrote wasmachine verbruikt 600 liter water per wasbeurt. Vermenigvuldig dat met twaalf en je ziet het plaatje.’

Bego Demir: Dat gaat allicht over indigo vermengd met zout, wat het fixatieproces bemoeilijkt. Ook heeft het veel met de stof te maken: vaak gaat het om een gemengde stof van katoen en de synthetische stoffen lycra en polyester. Zo’n jeans moet je twaalf keer wassen voordat de stof kleurvast is. Dat is immens: een middelgrote wasmachine, waar zo’n 60 broeken in kunnen, verbruikt 600 liter water per wasbeurt. Vermenigvuldig dat met twaalf en je ziet het plaatje.

Bij onze broeken kan er weliswaar nog een beetje kleur ontsnappen voor gebruik. Wij vragen consumenten dan ook om de broek zelf nog een keer te wassen voordat ze die aanschieten. Dat vind ik niet erg om te vragen, zoiets is ondergeschikt aan de gezondheid van de arbeiders, die nu tenminste niet met chemicaliën in contact komen.

Welke stof gebruik jij voor je jeans?

Bego Demir: Als grondstof kiezen we voor biokatoen, niet voor zo’n mix met polyester. Door maar één vezel te gebruiken, is de jeans beter recycleerbaar. We hopen dat onze broeken lang meegaan, maar als ze toch afgedragen zijn, kunnen consumenten ze terugbrengen. Dan upcyclen wij die tot nieuwe broeken, of recycleren we de stof.

Waar kunnen we Bego Jeans vinden?

Bego Demir: Momenteel alleen in Turkije. Ik ben op zoek naar Europese retailers om het merk ook in Europa te lanceren. Het is niet mijn bedoeling om in grote oplages te produceren. We zijn een slowfashionmerk, op dit moment produceren we tweeduizend jeans per jaar. Dat aantal kan stijgen naargelang van de afnemer, maar het moet duurzaam blijven.

Eindelijk rusten in vrede

Druist je werk voor Bego Jeans, toch een commerciële onderneming, niet in tegen je engagement voor de Schone Kleren Campagne?

‘Met Bego Jeans toon ik aan dat het mogelijk is om je volledige toeleveringsketen in kaart te brengen.’

Bego Demir: De Schone Kleren Campagne heeft geen aandeel in Bego Jeans. Mijn doel gaat bovendien verder dan alleen commercie. Ik ben een sociaal ondernemer. Ik hoop andere merken te inspireren door zelf een voorbeeld te stellen. Ik heb altijd van onderuit druk proberen zetten. Nu probeer ik dat ook van bovenaf te doen.

Met Bego Jeans toon ik aan dat het mogelijk is om je volledige toeleveringsketen in kaart te brengen: van katoenvelden tot de productie. Alles blijft in Turkije. In totaal gaat het om twaalf fabrieken. Alle arbeiders in het proces krijgen een leefbaar loon. Zo hoop ik andere merken aan te zetten om deel te nemen aan dezelfde keten en arbeiders tegen dezelfde voorwaarden te vergoeden.

Hoeveel bedraagt dat juist, een leefbaar loon in Turkije?

Bego Demir: Als je het recentste rapport van de Schone Kleren Campagne bekijkt, kom je aan 5095 Turkse lira of 536 euro per maand. Dat bedrag zou, zeker gezien de inflatie, intussen wat hoger moeten liggen. Arbeiders krijgen gemiddeld 80 procent van een leefbaar loon uitbetaald. Aangezien wij maar tweeduizend jeans per jaar produceren, zijn ook andere merken in de fabrieken actief. Die hanteren het minimumloon van 1603 lira of 168 euro.

Met die som komen arbeiders niet rond. Om dat te compenseren, betalen wij gemiddeld vier tot vijf keer meer. Zo komen we aan een lokaal geproduceerde jeans van 390 lira of 41 euro. Uiteindelijk draait het altijd om hetzelfde: een eerlijke prijs voor de geleverde arbeid.

Tijdens de coronacrisis zijn arbeiders overal ter wereld niet betaald voor bestellingen die ze al in elkaar gestikt hadden, omdat merken hun bestellingen geannuleerd hebben. Wat was de impact daarvan in Turkije?

Bego Demir: De coronacrisis heeft ook hier hard toegeslagen. In Turkije is een wet goedgekeurd dat werknemers niet ontslagen mogen worden tijdens de pandemie. Dat klinkt goed op papier, maar een oplossing is het niet: in diezelfde wet lezen we dat werkgevers hun arbeiders onbetaald verlof kunnen geven. Zo zijn er veel arbeiders drie maanden lang amper uitbetaald.

Krijgen zij dan geen vergoeding voor die technische werkloosheid?

Bego Demir: De overheid voorziet maar de helft van het minimumloon als vergoeding. Bovendien kan niet iedereen daarop aanspraak maken, omdat niet iedere arbeider evenveel rechten heeft.

Uit cijfers van vakbonden blijkt dat in Turkije maar liefst 3 miljoen arbeiders in de textielindustrie werken. Maar 1,05 miljoen van hen zijn officieel geregistreerd. Dat wil zeggen dat bijna twee derde van de arbeiders werkt in onderaannemingen en geen aanspraak kan maken op sociale zekerheid. Onder hen 500.000 migranten, vaak kindarbeiders, onder meer uit Syrië, Afghanistan en het oosten van Turkije, zoals ik. Dat is een drama.

‘Merken betalen niet genoeg, dus zoeken fabrikanten naar andere manieren om de kosten te drukken.

Nog steeds is het gebrek aan registratie een van de grootste problemen voor de rechten van arbeiders in de Turkse textielindustrie. Ook hierin hebben merken een aandeel: zij betalen niet genoeg, dus zoeken fabrikanten naar andere manieren om de kosten te drukken. Net daarom zien we zoveel arbeidsovereenkomsten zonder registratie, zonder manier om als arbeider je rechten op te eisen.

Hoe heb jij dat zoveel jaar geleden als kindarbeider ervaren? Was jij wel geregistreerd?

Bego Demir: Ik was geregistreerd, als een van de enigen, maar ook dat verliep niet helemaal zuiver: ik werkte in één fabriek en was geregistreerd in een andere. Ik heb een rechtszaak lopen tegen de fabrikant om dat aan te klagen. Die zaak sleept intussen al jaren aan. Nog steeds kan ik eigenlijk niet officieel beweren dat ik broeken voor Tommy Hilfiger gezandstraald heb.

Via onderaannemingen ontlopen merken hun verantwoordelijkheid. Ik kan dus niet zwart-op-wit bewijzen dat ik voor het Amerikaanse merk gewerkt heb. Ook tegen hen zou ik een zaak kunnen aanspannen, vanuit het buitenland, in Frankrijk bijvoorbeeld. Maar dat zou mij jaren kosten, en veel geld.

Dan lever ik liever een ander gevecht, een gevecht voor alle textielarbeiders ter wereld: tegen kinderarbeid, voor betere lonen en arbeidsomstandigheden. Ik ben optimistisch ingesteld. In vergelijking met tien jaar geleden is er al veel verbeterd. We zijn er nog niet, maar het gaat de goede kant op. En als de industrie eenmaal in zijn plooi valt … kan ik eindelijk, zoals ik al lang van plan was, naar huis gaan en in vrede rusten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Sarah Vandoorne is freelance journaliste, hispanologe, Latijns-Amerika-aficionada en – voor zover die term steek houdt – een rasechte Belgisch Britse Bengalese.