Vluchten uit Venezuela: ‘Hopelijk deporteren ze ons niet’

Jarenlang was het omgekeerd: Colombianen vluchtten de Venezolaanse grens over, weg van het geweld dat hun land teisterde. Vandaag trekt de stroom in de omgekeerde richting. MO* ging ter plaatse, en stak de grens over om poolshoogte te nemen van de vluchtelingencrisis in Latijns-Amerika.

© Francisco Méndez Cordero

Tijdens de studentenprotesten in San Cristobal, Venezuela

Een panoramazicht op de grensoversteek tussen Colombia en Venezuela toont een drukke stroom van mensen. Sinds de Venezolaanse president Maduro in 2015 de grens bijna een jaar sloot, is de Simon Bolívar-brug een iconische grensoversteek. Punctuele beelden van mensen die tijdens een sporadische humanitaire opening in lange rijen de grens overstaken naar Colombia houden aan.

Venezolanen en Colombianen blijven dagelijks de brug oversteken op zoek naar levensmiddelen, medicijnen en werk. Sommigen gaan en komen in een circulair migratiepatroon, maar steeds vaker steken ze de Simon Bolívar-brug over om -voorlopig- niet meer terug te keren naar Venezuela.

Op een late namiddag in Colombia in juni 2017, omwille van het uurverschil de vroege vooravond in Venezuela. Aan de grensoversteek tussen beide landen onderscheiden de koffers van reizigers zich van de koffers en zwart afgebonden zakken vol met gekochte goederen, voornamelijk voeding.

De grens oversteken is een levenslijn voor het door tekorten geteisterde Venezuela

Wie op dit uur richting Venezuela wandelt met de armen vol goederen, komt terug van inkopen in Colombia. De grens oversteken is een levenslijn voor het door tekorten geteisterde Venezuela. Een familie keert huiswaarts met de armen vol zakken, ook de kinderen, zoon en dochter, dragen bij en dragen hun voedingszak.

De man legt uit dat ze iedere twee weken met de hele familie inkopen doen in Colombia. Anderen hebben minder (geluk), en komen met slechts een zakje rijst of bloem terug. Mannen met draagkarretjes lopen op en af. Zij zijn de zogenaamde hormigas, mieren. Rijst, melk, maïsmeel, toiletpapier, maandverband, is maar een greep uit de producten die in Venezuela bijna niet meer te vinden zijn. Winkelen in Colombia is een overlevingsstrategie van families aan de grens, maar het is heel duur.

Richting Colombia wandelen families met zakken en reiskoffers. Een uitgeputte oudere vrouw zet zich neer, terwijl haar zoon met zijn dochtertje de uurregeling van de bus uitzoekt. Twee jongeren met koffers hebben niet de verdrietige, maar de avontuurlijke reisblik in hun ogen. Sinds de situatie in Venezuela verscherpt, verlaten steeds meer Venezolanen hun land.

Een vrouw schuilt voor de felle namiddagzon aan de grens. Ze vertelt dat ze Colombiaanse is van origine, maar al jaren in Venezuela woont. Ze wacht op haar broer die in Cúcuta, aan de Colombiaanse kant van de grens, werkt en elke dag rond dit uur terugwandelt. Zelf doet ze twee maal per week haar inkopen in Colombia. Ze komt een buurvrouw en een vriend tegen. Allemaal keren ze terug van een dagtrip naar Colombia.

© Lisa Couderé​

 

Anti-Colombiaans sentiment

Colombia was lang een land van intern conflict, intern ontheemde bevolking en vluchtelingen. Ecuador is het land met de meeste erkende Colombiaanse vluchtelingen. Volgens een studie door de de Ombudsman Defensoría del Pueblo zijn er meer dan 120.000 Colombianen met internationale bescherming.

In de grensregio tussen Colombia en Venezuela zijn er verschillende gewapende groepen actief. Colombianen trokken ook jarenlang de Venezolaanse grens over, op zoek naar een plaats om veilig een thuis op te bouwen, al dan niet met een legaal vluchtelingenstatuut.

Volgens de studie van de ombudsman meldt de VN-vluchtelingenorganisatie in Venezuela meer dan 173.000 Colombiaanse vluchtelingen of Colombianen in een vergelijkbare situatie. Slechts vijfduizend Colombianen hebben een officieel status, dit is minder dan drie procent.

Gemengde huwelijken en families aan weerszijden van de Colombiaans-Venezolaanse grens is de realiteit. Mensen leven er volgens de academicus en filmmaker Hugo Ramírez hun dagelijkse bestaan in een situatie die niet binnen de grenslogica van twee naties valt.

Sinds het land te kampen heeft met tekorten, startten de beschuldigingen dat de Colombiaanse vluchtelingen de reden zijn van de barre economische situatie.

Ramírez is gespecialiseerd in vluchtelingenproblematiek in de grensstreek tussen Colombia en Venezuela. Hij vertelt dat er al sinds 1930 een emigratie van Colombianen naar Venezuela plaatsvond. ‘Venezuela was als petroleummacht een aantrekkelijk land’, vertelt hij.

Sinds de jaren veertig en vijftig escaleerde het geweld in Colombia en tot op de dag van vandaag vluchten Colombianen naar buurland Venezuela. Juan Carlos Cortés Arias is secretaris van de afdeling Grens en Internationale Samenwerking van het Colombiaanse grensdepartement Norte de Santander. Hij vertelt dat voor iedere vijf families in het Colombiaanse grensgebied er drie familieleden in Venezuela hebben.

Volgens Sebastian Bitar, professor internationale betrekkingen aan de Andes Universiteit, werden de Colombianen initieel goed ontvangen in Venezuela en maakten ze deel uit de sociale programma’s van het chavismo.

Sinds het land te kampen heeft met tekorten, startten de beschuldigingen dat de Colombiaanse vluchtelingen de reden zijn van de barre economische situatie. Vandaag leeft er volgens de onderzoeker in Venezuela een algemeen anti-Colombiaans sentiment.

Met twee volle tanken de grens over

De grensoversteek was altijd al een drukke en vrije doorgang voor familiebezoeken en de (slimme) verkoop van goederen. De commerciële dynamiek aan de grens geeft de veranderende economische situaties in beide landen weer.

Toen de Venezolaanse bolivar sterker was dan de Colombiaanse peso gingen de Venezolanen naar Colombia om inkopen te doen, van kleren tot voedingsmiddelen. ‘Venezolanen kwamen zelfs van de kust naar de grens met Colombia om inkopen te doen, omdat het zo winstgevend was’, licht een inwoner aan de Venezolaanse kant van de grens toe.

‘Sommige Venezolanen plaatsten een tweede tank in oude auto’s om goedkope benzine over de Columbiaanse grens te verkopen aan de marktprijs’

Venezolanen verkochten gereguleerde producten en gesubsidieerde benzine uit eigen land aan marktwaarde in Colombia. ‘Sommigen plaatsten zelfs een tweede tank in oude auto’s om benzine over de Columbiaanse grens te verkopen.’

Toen de tekorten in Venezuela scherper werden, konden de Venezolanen in de grensstreek naar Colombia oversteken om inkopen te doen.

Vandaag kopen Venezolanen er nog steeds producten die moeilijk te vinden zijn in Venezuela. Sommigen verkopen de producten en voedingsmiddelen door aan hoge prijzen op de zwarte markt. De devaluatie van de bolivar brengt nu ook Colombiaanse families naar Venezuela voor inkopen.

Steeds vaker trekken Venezolanen de grens over Colombia op zoek naar voedsel, medicijnen en veiligheid. De toenemende inflatie van de bolivar heeft als gevolg dat de aankoop van producten in Colombia minder haalbaar wordt. Er blijven alsmaar meer Venezolanen in Colombia om te werken en in pesos te verdienen.

Javier Corrales, professor in politieke wetenschappen aan de Amerikaanse Amherst Universiteit gespecialiseerd in Venezuela, vertelt dat terwijl Colombia voorheen een shoppingcentrum was, het vandaag een vluchtelingenkamp is.

Deportatie en vrijwillige terugkeer

Na een grensincident in augustus 2015 sloot de Venezolaans president Maduro progressief en bijna een heel jaar lang de grens met Colombia.

Maduro beschuldigde gewapende Colombiaanse paramilitairen van een aanval op drie Venezolaanse militairen en een burger. Maduro ging ook tekeer tegen smokkelaars en criminaliteit aan de grens. Hij gaf de Colombianen in Venezuela de schuld van de grotere economische malaise. Duizenden Colombianen werden gedeporteerd, anderen keerden vrijwillig terug.

In een anders drukke transitzone bleven kinderen aan de ene kant van de grens op school, terwijl ouders aan de andere kant aan het werk waren.

Venezuela deporteerde toen 1950 Colombianen. Tussen 19 augustus en 22 september datzelfde jaar keerden 22.302 Colombianen terug via onofficiële grensoversteken, uit angst om gedeporteerd te worden en ze vreesden dat hun rechten schendingen zouden worden.

‘We waren hier niet op voorbereid. Het bracht grote chaos met zich mee voor het departement Norte de Santander en de stad Cúcuta’, vertelt Cortés.

Iedereen aan de Colombiaanse en Venezolaanse kant van de grens herinnert zich dat moeilijke jaar. In een anders drukke transitzone bleven kinderen aan de ene kant van de grens op school terwijl ouders aan de andere kant aan het werk waren.

Venezolanen konden de grens niet meer over om tekorten aan te vullen. Cortés vertelt hoe de Venezolaanse autoriteiten in die periode twee zondagen de grens openden om een humanitaire corridor toe te laten. De eerste keer staken 30.000 personen de grens over, de tweede keer 120.000.

© Lisa Couderé​

Met inkopen de grens van Colombia naar Venezuela oversteken.

Heropening van de voetgangersbrug

Toen de grens in augustus 2016 terug open ging voor voetgangers zagen de autoriteiten dat er dagelijks tussen de 40.000 en 50.000 personen de grens overstaken, waarvan ze schatten dat er telkens 5000 in Colombia blijven.

‘Vluchtelingen jagen hun dromen en het geluk na, sommigen worden gedreven door noodzaak, anderen willen ontsnappen aan de staatsrepressie’

Een vrouw die in San Antonio de Táchira aan de Venezolaanse kant van de grens woont en in Cúcuta voedsel koopt, vertelt dat toen de grens terug openging dat de brug beefde van het volk.

‘De mensen waren in het witgekleed om de herwonnen vrijheid te vieren en namen foto’s en selfies met de Colombiaanse ordediensten’, herinnert ze. De vrouw vertelt dat de noodzaak waardoor velen de grens over moeten zich leent tot misbruik en corruptie.

Ericsson Leonander is een jonge Venezolaanse fysicus uit San Carlos, Cojedo, die in Cúcuta een eethuis opstartte met zijn broer en neef.

Hij vertelt ook over het misbruik aan de grens. Het weinige geld dat migranten vaak hebben, gaat naar zaken zoals een belasting bij het binnenkomen van Colombia of een heen en terug ticket gevraagd bij de douane.

‘Sommigen jagen hun dromen na en zijn op zoek naar betere kansen, anderen worden gedreven door honger, of zijn op zoek naar gezondheidszorg, of ze willen niet meer onder de repressie van de Venezolaanse staat leven’, beschrijft Leonander de vluchtelingenstroom.

Wees welkom, maar gewaarschuwd

Om een vriendin op te zoeken en het land waar ik al maanden over schrijf, beter te begrijpen, steek ik op een zondagavond de grens over. Vanuit Cúcuta in het noordoostelijke departement Norte de Santander trek ik naar San Antonio de Táchira aan de Venezolaanse kant van de grens. ‘De grens oversteken is heel gemakkelijk’, herhaalt mijn vriendin lachend.

‘Aan deze grens spreekt men niet kwaad over Chávez.’

© Javier Perugachi​

 

Geld wisselen is door de torenhoge inflatie waar Venezuela mee te kampen heeft een confronterende ervaring. Voor Colombiaanse pesos in drie briefjes krijg ik 3 stapels biljetten Bolívar terug. We wandelen de Simon Bolívar-brug over richting Venezuela.

In grote letters heet het land van de Bolivariaanse revolutie ons welkom, met een waarschuwing, ‘aan deze grens spreekt men niet kwaad over Chávez.’ Niet dat we dat van plan waren, maar de toon is gezet.

Aan de douane praat ik niet slecht over Chávez en toon ik mijn paspoort. ‘Wat kom je hier doen’, snauwt de douanier. ‘Een vriendin bezoeken’, zeg ik eerlijk en wijs naar de Venezolaanse vrouw naast mij. We mogen de grens over naar Venezuela.

De weg van San Antonio de Táchira naar San Cristobal, de hoofdstad van de staat Táchira, kronkelt zich prachtig door de bergen heen. Landschappen hebben hun poëtische manier om de werkelijkheid te bespelen. Putten in de weg ook. ‘Mijn Venezuela, hoe ligt alles erbij?’, vraagt mijn vriendin zich hardop af.

Rijden door het rood, bidden voor rust

Onderweg passeren we verschillende controles van de Nationale Garde. Een bord met de overleden ex-president Hugo Chávez samen met Simon Bolívar, die in de 19de eeuw in verschillende Zuid-Amerikaanse landen de onafhankelijkheid van Spanje proclameerde. Het is net of de geschiedenis bleef stil staan.

De muren schrijven een andere geschiedenis: Maduro fuera, Maduro buiten.

Ondanks de problemen waar het Zuid-Amerikaanse land mee zit, wil mijn vriendin mij de mooie kanten van het land laten zien. We stoppen in het koloniale dorp Peribeca om er typische pastelitos te eten. Er klinkt muziek uit autostereo’s en jongeren en families brengen hun zondag in rust door. Ook waar het heel moeilijk gaat, komen mensen samen.

‘Veel Venezolanen zijn gewend geraakt aan hun luxueuze levensstijl, hun grote auto, hun smartphone, maar als je hun huis binnenstapt, hebben ze niets te eten’

Om half negen ’s avonds komen we aan in San Cristobal, de stad ligt er verlaten bij. Mijn vriendin rijdt systematisch door het rood licht, het is immers te onveilig om te stoppen. In het omheinde appartementsblok waar ze woont, zitten bewoners te bidden rond een Mariabeeld.

Tijdens de protesten in april drong de nationale garde het wooncomplex binnen op zoek naar manifestanten. Agenten sloegen hekken en ramen kapot. Sindsdien zitten de buren iedere avond samen om te bidden en zijn de ordediensten het wooncomplex niet meer binnengedrongen. De alomaanwezige leger- en politiemacht op straat boezemen angst in. De straten liggen er verlaten en verloederd bij.

Ik krijg het verhaal te horen en te zien van de tekorten. ‘De mensen hebben niets meer te eten.’ Het maïsmeel van het merk PAN, waarmee de typische Venezolaanse arepas, of maïstortilla’s, worden bereid is moeilijk te vinden. Het is een symboolproduct voor de situatie in Venezuela.

Zodra ik het appartement van mijn vriendin binnenstap, neemt de warmte van een Venezolaanse thuis het over. Het voelt als een warm eiland van gastvrijheid in een zee van angst.

Op straat hangt er een onbeschrijfelijke spanning in de lucht. Zelfs overdag zijn er veel zaken gesloten. De tegenstellingen zijn groot. In bepaalde buurten rijden grote mooie auto’s.

‘Veel Venezolanen waren gewend geraakt aan hun goede levensstijl, hun grote auto, hun smartphone, maar als je hun huis binnenstapt, hebben ze niets te eten’, vertelt iemand mij.

In een supermarkt die niet van de regering uitgaat, is op een normaal druk uur niemand aan het winkelen. De weinige producten voor handen zijn duur. Een hele rij ketchuppotjes strekt zich uit, om de tekorten te verstoppen, achter de rij: niets.

© Lisa Couderé​

Schaarste in een Venezolaanse supermarkt.

Vluchtelinghulp in eigen land

De punten waar de jongeren zich verzamelen zijn intenser. Wanneer mijn vriendin dat voornamelijk jongeren al maanden op straat komen tegen het regime. Met trots heeft ze het over de muchachos, of jongeren.

Ze zegt het met trots in haar stem. Ze vertelt dat het nu niet meer alleen de oppositie is die op straat komt. Es el pueblo, het volk, herhaalt ze verschillende keren gewichtig.

In San Cristobal bevinden zich in een enkele buurt verschillende internationale instanties en ngo’s die met vluchtelingen werken. de Internationale Organisatie voor Migratie, de VN-Vluchtelingenorganisatie, HIAS en de Noorse Vluchtelingenorganisatie (NRC).

Deze organisaties, aanvankelijk om Colombiaanse vluchtelingen bij te staan in Venezuela, helpen vandaag ook de Venezolaanse bevolking die even veel nood heeft aan humanitaire bijstand. Een van de vertegenwoordigers wil ons te woord staan, anoniem, want de Venezolaanse overheid volgt zijn stappen en telefoongebruik.

‘Sinds enkele maanden bieden we niet alleen bijstand en voedsel aan de Colombiaanse vluchtelingen, maar ook aan lokale Venezolanen, we kunnen niet zomaar toekijken’

‘Wanneer we bijstand en voedsel aanbieden aan de Colombiaanse vluchtelingenpopulatie in Venezuela, nemen we de laatste maanden ook Venezolanen op in ons programma.

Zij hebben het ook moeilijk en het zou voor problemen zorgen, moesten we maar een deel van de bevolking helpen. De Venezolaanse overheid ziet dit niet graag gebeuren, want ze willen de crisis waarin het land zich bevindt niet erkennen, maar we kunnen niet zomaar toekijken.’

In de late namiddag zijn er meer punten in de stad afgesloten. Het is moeilijk zich een weg te banen door de stad. De sfeer is grimmig. Vlakbij het huis is een van de grootste kruispunten van de stad afgesloten met brandende banden.

De jongeren geven richting aan met een kledingstuk voor hun gezicht gebonden. Als bescherming tegen rook en gassen, maar ook om niet herkenbaar te zijn. ‘Er is veel angst’, vertelt iemand mij.

Wanneer we terugrijden controleert de Nationale Garde de uitgangswegen van de stad en de weg terug naar de grens. San Cristobal is historisch een oppositiestad. Het lijkt alsof de manifestanten en de oppositie de stad controleren met hun acties, maar wegen naar en van de stad zijn onder de controle van de Nationale Garde. Het landschap op de terugweg lijkt minder mooi, grauw.

Exact 24 uur later steken we de Simon Bolívar-brug terug over naar Colombia. De rij aan de douane richting Colombia is aanzienlijk langer. Diezelfde avond stap ik een supermarkt binnen in Cúcuta. Aan de ingang staat een enorme piramide PAN bloem voor maïstortilla’s in aanbieding.

© Lisa Couderé​

Spontaan familiaal protest in San Cristobal, Venezuela.

Gedwongen migratie

De crisis waarin Venezuela wegzakt, verergerde het afgelopen jaar. Verhalen van ondervoeding, medicijntekorten en ingeperkte vrijheid, deden al maanden de journalistieke ronde.

Toen het Hooggerechtshof op 1 april jongstleden tijdelijk het parlement uitschakelede -dat wordt gecontroleerd door de oppositie- ontstond een nieuwe protestgolf. Al meer dan vier maanden komen Venezolanen de straat op om verkiezingen en een humanitaire corridor te eisen. De repressie van de ordediensten neemt gevaarlijke proporties aan. Algemene frustratie en honger leiden tot verwarrende en gewelddadige situaties, die soms moeilijk in te schatten zijn bij berichtgeving van buitenaf.

Venezolanen zoeken in Latijns-Amerika met een vlucht of een lange busrit door bergen, jungle en langs verschillende grenzen een beter leven.

Het rapport Global trends. Forced Displacement in 2016 van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR registreerde vorig jaar wereldwijd 34.000 asielaanvragen van Venezolanen.

Het verslag vermeldt dit als een opvallend fenomeen omdat het aantal asielaanvragen verdrievoudigd is tenopzichte van het jaar ervoor. Asielaanvragen in de VS en Spanje schoten de lucht in.

Ook in Latijns-Amerika zoeken Venezolanen met een vlucht of een lange busrit door bergen, jungle en langs verschillende grenzen een beter leven. Aan de Colombiaans-Ecuadoraanse grens worden dagelijks driehonderd tot vierhonderd Venezolanen geregistreerd. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen voor discriminatie en de arbitraire vraag van hoge sommen geld.

Latijns-Amerikaanse opvang en afwijzing

Venezuela ontving jarenlang met open armen vluchtelingen en economische migranten op zoek naar de “Venezolaanse droom”. In Peru zijn ze dit niet vergeten. Nadat Peruanen eind jaren tachtig naar Venezuela emigreerden als gevolg van de hyperinflatie en het terrorisme, biedt Peru de Venezolaanse bevolking vandaag een plaats aan in het land via de Bijzondere Verblijfsvergunning of Permiso Especial de Permanencia (PTP).

Peru biedt de Venezolaanse vluchtelingen vandaag een plaats aan in het land via de Bijzondere Verblijfsvergunning.

Dit is een tijdelijke verblijfsvergunning waarmee Venezolanen onder andere het recht hebben om te werken. Volgens de Peruaanse krant El Comercio verblijven er meer dan vijftienduizend Venezolanen in Peru, een van de “meer vriendelijke” landen van instroom voor Venezolanen.

Onder andere in Panama is er sprake van zowel een strengere officiële lijn als xenofobe reacties op de aankomst van Venezolanen.

Er komen Venezolaanse vluchtelingen aan in Brazilië, Peru, Mexico, Panama, Costa Rica, in Curaçao en in Trinidad en Tobago. Brazilië ontvangt als buurland ook een groot aantal Venezolanen.

Sinds Maduro in mei het idee opperde van verkiezingen voor een grondwetgevende vergadering om de grondwet te herschrijven, bereidden meer en meer Venezolaanse burgers zich voor op een mogelijk vertrek.

Via Whatsapp doen al maanden geruchten de ronde van potentiële gevolgen, zoals de inperking van vrije beweging meer tussen steden en het einde van persoonlijk bezit.

Maduro verdedigt de grondwetgevende vergadering onder het mom de vrede te willen herstellen en de economie uit het slop te halen.

Venezolanen laten hun stem horen

De oppositie erkent de verkiezing afgelopen zondag niet. Ze vreest dat de situatie zal escaleren en protesteert tegen president Maduro die alle macht naar zich toe lijkt te willen trekken.

De dag van de verkiezingen kwamen volgens lokale media veertien mensen om het leven, waarvan vier in de grensstaat Táchira. Volgens de Nationale Kiesraad gingen meer dan acht miljoen mensen stemmen.

Volgens de oppositie trokken slechts twee tot drie miljoen naar de stembus. Nochtans stemden wereldwijd op 17 juli ruim zeven miljoen Venezolanen tegen de grondwetgevende vergadering tijdens een officieuze referendum.

Sindsdien staat de teller van het dodental op 119 slachtoffers en een bomontploffing in Caracas lijkt het doel van vrede via de grondwetgevende vergadering niet binnen handbereik. De angst dat het uit de hand loopt is nog groter. De eerste stap naar veiligheid voor veel Venezolanen is de grens met Colombia.

© Laura Duque​

 

2219 kilometer Colombiaans-Venezolaanse grens

Terwijl de Venezolaans-Braziliaanse grens zich in dunbevolkt gebied bevindt, ligt de 2219 kilometerslange Colombiaans-Venezolaanse grens in de buurt van grote Venezolaanse steden zoals San Cristobal en Maracaibo.

Er zijn zes officiële grenscontroles, maar de Ombudsman registreerde meer dan 160 informele oversteekplaatsen op de Colombiaans-Venezolaanse grens.

Er zijn zes officiële grenscontroles. Maar de Ombudsman registreerde meer dan 160 informele oversteekplaatsen. Het Venezolaans accent ontgaat de Colombianen niet en geeft aan dat een groeiend aantal Venezolanen niet enkel in de grensstreek blijft, maar ook naar grote steden als Bogota, Medellín en Barranquilla trekt.

Officiële cijfers ontbreken, maar Merkx, de nationale vertegenwoordiger van VN-Vluchtelingenorganisatie vertelt dat de internationale organisatie bezorgd is en de aanwezigheid in de grensstreek aan het versterken is.

De organisatie was al aanwezig in het grensgebied, want er zijn ook interne ontheemden. Er is een groeiende nood aan hulp voor Venezolanen en gemengde Colombiaans-Venezolaanse gezinnen.

‘Voor ons is het belangrijk te weten wie van de Venezolanen internationale bescherming nodig heeft en wie het vluchtelingenstatuut kan aanvragen.’

Wanneer we elkaar spreken eind juni is het aantal asielaanvragen nog beperkt, en de procedure in Colombia is ingewikkeld. Maar het aantal asielaanvragen kan volgens Merkx sterk stijgen.

Verschillende statuten voor eenzelfde situatie

‘Als er mensen zijn die vluchten om hun leven te redden, voorziet artikel 14 in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens recht op asiel. Wij pleiten bij de Colombiaanse regering voor de noodzaak van een systeem voor asielaanvragen.’

Voor Venezolanen in de grensstreek is de eerste optie de Tarjeta de Movilidad Fronterizo (TMF). De kaart is gemakkelijk aan te vragen via de webpagina van buitenlandse zaken. De TMF is enkel geldig in de grensregio en voor een beperkte tijd.

Sommige Colombianen, die in Venezuela trouwden of hun leven opbouwden, zijn niet er niet zo tuk op terug te keren naar Colombia. Ze vertrouwen de vrede niet.

Zij die niet binnenkomen met het TMF zijn vaak ongedocumenteerd of beschikken over een toeristenvisum en paspoort, maar het is moeilijk een paspoort te verkrijgen in Venezuela.

De Venezolaans-Colombiaanse grens is een complex kruispunt van goederen, mensen en dromen. De Venezolanen met wie ik praat willen allemaal terug naar Venezuela. Ze zijn in Colombia uit politieke of economische noodzaak, maar Venezuela is hun -prachtige- land.

Sommige Colombianen, die in Venezuela trouwden of hun leven opbouwden, zijn niet er niet zo tuk op terug te keren naar Colombia. Ze vertrouwen de vrede niet. En dan zijn er ook nog de Colombianen die de clandestinos van het Manu Chao liedje zijn, en nergens meer terecht kunnen.

De aanwezigheid van Venezolanen die de grens naar Colombia overstaken, en er bleven, is zichtbaar in het straatbeeld van de stad Cúcuta. Bij de verkeerslichten in de stad verkopen Venezolanen allerlei zaken of vragen ze om geld. Op de pleintjes in de stad brengen ze de warme middag of de nacht door.

Cortés vertelt dat veel Venezolanen er niet in slagen een werkvisum te krijgen, aangezien de eisen en de kosten hoog zijn. Dit heeft tot gevolg dat veel Venezolanen in Cúcuta in de informaliteit werken. Dit is een probleem, want zo zijn ze gemakkelijk slachtoffer van misbruik, uitbuiting op het werk en prostitutie. Leonander vertelt dat het triest is in de stad een heel plein vol met Venezolaanse prostituees te zien die in Venezuela leraars of dokters waren.

Sociale spanningen

Bitar legt uit dat de Venezolanen ook informele zaakjes opstarten op straat en op de marktplaatsen in de stad. ‘Dit zorgt soms voor problemen met de lokale bevolking’, zegt hij. Bitar beschrijft het als het klassieke migratieverheraal.

Afgezien van informele handel die boomt, neemt de criminaliteit ook toe, zowel de kleine straatbendes als de georganiseerde misdaad.

‘Enerzijds heeft dit een positief effect, want de prijzen dalen. Het is goedkoper een Venezolaan aan te werven, zij het informeel, want het ministerie van migratie voert controles uit. Anderzijds zijn er sociale spanningen van Colombianen die in de informaliteit werken en zo werk mislopen.’

Bijgevolg ontstaat er volgens de onderzoeker een negatief sentiment, hoewel dit nog niet gegeneraliseerd is, vormt dit een mogelijke basis voor een anti-Venezolaanse gevoelens en sociale onvrede. ‘Tegelijkertijd’, vertelt Bitar, ‘zijn er Venezolanen die heel dankbaar zijn voor de ontvangst die ze kregen.’

Afgezien van informele handel die boomt, legt Bitar uit dat recent de criminaliteit toeneemt en het gaat zowel om kleine straatbendes als om georganiseerde misdaadgroepen.

© Lisa Couderé​

 

Cortés legt uit dat in de stad Cúcuta de invasiones zijn toegenomen. Dit zijn letterlijk invasies of illegale nederzettingen aan de periferie van de stad.

‘De basisnoden zijn er heel hoog’, zegt Cortés. Hij vertelt dat de problematiek al sinds anderhalf jaar een realiteit is. De secretaris zegt eind juni dat het departement al maanden aandringt bij de Colombiaanse overheid voor een actieplan om de grote intocht van Venezolanen voor te bereiden.

De Italiaanse Pater Francesco Bortignon van de religieuze Scalabrini orde woont sinds eenentwintig jaar in Cúcuta en leidt er een opvangcentrum voor migranten.

‘Er zijn de intern ontheemden, er is de zogeheten kwetsbare bevolking en daarbovenop komen er Venezolanen bij. Ze hebben allemaal een dak boven hun hoofd nodig, gezondheidszorg, voedsel, werk, en onderwijs’, vat Pater Francesco de situatie samen.

Secretaris Cortés legt uit wat ze met hun beperkte middelen proberen te bewerkstelligen voor de vluchtelingen die aankomen en hulp nodig hebben. ‘De middelen die anders voor Colombianen zijn, voor de kwetsbaren van onze maatschappij, gaan nu naar Venezolanen.

Cúcuta is geen rijk departement. het budget is beperkt en de werkeloosheidsgraad hoort bij de hoogste van het land. We hebben er wel al voor kunnen zorgen dat buitenlandse kinderen kunnen studeren, zodat ze niet op straat moeten hangen waar ze kwetsbaar zijn voor uitbuiting.’

Pater Francesco noemt de situatie precair. ‘Er zijn jongeren, families en zij moeten allemaal eten, er is ook nood aan tewerkstelling.’

Plaats in de staat

Het Secretariaat van Grens- en Internationale Samenwerking is samen met 34 andere entiteiten lid van het Netwerk van Migranten. ‘We hebben ervoor gevochten om het gemakkelijker te maken om geregulariseerd te geraken in Colombia, maar deze beslissingen worden op nationaal niveau genomen. Intussen zitten wij aan de grens met de problemen. Het is noodzakelijk deze mensen een plaats te geven in de staat’, constateert Cortés in Norte de Santander.

‘Sommige migranten hebben alles achterlaten omwille van de honger, we moeten ook hen helpen’

Cortés legt uit dat deze problematiek nieuw is voor het land. Hij blijft hameren op de noodzaak dat de nationale overheid definieert wat de voorwaarden zijn voor deze mensen om in het land te kunnen verblijven. De opties zijn volgens de secretaris een vluchtelingenstatuut of een humanitair visum.

Pater Francesco drukt uit wat ook andere wereldburgers in andere vluchtelingensituaties voelen. Niet alleen de mensen die onder het vluchtelingenstatuut vallen, moet hulp krijgen. ‘Sommige migranten hebben alles achterlaten omwille van de honger, we moeten ook hen helpen.’

Voorheen ving het centrum zo een driehonderd mensen per jaar op, nu zijn dat er tweeduizend. Volgens Pater Francesco komt het erop neer dat de Colombiaanse staat de crisis niet erkent. ‘Tegelijkertijd weet de overheid dat er op korte of lange termijn een ontploffing van het probleem kan plaatsvinden. De staat neemt waar. En op een bepaald moment zullen de druppels een rivier worden en een stortbui veroorzaken.’

Perspectieven, maar niet voor iedereen

Deze gesprekken vonden eind juni plaats. Een maand later, en drie dagen voor de gevreesde verkiezing in Venezuela, kondigde de Colombiaanse regering een verblijfsvergunning aan, vergelijkbaar met het Peruaanse document, voor Venezolanen in Colombia.

© Ericsson Leonander​

 

Met het Permiso Especial de Permanencia (PEP) zullen meer dan 150.000 Venezolanen tot maximum twee jaar legaal in het land kunnen verblijven.

Vanaf 1 augustus kunnen Venezolanen de procedure gratis in gang zetten via de website van het ministerie van migratie op voorwaarde dat ze via een legale controlepost het land binnenkwamen, geen strafblad hebben of eerder het land werden uitgezet.

Volgens het tijdschrift Semana vallen zo een 140.000 Venezolanen buiten de maatregel. Het is bovendien enkel geldig voor Venezolanen die zich op het moment van het uitschrijven van de resolutie in Colombia bevonden.

Toch is het een belangrijke stap om een grote groep Venezolanen op de vlucht een plaats te geven in het land. Wie in het bezit is van deze verblijfskaart mag werken, eender welk type legale activiteiten uitvoeren en heeft recht op sociale zekerheid.

Wie in het bezit is van deze verblijfskaart mag werken, eender welk type legale activiteiten uitvoeren en heeft recht op sociale zekerheid.

De VN-vluchtelingenorganisatie beschouwt de maatregel een belangrijke stap genomen door de Colombiaanse overheid.

Waarnemers hekelen wel de traagheid waarmee de Colombiaanse overheid reageert.

Niet alleen de Colombiaanse staat neemt zijn verantwoordelijkheid langzaam maar zeker op. In de stad Cúcuta is er volgens Leonander een grote golf van solidariteit met de Venezolanen in nood.

De kerk neemt hierin een voortrekkersrol, zo deelt het bisdom van Cúcuta dagelijks meer dan duizend middagmalen uit, mogelijk gemaakt door donaties. Ook Colombianen die niet verbonden zijn met een specifieke religie dragen hun steentje bij.

Onzichtbare Colombianen

Colombia ondervindt vandaag een massale instroom van Venezolanen, maar in realiteit zijn velen van hen Colombianen of kinderen van Colombianen die in het verleden naar Venezuela trokken. Volgens een studie van de Internationale Organisatie voor Migratie (OIM) en het Secretariaat van de Grens- en Internationale Samenwerking van eind juni is 76 procent van de migranten een terugkerende Colombiaan en 24 procent Venezolaan.

‘Deze groep van Colombianen die de grens overstak en nooit het statuut van vluchteling verkreeg, maar er bleef wonen, valt helemaal buiten het vredesakkoord’

Een aanzienlijk deel van de Colombianen die in het verleden naar Venezuela vluchtten, is nooit officieel als vluchteling geregulariseerd.

Deze Colombianen vallen volgens Ramírez, gezien de ingewikkelde grenssituatie, buiten juridische vangnetten, en krijgen dus geen bescherming.

‘Dit is een kwestie die de Colombiaanse regering toekomt, zij is verantwoordelijk voor haar burgers.’

Vele Colombianen in Venezuela hebben niet alleen geen plek om naar terug te keren, ze vallen ook buiten een van de belangrijkste processen uit de Colombiaanse geschiedenis, het vredesproces.

‘Deze groep Colombianen die de grens overstak en nooit het statuut van vluchteling verkreeg, maar er bleef wonen, valt helemaal buiten het vredesakkoord’, vertelt Ramírez.

‘Er zijn veel redenen waarom deze mensen geen vluchtelingenstatuut aanvroegen’, vertelt Ramírez. ‘Ze waren bang dat de Venezolaanse overheid aan de Colombiaanse overheid zou vertellen waar ze verbleven of dat ze bij de procedure uit Venezuela gezet zouden worden.

Als ik in een gemeenschap woon en op een boerderij werk, heb ik geen documenten nodig. Mijn situatie regulariser brengt risico’s met zich mee’, geeft Ramírez als voorbeeld.

‘Nochtans voldoen ze aan alle vereisten om een vluchtelingenstatuut aan te vragen, maar ze kenden de procedure niet. Voor deze landelijke bevolking, ongeletterd, zonder scholing was geweld een alledaagse realiteit. De grens oversteken naar Venezuela was de beste optie die ze hadden.’

Terug naar Colombia?

Een studie van Ramírez uit 2013 wees uit dat een grote meerderheid van de niet-geregistreerde Colombiaanse vluchtelingen niet naar Colombia wilde terugkeren.

‘Indertijd zeiden de meeste Colombianen dat ze niet terug wilden naar Colombia, onder geen enkel beding.’ Sindsdien is daar verandering in gekomen. ‘Er is een deel teruggekeerd, maar er zijn ook veel Colombianen gebleven, en dat is niet genoeg zichtbaar gemaakt.’

‘De Colombiaanse overheid kan niet voor de eigen intern ontheemden en vluchtelingen aansprakelijk zijn, laat staan voor de Venezolaanse migranten die nu binnenstromen’

‘Van welke hel vluchten deze Colombianen om hun huidige levens te aanvaarden, om in Venezuela te willen zijn? Dit plaatst grote vraagtekens bij het postconflict’, stelt de onderzoeker.

Is Colombia, in volle uitvoering van het vredesakkoord en met de uitdagingen dat dit met zich meebrengt, voorbereid op een grote instroom van Venezolanen? Het is een ingewikkeld vraagstuk.

Volgens Merkx moeten we erkennen dat Colombia nog zijn eigen uitdagingen heeft. Een vredesproces implementeren is heel ingewikkeld. Er zijn overigens veel zones waar vandaag nog humanitaire incidenten plaatsvinden en conflicten plaatsvinden.

‘De Colombianen zullen eraan moeten wennen dat ze niet enkel meer een land van intern conflict zijn, maar ook in een regio leven waar ze in de toekomst bescherming aan anderen zullen moeten geven. Met zoveel eigen intern ontheemden is het moeilijk deze knop om te draaien. En dat is begrijpelijk’, merkt Merkx op.

‘De Colombiaanse overheid draagt veel verantwoordelijkheden vanwege het vredesproces en de relaties tussen Colombia en Venezuela zijn niet goed. De Colombiaanse overheid kan zelfs niet voor zijn eigen intern ontheemden en vluchtelingen aansprakelijk zijn, laat staan voor de Venezolaanse migranten die nu binnenstromen’, aldus Ramírez.

© Lisa Couderé​

Het aantal vluchtelingen in het opvangcentrum in Cucuta, Colombia steeg sterk afgelopen jaar.

‘Hopelijk deporteren ze ons niet’

In het opvangcentrum van Pater Francesco praat ik met enkele Venezolanen die zonder legale situatie tussen de hoop en ontreddering leven.

‘Mijn naam is Melissa Manrique, ik kom van Charallave, in de staat Miranda’, vertelt een vrouw die enkele dagen voordien met haar zoon en man in Cúcuta aankwam.

‘De situatie is er heel moeilijk. Er zijn geen medicijnen, kleren, werk of eten. De economische situatie zorgde ervoor dat we van Charallave naar San Cristobal moesten verhuisen. Van San Cristobal kwamen we naar Cúcuta om medicijnen te zoeken voor mijn zoon.’

De vrouw vertelt dat ze de medicijnen wil kopen en terugkeren naar Táchira. Ze vertelt hoe dicht bij de Colombiaanse grens wonen hen helpt te overleven in de crisis. ‘We kunnen de grens oversteken wanneer het nodig is, zodra we de kans krijgen naar Colombia te emigreren, zullen we die grijpen. In Venezuela is er niets meer om voor te leven. De situatie is kritiek.’

Een oudere vrouw uit Maracaibo, in de noordoostelijke staat Zulia, vertelt hoe ze samen met haar twee zonen vluchtte van de crisis. Ze heeft diabetes en de zoektocht naar insuline verloopt moeilijk in Venezuela. ‘Als je naar een ziekenhuis gaat, willen ze je gewoonweg niet opnemen. Hoe kan een mens leven in een land waar kinderen en ouderen niets te eten hebben,’ vraagt ze zich met tranen in de ogen af.

De vrouw is de sociale stigmatisering voor. ‘Wij zijn hier om te werken. Het enige wat we willen is werken om te eten. Wij willen geen rijkdom. We willen hier werken om ergens te kunnen overnachten en te kunnen eten tot deze situatie verandert, tot dit regime op zijn einde komt’, zegt ze met nadruk. ‘Hopelijk deporteren ze ons niet.’

‘Ik wil terug naar mijn land. Ik ben 58 jaar, bijna zestig. Maar mijn zonen zijn twintig en eenentwintig, ik wil niet dat hen iets overkomt.’

Net als veel Venezolanen uit die zich genoodzaakt zagen hun land te verlaten, drukt ze haar tegenstrijdige verlangen uit. ‘Iedereen wil toch in zijn eigen land kunnen leven? Ik wil terug naar mijn land. Ik ben 58 jaar, bijna zestig. Mijn zonen zijn twintig en eenentwintig jaar. Ik wil niet dat hen iets overkomt.’

De vrouw vertelt hoe ze haar zonen bij burgermilities die de regering steunen weghaalde. ‘Er zijn jongeren die worden opgepakt en ingelijfd in de (burger)milities. Anderen worden geronseld met het vooruitzicht van regelmatige maaltijden. Eerst wordt hen wijsgemaakt dat ze hun familie kunnen helpen, daarna worden ze gefolterd’, vertelt de vrouw verward en geschrokken.

‘Ik zei tegen mijn zonen “kom, we vertrekken”. Deze mensen vermoorden hun eigen volk. Dus ik vroeg een bezoek aan en hielp ze ontsnappen. Ik nam ze mee door de bergen tot we hier aankwamen.’

Bij het vertellen van haar eigen verhaal besluit de vrouw dat ‘de Colombianen moeten ons helpen, we zijn broeders. ‘Alle studenten die ze al niet hebben vermoord’, zegt ze nog voor ze naar het middagmaal gaat.

© Lisa Couderé​

 

Tussen hoop en hoogverraad

Een jonge student die sinds zeven dagen in Colombia is, vertelt zijn verhaal. ‘Ik ben politiek vluchteling. De politie kwam mij zoeken met een arrestatiebevel. Ik was niet thuis en ze sloegen alles kapot. Toen ik dit hoorde, vluchtte ik naar Colombia en vroeg politiek asiel aan, om mijn leven te redden.’

Zijn persoonlijke verhaal lijkt op dat van vele anderen. ‘Zoals ik zijn er nog veel jongeren tussen de twintig en dertig jaar die politiek asiel aanvragen. Ik reisde alleen tot hier en vraag de steun van Colombia aan.’

Met hoop in de ogen zegt hij dat de Venezolaanse gemeenschap snel zal terugkeren naar Venezuela ‘door de grote deur en Venezuela zal het grote en mooie land zijn dat het altijd was.’

Wel erkent hij de huidige situatie, vooral als jongere. ‘Wij willen vooruit in ons leven en werken. Ons land biedt ons dit niet, ze geven ons kogels en politieke vervolging, daarom vluchten we naar Colombia. Op zijn pols heeft hij het woord Venezuela getatoeëerd, met de datum van de sluiting van het televisie- en radiokanaal RCTV.

‘Toen de Colombianen naar Venezuela kwamen, openden wij de deur voor hen, gaven hen werk,…Velen hadden het zo goed dat ze niet terug naar Colombia wilden’

Een jonge professionele sportman vertelt dat hij een stap terugnam van zijn job bij de overheid toen hij merkte dat het geld voor de projecten die hij uitvoerde in de zakken van tussenpersonen verdween.

Nadat hij voor het herroepingsreferendum tekende dat in 2016 president Maduroprobeerde af te zetten, verloor hij zijn job. ‘Plots was ik een vaderlandverrader’.

Hij ontving verschillende bedreigingen van hoge regeringsfunctionarissen om zijn aanklachten tegen corruptie in te trekken. Tot op de dag dat een bevriende politieagent langskwam en zei dat er een arrestatiebevel tegen hem was. De agent gaf hem 24 uur om te vertrekken.

Op 15 oktober stak de jonge sportman de Simon Bolívar-brug over. De meeste Venezolanen verblijven enkele dagen in het opvangcentrum, als overgang. De jonge man is er al acht maanden, terwijl zijn asielprocedure loopt.

Hij vertelt hoe hij soms de straat niet op wil, omwille van het negatieve sentiment tegen Venezolanen. ‘Toen de Colombianen naar Venezuela kwamen, openden wij de deur voor hen, gaven hen werk,…’ zegt hij rustig. ‘Veel Colombianen hadden het zo goed in Venezuela dat ze niet terug naar Colombia wilden. Wij ontvingen hen. Het is niet onze schuld dat ons land er zo slecht voor staat.

Er zijn zoveel mensen die vluchten voor honger, armoede, en mensen die bang zijn dat de situatie zal ontploffen. De armsten vertrekken naar het land dat het dichtste bij is: Colombia. Waarom sluiten ze de deur voor ons?’ Colombia is een “broederland”. Wij hielpen hen en de Colombiaanse overheid zou de Venezolanen die hun land ontvluchten, moeten helpen.’

‘De Venezolaan die emigreert, doet dat niet omdat hij dat zo graag wil. Venezuela was een rijk land, het is een mooi land. Buitenlanders kwamen er hun bedrijven opstarten, er waren veel toeristen. De Venezolanen die in Colombia aankomen, willen helemaal hun land niet achterlaten. Er komen families aan in Cúcuta die huilend de grens oversteken. Wat voor bewijs wil je nog om deze mensen hulp te bieden? Wij hebben dringend hulp nodig.’ De jonge sportman voorspelt dat wanneer de zaken weer aan de beterende hand zijn, de Venezolanen terug zullen keren, net als vele Colombianen.

Voorlopig wil de jonge man niet in Colombia blijven. ‘Ik voel me hier in Cúcuta nog in Venezuela’, vertelt hij. ‘Iemand kan mij herkennen en verdervertellen dat ik mij hier bevind. Daarom wil ik naar Peru of Canada.’

© Lisa Couderé​

 

De menselijkheid in het woord humanitair

Migratie is een ingewikkelde werkelijkheid. Pater Francesco beschrijft de internationale blauwdruk als volgt: ‘Migranten slagen erin grenzen over te steken en tot op een zeker punt en tot hun aanwezigheid zo groot is dat overheden hun grenzen sluiten.’

Gedurende heel mijn reis komt de vergelijking met Europa naar boven. Het is een soms trieste vergelijking.

Volgens Pater Francesco kan de internationale gemeenschap de Colombiaanse regering helpen begrijpen wat een immigrant is. ‘Colombia heeft alle wetten, maar heeft nooit de ervaring van immigratie gehad. De mensen die in Colombia aankomen, ontsnappen aan een inhumane situatie, en bij aankomst worden ze opnieuw slachtoffer van een andere onmenselijke situatie. ‘De situatie in Venezuela is heel hard. Bij aankomst als migrant in Colombia is het opnieuw moeilijk,’ beschrijft Leonander.

© Lisa Couderé​

 

Pater Francesco geeft toe dat het in Europa ook niet helemaal rooskleurig is. ‘Ik ben boos op mijn landgenoten. Italië is een land van emigranten en nu zijn sommigen tegen buitenlanders. Ik vraag hen: “Wat overkwam jouw voorouders?” “Ah ja maar zij waren werkers”, zeggen ze dan. Vandaag weten de mensen ook dat ze moeten werken om te kunnen eten. Het probleem is dat de actoren nu van rol gewisseld zijn. Wij waren een land van emigratie en nu zijn we land van immigratie.’

Colombiaanse migranten gingen, Venezolaanse migranten kwamen, te midden van alle moeilijkheden leeft de hoop dat solidariteit het haalt van de angst.

Europese vluchtelingen van de wereldoorlog gingen en vluchtelingen uit het Midden Oosten kwamen. Colombianen gingen, Venezolanen kwamen. En te midden van alle moeilijkheden is er de hoop dat solidariteit het haalt van de angst.

De Venezolaans-Colombiaanse grens is een les in menselijkheid. Het toont op een korter tijdsbestek dan Europa dezelfde les die wij bijna vergeten waren toen vluchtelingen aankwamen en wij niets met hen te maken wilden hebben.

De Venezolaanse emigratie kent sinds 1999 verschillende fases. Nochtans legden de Venezolanen met wie ik sprak een voor mij ongekende vaderlandsliefde aan de dag.

Latijns-Amerikanen zijn hier sowieso al beter in dan Belgen. Maar het gevoel dat zij overbrengen wanneer ze over hun land praten, gaat verder dan het volkslied zingen bij de vlag, aangeleerd op de middelbare school. Ik sprak mensen die Venezuela verlieten om de veelvuldige crisissen die het land beleeft. Deze mensen willen echt terug naar hun land.

Lokaal probleem, regionale oplossing

Cortés legt het dilemma uit dat ook in andere migratiesituaties voelbaar is. ‘Wij hebben een grote werkloosheidgraad in Colombia. Wat doen we? Legaliseren we de Venezolanen die aankomen? Maar wat met de Colombianen die al lang op een kans wachten om te werken? We moeten het vanuit dat standpunt bekijken, maar de problematiek ook op een humanitaire manier benaderen’, aldus Cortés.

Merkx heeft het over reciprocidad, wederkerigheid. ‘Venezuela ontving altijd Colombianen en nu is het anders, dus we moeten zien hoe Colombia antwoordt op de aankomst van zo veel Venezolanen.’ Merkx bevestigt een algemeen sentiment. ‘De bevolking is ook bang, want het is nooit gemakkelijk wanneer er grote aantallen aankomen van een ander land.’

In Colombia past dit ook in een context. ‘Nu al zijn er in sommige delen van de grensregio problemen van interne ontheemden en de aanwezigheid van gewapende groepen. Ook niet alles is mooi aan de Colombiaanse kant van de grens’, zegt Merkx. ‘Er zijn heel ingewikkelde zones.’

‘De zaken zijn aan het veranderen, en het kan goed zijn dat het binnen tien jaar goed gaat in Colombia en het land mensen van buitenaf kan ontvangen als vluchtelingen’, besluit Merkx met een realistische en bredere kijk op de zaken.

‘Ja er zijn vluchtelingen, er zijn mensen die het statuut van vluchteling aanvragen in Colombia. De crisis heeft nu nog een laag niveau, maar dat kan veranderen. Hopelijk niet, we hebben niet nog meer vluchtelingen nodig, maar we zijn ons aan het voorbereiden, we overleggen met de Colombiaanse overheid over hoe we een antwoord kunnen bieden op deze realiteit.’

“We hebben niet nog meer vluchtelingen nodig, maar we bereiden ons voor.”

Een maand later berichten lokale media aan de Venezolaanse en Colombiaanse kant van de grens over een verhoogd aantal Venezolanen dat de Simon Bolívar-brug oversteken. Door de enorme opdracht waar Colombia voor staat, dringt de vraag zich op of er geen regionale oplossing nodig is.

Merkx is het daar mee eens, maar vertelt dat het niet eenvoudig is.

‘We moeten de aankomst van Venezolanen in Colombia in het grotere plaatje zien en de ervaringen van andere landen benutten. De VN-vluchtelingenorganisatie is samen met de respectievelijke overheden het antwoord op de crisis aan het actualiseren. Er vonden onder andere speciale missies plaats in de regio om een antwoord te bieden op de huidige uitdagingen.’

Onder andere de VS, de Europese Unie, Mexico en Colombia vroegen Maduro af te zien van de wetgevende vergadering en verwerpen de uitkomst. Afgelopen zondag, dwaarop de stembusslag plaatsvond, was de gewelddadigste dag sinds het begin van de hernieuwde protesten in Venezuela.

Maduro zet door, bedreigt de pers en de oppositie die op haar beurt nieuwe straatacties aankondigt. De internationale gemeenschap reageert met sancties. Commentatoren zijn het erover eens: Er komt een periode aan van geweld en onzekerheid.

Er is een crisis aan de Colombiaans-Venezolaanse grens. Een vluchtelingencrisis en een humanitaire crisis die waarschijnlijk een regionale en een internationale aanpak nodig heeft, de economische sancties voorbij en een humanitair antwoord van burgers en landen. Venezolanen en Colombianen op de vlucht willen terug naar hun land. Tot dit mogelijk is hebben ze een plek nodig in de wereld.

© Lisa Couderé​

De Venezolaans-Colombiaanse grens.

© Lisa Couderé​

‘Dank u presidenten Juan Manuel Santos en Maduro. Welkom in Colombia’

© Lisa Couderé​

Met reiskoffers de grens van Venezuela naar Colombia oversteken.

© Lisa Couderé​

Spontaan familiaal protest in San Cristobal, Cucuta.

© Martha Contreras​

‘Mi Venezuela

© Lisa Couderé​

Venezolanen die in Colombia aankomen zien zich genoodzaakt op straat en pleintjes te slapen.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift