Dossier: 
Productie kasjmierwol wakkert de strijd om grasland aan

Gras, het groene goud van Mongolië

© Reuters / B. Rentsendorj

Ze hangen ook bij ons gewoon in de rekken, de truien en andere kledingstukken van een van de meest luxueuze vezels ter wereld: kasjmierwol. De grote vraag daarnaar blijft niet zonder gevolgen: voor meer wol zijn meer kasjmiergeiten nodig en dus meer sappig groen gras. En laat dat nu net een probleem zijn in het overbegraasde en verwoestijnende Mongolië.

Toen Nomindari Mendee haar eigen ethische modelabel wilde opstarten, dacht ze automatisch aan kasjmierwol. De Gents-Mongoolse ontwerpster komt uit Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië, en is een kleindochter van nomaden.

Door haar culturele erfenis weet Mendee als geen ander dat kasjmier een van de zachtste wolsoorten is. Op haar achttiende ging ze een tijdlang wonen en studeren in China, en via een uitwisselingsprogramma kon ze ook studeren in Brussel en Gent.

De link met kasjmier is snel gelegd: China en Mongolië zijn de twee landen waar de meeste kasjmiergeiten grazen – hoewel de naam van de wolsoort verwijst naar de Kasjmirvallei, een omstreden regio die opgeëist wordt door zowel India als Pakistan. Op de rug van deze geiten groeit een van de meest luxueuze vezels ter wereld.

Na haar studie ging Mendee aan de slag als kwaliteitstechnoloog bij een grote kledingketen, maar in 2018 besliste ze om een andere richting uit te gaan. ‘Ik heb zelf ervaren hoeveel stappen er nodig zijn om bijvoorbeeld een T-shirt te maken. Om daar dan zo weinig voor te betalen, dat vind ik belachelijk.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het moment waarop ze The True Cost zag, een ophefmakende documentaire over de donkere kant van de mode-industrie uit 2015, omschrijft ze als ‘de druppel die de emmer deed overlopen’. Ze richtte haar eigen merk op, Good Wool Story. En goede wol, dat betekent voor haar uiteindelijk toch geen kasjmier.

‘Ik zocht de beste kwaliteit, deed verder onderzoek en leerde bij. Maar kasjmier blijkt niet zo milieuvriendelijk, eerlijk of gezond te zijn.’

Van 300 euro naar 30 euro

De laatste vijftien jaar is kasjmier steeds populairder en bovendien immens veel goedkoper geworden. Plots is een truitje van kasjmier, dat vroeger voor minstens 300 euro zou verkocht zijn, voor pakweg dertig euro het jouwe.

Hoe komt het dat kasjmier plots zo goedkoop kan? Spotgoedkope truien van ‘100 % kasjmier’ bevatten in realiteit gemiddeld slechts 88,3 procent kasjmier, legt Brits journalist en auteur Lucy Siegle uit in haar boek To Die For: Is Fashion Wearing Out The World? Vaak gaat het om een blend van onder meer kasjmier, schapenwol en ‘ongedefinieerde’ vezels. Goedkope kasjmier is daarnaast vaak een stuk stugger doordat de vezel dikker is.

Maar die lagere kwaliteit verklaart niet volledig waarom kasjmier voor een tiende van zijn oorspronkelijke prijs op de markt komt. Siegle legt uit dat dit soort prijsdalingen geen toeval zijn. Ze hebben veel te maken met internationale handelsbeperkingen – of het ontbreken daarvan.

Hoe meer geiten in de kudde, hoe meer kasjmierwol en hoe groter de winst. Maar dat is nefast voor het ecosysteem in Mongolië.

In 2005 hielden twee handelsbeperkingen definitief op te bestaan: het Multivezelakkoord of Multi Fibre Arrangement (MFA) en zijn opvolger, het WTO-akkoord over Textiel en Kleding (ATC). Het MFA was er voornamelijk op gericht om textielbanen in de EU, Verenigde Staten en Canada te vrijwaren, omdat steeds meer textielproductie naar Azië verhuisde.

Toen in 2005 die importbeperkingen opgeheven werden, kon China – dat het grootste deel van de markt in handen heeft – inzetten op de kasjmiervezel. De prijs blijft laag omdat de Chinese fabrieksarbeiders erbarmelijke lonen krijgen, maar ook omdat Chinese tussenhandelaars de wol kunnen aankopen tegen spotprijzen.

Het zijn die tussenhandelaars die de verkoopprijs zetten. ‘Vroeger moesten herders hun wol aan de man brengen in Ulaanbaatar’, verduidelijkt sociaal geograaf Batbuyan Batjav. Hij doet al dertig jaar onderzoek naar de levensomstandigheden van nomaden. ‘De kost van het transport alleen al was immens. Het is dus positief voor de nomaden dat Chinese tussenhandelaren hen rechtstreeks gaan bezoeken om hun wol op te kopen.’

© Nomindari Mendee

‘Chinese tussenpersonen hebben een monopolie in Mongolië’, zegt ook onderneemster Nomindari Mendee. ‘Zij zijn de eersten die rechtstreeks bij de Mongoolse nomaden aankochten en zetten die onder druk om enkel aan hen te verkopen. De tussenhandelaars gaan dan met de meeste winst lopen.’

Mendee brengt me in contact met Bulgamaa Densambuu. Zij is duurzaamheidsofficier bij Green Gold, de Mongoolse Nationale Federatie van Weidegebruikersgroepen, gelinkt aan de overheid, die streeft naar duurzame productie van kasjmier.

Aan de lijn vanuit Ulaanbaatar bevestigt zij dat onbewerkte, ruwe kasjmiervezels bijzonder goedkoop zijn. Voor een kilogram kasjmier kregen nomaden in 2020 gemiddeld 85.000 Mongoolse tughrik, oftewel iets meer 25 euro. Gemiddeld kan een gezin zo’n vijftigtal kilogram verkopen, goed voor een jaarlijks inkomen uit kasjmier van ongeveer 1250 euro.

Je kan het de nomaden niet kwalijk nemen dat ze ingaan op het aanbod van tussenhandelaars, zegt sociaal geograaf Batjav: zij willen natuurlijk ook een comfortabel inkomen opstrijken.

Tijdens ons gesprek verwijst Batjav meermaals naar “rijke” en “arme” nomaden. Op het einde corrigeert hij zichzelf. ‘Wil je niet spreken over “rijke” maar over “succesvolle” nomaden? Want over echte rijkdom, zoals de winst van de Chinese tussenhandelaars, gaat dit niet.’

Limieten van de natuur

Niet enkel de afschaffing van tariefbeperkingen in Europa en Noord-Amerika speelt een rol in de prijszetting van kasjmier. Ook de implosie van de Sovjet-Unie is cruciaal in dit verhaal. Ook in Mongolië, bondgenoot van de communistische grootmacht, werd in de jaren ‘90 de economie – en daarmee de veestapel – geprivatiseerd. Op de grootte van de veestapel stond geen limiet meer. En hoe meer geiten in de kudde, hoe meer kasjmierwol en hoe groter de winst.

Zeker voor Mongolen die geen nomadische achtergrond hadden, maakte dat het werk van geitenherder aantrekkelijker. Maar die nieuwe geitenherders hadden ook veel minder kennis over hoe ze moeten omgaan met het land en beseften te weinig dat een te grote kudde kasjmiergeiten alle groen wegvreet.

‘Als het zo doorgaat, hebben we op termijn geen kasjmier meer. De natuur botst op haar limieten.’

Hoewel de nomaden er niet “rijk” van worden, brengen kasjmiergeiten hen wel stevig op. Ook voor hen is het aantrekkelijk om er steeds meer geiten bij te nemen in de kudde. ‘Maar zo werkt het natuurlijk niet’, zucht Densambuu. ‘Door vraag en aanbod gaat de prijs dan nog meer zakken.’

Die prijzenslag heeft perverse neveneffecten. Veel nomaden hebben nu meer dan dubbel zoveel geiten in hun kuddes als voor de privatisering. Geiten zijn vindingrijke dieren, legt Batjav uit. ‘Ze gaan niet zomaar aan overgebleven planten knagen wanneer voedsel schaars is, maar trekken ze met wortel en al uit de grond. Geiten vreten alles op, waardoor andere dieren in de kudde minder overlevingskansen hebben.’

Dat is nefast voor het ecosysteem in Mongolië, want de overbegrazing veroorzaakt verwoestijning. Daardoor hebben de geiten nog minder te grazen. Hun gezondheid lijdt daaronder, waardoor hun vacht – hun wol – minder robuust is. ‘Als het zo doorgaat, hebben we op termijn geen kasjmier meer’, vreest Mendee. ‘De natuur botst op haar limieten.’

De laatste jaren heeft Green Gold veel vooruitgang geboekt, zegt duurzaamheidsofficier Densambuu. Eerst en vooral benadrukt ze dat niet alle grond in Mongolië op sterven na dood is. 12 procent van het landschap in Mongolië zou volgens onderzoek van Green Gold ‘zeer sterk aangetast’ zijn. De Wildlife Conservation Society Mongolia spreekt daarentegen over 70 procent. Gevallen van “echte verwoestijning” heeft Green Gold ‘niet in kaart gebracht’, maar in een eerder rapport bevestigt de overheidsorganisatie dat die gevallen ‘wel degelijk bestaan, al zijn ze zeldzaam’.

‘Het is belangrijk dat de verwoestijning zich niet doorzet’, meent Densambuu. Daarom heet haar federatie Green Gold, zegt ze: ‘Graslanden en weidelandschappen in Mongolië zijn goud waard. Als het gras gezond blijft, blijven de kasjmiergeiten gezond. Enkel dan krijg je waardevolle, kwaliteitsvolle wol.’

Op de vuist

Maar niet iedereen denkt er zo over. ‘Uiteraard zal Green Gold zeggen dat het op ecologisch vlak de goede richting uitgaat, maar dat is maar een deel van het verhaal’, werpt sociaal geograaf Batjav tegen. ‘Kasjmiergeiten zijn nu privébezit, maar het land blijft publiek.’

En in werkelijkheid is de situatie nog complexer. ‘Er zijn ongeschreven regels binnen de nomadische cultuur’, gaat Batjav verder. ‘Bepaalde nomaden zijn al zo lang gehecht aan bepaalde lappen grond, dat ze een bepaalde vallei opeisen. Zij noemen het “het land van hun voorvaderen”, en zullen verhinderen dat andere kuddes daarop grazen. Zeker als het grasland net tijd nodig heeft om te recupereren.’

De nomadische cultuur is in wezen bijzonder hiërarchisch. Batjav spreekt van informeel leiderschap. ‘Om je kudde te laten grazen op vruchtbare grond, moet je goede connecties hebben met die informele leiders.’

Evident is dat niet, zeker nu de grond aangetast is door overbegrazing. ‘Rijk grasland is schaarser geworden. Nomaden zijn veel minder happig om graslanden te delen. De strijd om goede gronden is eerder al fataal afgelopen. Nomaden gaan met elkaar op de vuist. Soms vermoorden ze elkaar zelfs.’

‘Voor nomaden is het niet evident om hun brood te verdienen in de stad.’

Batjav zegt het langs zijn neus weg en benadrukt dat het een gevoelig onderwerp is. ‘Oudere nomaden delven vaak het onderspit in discussies rond welke kudde op welk land mag grazen. Ze houden zich zelfs bewust afzijdig, omdat ze weten dat ze fysiek niet zijn opgewassen tegen jongere, viriele nomaden.’

Succesvolle nomaden, zo noemde hij hen. Dat sloeg niet enkel op geldelijke rijkdom, maar ook op man- en slagkracht. ‘In het beste geval bestaat een groep nomaden zowel uit oudere leden, die veel kennis hebben over het landschap, als jongere, die hen kunnen beschermen.’

Die jongere nomaden zijn vaak niet meer de zoons of dochters van de oudere generatie. ‘Succesvolle nomaden hebben geld genoeg om hun kinderen naar de stad te sturen om te studeren. Velen keren niet terug, zodra ze dat leven ervaren hebben.’

© Nomindari Mendee

Batjav wijst op modern comfort, zoals sociale media en televisie. ‘Al hebben nomaden dat zelf ook in de vallei, hoor. Heel wat nomaden zijn nu verbonden met de buitenwereld via Facebook. Dat maakt mijn werk als onderzoeker lastiger: vroeger kon ik aankloppen en waren nomaden al blij dat ze wat nieuws van buitenaf kregen, in ruil voor hun deelname aan mijn onderzoek. Nu zijn ze veel argwanender. Wat wil je? Wat heb je mij te bieden?’

Dat stoort hem zichtbaar, al doet hij zijn best om het weg te lachen. ‘Je moet al een primeur hebben om interessant te zijn voor hen.’

‘De laatste jaren is er een massale migratiegolf naar de stad, met traditionele joerten rondom Ulaanbaatar’, vertelt Mendee. Zelf groeide ze op in een appartement in de stad, maar na de scheiding van haar ouders woonde ze een tijdlang in zo’n traditioneel tentenkamp.

‘Voor nomaden is het niet evident om hun brood te verdienen in de stad,’ zegt ze daar snel bij, ‘aangezien ze geen opleiding genoten hebben. Ze komen toe met een droom, maar kunnen amper aan de slag.’

Daarom bergen veel gemigreerde nomaden hun droom opnieuw op. ‘Door gebrek aan andere opportuniteiten keren ze uiteindelijk terug naar het platteland, niet als onafhankelijke nomaden, maar in dienst van andere nomaden’, legt Batjav uit. Als assistent, dus. ‘Ik mag het woord slaven niet gebruiken, maar daar komt het wel ongeveer op neer.’

Vroeger werd de kennis van nomaden doorgegeven van vader op zoon. Bij ‘assistenten’ ligt dat anders, vreest hij. ‘Oudere nomaden zullen hen wel zeggen wat ze moeten doen, maar niet waarom ze iets moeten doen. Zo zal die kennis – en uiteindelijk de nomadische levensstijl – verloren gaan.’

Ook Mendee vreest voor de teloorgang van haar cultuur. ‘Iedereen weet dat wij een volk van nomaden zijn. Als we die levensstijl kwijtspelen, wat blijft er dan nog van onze cultuur over?’ De situatie bezorgt haar erg veel hartzeer, zegt ze. ‘Maar tegelijk geeft het me een extra impuls om nu alles te geven en om mee een oplossing te vinden.’

Jakwol als alternatief
Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Hoezeer de federatie Green Gold ook gelooft in het herstel van de door overbegrazing aangetaste graslanden bij duurzame kasjmierproductie: voor Mendee is het geen optie om bij te dragen aan de enorme vraag naar kasjmier.

In haar onderzoek naar wat dan wél duurzaam is, stootte ze op de Europese ngo Swiss Development Agency die Green Gold ondersteunt. ‘Zij bekijkt of het mogelijk is om jakwol te commercialiseren.’

‘Kasjmier is fijn donshaar van – bij voorkeur jonge – geiten. Jakwol is ook donshaar, maar van jakken’, legt de jonge onderneemster uit. ‘In vergelijking met schapenhaar is het warmer. En anders dan kasjmier is het gebruiksvriendelijker, want je kan het gewoon in de wasmachine steken.’

Van jakken kunnen herders ook het hele jaar door het vlees en de melk verkopen.

Toch blijf ze voorzichtig. ‘Jakwol is nu nog niet zo bekend. Eigenlijk is dat goed zo. Als er meer interesse komt, bijvoorbeeld vanuit China, dan zal het misschien hetzelfde verhaal zijn als met kasjmier.’

Daar gaat Batjav gedeeltelijk in mee. ‘Ik vind het een goed idee om jakwol te commercialiseren, omdat jakken vooral in de bergen grazen, waardoor er minder problemen zullen zijn in de valleien. Maar als de vraag zou stijgen, zullen er misschien ook te veel jakken in die regio grazen.’

De sociaal geograaf ziet alleszins een groot voordeel: ‘Geitenkaas, zoals jullie in Europa eten, daar zijn we in Mongolië geen fan van. En ook taai geitenvlees wordt amper gegeten. Bij jakken is er wel een markt voor het vlees en de melk. Zo zullen nomaden meer inkomenszekerheid hebben en niet enkel afhangen van de vraag naar wol. Dat kan de inkomensongelijkheid mogelijk ten goede komen.’

Deze reportage kwam tot stand in het kader van MO*onderzoekt.

Een kortere versie van dit artikel kan je lezen in de het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3149   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Sarah Vandoorne is freelance journaliste, hispanologe, Latijns-Amerika-aficionada en – voor zover die term steek houdt – een rasechte Belgisch Britse Bengalese.