‘Als we geen diversiteit meer te zien krijgen, worden de geesten nog enger’

Stroeve en onvoorspelbare visaprocedures sluiten de grenzen van cultureel Europa

© Philippe Magoni / KIRINA, Serge Aimé Coulibaly & Faso Danse Théâtre

Faso Danse Théâtre brengt nu Kirina op de planken, een stuk dat gaat over migratie, hoop en de rijkdom die voortkomt uit de confrontatie tussen werelden en ervaringen. Nogal ironisch als je bedenkt hoe muren en grenzen artiesten hun mobiliteit ontnemen.

Vanaf morgen wordt het Molenveld in Boechout weer het decor voor het jaarlijkse Sfinks Festival. Het wordt een vierdaagse viering van de internationale muziekscene. Enige kanttekening: de organisatie moest de Gambiaanse artiest Jali Madi van de line-up halen omdat zijn visum niet in orde raakte.

Ook Couleur Café kreeg deze zomer een Marokkaanse artiest niet tot op het podium. En het circusgezelschap Amoukanama kon geen visum verkrijgen voor een groep van tien Guinese circusartiesten aan de vooravond van hun zomertour.

MO* focust in zomerse festivaltijden op de bredere visumproblematiek voor artiesten. Of waarom u op veel podia minder kleur ziet dan de organisatoren zouden wensen, en de viering van artistieke diversiteit zomer na zomer een bittere bijsmaak heeft.

Automatische mail slaat droomzomer aan diggelen

In een idyllisch, afgelegen stulpje in het door bossen omringde Ingelmunster ontmoet ik Nathalie Vandenabeele en haar Guinese man Alseny Sacko. Het is de uitvalsbasis van circusorganisatie Amoukanama waarvan Nathalie de bezielster is. Hier kunnen de artiesten vrijuit hun opstellingen oefenen, in alle privacy hun “West-Afrikaanse energie” – zoals Vandenabeele het noemt — uitleven en in de hangmatten uitrusten.

Vandenabeele en Sacko dromen van een circusschool in de Guinese hoofdstad Conakry, waar jongeren een driejarige opleiding tot artiest kunnen volgen, samen met het algemeen onderwijs. Ze stelden een team acrobaten uit Europa en Guinee samen en planden de hele zomer optredens in België om die Guinese circusinvestering mee te ondersteunen. Alle zalen waren geregeld en de contracten lagen vast. Tien acrobaten staken een act in elkaar in de moeilijke Guinese omstandigheden, klaar om aan hun droomzomer in België te beginnen.

Het project kreeg Europese subsidies in het kader van Frame Voice Report: een ‘subsidieprogramma dat maatschappelijke organisaties wil bijstaan om de kennis en betrokkenheid bij duurzame ontwikkelingsdoelen onder EU-burgers te vergroten.’ De Stichting Wilde Ganzen, die dat subsidietraject in België en Nederland coördineert, ondersteunde de visa-aanvragen met een uitnodigingsbrief. Ook het televisieprogramma Belgium's Got Talent juichte het project toe en schreef een brief om aan te geven dat de acrobaten welkom waren in het programma.

Maar aan de grenzen werd het op minder enthousiasme onthaald. Een definitief antwoord voor de visumaanvragen voor de artiesten liet lang op zich wachten. Vandenabeele belde en mailde steeds opnieuw om te vragen wanneer de beslissing zou vallen. Dat bleef lange tijd onduidelijk.

© Amoukanama Circus

Twee dagen voor vertrek kregen ze het nieuws: de paspoorten waren klaar, maar de boekjes waren leeg. Geen visa voor de artiesten. Vandenabeele belde daarop de visaservice en de ambassade. Ze kreeg de raad een mail te sturen. Het antwoord: een automatisch gegenereerde mail. Dat was het dan. Geen zomer met die groep.

De Belgische staat vreesde dat de artiesten niet naar Guinee zouden terugkeren wanneer hun visum verlopen was. Enkele elementen vormden daar zogenaamd een aanwijzing voor, zoals het feit dat de artiesten geen bankrekening hadden met regelmatige inkomsten. Dat het hier om jongeren in opleiding ging, speelde niet mee. Of zo ver lazen de ambtenaren het dossier niet.

‘Europese landen denken altijd dat wij, de zwarten, komen profiteren. Maar wij denken daar zelfs niet aan. Wij komen om te werken, om artiest te zijn’

Andere redenen waren ontbrekende documenten, die Vandenabeele in aparte delen van het dossier wel had ingevoegd. Ze gebaart breeduit met wijsvinger en duim: ‘Zo’n dik dossier hadden we per persoon. En dan krijg je een weigering van misschien twee alinea’s. Onze volgeplande zomer viel in het water.’

Uiteindelijk sprokkelden ze in alle haast en over heel Europa een team Guinese circustalenten bij elkaar. Ik sprak kort met enkelen van hen: Ibrahima, Mohammed, Sekou en Ousman. Mohammed: ‘Europese landen denken altijd dat wij, de zwarten, komen profiteren. Maar wij denken daar zelfs niet aan. Wij komen om te werken, om artiest te zijn. Ze kunnen ons niet zomaar herleiden tot onze papieren.’

Van de luchthaven naar het terugkeercentrum

Ook Faso Danse Théâtre ondervindt gelijkaardige problemen. Het dansgenootschap werkt vooral samen met Burkinese dansers. Lies Martens leidt de groep sinds 2018 samen met Serge Aimé Coulibaly, zelf afkomstig van Burkina Faso. Ze werkte eerst bij Rosas (van Anna Teresa De Keersmaeker) en Eastman (van Sidi Larbi Cherkaoui) en is beleidsmatig actief binnen Overleg Kunstorganisaties (OKO), en PEARLE* Live Performance Europe, een Europese koepelorganisatie voor podiumkunsten. Martens is met haar vijfentwintig jaar ervaring in de podiumkunsten een vat vol absurde verhalen over visaweigeringen.

Zo vertelt ze over een Canadese topdanser die voor Eastman naar België reisde, maar vanuit Zaventem rechtstreeks in het repatriëringscentrum in Steenokkerzeel terechtkwam. Onduidelijkheid over de verblijfstermijn was de reden: met een visum kort verblijf mogen mensen binnen de zes maanden maximum negentig dagen op Schengen-grondgebied zijn. Eastman, toen net verkozen tot Europees cultureel ambassadeur, zette via de pers druk waarna de danser “vrijkwam”.

‘Dat soort voorvallen klopte niet, dat was zo onrechtvaardig. Ik voelde me geroepen om daar beleidsmatig iets aan te doen.’ In 2015 stond Martens in het Europees Parlement om de zaak te bepleiten. Ze vertelde en getuigde over de barrières die artiesten én organisatoren ondervinden op de weg naar een visum. Toen kwam de migratiestijging van 2015, en belandde het dossier in de ijskast.

De motivatie achter de striktheid bij visaprocedures is de angst van staten dat niet-Europese artiesten hun beroep misbruiken om hier onder te duiken of illegaal te werken. Martens getuigt: ‘Wij worden als gezelschap zo hard gecontroleerd om subsidies te verkrijgen en alles moet zo transparant gebeuren. Iedereen weet dat wij helemaal niet bezig zijn met zwartwerk of irreguliere migratie. Dit is echt een mankement in de wetgeving.’

TWBA Busted (CC BY 2.0)

The west and the rest?

UNESCO zette vorig jaar met het rapport ‘Reshaping cultural policies’, de visaproblematiek in een globaal kader. Gemiddeld raakt een westerling 156 landen visumvrij binnen, terwijl iemand uit het globale zuiden 75 landen kan bereiken. ‘Het is uiterst hypocriet dat de witte westerlingen praktisch ongestoord kunnen reizen naar waar ze willen, terwijl de meeste Afrikanen dit niet kunnen’, reageert Nathalie De Boelpaep, zakelijk directeur van NTGent.

Gemiddeld raakt een westerling 156 landen visumvrij binnen, terwijl iemand uit het globale zuiden 75 landen kan bereiken

Vandenabeele (Amoukanama) plaatst haar ervaring ook in dat globalere kader. Onevenwicht lijkt de norm: Guineeërs raken hier pas na maanden procedures en vele weigeringen binnen, terwijl zijzelf haar visum voor Guinee op één dag in orde heeft. Ze merkt op dat die Europese restrictieve houding illegale migratie teweegbrengt.

Martens: ‘Als je vijf-zes keer geweigerd wordt en plots toch binnen raakt, lijkt een visum naar Europa een soort godsgeschenk. Gevolg: sommige artiesten keren na verloop van hun visum niet terug naar Afrika. Hier in de illegaliteit leven lijkt dan beter dan terugkeren naar Guinee zonder de zekerheid ooit nog op Europese bodem hun werk en passie te kunnen beoefenen.’

Eén van de circusartiesten van Amoukanama, Sekou, getuigt daarover: ‘De Europeanen komen makkelijk naar ons en willen dan niet weg omdat het hier zo goed is. Zij mogen zomaar blijven en bouwen grote ommuurde huizen. Wij moeten zo vaak proberen om in Europa te geraken. Soms hebben we er genoeg van om steeds maar te verliezen, verliezen, verliezen, … Dus zoeken we andere oplossingen, legaal of illegaal. Je kan niet blijven verwachten dat wij ons zomaar bij de houding van Europa neerleggen.’

UNESCO (CC BY-SA 3.0 IGO)

Deze wereldkaart toont per land naar hoeveel landen de burgers visumvrij kunnen reizen. Een Afghaan kan naar 24 landen, een Duitser naar 176 landen. UNESCO benadrukt de rol die dat structurele onevenwicht qua visumvrij reizen voor globale culturele uitwisseling betekent. Programmaties zullen minder artiesten uit de meest donkerrode landen tellen.

De organisatie waarschuwt voor restricties op vrijheid en mobiliteit, en hoe staten die kunnen gebruiken als tools voor repressie en censuur. De Mauritaanse filmregisseur Adherrahmane Sissako schreef: ‘Voor veel artiesten is de vrijheid van beweging, zoals het verkrijgen van visa en van werktoelatingen, een constante strijd. De vrijheid van creatie wordt constant bedreigd.’

‘Voor veel artiesten is de vrijheid van beweging, zoals het verkrijgen van visa en van werktoelatingen, een constante strijd. De vrijheid van creatie wordt constant bedreigd’

Martens haalt aan hoe stereotiepen mee vastgeroest raakten in de ijzeren hand van de visumbureaucratie en bij weigeringen een rol kunnen spelen. Ze vertelt over de internationale dansers bij Rosas: ‘Ik merkte veel vooroordelen tegenover dansers uit Brazilië die gerelateerd werden aan drugs. Dan kreeg je altijd een “nee” voor visa en werkvergunningen. Ook danseressen uit Azië, zoals uit Taiwan of Zuid-Korea, werden snel geassocieerd met meisjes uit de seksindustrie.’

Ook Vandenabeele frustreert zich over de vooroordelen die bestaan over niet-Europeanen die rondreizen of migreren. Die stroken zelden met de realiteit, meent ze. ‘We associëren hen met allerhande kwade bedoelingen, spreken erover als één groep en miskennen ieders eigenheid.’

Martens: ‘We beseffen te weinig dat die artiesten niet per se willen blijven: in hun thuisland hebben ze familie en sociale netwerken, hebben ze het vaak relatief goed door wat ze verdienen met de intensieve tournees en velen investeren bewust in hun thuisland’. Zo richt Serge Aimé Coulibaly bijvoorbeeld het choreografisch centrum in Bob-Dioulasso in Burkina Faso op en bouwen de Guinese artiesten van Amoukanama een circusschool in Conakry.

België, het fort met de hoogste muren

België is al jaren koploper qua weigeringen van visa-aanvragen. Voor het visum kort verblijf gaat het bijvoorbeeld om twee- tot driemaal het Europees gemiddelde. Nationaliteiten die de grootste moeilijkheden ondervinden, zijn Afrikaanse en Midden-Oosterse landen. Enkel Mauritius, de Seychellen, Israël en de Verenigde Arabische Emiraten ontspringen de dans en hebben geen visum nodig.

De top vijf van meest geweigerde reizigers bestaat in 2018 uit Congo, Turkije, Senegal, Pakistan en Marokko. Senegal staat al sinds 2010 steevast in de top vijf. Nigeria, Pakistan en Angola hebben een vaste plaats binnen de top tien.

Nathalie zal na deze zomer haar artiesten niet meer via België laten overkomen. In Frankrijk doorlopen artiesten de procedure sneller, vertelt ze. Ook circusartiest Faso ervoer dat zo: mensen van voormalige kolonie Burkina Faso raken Frankrijk makkelijker binnen.

Een zo min mogelijk toegankelijke administratie

Artiesten en organisaties komen op het pad naar de Schengenzone nog barrières tegen. Ze lopen geregeld vast in ingewikkelde netten van documenten, ondervragingen en de vraag naar bewijzen. Het is een dure en lange tocht met weinig informatie en amper hulp om steile bureaucratische bergen te trotseren.

We nemen het voorbeeld van een visum C, oftewel een visum kort verblijf voor België. Die heilige stempel geeft je de toelating om 90 dagen in de Schengenzone te blijven binnen een periode van 180 dagen.

Een eerste obstakel is de minimumtermijn, want de aanvraag kan pas drie maanden voor vertrek starten. Voor programmatoren die hun culturele planning langer dan drie maand op voorhand met niet-Europese artiesten willen verrijken, is dat een obstakel.

Wat de staat precies verwacht, is daarbovenop niet altijd duidelijk, meent Martens. Websites van ambassades zijn vaak onoverzichtelijk of bieden maar één taal aan. ‘Het wordt zo moeilijk gemaakt voor sommige mensen. Die website van bijvoorbeeld de Britse ambassade waar je je moet doorworstelen is al ingewikkeld voor mij, laat staan wanneer je een Franstalige Afrikaan bent. Daar komen nog de geldelijke kosten bovenop, en die zijn enorm.'

Ook Vandenabeele ervoer dat: ‘Je hebt zo veel documenten nodig, en er lijkt altijd iets te ontbreken. Als je daar dan over belt, verwijzen ze je naar her en der door. Uiteindelijk verlies je er tijd en geld mee, en als je uiteindelijk een weigering ontvangt, sta je machteloos. In beroep gaan kost stukken van mensen, neemt nog eens tijd in beslag en geeft weinig kans op een positief resultaat.’

In een kramp door de angst voor illegale migratie

Bij zo'n aanvraag moet je als artiest documenten voorleggen die bewijzen dat je naar België reist voor de podiumkunsten. En nog belangrijk, je moet vooral kunnen tonen dat je ook écht zult terugkeren. Een retourticket volstaat niet. Overheden voeren daarvoor een profielonderzoek uit: wat is je gezins- en beroepssituatie, heb je een regelmatig inkomen, heb je een permanent verblijf in het vertrekland, …?

‘Maar touren zit artiesten in het bloed’, stelde Martens in het Europees Parlement. De vereiste bewijzen van een stabiel bestaan vallen niet altijd te rijmen met die reizende artiest. Dat blokkeert zeker een discipline als circus. Volgens Vandenabeele is die discipline ‘altijd iets open geweest. Iedereen is welkom, van welke achtergrond ook. Het gaat over wat je deelt. Als je een piramide bouwt, moet je vertrouwen hebben, ongeacht de taal die je spreekt.’

Wanneer daarbovenop de algemene toestand in het woonland politiek instabiel is en/of er hoge armoedecijfers zijn, schieten de kansen op een njet de lucht in. Toch gebeurt dat niet systematisch, consequent of transparant volgens Martens. ‘Zonder dat er enige uitleg volgt, krijgen mensen een “nee”. Waarom? Omdat ze denken dat je niet gaat terugkeren. Overheidsinstanties verdenken je al bij voorbaat van illegale migratie en onderduiking. Weigeringen gebeuren heel ontransparant. Ze geven zelden nadien antwoord wanneer we vragen welke documenten of bewijzen ze nog nodig hebben.’ De Boelpaep van NTGent en Vandenabeele van Amoukanama duiden ook op die onvoorspelbaarheid als een fundamenteel probleem.

Normaal behandelt het reisland de aanvraag binnen de vijftien dagen, maar overheidssites waarschuwen voor een wachttijd tot dertig of zelfs tot zestig dagen wanneer je uit specifieke landen komt. Dat gaat vooral om Midden-Oosterse of Sub-Saharaanse landen. Die aanvragen krijgen een speciale behandeling door de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Als een artiest de procedure stipt negentig dagen op voorhand begint, weet die in het geval van een DVZ-behandeling pas dertig dagen op voorhand of hij een maand later op Belgische podia kan staan. Worst case scenarios van artiesten die nog geen vijf dagen op voorhand geweigerd werden, zijn talrijk.

Rob D (CC BY-SA 2.0)

Programmatoren beginnen al twee keer na te denken of ze zo een risico willen lopen, en of die niet-Europese artiest het ‘allemaal wel waard is’

Programmatoren beginnen al twee keer na te denken of ze zo een risico willen lopen, en of die niet-Europese artiest het ‘allemaal wel waard is’. Zo beginnen ze aan een soort van zelfcensuur te doen: we zullen het maar niet doen.

‘We nodigen jaarlijks groepen van overal in de wereld uit’, getuigt Sfinks-artiestverantwoordelijke Patrick De Groote, die niet wil buigen onder de moeilijkheden. ‘Soms loopt het moeilijk. Maar wij weigeren onze programmatie daaraan aan te passen. Het vertrekpunt is dat het altijd kan lukken. In het overgrote deel van de gevallen lukt het ons ook. Maar we botsen toch jaarlijks op onvoorspelbaarheden. Veel hangt af van de plaatselijke situaties en de subjectieve interpretaties van individuen.’

De Boelpaep (NTGent) zegt dat het ‘onmogelijk werken is’ op die manier. ‘We kunnen het ons niet permitteren om een voorstelling zo kort voor de première te moeten annuleren. Het is een enorme gok om zo veel middelen in te zetten en te laten afhangen van schijnbaar willekeurige beslissingen van een ambassade of diplomatie.’

In de korte tussentijd moeten organisatoren ook zien dat de artiest een arbeidscontract krijgt. ‘Die stappen om een artiest naar hier te halen, vinden elk op een ander niveau plaats. De toegang tot het grondgebied verkrijg je bijvoorbeeld via Binnenlandse Zaken, arbeidscontracten zijn gewestelijke materie. Die niveaus communiceren daar niet over.’

Martens hoorde een aantal jaren geleden hoe het enorme gezelschap van Cirque du Soleil zijn tour steeds in Spanje begon, omdat men daar het makkelijkst omging met werkvergunningen. Van daaruit reisden ze verder binnen Schengenlanden.

Voor haar maakt de onvoorspelbaarheid het touren het meest penibel: ‘Visa-aanvragen gaan niet om wiskundige berekeningen, ook al staat dat zo geschreven in procedures en wetgevingen. Zelfs ter plaatse kunnen we er nooit van uitgaan dat dat in orde is, dat onze artiesten er zullen raken. Het levert zo veel slapeloze nachten op.’

UNESCO blijft alarmbel luiden

UNESCO luidt al jaren de alarmbel. Het rapport uit 2018 is daar een voorbeeld van, maar ook in 2005 en 2013 probeerde het beleidsaandacht naar de problematiek te sturen.

De documenten baseren zich op een gronddocument van UNESCO uit 1980, ‘Recommendation on the Status of the Artist’. Het stelde toen dat ‘staten de vrije internationale beweging van artiesten moeten garanderen en hun vrijheid niet mogen beperken om hun kunst in het land van hun keuze uit te oefenen.’

In de 2005-ConventieThe Protection and Promotion of the Diversity of Cultural Expressions’ stond dat nogmaals centraal. Artikel 16 roept daarin op artiesten van derde landen een 'preferential treatment' te geven. Het document verplichtte staten via handelsakkoorden en bilaterale afspraken de doelstellingen van de Conventie uit te voeren.

Maar “verplichten” is hier relatief. Zulke rapporten hebben maar een half bindend karakter: het is soft law en dus niet afdwingbaar. Omdat het hier over complexe internationale materie gaat, die zowel het domein van internationale handel (verantwoordelijkheid van de Wereldhandelsorganisatie) als van culturele diversiteit (UNESCO’s verantwoordelijkheid) beslaat, is de aanpak moeilijk.

In andere landen volgden al meer maatregelen en initiatieven op de 2005-Conventie van UNESCO, vooral wat betreft bemiddeling en ondersteuning. Enkele voorbeelden:

  • Frankrijk: Artists Visa Committee. Dit comité wil beantwoorden aan de moeilijkheden van muzikanten om visa te verkrijgen, en werkt daarvoor samen met het Ministerie van Cultuur, van Buitenlandse en Binnenlandse Zaken en met culturele instanties. Het komt tussen bij blokkages, vormt een controlemechanisme en voert onderzoek naar de problematiek.
  • Tunesië: het Ministerie van Culturele Zaken begon actief met de ondersteuning van mobiliteit na de Conventie. Het helpt de kosten van artiesten voor internationaal reizen, verblijf en transport van materiaal te dekken. Hiervoor werkt het samen met Buitenlandse en Binnenlandse Zaken. Het onderhandelt ook met de Europese Commissie over een ambitieus programma om visumaanvragen onderling te faciliteren.
  • Duitsland: Moving MENA. Het Goethe-instituut in Caïro en het Duitse Ministerie van Buitenlandse zaken initieerden dit mobiliteitsprogramma om mensen uit de Arabische wereld die om culturele activiteiten naar Duitsland willen reizen, te helpen. Het wil interactie stimuleren en het internationaal netwerk ondersteunen.
  • Kenia: Kenia profileert zich actief in het sluiten van bilaterale akkoorden om culturele samenwerking en artistieke mobiliteit te stimuleren, zowel van als naar Kenia. Het Ministerie van Cultuur helpt artiesten om visa te verkrijgen en schrijft mee recommendatiebrieven om de trajecten te vergemakkelijken.

Eengemaakt Europees artiestenvisum

In het ‘Reshaping Cultural Policies’-rapport van UNESCO uit 2018 staat een rits aan beleidsaanbevelingen om het verkrijgen van visa voor artiesten te vergemakkelijken. Ten eerste vraagt UNESCO om de visaprocedures te faciliteren en transparanter te zijn in de communicatie. Ten tweede wil het visa-ambtenaren goed opleiden en bewustmaken van de mobiliteit van niet-Europese artiesten. Daarnaast roept het op tot de creatie van mechanismen ter bemiddeling en ten slotte beveelt UNESCO aan kansen te bieden om te touren via evenementen, netwerken en verblijfsmogelijkheden.

Her en der weerklinkt het voorstel tot een eengemaakt Europees artiestenvisum, dat het inreizen en touren makkelijker en transparanter kan maken. Martens verwijst naar hoe professionals binnen de diamantindustrie en atleten uit de professionele sportsector wel een eigen statuut hebben.

Tot nu toe was het beleid dat volgde op de 2005-Conventie te gefragmenteerd en onvoldoende. België voorzag na de lezersbrief in januari enkel duidelijkere informatie via het Kunstenloket. Voortaan is het minstens al duidelijk waarom je kansen op een visum als niet- Europese artiest niet zo groot zijn.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Cultuur dichtsnoeren is de geesten verengen

Vandenabeele en Martens waarschuwden nog voor de maatschappelijke gevolgen die dergelijke visaweigeringen kunnen teweegbrengen. Beiden wijzen ze erop dat de afsluiting van de Europese kunstensector een symptoom is van een bredere terugtrekking op de oude systemen, op het willen ontkennen van een geglobaliseerde wereld en het ontmenselijken dat nodig is om de grenzen zo robuust dicht te houden.

‘Cultuur is soms de laatste stem van wat je niet meer in de mainstream tegenkomt. Als dat ook dichtgesnoerd wordt, is de vrijheid zoek’

Vandenabeele: ‘Normaal moeten kunst en cultuur gevoelige thema’s aanreiken in de maatschappij. Cultuur is soms de laatste stem van wat je niet meer in de mainstream tegenkomt. Als dat ook dichtgesnoerd wordt, is de vrijheid zoek.’

Martens: ‘Moreel vind ik dat we die strijd moeten blijven verderzetten. Het is een vicieuze cirkel: als je stopt met investeren, dan krijgen we ook geen diversiteit meer te zien en worden de geesten nog enger.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift