Beleidscoherentie: nog een lange weg te gaan

BIO, de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden, investeerde tien miljoen euro in een project voor energiegewassen in Sierra Leone. Hoewel het een prioriteit is van BIO om zich te richten op de Minst Ontwikkelde Landen (MOL) en investeringen in de agro-industrie hoog op de agenda staan, dreigt het project in Sierra Leone veeleer honger en armoede te stimuleren dan duurzame ontwikkeling.

  • BIO invest Addax Bioenergy in het noorden van Sierra Leone: suikerrietplantages en een ethanolraffinaderij. BIO invest
  • BIO invest Addax Bioenergy in het noorden van Sierra Leone: suikerrietplantages en een ethanolraffinaderij. BIO invest

BIO investeerde tien miljoen euro in Addax Bioenergy, een dochtermaatschappij van de Addax & Oryx Group (Genève, Zwitserland), voor de aanleg van suikerrietplantages in de regio Makeni in het noorden van Sierra Leone. Totale kostenplaatje van het project is 267 miljoen euro, bijeengebracht door diverse financieringsinstellingen, waaronder de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Bedoeling is om in een eerste fase 10.000 hectare suikerrietplantages aan te planten voor een productiecapaciteit van 950.000 ton per jaar. Verder zal er een ethanolraffinaderij gebouwd worden die 93.000 m³ ethanol per jaar zal produceren, grotendeels voor export naar Europa. Daarnaast zal het project ook elektriciteit produceren voor het nationale net, goed voor zo’n twintig procent van het verbruik van het land. Over de oppervlakte van de grond lopen de cijfers uiteen. Volgens Addax Bioenergie gaat het om 14.300 hectare voor het totale project. Een internationaal onderzoek van diverse onderzoeksbureaus uit Sierra Leone, Duitsland en Zwitserland (Independent Study Report of the Addax Bioenergy Sugarcane to ethanol project in the Makeni Region in Sierra Leone, door SILNoRF & Bread for All & Evangelisher–EED) stelt dat er voor dit project 57.000 hectare gehuurd werden. Volgens deze studie zouden er twaalf dorpen betrokken zijn, met 13.617 inwoners.

Het project lokt heel wat kritiek uit. Onderzoekers van onder meer het Oakland Institute, SiLNoRF (het Sierra Leone Network on the Right to Food) en Bread for All wijzen vooral op de grootschaligheid van het project, waardoor de toegang tot grond voor de lokale bevolking bemoeilijkt wordt –en daarmee ook hun voedselzekerheid. Ook de toegang tot water komt in het gedrang: het bedrijf pompt het water van de rivier Rokel op, met de vernietiging van twee waterlopen tot gevolg. De lokale bevolking vindt bovendien dat ze te weinig betrokken werd bij de beslissing en verstoken bleef van informatie. Er is ook geen klachtenmechanisme waar ze kunnen aankloppen. Addax ten slotte heeft beloftes gedaan die tot op vandaag niet zijn nagekomen, in verband met compensaties, banen, infrastructuur en het gebruik van bestaande rijstvelden. Kortom, het project belooft Europa wel te voorzien van de geplande ethanolleveringen maar of de lokale bevolking op weg geholpen is naar duurzame ontwikkeling, dat is nog maar de vraag.

Bio, investeren voor ontwikkeling

Toch stelt Alain De Muyter van BIO dat de vooropgestelde richtlijnen gevolgd zijn. Sierra Leone behoort bovendien tot de MOL en is een land in wederopbouw na een conflict, waar externe investeringen meer dan nodig zijn. BIO investeert er in een cluster van ontwikkelingsfinancieringsinstanties, wat de normale gang van zaken is, maar dat betekent ook dat een aantal beslissingen en keuzes niet door BIO zelf gemaakt worden maar overgedragen worden aan het consortium. BIO benadrukt dat er gewerkt wordt met een externe evaluator, die regelmatig ter plaatse gaat en rapporteert.

Of de lokale bevolking op weg is geholpen naar duurzame ontwikkeling, dat is nog maar de vraag.

Addax zelf stelt dat het werkt volgens de OESO-richtlijnen, de prestatiecriteria inzake sociale en ecologische duurzaamheid van de Internationale Financieringsmaatschappij, de richtlijnen van de Rondetafel over Duurzame Agrobrandstoffen en van de Global Compact van de VN. Ook BIO heeft zijn specifieke indicator om de ontwikkelingsrelevantie van een project te meten, de zogenaamde GPR-analyse. Die houdt echter geen rekening met de situatie van de meest kwetsbare groepen, noch met aspecten als toegang tot grond.

Twee structurele problemen

Investeringen van de Belgische overheid in BIO worden geboekt als “belegging” en niet als “uitgave”. Dat kan alleen als ze meer dan een “marktrendement” opleveren. Minder rendabele maar misschien zeer ontwikkelingsrelevante projecten –denk aan kmo’s of familiale landbouw– komen bijgevolg niet in aanmerking.

In een grondig onderzoek naar BIO pleit ngo-koepel 11.11.11 ervoor dat de overheid die verwachting met betrekking tot financieel rendement zou herzien, teneinde de kernopdracht van ontwikkelingsrelevantie voorop te stellen. Een tweede aandachtpunt vormen investeringen in de agro-industrie –en meer specifiek in agrobrandstoffen. In 2010 stelde toenmalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel (MR) in een strategienota over landbouw en voedselzekerheid dat BIO vijftig procent van de middelen van de overheid moet investeren in de agro-industrie, met een voorkeur voor landbouw en voedingsgewassen.

In het Addax- project is echter sprake van energiegewassen, wat problematisch zou kunnen zijn voor de voedselzekerheid. Ook 11.11.11 concludeert in zijn rapport dat BIO zijn aanwezigheid in de sector van biobrandstoffen grondig moet evalueren omdat in vele gevallen de voordelen niet opwegen tegen de nadelen. Het gaat immers niet alleen om voedselzekerheid; andere nadelen zijn het verdringen van de lokale landbouwsector en een ecologische druk op de hulpbronnen. Bovendien hebben België én het Vlaams gewest een resolutie tegen landroof goedgekeurd en zich ertoe geëngageerd om de “Vrijwillige Richtlijnen voor respect van grondbezit” van de VN-Voedsel- en Landbouworgansatie (FAO) na te komen.

Coherent beleid

In 2012 is BIO in een eerste ronde doorgelicht. Het verslag daarvan is beschikbaar op de website van de Kamer. In 2013 volgt de tweede fase van de evaluatie: de doorlichting van een aantal door BIO gefinancierde projecten. Ook Paul Magnette (PS), tot voor kort minister van Ontwikkelingssamenwerking, heeft stappen ondernomen om omzichtiger om te springen met ontwikkelingsprojecten voor biobrandstoffen. In zijn beleidsnota voor 2013 onderstreept hij inzake de hervorming van BIO te zullen werken aan een betere integratie van “duurzame menselijke ontwikkeling”.

Onderzoeker Jan Van de Poel van 11.11.11: ‘2013 wordt alleszins een belangrijk jaar, met de evaluatie en herziening van het mandaat van BIO. Maar energie zal wel een focus blijven. Het zou belangrijk zijn voor BIO om meteen in deze zaken voortrekker te worden en het goede voorbeeld te geven, om zo een wezenlijke bijdrage te leveren aan de ontwikkelingsdoelstellingen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.