Rechtsonzekerheid voor mensen zonder papieren

Mensen die geen toegang tot gezondheidszorg hebben, het is een fenomeen dat we ook in België kennen. Niet-toegewezen asielzoekers, mensen zonder papieren en nieuwe EU-burgers zijn maar enkele van de groepen die door de mazen van het net glippen van het schijnbaar goed ontwikkelde zorgmodel in ons land.

Saïd* leeft al acht jaar zonder papieren in België. De spoedarts redt zijn leven na een levensbedreigend arbeidsongeval. Zodra hij op zijn benen kan staan, wordt hij uit het ziekenhuis ontslagen, uiterst verzwakt door de zware operatie en het bloedverlies en niet in staat om vast voedsel te eten, te zwak om te werken, zonder nazorg of onderdak.

Kemal* is een jonge asielzoeker. Hij kampt met schildklierproblemen, maar heeft geen geld om medicatie te kopen. Het OCMW weigert een medische waarborg omdat hij uit vrije wil het asielcentrum heeft verlaten. Maar terugkeren is geen optie, er is geen plaats meer.

Sonja* is al jaren dakloos. Ze heeft een stevige hoest en soms wordt het haar zwart voor de ogen. Als ze via de daklozenopvang een arts ziet, luidt de diagnose: longontsteking. Ze krijgt de nodige medicatie voorgeschreven, en een paar dagen rust en warmte. Die rust en warmte heeft ze de volgende nacht nog in de daklozenopvang. De ochtend erna staat ze terug op straat.

Een mensenrecht 

Ronkende universele verklaringen, Europese richtlijnen over de opvang van kandidaat-vluchtelingen en de Belgische wetgeving zijn het eens: iedereen heeft recht op zorg. Uit bovenstaande getuigenissen blijkt echter dat dat recht in de praktijk niet altijd wordt toegepast. Hulpverleners en -organisaties leggen dan ook de vinger op de wonde: de praktijk strookt niet met de theorie. Oorzaak is de ingewikkelde regelgeving, die te veel voor interpretatie vatbaar is.

Kathleen Debruyne, coördinator van de Antwerpse afdeling van de medische ngo Dokters van de Wereld: ‘Ons doelpubliek heeft weinig tot geen kennis van de ingewikkelde procedures die ze moeten volgen om hun recht op gezondheidszorg uit te oefenen. Vaak wachten onze patiënten te lang om een dokter te raadplegen, uit angst, uit onwetendheid, of gewoon omdat ze geen geld hebben. Zo wordt wat begon als een eenvoudig probleem zoals een luchtwegeninfectie een ernstige longontsteking, met medische complicaties en duurdere behandelingen als gevolg.’ Ook de hulpverleners zelf zitten met vragen. Debruyne: ‘Zij moeten niet alleen hun eigen vak, maar ook het complexe Belgische vreemdelingenrecht kennen.’

Bovendien zorgt het begrip ‘dringende medische hulp’ (DMH) voor heel wat verwarring. Het klinkt alsof alleen levensbedreigende aandoeningen snel behandeld moeten worden, zegt Ellen Druyts, stafmedewerker bij het Kruispunt Migratie-Integratie. ‘Voor mensen zonder wettig verblijf betekent DMH ook preventieve en curatieve behandelingen, nazorg en psychische hulpverlening. Artsen beslissen of er sprake is van DMH, wat een van de voorwaarden is opdat het OCMW de medische kosten van mensen zonder wettig verblijf zou terugbetalen. Men zou beter spreken over noodzakelijke medische zorg.’

Het ene OCMW is het andere niet

Vaak zijn complexe en trage procedures de reden waarom mensen niet of pas laat de nodige medische zorgen krijgen. Debruyne: ‘Tussen de hulpvraag van mensen zonder papieren en het antwoord van het OCMW over het al dan niet toekennen van een medische waarborg ligt minstens een maand. Het OCMW moet eerst een grondig sociaal onderzoek doen, als het de voorschotten wil terugkrijgen van de federale overheid.’ En hier merkt de ngo dat er een gebrek is aan rechtszekerheid voor mensen zonder papieren.

Heel wat arme migranten uit nieuwe EU-lidstaten zoals Polen, Bulgarije en Roemenië kunnen de gezondheidskosten niet voorschieten die de verzekering in hun thuisland veel later terugbetaalt.
Debruyne: ‘Aangezien ‘dringende medische hulp’ en de ‘medische waarborg’ door een OCMW – een gemeentelijk en geen federaal orgaan – toegekend worden, verschillen procedures en toegangscriteria voor zorg nogal eens van gemeente tot gemeente. In Antwerpen bijvoorbeeld moet je voor je een medische waarborg krijgt bewijzen dat je een jaar in België verblijft en dat je een procedure tot regularisatie hebt lopen.’ Dat zijn criteria die nochtans niet vermeld staan in de lange lijst van voorwaarden om een bijdrage van de POD-MI (Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding, Sociale Economie en Grootstedenbeleid) te krijgen voor de medische kosten.

En dan zijn er ook de soms schrijnende situaties waarin de groeiende groep nieuwe EU-burgers zich bevindt. Debruyne: ‘Er is geen coherent kader omtrent ziekteverzekering en vrij verkeer van EU-onderdanen. Er zijn heel wat arme migranten uit nieuwe lidstaten zoals Polen, Bulgarije en Roemenië die de gezondheidskosten niet kunnen voorschieten die de verzekering in hun thuisland veel later terugbetaalt.’

Het Antwerpse OCMW ontkent formeel dat het extra criteria hanteert bij het al dan niet toekennen van dringende medische hulp. De mensen op het terrein hebben andere ervaringen. Debruyne: ‘Het valt ons op dat mensen met dezelfde problematiek en hetzelfde statuut in andere steden wel geholpen worden. Het is vaak onduidelijk waarom de Raad voor Maatschappelijk Welzijn negatief beslist.’ Dirk Geldof, raadslid van het Antwerpse OCMW en mandataris voor Groen, reageert: ‘De cijfers bewijzen dat het grootste deel van de aanvragen voor dringende medische hulp wordt goedgekeurd. Misschien past het Antwerpse OCMW de criteria van de federale overheid soms te streng en te rigide toe. Maar deze controle mag er nooit toe leiden dat effectief behoeftige mensen die op het grondgebied van Antwerpen verblijven niet worden geholpen. Als blijkt dat bepaalde groepen mensen systematisch uit de boot vallen, dan moeten de procedures aangepast worden.’

De federale staatssecretaris voor Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding reageert in dezelfde zin, althans als we de mededeling die we kregen als antwoord op onze vragen juist begrijpen: ‘Staatssecretaris De Block is niet op de hoogte van de criteria die Antwerpen toepast maar wenst, algemeen gesteld, wel dat de OCMW-wet correct wordt toegepast.’

In vertrouwelijke gesprekken uiten verscheidene hulpverleners en instanties het vermoeden dat het lokale bestuur de dringende medische hulp als een politiek instrument gebruikt, waarmee het een lokaal migratiebeleid voert gebaseerd op ontrading én het federale beleid onder druk probeert te zetten. Recente hulpkreten in de media (onder meer in Knack) bevestigen dat de OCMW’s in centrumsteden door de stijgende armoede op de tippen van hun tenen lopen om alle zorgbehoevenden te helpen. Geldof: ‘Maar dat mag geen reden zijn voor het OCMW om individuele dossiers te gebruiken om politieke signalen te geven. Dat doe je door overleg met de bevoegde politici.’

* De namen zijn fictief op verzoek van de betrokkenen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift