Irak moet kiezen

Karim Abraheem vluchtte twintig jaar geleden uit Irak, maar bezocht zijn geboorteland in 2004 tweemaal. De beelden van het eerste bezoek, gepubliceerd in MO*12, toonden hoe verrassend gewoon het dagelijks leven was in bezet Irak. Een klein jaar later is het geweld en de onzekerheid tot in de kleinste kieren en dorpen van het Tweestromenland doorgesijpeld. Net nu er, voor het eerst in decennia, democratische verkiezingen aankomen.
‘30 januari staat rood aangekruist in de agenda van alle Iraki’s, of ze nu voor of tegen de verkiezingen zijn, of ze nu binnen of buiten de landsgrenzen wonen. Want de drie of vier miljoen Iraki’s in het buitenland mogen ditmaal meestemmen. De Belgische Iraki’s moeten naar Nederland, maar de bussen zullen klaarstaan om hen tot bij de stembus te brengen.
Niet iedereen die gaat stemmen, drukt daarmee uit dat hij of zij het eens is met de huidige overgangsregering, laat staan met de bezetting van Irak door de VS en Groot-Brittannië. Elke stem is wél een vorm van verzet tegen het systeem van de “Arabische verkiezingen”, waarbij de machthebbers vooraf bepalen wie het volk zal kiezen. Bij de verkiezingen van 30 januari ligt de uitslag niet vast, dat is een goede oefening. Na de verkiezingen moeten de 270 parlementariërs een grondwet opstellen en dat zal het land hopelijk stabiliteit geven. De stap naar volledige autonomie is daarmee nog niet gezet, en eerlijk gezegd weet ik niet of het goed zou zijn dat de Amerikanen morgen vertrekken: ze hebben beloofd dat ze Irak zullen heropbouwen en aan die belofte moeten we hen houden.’
‘Het geweld en de achterdocht hebben Irak in hun greep, vooral in de steden en met name in Bagdad. Als fotograaf word ik daarmee voortdurend geconfronteerd. Kinderen die me zagen fotograferen, kwamen op me af met de vraag of er binnenkort een bomauto geplaatst zou worden bij het gebouw dat ik net fotografeerde. Kerken, moskeeën, markten en openbare gebouwen: ze zijn intussen allemaal het doelwit geweest van aanslagen.
Dat verklaart de zenuwachtige staat van alertheid onder de bevolking. Als de politici van 2005 een beter jaar voor Irak willen maken, dan moeten ze er in de eerste plaats in slagen de veiligheid van de mensen te verbeteren. De regering zal ook moeten antwoorden op de vraag waarom de grenzen van Irak niet beter beschermd worden, waarom al die buitenlandse strijders binnen geraken, ondanks de bezetting die onze eigen bewegingsvrijheid inperkt.’
‘Irak heeft behoefte aan een nationale verzoening, al hoeft dat de reële tegenstellingen niet te verdoezelen. De mensen die eerlijk geloofd hebben in de nationalistische idealen van de Baath-partij, voordat die gekaapt werd door Saddam Hoessein, moeten opnieuw een kans krijgen, net zoals de communisten, de Koerdische regionalisten of de sjiitische islamisten. Iedereen moet zijn rol kunnen spelen in wat een vrij, democratisch en federaal Irak moet worden. Sjiieten, soennieten en Koerden zullen de realiteit van een gedeelde macht moeten leren hanteren.
Er moeten ook nog veel punten uitgeklaard worden, zoals de verdeling van de inkomsten uit oliebronnen of zoals de houding van de sjiitische clerus tegenover de politieke macht. Tot vandaag heeft groot-ayatollah Ali al-Sistani bewezen dat hij geleerd heeft uit de vergissingen van zijn Iraanse collega’s. Hij komt nauwelijks tussen in politieke discussies, tenzij om te benadrukken dat Irak zo snel mogelijk bestuurd moet worden door een democratisch verkozen regering in plaats van door buitenlandse bezetters.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur