Uitweg uit een oorlog die niemand kan winnen

Auteur Tariq Ali komt op 7 december voor een MO*lezing naar Gent. Samen met literatuurwetenschapper Joseph Vogl zal hij spreken over de vraag welke relevantie Karl Marx heeft voor de wereld in crisis in 2010. In onderstaande bijdrage houdt Ali het Afghanistanbeleid van de Amerikaanse president Obama en zijn Navo-bondgenoten tegen het onbarmhartige licht van de actualiteit.

Tariq Ali, van Pakistaanse origine maar met vaste stek in Londen, schreef meer dan twee dozijn boeken over wereldgeschiedenis en mondiale politiek –waaronder The Clash of Fundamentalism en meest recent The Obama Syndrome. Daarnaast schreef hij ook zeven romans –waaronder het Islam Quintet– die in meer dan tien talen vertaald zijn. Ali is tevens redacteur bij het tweemaandelijkse Britse magazine over wereldpolitiek New Left Review.

‘Bij de recente verkiezingen in Pakistan boekten de echt conservatieve islamitische partijen aanzienlijke winst. Het was de eerste keer in de geschiedenis van Pakistan dat zoiets gebeurde’, zei Ali in een MO*interview van 2003. ‘Een van de leiders van die partijen analyseerde die overwinning overigens door te zeggen dat het niet de religieuze factor was die de doorslag gegeven had, maar het feit dat zijn partij de enige was die zich verzette tegen de Verenigde Staten. Alle andere partijen waren bereid hand- en spandiensten te leveren voor het Imperium. En dat aanvaarden de mensen niet. Je moet ongetwijfeld het religieuze fundamentalisme bestrijden, maar je kan dat niet doen gehuld in de stars and stripes.’

De goede oorlog

De oorlog in Irak was de foute oorlog die nooit had mogen plaatsvinden. De oorlog in Afghanistan daarentegen was de goede oorlog, gericht tegen degenen die de aanslagen in New York en Washington hadden gepland of hen een onderkomen hadden verschaft. Het was nochtans duidelijk vanaf dag één dat een oorlog met als aangekondigde doel de arrestatie van Osama bin Laden en de top van Al Qaeda en de Afghaanse taliban alleen maar kon mislukken. Dat soort mensen blijf niet zitten wachten tot de trein naar de Amerikaanse rechtbank langskomt.

De inname van Afghanistan verliep zo goed als zonder slag of stoot, omdat de Pakistaanse militairen en geheime diensten de Afghanen duidelijk gemaakt hadden dat ze konden kiezen: hun baard afscheren, geweer verstoppen en tijdelijk uitwijken naar de Pakistaanse kant van de nooit erkende grens, of sneuvelen in de strijd. De eerste twee jaar van de bezetting waren ook opvallend rustig. Het verzet tegen de VS en hun Navo-bondgenoten was beperkt, sporadisch en lokaal. Het begon pas te groeien tot een nationale beweging die aanzwol tot een grootschalige opstand nadat de VS Hamid Karzai –een van hun CIA-pionnen– aan het land oplegden als president.

Had het anders kunnen lopen? Ik vrees ervoor, gezien de Afghaanse spelers in dit stuk. Al schreef ik vlak na de bezetting dat er mogelijk kansen op een goede afloop geweest zouden zijn indien op miraculeuze wijze de bezettingstroepen hun eerste jaar in Afghanistan zouden afronden met een heropgebouwde sociale infrastructuur, met een massief overheidsprogramma om ziekenhuizen en scholen te bouwen en tewerkstelling te creëren. Het was niet meer dan een open vraag, en het antwoord was snel duidelijk. We leven immers –zeker in 2002 was dat het geval– in neoliberale tijden, waarin zowat alles geprivatiseerd wordt. Waarom zou men dan in Afghanistan doen wat men in eigen land naliet? Het zou sommige mensen wel eens op gedachten kunnen brengen.

De wankele basis van de president

President Karzai begon zijn regime zonder lokale steun en huurde daarom het Amerikaanse private militaire bedrijf DynCorp in om hem te beschermen. Samen met zijn broer Ahmed Wali Karzai bouwde hij een smalle basis waarop hij, ten minste in een deeltje van Kaboel, kon steunen. Dat deden ze door zichzelf te verrijken met alle hulp- en andere gelden die binnenstroomden, en door een kleine kring cronies te laten meegenieten van die weelde. Dat weten we onder andere uit gelekte rapporten van het Defense Intelligence Agency en de CIA. En ik veronderstel dat de niet-gelekte rapporten nog zwaardere beschuldigingen bevatten.

De hele constructie die opgebouwd en rechtgehouden werd door de Navo maakte op die manier een kleine groep mensen puissant rijk, en dat voor de ogen van de armen die toestroomden in de slums rond Kaboel, waar de eerste twee jaar van de bezetting een half miljoen nieuwe inwoners bijkwamen.

Van waar kwam het geld dat van Ahmed Wali na enkele jaren de rijkste man van Kaboel maakte en waarmee de cronies hun opulente villas lieten bouwen? Van drugssmokkel, wapentrafiekl en het afromen van hulpgeld. Op die manier lukte het enkele tribale leiders in te kopen voor de Karzai-constructie. Die sociale basis –nog altijd miniem maar zeker groter dan toen Hamid Karzai aan de macht kwam– is waarschijnlijk de bron van de kracht die de president toont wanneer hij in toenemende mate ingaat tegen de kringen die hem aan de macht gebracht hebben. De geschiedenis lijkt zich wat dat betreft te herhalen. Wie zich Vietnam nog herinnert, weet dat in de laatste jaren van die oorlog ook voortdurend gezegd werd dat dictator Ngo Dinh Diem, generaal Tran en andere marionetten van de VS naast hun schoenen begonnen lopen en het aandurfden de VS te bekritiseren. Toen werd dat aangepakt door de eigenzinnigen overboord te gooien, maar in Afghanistan hebben de VS geen alternatief voor Karzai. Hij heeft misschien weinig steun bij de Pasjtoenen –meer dan de helft van de bevolking– maar hem vervangen door een leider van de Noordelijke Alliantie zoals Abdullah Abdullah is gewoon niet aan de orde. VS-ambassadeur generaal Eikenberry zei: ‘Karzai verwijderen is zo goed als de zaak overdragen in de handen van de taliban.’ Dat laatste werd min of meer bevestigd door Karzai zelf, toen die zei dat hij zich zou aansluiten bij de taliban als hij uit het presidentieel paleis gegooid zou worden.

Een militaire vloed

Generaal Eikenberry waarschuwde overigens ook tegen de surge –Obama’s beslissing van eind 2009 om 30.000 bijkomende soldaten te sturen naar Afghanistan. De voormalige Britse minister van Buitenlandse Zaken, David Miliband, schreef een bijzonder melig stuk in de New York Review of Books over de noodzaak meer troepen te sturen zodat we sneller zouden kunnen vertrekken. Het ene cliché struikelt over het andere in dit stuitende artikel, waarin Miliband aantoont werkelijk geen idee te hebben van wat er in Afghanistan gaande is. Maar het stuk bevatte ten minste één stelling die het de moeite maakte om het te lezen: we kunnen niet in Afghanistan blijven.

Volgens Eikenberry is de westerse aanwezigheid in Afghanistan eindig omdat intussen duidelijk is dat het de bezetting zelf is die de mensen tegen ons in het harnas jaagt. Je hoeft tegenwoordig zelfs niet meer tussen de lijnen te lezen om van mensen die terplekke geweest zijn te vernemen dat de meerderheid van de Afghanen het Westen buiten willen. En daarom vond Eikenberry de surge geen goed idee, want meer soldaten betekent meer burgerdoden en dat betekent op zijn beurt dat steeds meer Pasjtoenen zich bij het verzet en de opstand voegen.

Sinds het begin van de surge draait vooral de propagandamachine overuren. Victorie hier, overwinning daar, Kandahar wordt gezuiverd… De realiteit is er echter een van mislukkingen. In februari bijvoorbeeld valt de Special Black Ops Squad een huis aan waarvan het denkt dat er zich opstandelingen bevinden. Iedereen die binnen is, wordt gedood: moeders, kinderen, een zwangere vrouw… De persmededeling is triomfantelijk: ‘Succesvolle aanval op schuilplaats opstandelingen’. Maar een embedded journalist van de London Times zoekt uit wat er werkelijk gebeurde: een familie werd uitgemoord, en toen de mariniers beseften wat ze gedaan hadden, gingen ze terug om de kogels uit de lijken te snijden zodat niemand zou te weten komen dat de onschuldige familie door Amerikaanse kogels is omgebracht.

Een week later bombardeerden de geallieerde troepen een bus omdat ze “verdacht” was, met een dozijn doden als gevolg. Dit is de surge in de praktijk. Mensen als generaal Petraeus, die Obama overtuigden om door te gaan met de surge, zouden ter verantwoording geroepen moeten worden.

Men beseft intussen dat het Westen tot aan de knieën in het drijfzand zit. Daarom blijken er nu plots goede en slechte taliban te zijn. Zoals er een goede oorlog (Afghanistan) en een foute oorlog (Irak) was. De “goede taliban” zijn degenen die rechtstreeks onder het bevel van de Pakistaanse inlichtingendiensten vallen en geleid worden door Gulbuddin Hekmatyar, een veteraan van de oorlog tegen de Sovjets. Zij staan klaar om toe te treden tot een regering geleid door Karzai. De slechte taliban zijn degenen die wel deel willen uitmaken van een nationale regering, maar pas nadat alle buitenlandse troepen vertrokken zijn –een visie die door steeds meer Afghanen gedeeld wordt. Wat er niet bij verteld wordt, is dat de mensen waarop de VS rekenen om hun belangen te dienen –de Noordelijke Alliantie– in feite aangestuurd worden vanuit Moskou. Dat is slecht nieuws voor het Westen, want in de Russische pers lees je steeds meer schadenfreude van Russische Afghanistan-veteranen.

En dan is er nog de Iraanse clerus, die andere bondgenoot van de VS bij de bezetting van zowel Irak als Afghanistan. Adviseurs van de toenmalige president George W. Bush hebben in de Charlie Rose-show toegegeven dat ze met Iran onderhandeld hebben over deze interventies. Door de toenemende dreiging van sancties tegen Iran is die samenwerking zo goed als verdwenen. Wat alles samen resulteert in een geïsoleerd westers optreden in een oorlog die negen jaar geleden begon met de steun van zowat de hele wereld.

Waar is de uitgang?

De Britten en de Russen weten hoe je Afghanistan verlaat: langs de achterdeur, na een nederlaag. Al zijn de Britten nooit echt vertrokken: zij zijn blijven tussenkomen vanuit Brits India. Toen koning Amanullah rond 1918 een democratische grondwet wou invoeren die ook stemrecht zou geven aan vrouwen bijvoorbeeld, hebben de Britten dat verhinderd door het koningshuis omver te gooien met de hulp van enkele ultraconservatieve en reactionaire stammen. De Sovjets werden in het Afghaanse moeras getrokken –nadat het politbureau tweemaal een unanieme beslissing genomen had om niet tussen te komen– wellicht op basis van –door de CIA vervalste– informatie over Hafizullah Amin, de communistische president van Afghanistan. Eenmaal in Afghanistan werden ze geconfronteerd met een brede coalitie van Afghaanse moedjahedien, Pakistaanse en Israëlische inlichtingendiensten en Saoedische, Jemenitische, Egyptische en andere jihadigroepen die georganiseerd, gefinancierd en bewapend werden door het Westen. Toch zorgden de Russen voor een onderwijsstructuur, ook voor meisjes, en bouwden ze ziekenhuizen. Dat kan niet gezegd worden van hun opvolgers in de bezettingsbusiness. De VS en Navo claimen wel dat ze goed werk leveren op sociaal vlak maar iedereen die in Afghanistan geweest is kan je vertellen dat die cijfers en statistieken vervalsingen zijn.

De opstandelingen kunnen deze oorlog niet winnen, maar het Westen evenmin. En dat heeft niet alleen te maken met de talrijke incidenten met burgerslachtoffers. Het is de hele teneur van de bezetting die fout zit. Wat woede opwekt, is het contrast tussen de dagelijkse levens van de Afghanen en de manier waarop westerse soldaten, journalisten, ambtenaren en ngo’s leven.

Conclusie: het Westen moet weg uit Afghanistan, en het moet snel vertrekken. Dat zal overigens niet kunnen door te zeggen dat er een terugtrekking is en je tegelijkertijd in te bunkeren in grote kazernes. Dat werkt misschien in Irak –zolang Iran dat toestaat– maar in Afghanistan wil niemand daarvan weten. Zelfs Hamid Karzai niet, als hij tenminste van plan is zelf te blijven na een eventuele aftocht van de Navo-troepen.

Mensen vragen zich wel eens af of een terugtrekking van westerse troepen niet zal uitmonden in nog meer chaos en geweld dan er nu al is. Die kans is reëel, zeker op korte termijn. Het is daarom cruciaal dat een terugtrekking gebeurt na ernstige discussies, op de eerste plaats met de buurlanden. Eerst en vooral moet Pakistan betrokken worden in het proces, al was het maar omdat miljoenen Pasjtoenen op Pakistaans grondgebied wonen en omdat voor hen de grens tussen beide landen zo goed als onbestaande is. Bovendien heeft het Afghaanse conflict ervoor gezorgd dat Pakistan ten gronde instabiel is, met een president die van alles verdacht wordt behalve van goed bestuur, en met een leger dat zich niet zal laten uitsluiten uit de toekomstbesprekingen voor Afghanistan. Naast Pakistan moeten ook Iran, Rusland en China rond de tafel zitten. De Chinezen hebben geïnvesteerd in Afghanistan en hun geld zal de komende jaren onmisbaar zijn voor de heropbouw van het land. De andere landen hebben elk hun mannetjes en milities in Afghanistan, en kunnen dus ook beslissen dat die hun wapens moeten neerleggen –als ze er allemaal van overtuigd zijn dat ze daar meer voordeel uit kunnen halen dan uit het aanslepende conflict.

Ik besef dat dit vandaag utopisch klinkt. Maar het alternatief is steeds meer troepen sturen en dus steeds meer burgerslachtoffers en Navo-gesneuvelden. In Duitsland toonde een recente opiniepeiling dat tachtig procent van de mensen tegen de Duitse aanwezigheid in Afghanistan gekant is. In Groot-Brittannië is 77 procent van de burgers voorstander van een terugtrekking van de Britse troepen uit Afghanistan. In Spanje, Italië en Frankrijk is dat niet anders. En in Nederland viel de vorige regering omdat de PVDA niet wou praten over een verlenging van de Nederlandse aanwezigheid. En als zelfs de Nederlanders –na Groot-Brittannië wellicht de trouwste bondgenoot van de VS– al niet meer mee willen marcheren…

De MO*lezing Das Kapital 2.0 met Tariq Ali en Joseph Vogl vindt plaats op 7 december om 20 uur in Vooruit te Gent.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift