Iraans schrijver Shahriar Mandanipour: Leven met de littekens van een overbodige oorlog

Lang voor Iran zijn identiteit baseerde op olie en Khomeini, was er de literatuur. Taal is in Iran eten en drinken, en schrijvers zijn er belangrijker dan mollahs. Ook al willen die laatsten dat met kneuterige wetten en brutale repressie veranderen. Shahriar Mandanipour weet er alles van.
  • Brecht Goris ?We moeten af van een systeem dat je dwingt om voortdurend andere maskers te dragen en je voor te doen als iemand die je niet bent.' Brecht Goris
‘Dit is het land van de duizend onmogelijkheden’, zei Shahriar Mandanipour na een niet al te briljant Perzisch avondmaal in een buitenluchtrestaurant aan de buitenrand van Shiraz, zijn lievelingsstad in Iran. De rivier was in kleine kanaaltjes langs de tafeltjes geleid en voedde de grote bomen die overdag voor schaduw bij de kebab moesten zorgen. Toen we later die avond met zijn vrouw en zoon een desolaat lunapark bezochten, voegde hij daar aan toe: ‘Daarom woon ik hier eigenlijk tegen mijn zin.’ De felgekleurde lichten en dito ijzeren speeltuigen spraken de wanhoop uit die woorden niet tegen, ze illustreerden haar.
Shahriar Mandanipour, een van de invloedrijkste hedendaagse schrijvers uit Iran, heeft intussen de daad bij de wanhoop gevoegd en is geëmigreerd naar de Verenigde Staten. Daar schreef hij Censuur. Een Iraans liefdesverhaal, de eerste roman van hem die in het Engels en meteen ook in het Nederlands vertaald werd.
Bij een recente passage van de schrijver op het literair festival Winternachten in Den Haag knoopten we de eindjes van verschillende reizen en ontmoetingen aan elkaar. Maar als ik suggereer dat zijn nieuwe woonplaats ook een nieuwe schrijver gebaard heeft, repliceert hij: ‘De donkere en misschien wel gruwelijke schrijver dwaalt nog steeds rond in mijn hoofd.’
Dat hoofd van Shahriar Mandanipour zit vol demonen. ‘Soms zou ik gewoon een helder, mooi verhaal willen schrijven dat de lezers ontroert door de schoonheid van de taal of de relatie tussen de personages. Maar het lukt me niet. Ik heb te veel vreselijke dingen gezien in mijn land en die draag ik allemaal als littekens in mijn gedachten mee. Ik weet zelfs niet of ik die herinneringen kwijt wil raken. Ik vertel liever mijn eigen, gehavende verhaal.’
Tijdens de lange gesprekken die we in Shiraz voerden, gaf Mandanipour korte samenvattingen van zijn verhalen die alleen in het Perzisch verschenen waren. Een man die in harmonie met de natuur wil leven, vindt op een avond het lijk van een onbekende in zijn bed. Drie intellectuelen willen mensen gaan helpen na een overstroming, maar ze merken al snel dat het opnemen van drenkelingen hun eigen bootje doet zinken. Een eenzame jongen met een hond –die afgewezen wordt door het dorp– sterft met grote angstogen, zonder dat duidelijk wordt wat hij in zijn laatste ogenbikken gezien heeft.
Vrolijk word je er niet van, en toch is een gesprek met Shahriar Mandanipour niet zwaar op de hand. Dat is het voordeel van de schrijver: hij heeft zijn eigen nachtmerries al zo vaak onder woorden proberen brengen, dat hij er niet meer echt door verontrust wordt. Alhoewel. Na drie kwartier woelen in zijn ziel, moet Mandanipour even de deur uit van het Hollandse hotel waar hij verblijft. Om te roken, maar ook om mentaal even te ademen.
Het komt door de oorlog, zegt hij, met een half wrange, half verontschuldigende glimlach.

aan het front


De oorlog waarnaar hij verwijst, is de Groote Oorlog tussen Iran en Irak, van 1980 tot 1988. Mandanipour nam dienst als vrijwilliger en wilde mordicus naar het front. Waarom eigenlijk? ‘Om een schrijver voor mijn volk te worden. Ik móest aanwezig zijn waar de ramp zich voltrok, ook al had ik een afkeer van oorlog, zeker van deze belachelijke oorlog. Tegelijk wou ik mijn land verdedigen tegen de inval van Saddam Hoessein. Het vreselijke was dat ik op die manier ook de islamitische republiek verdedigde.’
Er is geen scherpe scheiding tussen goed en kwaad in het wereldbeeld van Shahriar Mandanipour. Elke keuze bevat haar tegengestelde en elke daad resulteert in een breed spectrum van botsende gevolgen.
De jonge rekruut kreeg zijn zin en werd naar het front gestuurd. Achttien maanden loopgraven, massale slachtingen en algemene waanzin. Maar ook de confrontatie met wat oorlog tussen je eigen oren aanricht. ‘De eerste dag dat ik naar het front ging, beloofde ik mezelf dat ik niet de eerste zou zijn om te schieten. Ik wou niet doden. Ik beloofde dat ik de Iraakse soldaten recht in de ogen zou kijken. Dat ik hen zou proberen begrijpen. Dat ik over hen zou schrijven. Vijftien maanden later stelde ik vast dat ik het mortiervuur zo accuraat mogelijk richtte op de plekken waar Iraakse soldaten zaten. En als we doel troffen, voelde dat aan als een overwinning.’
Dat was een schok voor Mandanipour. Hij kon en hij wil niet begrijpen waarom hij met overtuiging mensen doodde in een belachelijke oorlog waar hij niet achter kon staan.
De dood woonde natuurlijk niet enkel aan de andere kant van de frontlinie. Mandanipours beste vriend in het leger stierf in zijn armen. Die dag moest hij proberen te eten met het bloed van zijn kameraad op zijn handen, want er was geen water om zich te wassen. Het is een dilemma dat maar niet wil overgaan.
Na de oorlog kwamen de nachtmerries. ‘Verminkte lijken, dode vrienden. Ze bleven maar komen en terugkomen. En ze beschuldigden me. Want ik overleefde en zij niet. En misschien was die gesneuvelde vriend wel een betere vader geworden dan ik.’ Ook als hij schrijft, maken die demonen hun opwachting. Nog steeds.
In het dagelijkse leven in Iran duiken ook vaak kwelgeesten op: de
‘In plaats van onbetaalde dienstvaardigheid kwam dus betaalde repressie. De nieuwe generatie basij is niet noodzakelijk diepgelovig, maar is graag bereid te doen alsof, zo lang ze er maar voor betaald worden.’
basij
. Stoottroepen van het regime die vandaag de zedelijkheid van de bevolking afdwingen en morgen demonstraties uit elkaar slaan. ‘In de beginjaren van de revolutie hadden de basij het aura van onzelfzuchtige helden. Vandaag is het een bende losgeslagen en opportunistische agenten van het regime. Ze krijgen makkelijk toegang tot de universiteit, er zijn steeds banen voor hen én ze verdienen een behoorlijk loon. In plaats van onbetaalde dienstvaardigheid kwam dus betaalde repressie. De nieuwe generatie basij is niet noodzakelijk diepgelovig, maar is graag bereid te doen alsof, zo lang ze er maar voor betaald worden.’
De hele islamitische revolutie dwingt miljoenen Iraniërs tot voortdurende hypocrisie, en daar kan Mandanipour niet meer tegen. ‘We moeten af van een systeem dat je dwingt om voortdurend andere maskers te dragen en je voor te doen als iemand die je niet bent. Nu is er voortdurend angst. Voor je collega’s op het werk, voor je buren, voor je eigen familie. Mensen zijn elkaars gedwongen vijanden in plaats van broeders en zusters. Geen wonder dus dat de statistieken aantonen dat het aantal mensen met psychische problemen in Iran extreem hoog is. De huidige situatie is bijzonder gevaarlijk voor de Iraniërs zelf, maar ook voor het Midden-Oosten. Omgekeerd, als de Iraniërs hun dictatuur kunnen overwinnen en een democratische regering kunnen installeren, zal dat een helend effect hebben op het hele Midden-Oosten.’

alles is politiek


In Censuur. Een Iraans liefdesverhaal beschrijft Mandanipour hoe de liefde tussen Dara en Sara onmogelijk gemaakt wordt in een land waar de overheid honderden regels en wetten uitvaardigt om de ontmoeting tussen jongens en meisjes te verhinderen. Tegelijk reflecteert de schrijver op zijn eigen opdracht om binnen die context toch een liefdesverhaal te schrijven en hekelt hij de kneuterige wetten van de islamitische republiek. Het is een politieke parabel, een bezinning over schrijven binnen de beperkingen van een autoritair regime en een verhaal over het hopeloze streven naar ware liefde.
‘Alles is politiek’, zegt Shahriar Mandanipour. ‘In een land waar de overheid het volk oplegt om ongeschoren en in onaangename kleren op straat te komen, kan je de macht tarten door netjes gekleed te zijn. Door parfum te gebruiken. Door liefde te beleven. Vooral de liefde, want wat creëert er meer schoonheid dan de liefde tussen twee mensen? Een soort schoonheid waarnaar iedereen verlangt, maar die ontoelaatbaar is voor het regime in Iran. De woorden politiek en liefde verwisselen van plaats en betekenis in een land waar de liefde van bovenaf verboden wordt en politiek aanwezig is tot in de bad- en de slaapkamer.’
Het is niet dat Shahriar Mandanipour de liefde als een sentimentele, romantische aangelegenheid benadert. Gevraagd naar zijn favoriete vers van de grote klassieke dichter Haafez -een vraag die bij zowat elke Iraniër tot persoonlijke ontboezemingen leidt- citeert Mandanipour zonder aarzelen: ‘Opscheppen over de liefde en de geliefde bewenen / O hoe vals die opschepperij / Zulke geliefden verdienen hun onderlinge vervreemding.’
Met excuses voor het volkomen gebrek aan poëzie in deze weergave. Van de zeggingskracht van het origineel blijft na de geïmpoviseerde voordracht van de Perzische verzen die voor de vuist weg in het Engels vertaald werden en dan nog eens in het Nederlands vertaald moesten worden, bijna niets over.
‘Als ik in het Perzisch schrijf, bevind ik mij aan gene kant van een diepe kloof die me scheidt van de rest van de wereld’, zei Mandanipour in Shiraz. En toch is dat Perzisch zijn thuis, de rots waarop hij zijn identiteit bouwt, de geschiedenis die verder terug reikt dan de komst van de islam, de band met de grote schrijvers uit het verleden: Haafez, Saadi, Rumi, Khayyam. Het is de taal waarin hij ook in de Verenigde Staten blijft schrijven. Want het is de taal van zijn demonen.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur