Islam, jodendom en christendom lijken erg op elkaar

Zelfkritiek is de moeder van de dialoog

Tegenwoordig worden jodendom en christendom dikwijls voorgesteld als verwante zielen die staan voor democratie en mensenrechten, terwijl islam uit een heel ander hout zou zijn gesneden. Tom Kenis betoogt in dit essay dat er in de boeken en de praktijk van de drie religies weinig is dat die stelling staaft.

De Arabische revoluties lijken nogal wat clichés en vooroordelen overhoop te gooien. Zoals bijvoorbeeld dat islam en democratie niet met elkaar te verzoenen zijn, of dat de Arabische landen worden bevolkt door middeleeuwse zeloten, die met onverdraagzame ijver andersdenkenden bestrijden en trachten te vervolgen. Wat we op onze schermen zagen, waren pluralistische revoltes van mensen –jong en oud, mannen en vrouwen, en verdacht weinig baardmannen– die veel meer greep willen op hun bestuurders en hun samenleving. Dat heeft veel weg van democratie en is voor ons zeer herkenbaar.

Die Arabische revoluties lijken dus een probleem voor de Geert Wildersen van deze wereld die toch een fundamenteel verschil zien tussen islam enerzijds, onverzoenbaar met democratie, en de zogenaamde joods-christelijke traditie, die gezien wordt als het baken van democratie en verlichting. De antiautoritaire revoluties tonen dat het beeld veel en veel waziger is: Israël en het hele Westen waren immers wat blij met de dictaturen van Moebarak en co omdat die hun belangen dienden.

Maar die tweedeling gaat om nog veel fundamenteler redenen niet op. Wie de betrokken heilige boeken én de eeuwenoude praktijken van de drie religies bestudeert, stelt vast dat de tweedeling op los zand is gebouwd.

Gedeelde wortels in het kwadraat

Abraham stond als collectieve geestelijke voorvader aan de wieg van zowel het jodendom, het christendom als de islam. De drie tradities ontsproten uit een soort van versmelting tussen de filosofieën van het antieke Griekenland en de monotheïstische innovaties van Kanaänitische stammen in de late bronstijd. Gezamenlijk stellen ze God voor als eeuwige, bovennatuurlijke schepper, de bron van morele en juridische maatstaven, alwetend, almachtig, en bijwijlen een tikkeltje neerbuigend of zelfs bizar –getuige Gods wens Abraham’s enige zoon geofferd te zien, en dan weer niet. Dit is kennelijk een God die totale onderwerping eist. Ondanks de overweldigende overeenkomsten vinden de drie zich, vaker wel dan niet, in onderlinge strijd. En interne strijd: jodendom, christendom en islam splitsten zich al snel op in ontelbare geuren en smaken qua theologie, filosofie en rechtspraak. Desalniettemin zijn een aantal trends te ontwaren.

Joodse leer

De halacha of joodse wetgeving, overgeleverd via Noah en Mozes, plus interpretaties en interpretaties van interpretaties, zijn van toepassing op alle aspecten van het menselijke leven. Huwelijk, echtscheiding, offerriten, spijswetten, maar ook huis-tuin-en-keukenstrafrecht vallen hieronder. Zo kan je volgens die geschriften gestenigd worden voor –onder andere– vloeken, rebelleren tegen je ouders en hekserij. Op incest bijvoorbeeld staat de doodstraf, door middel van gesmolten lood ingebracht in het keelgat van de vermaledijde. Halachische wetten worden traditioneel beschouwd als onveranderbaar en door God overgeleverd. Op dat vlak leunen de joodse geschriften sterk aan bij de islamitische opvatting van rechtspraak, met zijn harde kern van onveranderlijke, goddelijk-geïnspireerde decreten.

Joodse praktijk

Tijdens de diaspora dient de halacha binnen joodse gemeenschappen her en der als afdwingbare religieuze en burgerlijke wet. De scherpste kantjes, zoals de doodstraf, raken al in de eerste eeuwen van onze jaartelling in onbruik. Sinds de Europese Verlichting volgen de meeste joden, overal en nergens thuis, grotendeels de seculariserende trends van hun adoptieve landen.

In het hedendaagse Israël heersen orthodoxe, rabbijnse rechtbanken echter nog steeds over wetten aangaande familie- en persoonlijke status op een manier die onverteerbaar zou zijn in pakweg het seculiere Frankrijk. Het burgerlijk huwelijk bestaat bijvoorbeeld niet. Gevolg: een aantal bijzonder ingewikkelde problemen rond buitenechtelijke kinderen, huwelijken tussen seculiere joden en huwelijken tussen verschillende geloofsgemeenschappen. Zo kon bijvoorbeeld onlangs een tot het jodendom bekeerde Canadees geen aanspraak maken op Israëlisch staatsburgerschap. Het orthodoxe rabbinaat aanvaardde zijn bekering onder een niet-erkende Canadese rabbijn niet. Datzelfde rabbinaat doet ook moeilijk over huwelijken tussen orthodoxe en niet-orthodoxe joden. Israëlische joden van een andere dan de orthodoxe strekking en seculiere joden trouwen dan ook vaak in Cyprus of elders. In het buitenland gesloten huwelijken worden namelijk wel erkend door de staat. Discriminatie tegen niet-joden, onder andere in de vorm van systematische onderfinanciering van overwegend niet-joodse steden en gemeenten, geeft eveneens stof tot nadenken. Het boek van de joodse Susan Nathan, die zelf in een Arabisch dorp in Israel ging wonen, was in dat verband verhelderend, om niet te zeggen schokkend.

Kortom, een strikte scheiding tussen staat en synagoge is nog veraf, ondanks de vergevorderde “ontsynagogisering” van het merendeel van de bevolking. ‘We moeten het erfgoed van onze vaderen terugbrengen naar de Israëlische natie’, zei de Israëlische mininster van Justitie Yaakov Ne’eman nog in 2009. ‘De Thora is de complete oplossing voor alle vragen die ons bezighouden.’

Nieuwe testament: geef aan caesar wat van caesar is

Ondanks het beroemde citaat van Jesus, doorgaans gezien als een oproep om religie en politiek niet te mengen, beperkten de christelijke kerken doorheen de eeuwen zich zelden tot de geestelijke behoeften der gelovigen. Denken we maar aan de machtsstrijd tussen het pausdom en de katholieke koningen van het middeleeuwse Europa, de ontelbare bloedige religieuze oorlogen, en het krampachtig vasthouden aan relevantie en controle over de ontkerkelijkende samenlevingen van de negentiende en twintigste eeuw. Hoewel het Nieuwe Testament, in tegenstelling tot het Oude Testament, geen letterlijke aanspraak maakt op wereldlijke macht, heeft dat kerkelijke instellingen er eeuwenlang niet van weerhouden te doen alsof dat wel zo zou zijn.

Christelijke praktijk

De scheiding van staat en religie in landen met christelijke meerderheden komt pas op gang in de loop van de negentiende eeuw. Helemaal voltooid is zij nog niet. Het programma van de Nederlandse christelijk-theocratische partij SGP, aanwezig in de Tweede Kamer en het Europese parlement, stelt onder andere: ‘Wetgeving en bestuur mogen de prediking van het evangelie niet hinderen, maar moeten deze bevorderen. De man [is] het hoofd van de vrouw, en zitting nemen van de vrouw in politieke organen strijdt met de roeping van de vrouw.’

Westers secularisme, individualisme en vrouwenemancipatie zijn betrekkelijk recente fenomenen. In de VS lijkt er zelfs sprake te zijn van een zekere terugkeer van religie in wereldlijke zaken. Secularisme wordt meestal opgevat als de bescherming van de staat tegen religieuze inmenging. De Bijbels georiënteerde founding fathers van de Verenigde Staten beoogden min of meer het omgekeerde, namelijk de bescherming van een religieuze samenleving tegen de seculariserende, haast kwaadaardige staat. Vandaag voeren hun ideologische erfgenamen zoals Sarah Palin een cultuuroorlog voor protestantse vroomheid en tegen “big government”. In hun strijd tegen moreel verval en goddeloosheid zien zij een grotere rol voor religieuze symboliek en praktijk in scholen, rechtbanken en wetgevende instanties. Meer religie in eigen land gaat paradoxaal genoeg gepaard met straffe standpunten tegen die andere religie die volgens hen te veel aanspraak maakt op wereldlijke macht elders….

islamitische rechtspraak

Op incest staat de doodstraf, door middel van gesmolten lood ingebracht in het keelgat van de vermaledijde.
De islam maakt geen onderscheid tussen morele en juridische voorschriften. Een vaak aangehaald voorbeeld daarvan is soera 4, vers 59: ‘Gelovigen, gehoorzaam God… en gehoorzaam hen die met de autoriteit belast zijn.’ Toch diende de sharia –de in de Koran vervatte, overgeleverde uitspraken van Mohammed én rechtsgeleerde interpretaties– nauwelijks als exclusieve bron van wereldlijke rechtspraak. Vrij snel na de oprichting van het eerste kalifaat begonnen kaliefen, gouverneurs, en sultans wetten uit te vaardigen die niet door sharia behandeld worden. Dan gaat het onder andere over financiële transacties, belastingen en handel.

Naleving van zogenaamd universele religieuze wetgeving verschilt ook sterk van eeuw tot eeuw en zelfs van kalief tot kalief. Grosso modo heeft het twaalfde-eeuwse Spanje, met zijn verlichte wetenschap en religieuze tolerantie weinig uitstaans met de zevende-eeuwse bedoeïenen-kampementen in de Arabische woestijn waar Mohammed geboren werd. En waar plaats je de seculiere Tanzimat? Die hervormingsbeweging zette in de negentiende eeuw het Ottomaanse Rijk –waaronder grote delen van de Arabische wereld– in rep en roer.

Islamitische verlichting

Economische achteruitgang gaat dikwijls hand in hand met maatschappelijke en religieuze stagnatie. Vanaf de vijftiende eeuw, en ook later met de komst van westerse koloniale overheersing in landen als Egypte en Tunesië, ontstaat er een diepe crisis. Op bruuske wijze voeren lokale potentaten westers gecodificeerd recht in, geïnspireerd, onder druk gezet of gedwongen door Europese mogendheden. In een eerste reactie pleit Hassan Al-Banna, oprichter van de Egyptische Moslimbroeders, tegen Europees kolonialisme maar voor bepaalde westerse ideeën en verregaande religieuze hervormingen. Islam, zo luidt het, moet zich aanpassen aan de vurig gewenste onafhankelijke natiestaten. De islamitische verlichting van de negentiende en vroeg twintigste eeuw, met nationalistische trekjes, wordt de kop ingedrukt en geradicaliseerd door koloniale overheden, en hun autoritaire inheemse opvolgers. In plaats van een hervorming van wat islam is, komt er een pleidooi voor het soort pure sharia dat nooit heeft bestaan.

Naar een vrije markt van ideeën

Hedendaagse islamitische hervormers zitten vaak geklemd tussen seculiere of zelfs nominaal islamitische dictators en conservatieve geestelijken op wiens stilzwijgen de status-quo berust. Of toch tot voor kort.

Het is nog vroeg om de impact in te schatten die de huidige omwentelingen in de Arabische wereld hebben op islam en politiek. Politieke liberalisering zal paradoxaal genoeg in eerste instantie meer islam in de publieke sfeer brengen. Dat is niet noodzakelijk een slechte zaak. Alleen daar, ver van de folterkamers van Moebarak, Ben Ali, en anderen, kunnen zich nieuwe ideeën en interpretaties ontwikkelen. Die gaan dan zowel over de plaats van islam in de samenleving als de aard van het beestje zelf. Een echte, vrije markt van ideeën, zo je wil. Het zou naïef zijn te verwachten dat dat proces noodzakelijk een “westerse” uitkomst produceert. Het omgekeerde is al evenmin waar. Egyptische en Tunesische Moslimbroeders krijgen er maar niet genoeg van te verwijzen naar het islam-democratische model dat in de laatste tien jaar van Turkije een regionale stoomtrein maakte.

Holocaust

Het is zelden peis en vree geweest tussen jodendom, christendom en islam. Geen enkele religie gaat hierin vrijuit. Joden en christenen hadden het zeker niet gemakkelijk onder islamitische heerschappij. Hier en daar legden kaliefen onderscheidende kledij op, gedwongen bekeringen en slavernij, of kwam het occasioneel tot pogroms. Onderzoekers neigen echter naar de consensus dat dit veeleer uitzondering was dan regel. Het geweld van de christenen tegen joden steekt daar met kop en schouders bovenuit. De antisemitische misdaden van nazi-Duitsland en zijn handlangers vormden in deze een gruwelijk orgelpunt.

Joods-christelijke alliantie

De koppeling tussen jodendom en christendom die door sommigen wordt gemaakt, is dus relatief recent, en ze vloeit niet op een evidente manier voort uit religieuze teksten of de geschiedenis. Ze werd pas voor het eerst gemaakt in de zeventiende eeuw en heeft sindsdien heel uiteenlopende gedaanten aangenomen: tot het christendom bekeerde joden, inspanningen tegen antisemitisme in liberale middens in de jaren dertig, een strijdkreet tegen het communisme in de jaren vijftig…

Sinds de aanslagen van 9/11 –door terroristen die zegden zich te inspireren op de islam– houdt de joods-christelijke alliantie een radicale afwijzing in van de islam in al zijn maatschappelijke en politieke manifestaties. Hoewel die visie groeide op een Amerikaanse, protestantse en puriteinse bodem, wordt ze steeds vaker overgenomen door Europese politici en denkers allerhande. Zij zien moslimminderheden als een bedreiging en/of proberen met die bewering electoraal garen te spinnen. Het joods-christelijke paradigma wordt ook versterkt door een begrijpelijk gevoel van berouw bij christenen voor antisemitische uitspattingen – vooral de Holocaust. Ten slotte biedt de alliantie het perfecte kader voor de realpolitik die rijke maar grondstofarme landen voerden ten opzichte van het olierijke en islamitische Midden-Oosten. Ook al ging die aanpak gepaard met grote interne contradicties: de grote voorvechters van democratie en mensenrechten waren wat blij dictators militair en financieel te ondersteunen zolang die hun belangen vertolkten. En nu komen de bevolkingen op voor democratie en mensenrechten, de westerse waarden die het Westen zelf weigerde te verdedigen.

Onheilige drievuldigheid

Interactie tussen drie godsdiensten die allemaal een universele waarheid aan de man brengen, is per definitie problematisch. Wederzijdse kritiek moet kunnen. Een uitwisseling van ideeën tussen de verschillende religies gebaseerd op kennis van het eigen erfgoed, een gezonde dosis nederigheid, en wars van demagogie, komt iedereen ten goede. Maar vooral zelfkritiek moet het uitgangspunt zijn.

Religies botsen: van katholieken tot protestanten, van soennieten en sjiieten, van antisemitisme tot islamofobie. De recente, zorgvuldig gesponnen, politiek correcte nuance ‘tegen islam, niet tegen moslims’ gaat voorbij aan de dikwijls nogal ongesofisticeerde achterban van populisten. Een politiek van verdeeldheid gebaseerd op een selectieve lezing van geschiedenis en religie is een gevaarlijk spel. Het is nieuw, moreel, noch democratisch. Er is geen alternatief voor de moeizame, complexe weg van de dialoog, of beter gezegd: trialoog. Een botsing van culturen –gedenk Samuel Huntington– staat er niet aan te komen. Die is al eeuwenlang bezig. De uitdaging bestaat erin ze te beëindigen.

Tom Kenis (33) is master in de islamkunde (KUL) en internationale betrekkingen (ULB), en studeerde Arabisch in Tunis en Caïro. Hij werkte drie jaar bij een ngo in de bezette Palestijnse gebieden en is momenteel aan de slag bij Channel Research, een adviesbureau dat zich bezighoudt met humanitaire interventie, vredesopbouw en goed bestuur.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver, publicist & vertaler

    Tom Kenis heeft een achtergrond in Islamstudies en Internationale Betrekkingen. Hij woonde en werkte vier jaar in het Midden-Oosten en in Berlijn.