De ondraaglijke traagheid van de asielprocedure.

Asielzoekers moeten vaak tergend lang wachten eer ze een antwoord krijgen op hun asielaanvraag. De aanvraagtermijn voor een Belgische verblijfsvergunning loopt op tot meer dan drie jaar. Minister Dewael belooft beterschap voor diegenen die het langst wachten.
Almas studeert informatica aan de KU Leuven en zoekt werk. In september 2000 kwam hij van Teheran naar België, een maand later vroeg hij asiel aan als politiek vluchteling. Hij leerde Nederlands en ging studeren, maar een verblijfsvergunning heeft hij nog altijd niet.
Ali is 32 jaar en komt uit het Iraanse Abadan. Ook hij vroeg meteen politiek asiel aan toen hij in januari 2001 ons land binnenkwam. Vandaag, vier jaar later, spreekt hij behoorlijk Nederlands en werkt hij al meer dan twee jaar als participatiemedewerker voor Marhaba, het Dendermondse integratiecentrum. Zijn asielaanvraag is nog altijd onbeantwoord. Hun langdurige verblijf in het voorportaal van België delen Almas en Ali met heel wat andere wachtende asielaanvragers.

Slechte administratie maakt schuld


‘Het moet ophouden dat mensen langer dan drie jaar op een antwoord over hun verblijf moeten wachten, of het nu in het kader van politiek asiel, economisch asiel of gezinshereniging is. Dat is sociaal en psychologisch ondraaglijk.’ Onder dat motto voerde het Forum Asiel en Migraties (FAM) in december 2004 politieke acties. Hun voornaamste eis: dat alle asielzoekers die na drie jaar wachten nog geen verblijfsstatuut hebben, toch een verblijfsvergunning krijgen, op basis van individuele regularisatie.
Op die structurele eis ging Binnenlandse Zaken niet in, wel kwam er voor zowat elfduizend wachtenden een mini-overwinning uit de bus. Eind december beloofde Dewael de dossiers die vóór januari 2001 zijn ingediend individueel te regulariseren. ‘In 2001 is het LIFO-systeem ingevoerd: Last In, First Out. (sinds 1 januari 2001 krijgen de recentste asielaanvragen voorrang bij de behandeling, nvdr). Veel mensen die in 1999 en 2000 een aanvraag hadden ingediend, zijn daar het slachtoffer van geworden. Hun dossiers belandden op een enorme wachtstapel. De Belgische administratie erkent die fout en wil daarin volledige verantwoordelijkheid opnemen’, verduidelijkt Eric Somers van het Vlaams Minderhedenforum, lidorganisatie van het FAM.

Tussen twijfel en vertrouwen


Almas is één van de gelukkigen die in aanmerking komen voor dit recente regularisatievoorstel van Dewael. Hij weet nog niet of hij nu blij moet zijn. De regularisatiemededeling van Binnenlandse Zaken staat dan wel zwart op wit in alle kranten, maar een officiële omzendbrief wilde minister Dewael niet sturen. De lauwe ontvangst die Almas en een delegatie asielzoekers te beurt viel op het VLD-bureau geeft hem weinig vertrouwen. ‘Ik heb weinig nieuwe dingen gehoord.
Minister Dewael had vorig jaar al beloofd om de lange wachtrijen in te korten. Daar heeft hij toen niets mee gedaan.’ Almas’ asielaanvraag werd in 2000 door de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) ontvankelijk verklaard, maar vier jaar later weer afgekeurd door het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen (CG). ‘Na mijn laatste interview -dat zestien uur had geduurd- kreeg ik een negatief antwoord. Mijn kennis van de politieke situatie in Iran zou te beperkt zijn.’
Almas vluchtte uit Iran, nadat hij in 1999 had deelgenomen aan studentenprotesten in Teheran. 4000 mensen werden toen gearresteerd, 500 zitten nog altijd vast. Om zijn verhaal te staven, vroeg Almas aan familie om universitaire pamfletten door te faxen. ‘Nu wordt er getwijfeld aan echtheid van die documenten, terwijl een eenvoudig telefoontje heel wat zou kunnen ophelderen.’ Almas hekelt de ondraaglijke traagheid waarmee de dossiers worden afgehandeld. ‘De lange onzekerheid, gecombineerd met het ontbreken van een concreet opvangprogramma, baant gewoon de weg voor onwettige manieren om hier te blijven.’
Almas overweegt nu toch een regularisatieaanvraag in te dienen, ook al is het niet zeker dat dit de veiligste weg naar een verblijfsvergunning is. Zijn uitstekende kennis van het Nederlands moet hem helpen om een job te vinden, twee zaken die de positieve afhandeling van zijn verblijfsvergunning misschien versnellen. Al blijkt dat niet helemaal meer nodig, Dewael heeft het integratiecriterium laten vallen voor de dossiers die in aanmerking komen, een stap vooruit volgens het FAM. ‘
Op basis van artikel 9,3 uit de vreemdelingenwet kunnen asielzoekers die hier al lang verblijven individuele regularisatie aanvragen. Zij moeten dan wel hun effectieve integratiebereidheid tonen, door Nederlands of Frans te leren en hier te werken. Maar net zoals het hele artikel zijn die integratiecriteria zeer vaag. Komt daar nog bij dat een aantal mensen in de asielprocedure gewoon niet mògen werken, en velen eenvoudig niet aan de bak komen’, zegt Eric Somers. Ondanks de toegevingen van Binnenlandse Zaken blijft de koepel van vluchtelingenorganisaties op zijn honger zitten. ‘De aanwerving van tien extra krachten op de DVZ is een goede zaak. Maar de achterstand op de dossiers van een bepaalde periode weg werken, levert nog geen structurele oplossing voor de lange wachttijden. Het probleem zal zich verschuiven naar de toekomst.’

Latere dossiers


Ali vroeg in februari 2001 asiel aan als politiek vluchteling. Een maand te laat om in aanmerking te komen voor Dewaels regularisatievoorstel. Pech? Ali relativeert, er zijn nu eenmaal mensen die veel langer wachten dan hij en er zijn gezinnen die deze procedure veel harder nodig hebben. Ali gelooft in zijn erkenning als politiek vluchteling. Zijn vader was een politiek leider van de partij Yazane Abadan, een partij die zich afzet tegen de macht van de Iraanse ayatollahs. Samen met Ali’s broer werd zijn vader opgepakt tijdens een verboden manifestatie in Abadan.
Diezelfde dag vluchtte Ali naar een andere stad, kocht daar een vals paspoort en vertrok via Teheran en Bosnië in een gesloten busje naar Brussel. Een maand later vroeg hij politiek asiel aan. Zijn familieleden zitten vandaag nog altijd in de cel, zonder proces, zonder bijstand van advocaten. Ali’s asielaanvraag kreeg een negatieve beslissing bij de DVZ, maar werd na beroep wel ontvankelijk verklaard bij het CG. ‘Een tijdje later werd ik opnieuw uitgenodigd voor een verhoor ten gronde. Het CG wilde meer details over mijn documenten en zou mij na twee weken antwoord geven.
Drie en half jaar later wacht ik nog altijd.’ Het enige dat Ali weet, is dat zijn papieren in Frankrijk zitten, om gecheckt te worden op hun echtheid. ‘In november kreeg ik, tijdens mijn laatste interview, te horen dat de persoon die mijn dossier had behandeld, niet meer bij CG werkt. Mijn dossier moet nu opnieuw onderzocht worden.’ Dit staaltje van inefficiëntie van de Belgische administratie, betekent voor Ali langer wachten op dat ene papiertje dat de voorwaardelijkheid van zijn verblijf hier wegneemt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur