Dossier: 

‘We zien het zelf niet, maar in feite is België een belastingparadijs’

9 juni is Tax Justice Day, een oproep voor een eerlijker belastingsysteem. MO* vroeg een aantal experts hoe het gesteld is met de fiscale rechtvaardigheid in België en de wereld: ‘Doe er eindelijk iets aan! Hoeveel leaks zijn er nog nodig om maatregelen te nemen die hout snijden?’

  • Global Alliance for Tax Justice / Flickr - (CC BY-NC 2.0) Een protesteerder pleit voor rechtvaardige fiscaliteit op de Eurodad Conferentie in Kopenhagen, mei 2015. Global Alliance for Tax Justice / Flickr - (CC BY-NC 2.0)
  • © Cornelius Noll Anton Delbarre: 'In tegenstelling tot andere partijen, zeggen wij dat het huidige systeem gewoon slecht ontworpen is.' © Cornelius Noll
  • © Cornelius Noll Rudy De Meyer: '10 jaar geleden werden onze voorstellen gewoon weggeveegd door de regering. Nu is ze net zoals de G20 van mening dat er echt iets moet gebeuren.' © Cornelius Noll
  •  Guilherme Mendes / 500px - (CC BY-NC-ND 3.0) Rechtvaardigere fiscaliteit genereert meer overheidsopbrengsten, die bijvoorbeeld het openbaar vervoer financieren. Guilherme Mendes / 500px - (CC BY-NC-ND 3.0)
  • © Cornelius Noll Arne van der Wal: ‘Elke overheid kan voorkomen dat lokale ondernemingen sneuvelen ten koste van een multinational.' © Cornelius Noll

Tax Justice Day ontstond als reactie op de Tax Freedom Day, een initiatief van PricewaterhouseCoopers (PwC), een internationaal accountants- en belastingadviesbedrijf.

De berekening van PWC houdt immers geen rekening met het efit dat arbeid veel zwaarder belast wordt dan kapitaal en vermogen. Multinationals en eigenaars van grote vermogens kunnen hun “belastingvrijheid” dus veel vroeger vieren dan de doorsnee werknemer. De fiscus levert bovendien belangrijke overheidsinkomsten, die diensten zoals onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerheid en openbaar vervoer mogelijk maken.

1. Is er dit jaar meer interesse voor Tax Justice dan voordien?

© Cornelius Noll

Anton Delbarre: ‘In tegenstelling tot andere partijen, zeggen wij dat het huidige systeem gewoon slecht ontworpen is.’

Anton Delbarre is econoom op de studiedienst van Groen, die onder andere onderzoek deed naar de transformatie van Belfius tot een overheidsbank die focust op maatschappelijke meerwaarde.

‘Jaar na jaar groeit dat, denk ik. Met de crisis van 2008 is er veel veranderd omdat de overheidsschulden overal explodeerden en er zware saneringsmaatregelen kwamen. Er kwamen ook steeds meer schandalen uit over grote vermogens en grote bedrijven die aan verregaande fiscale ontwijking of zelfs flagrante fiscale ontduiking of fraude doen. Het is een steeds prangender probleem geworden, dat daarom ook op de politieke agenda is gekomen.’

Frank Vanaerschot is inhoudelijk coördinator bij FairFin. Dat is een ngo die Belgische banken en het publiek informeert en aanzet om anders om te gaan met geld.

‘Vanaf de Panama Papers is de druk vanuit de samenleving weer verhoogd. Maar het valt nog af te wachten of er effectief iets zal veranderen. Er wordt nu wel min of meer gezegd: “We gaan vermogens belasten”, maar men blaast altijd warm en koud tegelijk.’

‘Er wordt nu wel min of meer gezegd: “We gaan vermogens belasten”, maar daar wordt wat warm en koud over gedaan.’

Arne van der Wal is medeoprichter en directeur van Follow The Money, een Nederlandse website voor vooral financieel-economische onderzoeksjournalistiek.

‘Absoluut. De Panama Papers hebben daar een heel belangrijke rol gespeeld. Tegelijk is ook de OESO bezig om belastingparadijzen aan te pakken. Nog een factor is de evolutie van de belastingdruk in de afgelopen decennia. Arme mensen betalen over het algemeen weinig belasting. Bedrijven en rijke particulieren betalen, onder andere via offshore-constructies, steeds minder belastingen. De zwaarste druk is in alle OESO-landen op de grote middenklasse terecht gekomen. Daardoor neemt de belangstelling voor dit thema terecht enorm toe.’

2. Wat is de belangrijkste les die het beleid moet leren van de Panama Papers?

Aline Fares werkt bij Finance Watch, een Brusselse ngo die zich inzet voor een financiële sector die meer de samenleving dient. Zij adviseert en coördineert de samenwerking met hun lidorganisaties en andere actoren uit het middenveld.

‘De Panama Papers zijn een aanmaning. Een herinnering dat het probleem niet opgelost is. Er zijn wel veel discussies geweest, net zoals enkele aankondigingen en plannen, maar de nodige maatregelen zijn niet genomen. Zolang er zulke leaks uitkomen, bewijst dat dat er nog steeds heel veel geld naar de belastingparadijzen gaat.’

© Cornelius Noll

Rudy De Meyer: ‘10 jaar geleden werden onze voorstellen gewoon weggeveegd. Nu vindt de regering dat er echt iets moet gebeuren.’

Rudy De Meyer is Adjunct-directeur van 11.11.11, een van de leden van het Financieel Actie Netwerk.

‘Doe er eindelijk iets aan! Hoeveel leaks zijn er nog nodig om maatregelen te nemen die hout snijden? In België zijn er heel wat dingen die echt zouden moeten gebeuren. Kijk waar het kapitaal zit en welke kapitaalstromen er zijn, en werk dan ook een effectieve belasting uit die dat kapitaal kan belasten. De laatste jaren is de regering bezig met een aantal maatregelen, al gaat dat heel traag en zijn ze niet verregaand. Volgens Minister van Financiën Van Overtveldt doet zijn regering meer dan alle eerdere regeringen. Dat komt ook omdat ze na feiten zoals Panama Papers of LuxLeaks sterk onder druk van verschillende groepen komen te staan.’

‘Het probleem moet op een hoger niveau aangepakt worden, anders zal men altijd ergens een loophole vinden. Die zullen er ook altijd blijven, maar je kan het wel moeilijker maken. En dat moet ook gebeuren.’

Jan Vermaut is LBC-NVK-militant.

‘Dat transparantie zeer belangrijk is. Een bank moet zijn structuur zo opbouwen dat transparantie zo veel mogelijk bevorderd wordt. Er zijn bijvoorbeeld ook procedures om klokkenluiders te beschermen. In de praktijk zie je dat dat toch niet altijd vanzelf gaat. Die bescherming moet dus sterker worden, ook wereldwijd.’

Arne van der Wal, directeur Follow The Money:

‘Dat een overheid vrij machteloos staat. Een overheid kan namelijk niet meer voorkomen dat het geld de grens over gaat, of dat er iets anders mee gebeurt. Het probleem moet op een hoger niveau aangepakt worden, anders zal men altijd ergens een loophole vinden. Die zullen er ook altijd blijven, maar je kan het wel moeilijker maken. En dat moet ook gebeuren.’

KAFKA / 500px - (CC BY-NC-ND 3.0)

Tax justice: waar staat België? ‘Zeker niet vooraan.’

3. Waar staat België qua Tax Justice in vergelijking met andere Europese landen?

Jan Vermaut, LBC-NVK-militant: ‘We zien het zelf niet, maar in feite is België een belastingparadijs. Zo’n land roomt een deel van de fiscale inkomsten van andere landen af, om er zelf een heel klein stukje van te recupereren. Hoe kleiner je bent als land, hoe groter de neiging is om dat te doen.’

Rudy De Meyer, adjunct-directeur 11.11.11: ‘Zeker niet vooraan. We zijn een soort semi-belastingparadijs: er zijn een aantal regelingen die heel voordelig zijn voor grote kapitaalgroepen en bedrijven. We hebben ook geen vermogenskadaster. Men doet dikwijls alsof de invoering daarvan de economie zou doen instorten, maar er zijn veel Europese landen die dat hebben.’

‘We zien het zelf niet, maar in feite is België een belastingparadijs.’

Anton Delbarre, econoom Groen: ‘We bengelen helemaal achteraan het peloton, zowel voor de rechtvaardigheid als de doelmatigheid van onze belastingen. In de Europese Unie haalt bijvoorbeeld bijna geen ander land zo weinig geld uit milieufiscaliteit als België. Onze nominale belastingtarieven zijn redelijk hoog, maar de effectieve tarieven zijn veel lager. In de EU heerst enkel in Frankrijk nog een groter verschil tussen die twee. Rechtse partijen zeggen dat België best wel veel inkomsten haalt uit kapitaalbelastingen, en dat klopt. Maar vergeleken met hoeveel kapitaal in ons land aanwezig is, merk je dat we in de OESO helemaal onderaan de ranglijst staan.’

 Guilherme Mendes / 500px - (CC BY-NC-ND 3.0)

Rechtvaardigere fiscaliteit genereert meer overheidsopbrengsten, die bijvoorbeeld het openbaar vervoer financieren.

4. Waar staat de internationale fiscaliteit vergeleken met vijftien jaar geleden?

Anton Delbarre, econoom Groen: ‘Als je kijkt waar we nu staan, had je toen niemand geloofd. Is het de ideale situatie? Nee. Worden er aan een redelijk hoog tempo enorme stappen vooruit gezet? Ja. Internationale afspraken zijn steeds meer aan het plaatsvinden.’

Rudy De Meyer, adjunct-directeur 11.11.11: ‘Het is voor een stuk al veranderd. Tien jaar geleden werden onze voorstellen gewoon weggeveegd door de regering. Door de crisis en de schandalen is onze regering, en ook de G20, van mening dat er echt iets moet gebeuren. Enerzijds omdat regeringen onder druk staan van hun bevolking, anderzijds omdat ze geld nodig hebben. Er ontsnapt heel veel geld dat ze zouden kunnen gebruiken.

Men ontwerpt nu dus plannen, zoals dat van de OESO om multinationals even veel belastingen als nationale bedrijven te laten betalen. Dat gaat al veel verder dan tien jaar geleden. Maar het is nog te vaak drie stappen vooruit, twee achteruit. De vooruitgang gaat veel te traag. Dat komt ook door de tegendruk van nationale banken en grote financiële groepen.’

Aline Fares, coördinator-adviseur Finance Watch: ‘In de laatste acht jaar is nog niets opgelost geraakt. Alles is er nog: de belastingparadijzen, de organisatievormen van banken en instituties, de risico’s op een nieuwe crisis, de onderlinge verbondenheid van banken. Veel belangrijke instituties onderschrijven dat. Zelfs het IMF zegt dat we niet beschermd zijn voor een nieuwe financiële crisis. Het is ook verkeerd dat twee derde van de balansen van de Europese banken niet in de reële economie zit.

‘We moeten terugkeren naar de basics en fundamentele vragen stellen, zoals: “Waarvoor dient de financiële sector?”’

Bij Finance Watch spreken we van de status quo life cycle: eerst is er een grote explosie, de financiële crisis, waarop iedereen in het beleid reageert dat zoiets nooit meer mag gebeuren. Maar tijdens de debatten voor nieuwe wetgeving zitten de grote banken en financiële instituties mee aan tafel. Omdat ze veel personeel, macht en invloed hebben; slagen ze erin de wetgeving zo te wijzigen dat die het beste voor hen uitkomt.

Zo kan je een kapot systeem niet repareren. Men zou de financiële sector op een bepaald moment uit de onderhandelingen moeten weren. We moeten terugkeren naar de basics en fundamentele vragen stellen, zoals: “Waarvoor dient de financiële sector? Wat willen we banken toestaan of net verbieden?”’

© Cornelius Noll

Arne van der Wal: ‘Elke overheid kan voorkomen dat lokale ondernemingen sneuvelen door toedoen van multinationals.’

Arne van der Wal, directeur Follow The Money: ‘Ik waag te betwijfelen of de controle op het wegsluizen van geld nu zoveel beter is. Ik denk eerder dat die slechter geworden is. Er zijn wel af en toe stapjes geweest, zoals de verplichting om minimaal vijfentwintig procent vennootschapsbelasting heffen. Maar landen zoals Ierland krijgen dan weer een uitzondering, of het mag een tijdelijke maatregel zijn. Die matigingen ondermijnen de maatregel.

Er is niets mis met een beetje fiscale concurrentie. Maar de manier waarop het nu gebeurt, leidt het tot een situatie die voor iedereen slechter is, behalve voor de multinationals die in al die landen vestigingen hebben. Ik ben ook niet voor heel hoge belastingen, maar dat soort bedrijven betaalt bijna niets. Dat is gewoon concurrentievervalsing ten opzichte van lokale ondernemingen. Zij kunnen geen gebruik maken van zulke constructies.’

5. Wat kan België doen om fiscale rechtvaardigheid te versterken?

Anton Delbarre, econoom Groen: In tegenstelling tot andere partijen, zeggen wij dat het huidige systeem gewoon slecht ontworpen is. De wetgeving is vaak onnodig ingewikkeld geformuleerd en ze heeft enorm veel achterpoortjes. Je gaat dus best voor tabula rasa: één nieuw systeem invoeren dat alle vermogensbestanddelen op dezelfde manier behandelt. Er is dan ook een vrijgestelde schijf die steeds overeenkomt met het mediaan vermogen op dat moment.

De voorstellen van de andere partijen zijn daarentegen extra belastingen bovenop de bestaande belastingen. Daarmee laat je terecht het bovenste segment meer betalen, maar al de andere onrechtvaardigheden blijven ongemoeid.’

Rudy De Meyer, adjunct-directeur 11.11.11: ‘Op Belgisch niveau moet men doen wat men kan: het kapitaal in kaart brengen en een brede vorm van vermogensbelasting invoeren. Men moet niet in het begin al te veel inperken. Een vermogensbelasting is zeker sterker dan alleen een vermogenswinstbelasting.’

Arne van der Wal, directeur Follow The Money: ‘Elke overheid moet voorkomen dat lokale ondernemingen sneuvelen door toedoen van een multinational. Daar kan een nationale overheid ingrijpen via fiscale regelgeving, ook zonder internationale steun, omdat het gaat om lokale en zichtbare geldstromen.

Mensen komen niet gemakkelijk op straat voor iets abstracts als fiscale onrechtvaardigheid. De meeste mensen zal het ook worst zijn, want die denken uit kortetermijnbelang: “Die Ikea-stoel is veel goedkoper dan die van de lokale meubelmaker”. Ze beseffen niet dat oneerlijke fiscale concurrentie kan leiden tot een grote verarming in de eigen omgeving.

‘Mensen komen niet gemakkelijk op straat voor iets abstracts als fiscale onrechtvaardigheid.’ Als je bij Ikea koopt, dan benadeel je je buurman.’ Dat raakt mensen wél.’

Het tegenargument is dat mensen daardoor goedkoper uit zijn, daarom meer kunnen besteden, en dus de economie aandrijven. Macro-economisch zit daar wel iets in. Maar eens een land een hoogwaardige industrie of dienst verloren hebt, is het heel moeilijk om die weer terug te winnen.

Anderzijds kan je het probleem heel concreet maken, met iets in de zin van ‘Als je bij Ikea koopt, dan benadeel je je buurman.’ Dat raakt mensen wél. Her en der zie je die publieke bewustwording ook opduiken. Sommige buurten of bewegingen hebben ervoor gekozen om niet meer bij grote supermarkten te kopen. In de VS hebben mensen geen zin om nog bier van grote merken te kopen, dus gaan ze naar microbreweries.

Niemand is voor oneerlijke concurrentie. Het is enkel lastig om er een overtuigend verhaal van te maken. Maar dat geldt even goed voor andere initiatieven, zoals vroeger het ijveren voor een rookverbod. En dat heeft uiteindelijk ook zijn doel bereikt.‘

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift