Verhalen van “restjesmensen”, vergeten vluchtelingen in Fort Europa

Dit zijn verhalen van mensen die het gevoel hebben door iedereen vergeten te zijn en hun lot volledig uit handen hebben moeten geven, nadat ze op de vlucht voor oorlog en conflict in eigen land, in tenten en containers in Griekenland zijn beland. Dit zijn de verhalen van “restjesmensen”.

© Simone van den Akker

Weggestopt achter verlaten rangeerterreinen, vervallen fabrieken en een streng beveiligde gevangenis wonen mensen die niet gezien mogen worden. Ze wonen in een oude wc-papierfabriek middenin een door oude industrie vervuilde omgeving, die niet geschikt is voor menselijke bewoning. Ze hebben hun geliefden achtergelaten om te ontsnappen uit een oorlog en zijn in gammele bootjes de Middellandse Zee overgestoken. Gedreven door ideeën en dromen over een veilige en betere toekomst voor henzelf en hun kinderen in Europa.

Maar bij de grens met Macedonië stopte de reis; de Balkanroute moest dicht van Europa. Wekenlang kampeerden 16000 mensen koukleumend op de drempel van Fort Europa, hopend dat zij haar poorten weer zou openen. Na enkele weken werd het kamp ontruimd en werden ze verspreid over tijdelijke kampen in het noorden van Griekenland in afwachting van een definitieve oplossing. De Europese lidstaten hebben afgesproken om deze mensen te hervestigen maar dit gebeurt tergend langzaam.

Vandaag, tien maanden later wonen ze nog steeds in tenten die nauwelijks staande blijven in de gure noorderwind, overgeleverd aan de grillen van de geopolitiek. Ze wonen mijlenver van de bewoonde wereld, mogen niet werken en de vele kinderen gaan niet naar school.

© Simone van den Akker

Aisha en haar moeder in hun tent in Softex. Papa is in Nederland.

Wonden die niet helen

De tenten in de fabriek staan opgesteld als rijen van een regiment. Ze zijn beschut tegen regen en wind, maar tegelijkertijd is het altijd donker en heerst er een constant geluid. Er is geen verschil tussen dag en nacht. Zelfs het zachtste gefluister van de buurman galmt in duizendvoud door de hoge ruimte.

Buiten op het fabrieksterrein staan nog meer tenten. Ze hebben geen vloeren en als je in de tent zit voel je de koude en harde ondergrond. Wanneer het regent sijpelt het water naar binnen.

Buiten op het fabrieksterrein staan nog meer tenten. Ze hebben geen vloeren en als je in de tent zit voel je de koude en harde ondergrond. Wanneer het regent sijpelt het water naar binnen. Een van de vele redenen waarom het fysiek zwaar is om hier te leven. Een tweejarig jongetje heeft al maandenlang een wonde op zijn kin. ‘Het heelt niet meer’, zegt zijn moeder.

Ze nodigt ons uit in haar tent, begint thee te zetten en schilt wat appels. Wanneer ik vertel dat ik uit Nederland kom, gaan haar ogen glimmen. ‘Mijn man is in Nederland’, zegt ze met een brede glimlach. ‘Hij woont in het asielcentrum in Leersum’.

Voordat ik het weet krijg ik een telefoon in mijn hand gedrukt en ben ik verbonden met Khaled. We voeren een gesprekje in het Nederlands en Khaled legt uit dat hij nog geen huis heeft, maar wel een verblijfstatus. Zoals vele vluchtelingen is hij vooruit gereisd en heeft hij heeft gezinshereniging aangevraagd. Hierdoor is er voor Aisha en Siham een reële kans dat ze hun koude natte tent binnenkort kunnen verlaten. Hopelijk voor het begin van de winter.

© Simone van den Akker

Amjed en zijn familie in een Softex-tent

Vindingrijkheid van de verveling

Wanneer we verder lopen op het stoffige terrein ontmoeten we Amjed. Hij spreekt vloeiend Engels en helpt mee met de ngo Intervolve bij de verdeling van hygiënische producten; wc-papier, shampoo, luiers.

Hij nodigt ons uit om langs te komen bij zijn familie. We doen onze schoenen uit en lopen binnen in een kleine donkere ruimte met netjes opgemaakte bedden die ook als bank dienen. De harde fabrieksvloer wordt verzacht door grijze dekens met het logo van UNHCR.

‘We hadden nooit verwacht dat we ooit ons land zouden moeten verlaten’, vertelt vader Mohsen.

Vader Mohsen vertelt met een zachte stem dat hij en zijn vrouw burgerlijk ingenieurs waren toen ze nog in Syrië woonden. Ze hadden een comfortabel leven en bezaten twee huizen waarvan er eentje vernield werd in de oorlog. ‘We hadden nooit verwacht dat we ooit ons land zouden moeten verlaten’, vertelt Mohsen. ‘We hadden goed werk, een fijn huis en onze kinderen gingen naar school. Nu zitten we hier al maanden opgesloten.’

Met een apathische blik ligt het jonge broertje op het bed met zijn vingers te spelen. Sara, de vrouw van Mohsen zet thee voor ons neer op een geïmproviseerd tafeltje. We complimenteren hen over de manier waarop ze van wat karton en een kratje een werkende constructie hebben gemaakt. ‘En daar in de hoek staat de grotere variant, voor als er meer mensen thee komen drinken’, grapt Amjed. Het is een veelzeggend detail waarmee het gezin hun bizarre situatie probeert te normaliseren.

© Simone van den Akker

Het gezin straalt rust en waardigheid uit, maar is geenszins gerust op de toekomst. ‘Wij willen onze kinderen naar school sturen, maar sinds we Syrië verlaten hebben, zijn onze jongens niet meer school geweest.’

De Griekse kampen hebben qua scholing weinig te bieden. In een uithoek van het kamp, aan de overkant van de vervuilde beek, staan drie bungalows. Een jonge vrijwilliger geeft er les aan een klasje kinderen. Maar lang niet alle kinderen gaan naar de lessen, lesmateriaal is schaars en wanneer de fondsen opdrogen, verdwijnen ook de organisaties.

Maar voor jongeren als Amjed is er helemaal niets. Er is geen middelbare school en naar de Griekse middelbare school mag hij ook niet. Hij spendeert zijn tijd met de vrijwilligers om toch constructief bezig te kunnen blijven, maar het liefst zou hij verder aan zijn toekomst werken.

Mohsen wijst op de risico’s van dit Europese beleid.

‘Niet iedereen is zo constructief als Amjed. Er zijn veel jongeren die volledig moedeloos worden. Op die manier wordt er een verloren generatie gecreëerd. We kunnen niks anders dan wachten tot we overgeplaatst worden naar een land waar we eindelijk weer aan een toekomst kunnen denken.’

© Simone van den Akker

Lijnen in het zand

Net na een distributie van schoenen lopen we een loods binnen waar kinderen in de achtergelaten dozen spelen. Daar raken we aan de praat met vader Ahmed, een Koerdische metselaar.

© Simone van den Akker

Ahmed, de Koerdische metselaar, met zijn gezin in hun tijdelijke onderkomen

Ahmed nodigt ons uit in zijn tent en wanneer we binnenlopen laat hij me trots zijn zoon zien. ‘Younes werd aan de grens met Macedonië geboren, kerngezond!’

Hij is geboren tussen verschillende landen in. Ook al hebben zijn ouders de Syrische nationaliteit, Younes is voorlopig staatloos, hij is een speelbal van internationale conflicten waar hij geen besef van heeft.

Volgens Ahmed is dat eigenlijk niets nieuws.

‘Al sinds de val van het Ottomaanse Rijk is onze regio verdeeld voor de belangen van mogendheden en niet in het belang van de mensen. Frankrijk en Engeland hebben onze olie onder elkaar verdeeld door een lijn in het zand te trekken.’

Hij noemt het verdrag van Sykes-Picot als de oorsprong van het Syrisch conflict vandaag omdat hierdoor verschillende etnische en religieuze groepen tegen elkaar uitgespeeld worden.

De eloquentie en historisch bewustzijn die Ahmed aan de dag legt is indrukwekkend. Maar wanneer de geschiedenis zoveel invloed heeft op de volgende generatie is dat misschien niet verwonderlijk.

© Simone van den Akker

Parishan en dochter Wasfia

Vast op de startbaan

In de heuvels van Noord-Griekenland is een kamp ingericht op de voormalige luchtmachtbasis van Nea Kavala. Hier zijn onlangs containers geplaatst over de hele lengte van de startbaan. Het is een duidelijke verbetering ten opzichte van de andere kampen. Maar tegelijkertijd ligt de dreiging van permanente tijdelijkheid op de loer.

© Simone van den Akker

Een man slaat een spijker door een flessendop om een plastic dekzeil aan het hout te verbinden. Zoals vele families heeft ook hij besloten om bij de ingang van hun container een entree te timmeren voor extra ruimte en beschutting tegen de wind. We complimenteren hem om zijn vindingrijkheid, maar hij haalt lachend zijn schouders op. ‘Ik had nooit gedacht dat mijn huis ooit bij elkaar zal worden gehouden door een banale dop.’

Hij heet Rashid en vraagt of we een kopje koffie komen drinken. We doen onze schoenen uit en zetten deze in de splinternieuwe entree. Binnen ontmoeten we zijn vrouw Parishan en Wasfia van één jaar oud. ‘Inmiddels kan Wasfia staan, maar ze was nog maar twee maanden toen ze aankwamen in Idomeni’, zegt Rashid.

Er is geen contact met de Griekse buitenwereld. Er is simpelweg geen mogelijkheid om hier een leven op te bouwen wat verder gaat dan het tijdelijke leven op de startbaan.

Met zachtmoedigheid vertelt hij over zijn stad Aleppo en over de lange tocht die ze hebben moeten afleggen. Over hoe hij vorige winter in Idomeni aankwam en sindsdien geen kant meer op kan. Over hoe ze maandenlang in een tent in de modder hebben gewoond, maar nu er het beste van proberen te maken in deze container, die hij steevast caravan noemt.

Rashid lijkt opgetogen om zijn verhaal te kunnen doen, alsof hij door zijn verhaal te delen een gevoel van vervreemding kan bestrijden. Hij mag nu wel in Griekenland wonen, maar eigenlijk woont hij nergens. Hij grijpt zijn kans om een eenvoudig gesprek te voeren met iemand die geen militair of hulpverlener is. Verder is er geen contact met de Griekse buitenwereld.

Er is simpelweg geen mogelijkheid om hier een leven op te bouwen wat verder gaat dan het tijdelijke leven op de startbaan. Er is hier niks waar je je aan vast kan houden om een gevoel van thuis te creëren, behalve met de dopjes waar hij zijn entree mee maakt. Het zijn enkel de kleine vormen van autonomie die hem controle geven, omdat er geen vat meer te krijgen is op de grote structuren. Restjesmensen. Gevangen genomen door Europa.

© Simone van den Akker

Vrijwilligers aan het werk bij Soulfood Kitchen in Thessaloniki.

De straat op!

Niet alle vluchtelingen wonen in kampen. In de straten en leegstaande gebouwen in Thessaloniki wonen hele gezinnen, vaak Afghanen. Met Soulfood Kitchen, een kleine organisatie die drie maaltijden per dag maakt, gaan we op zoek naar deze mensen om hen lunch te bezorgen.

Maar eerst moet er gekookt worden. In een keuken in een garage buiten de stad zijn vrijwilligers uit heel Europa in de weer met het snijden van grote hoeveelheden groenten. Wanneer de pan met linzenstoof op temperatuur is, wordt het eten in bakjes gedaan en in een roestende Chevrolet gezet.

© Simone van den Akker

Zack en zijn roestende Chevrolet

Zack, een vrijwilliger uit Wales, zit aan het stuur. Tijdens de vaste route langs parken, het station en vele leegstaande gebouwen vertelt hij over zijn ervaringen in de kampen. ‘Ik ben hier gekomen zonder plan, maar wilde gewoon kijken waar ik kon helpen. Ik ben begonnen met Engelse les en theater te geven aan de kinderen in de kampen.’

De hoeveelheid werk die verzet moet worden is immens en organisaties verwelkomen iedereen die een steentje bij wilt dragen al is het maar voor enkele dagen. ‘Er is altijd wel wat te doen hier. Zo had ik het idee om thee te brengen in de koude avonden in het kamp. Dus ben ik dat maar gewoon gaan doen.’

Zack parkeert de Chevrolet naast een stilgevallen bouwwerf. Achter een paar struiken zitten vier families met jonge kinderen en hun hele hebben en houden op straat.

Zohra, een meisje van vijftien, is de enige die een beetje Engels spreekt. Zij is de ambassadrice van deze groep. Zohra vertelt dat ze blijven proberen om zelfstandig de grenzen over te steken, maar dat ze telkens opgepakt en teruggestuurd worden, soms na een pak rammel van de Macedonische politie.

Ze willen in Griekenland niet officieel geregistreerd staan omdat ze vrezen vast te komen zitten in de bureaucratische rompslomp en na eindeloos wachten alsnog te worden afgewezen. Afghanistan is een veilig land volgens Europa, en een kans op asiel is nihil.

Honderd jaar terug in de tijd

Vlakbij het kamp van Cherso zien we twee jongens die sprokkelhout over de weg slepen. We stoppen de auto en vragen of ze hulp kunnen gebruiken. Met touw knopen we het hout aan onze auto en slepen het zo naar het kamp. Het zijn Koerdische jongens en heten Mohammed en Guevara. Ze nodigen ons uit voor een bezoek aan hun familie, maar dan wel via een gat in het hek want langs de officiële ingang hebben we toestemming nodig. De jongens leiden ons over een zompig weiland waar hun vrienden paddenstoelen aan het plukken zijn. Ze tonen hun plastic zak vol paddenstoelen en wijzen ons op welke paddenstoelen eetbaar zijn en welke niet.

Waar de vorige kampen die we bezochten zich op vervuilde industrieterreinen bevonden, heeft dit kamp een duidelijk voordeel. De landelijke omgeving geeft niet alleen de mogelijkheid tot het sprokkelen van hout en paddestoelen, maar in dit kamp hebben de bewoners zelfs groentetuintjes hebben aangelegd.

© Simone van den Akker

Paddenstoelen plukken op het weiland naast het kamp met Mohammed (links) en Guevara.

We worden welkom geheten door de hele familie wanneer we aankomen bij hun tent. Onder het afdak verkoopt de vader sigaretten; smokkelwaar uit Macedonië. Die worden wekelijks geleverd door een pick-up en komen zonder problemen de grens over en het kamp binnen. Het is bijzonder om te zien hoe mensen een zekere mate van autonomie behouden terwijl ze hun lot volledig uit handen hebben moeten geven.

‘Als we hadden geweten dat we hier zo zouden leven, waren we in Syrië gebleven.’

Ondanks de lastige situatie straalt dit gezin warmte uit en lachen ze gul met elkaars plagerijen. De moeder steekt een sigaret op terwijl ze in de pan roert. We eten in kool gewikkelde rijst en gevulde paprika met kip, een beetje Syrië herschapen in een primitieve tent. Tijdens het eten vertelt de vader, Shekmosa, over de moeilijke omstandigheden in het kamp. ‘Het is alsof we honderd jaar terug in de tijd zijn gegaan.’

Hij vertelt met heimwee over het leven in Syrië. ‘Ik was taxichauffeur en kon daarmee mijn hele gezin onderhouden. Het leven was goedkoop.’ Omwille van de oorlog zijn ze naar Turkije gevlucht, maar daar konden ze niet blijven. ‘De hele familie moest werken en dan nog kwamen we amper rond.’

De lonen in Turkije zijn laag of worden gewoonweg niet uitbetaald, zeker als het om Koerden gaat. Mede daarom besloten ze verder te reizen naar Europa. Maar de teleurstelling is groot. ‘Als we hadden geweten dat we hier zo zouden leven, waren we in Syrië gebleven.’

© Simone van den Akker

Samed wijst ons de weg naar het kamp van Kalochori

Samed

We zitten op het dorpsplein van Kalochori in de herfstzon wanneer een jongen van een jaar of tien ons gedag zegt. Onbevangen komt hij bij ons zitten en zegt dat hij Samed heet en uit Syrië komt. Het is de eerste keer dat we een jongen in zijn eentje buiten de hekken van het kamp zien. ‘Ik ben niet graag in het kamp, want er wordt veel gevochten.’ Liever fietst hij rond op het pleintje, terwijl de andere kinderen in het kamp samen voetballen.

We vragen naar zijn moeder. Met zijn vinger trekt hij een lijn over zijn nek, zonder te verpinken.

© Simone van den Akker

Samed met blokfluit

We vragen naar zijn moeder. Met zijn vinger trekt hij een lijn over zijn nek, zonder te verpinken. En zijn vader? We maken op dat baba aan het werk is, zwartwerk moet dat zijn.

In de avond zal hij op het plein afgezet worden om terug naar het kamp te wandelen met Samed. Uit onze tas halen we een blokfluit die we die ochtend in een antiekwinkel hebben gekocht.

Wanneer we Samed de blokfluit overhandigen aarzelt hij geen moment. Hij plaatst zijn vingers op de gaatjes, brengt zelfverzekerd de fluit naar zijn mond en verdwijnt in een andere wereld. Na tientallen keren dezelfde melodie te spelen met zijn ogen dicht stopt hij en kijkt op. “Mama” zegt hij “speelde heel goed”.

Zoeken naar zelfstandigheid

Dokter Mohammed is er de man niet naar om passief in zijn tent te blijven zitten. We ontmoeten hem in een restaurant op het strand net buiten Thessaloniki terwijl hij een sigaret opsteekt na het eten. Samen met een Britse vrijwilligster heeft hij twee families uit het kamp van Oraiokastro meegenomen voor een uitstapje. ‘In het kamp hebben we geen normaal leven en we kunnen ook nergens heen.’ Mohammed wil gezinnen uit het kamp de kans bieden om even te vergeten dat ze vluchteling zijn. De kinderen spelen met emmertjes aan de waterlijn terwijl de ouders aan het volleyballen zijn.

‘Wanneer ik de koude ondergrond voel en me realiseer dat ik in deze tent woon voel ik me meteen verdrietig. Ik kan nog steeds niet geloven dat dit echt is.’

We gaan in op zijn uitnodiging en rond zonsondergang lopen we het kamp van Oraiokastro binnen. De oproep voor het avondgebed galmt door de oude fabriekshal en enkele mannen lopen naar de tent die is ingericht als moskee. Wanneer we Mohammed rokend in zijn tent aantreffen is er weinig meer over van de vrolijkheid eerder die dag. ‘Vanaf de eerste dag dat ik in deze tent ben beland voel ik me depressief. Wanneer ik wakker word weet ik niet meer waar ik ben. Maar wanneer ik de koude ondergrond voel en me realiseer dat ik in deze tent woon voel ik me meteen verdrietig. Ik kan nog steeds niet geloven dat dit echt is.’

De overheid schiet tekort in het organiseren van de kampen, volgens dokter Mohammed. Ook ngo’s die actief zijn in het kamp krijgen van Mohammed een onvoldoende. ‘De Norwegian Refugee Council en Save the Children zijn niet efficiënt. Ze hebben wel een klaslokaal ingericht, maar na een paar weken hielden ze al op met lesgeven.’ Waarom ze zijn vertrokken weet dokter Mohammed ook niet. ‘Ondertussen zijn we begonnen om zelf onze kinderen les te geven. Als het niet voor ons gedaan wordt, doen wij het zelf wel.’

© Simone van den Akker

Wie wel op Mohammed’s sympathie kan rekenen zijn kleinere organisaties en individuele vrijwilligers. Zij lijken beter te kunnen inspelen op de noden in het kamp. Toch is het niet realistisch om te verwachten dat kleine organisaties kunnen voorzien in bed, bad en brood. Want dat is de verantwoordelijkheid van de Griekse en Europese overheden. De koude douches en het droge eten voldoen echter niet.

Dokter Mohammed zet zich daarom in voor de verbetering van de levensomstandigheden in het kamp. Hij overlegt bijvoorbeeld met de militairen die het kamp bewaken over toelating van extra bevoorrading van eten. ‘Het eten dat voorzien wordt door het Griekse leger is enkel gericht op koolhydraten, vooral rijst. Er is een tekort aan vitaminen en mineralen.’ Verse groente en fruit laat hij aanrukken uit een supermarkt in de buurt.

Dokter Mohammed houdt ook een facebookpagina bij waarop het reilen en zeilen binnen het kamp gevolgd kan worden. De acties van de groep rond dokter Mohammed tonen aan dat kleine initiatieven en zelforganisatie een grote impact kunnen hebben op de levenskwaliteit indien er voldoende middelen en vertrouwen zou zijn tussen vluchtelingen, overheden en hulporganisaties.

© Simone van den Akker

“Hope”, aan de gesloten grens tussen Griekenland en Macedonië.

Doodlopend spoor

Na alle verhalen over Idomeni willen we weten hoe het er vandaag uitziet. We stuiten op een treurig gehucht met alleen een paar oude bomen vol vruchten die niet geplukt zullen worden. De velden rondom de spoorweg verderop vormde het decor van een grote historische gebeurtenis. Het tentenkamp is niets meer te bespeuren, alleen de hekken zijn gebleven. Het is moeilijk te bevatten dat op deze verlaten plek 16000 mensen verbleven.

© Simone van den Akker

‘Precies hier stond onze tent.’

We worden vrolijk begroet door een Griekse vrouw en een Syrisch gezin. ‘We waren nieuwsgierig naar hoe Idomeni er nu uitziet, nu iedereen weg is.’ De vader wijst naar een plek midden op het terrein. ‘Precies hier stond onze tent.’ Alsof hij ons wilt overtuigen van dit feit laat hij ons de foto’s zien op zijn telefoon. Hij lijkt bijna nostalgisch wat doet vermoeden dat de situatie waarin ze nu verkeren vele malen erger is.

‘In Idomeni voelden we ons gehoord en gezien. Vrijwilligers uit heel Europa stroomden toe om ons te helpen. Alsof we allemaal samen de kracht hadden om die grens te openen.”’ Inmiddels kijkt niemand meer naar ze om en zijn ze “restjesmensen” geworden.

Tot dusver hebben de Europese lidstaten verzaakt om een oplossing te bieden voor deze vluchtelingen. De enige mogelijke oplossing is hervestiging, zoals afgesproken door de Europese lidstaten. In de tussentijd moet het mogelijk worden om in de kampen op een waardige manier te leven. Het is tijd dat de Belgische en Europese overheden hun verantwoordelijkheid nemen en hun humane gezicht laten zien. Europa heeft zelf in de hand of ze een staatloze onderklasse creëert of deze mensen een kans biedt zich verder te ontplooien. Hier, op de grenzen van Europa, is het Europa zelf dat haar eigen morele grenzen overschrijdt.

 

Over de auteurs:

Zowel Frederic als Simone hebben een achtergrond in de antropologie en hebben onderzoek gedaan naar berichtgeving rondom de oorlog in Syrië en het thuisgevoel van Syrische vluchtelingen in Beirut. Ook reisden ze naar onder andere Lampedusa, Palestina, Calais en Ceuta en hebben ze veel verhalen verzameld over revolutie, oorlog en migratie.

Frederic Gijsel heeft in Damascus Arabisch gestudeerd en was getuige van het begin van de Syrische revolutie in 2011. Sindsdien heeft hij de situatie niet meer losgelaten en heeft hij zich verdiept in het Midden-Oosten.

Simone van den Akker heeft programma’s gemaakt voor en met vluchtelingen over de asielprocedure en het integratiebeleid in Nederland bij Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Daarnaast is ze medeoprichter van Stichting Doneer je Deken en werkt ze momenteel bij de Asielzoekmachine. 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift