Nederland wil inburgering voor EU-burgers

In maart 2011 bracht Nederlands Minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers (CDA) een positiepaper uit met de standpunten van de door de PVV gesteunde Nederlandse regering over EU migratie- en asielbeleid. Aan de vooravond van het Poolse EU voorzitterschap zet Nederland, bovenop de spanningen rond Schengen en de recente migratie- en vluchtelingenstromen uit Noord-Afrika, ook vraagtekens bij het vrij verkeer van (niet-kapitaalkrachtige en niet-geïntegreerde) EU burgers.

  • Minister-President Rutte Fractievoorzitters Mark Rutte (VVD), Maxime Verhagen (CDA) en Geert Wilders (PVV) presenteren het regeer- en gedoogakkoord, september 2010 Minister-President Rutte

Nederlands parlementslid Paul Ulenbelt (SP) had het in de pers over een tsunami van Polen in de gemeente Zundert. Marnix Norder (PvdA), schepen van integratie in Den Haag, sprak over drankproblemen bij de migranten uit Midden- en Oost-Europa – de zogenaamde MOE-landers –, hun gebrek aan een vaste woonplaats en overbelasting van het Legers des Heils. In februari 2011 geeft de Nederlandse minister van Sociale Zaken Henk Kamp (VVD) gehoor aan de lokale verzuchtingen en kondigt hij aan dat hij Polen en andere MOE-landers gemakkelijker wil kunnen uitzetten in geval van werkloosheid, overlast of criminaliteit. Hij wil ook minder werkvergunningen aan Roemenen en Bulgaren uitreiken om eerst werkonwillige Nederlanders aan het werk te zetten. Bestaande Europese regelgevingen over het vrij verkeer van personen binnen de EU maakt dat lidstaten niet naar hartenlust EU burgers kunnen uitzetten of weren van hun grondgebied of arbeidsmarkt.

Een tsunami?

Johan Wets van het Onderzoeksinstituut HIVA aan de KULeuven, vindt de tsunami metafoor, extreem ongelukkig gekozen: ‘Een tsunami is een hoge allesvernietigende golf na een zware geologische schok.’ De opening van de arbeidsmarkt voor de Polen, Roemenen en de Bulgaren vindt hij geen zware schok, noch alles vernietigend. Forum, een Nederlands Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, telt in 2009 150 000 Polen of één procent van de Nederlandse bevolking. ‘Nauwkeurige cijfers over het totale aantal Polen in Nederland ontbreken, doordat zij lang niet allemaal officieel geregistreerd staan,’ aldus het rapport.

Objectieve feiten om de alarmbeloperaties van de Nederlandse lokale politici te staven zijn moeilijk te verzamelen. In het geval van het Leger des Heils in Den Haag zou het gaan om een verzesvoudiging op drie jaar tijd van hulpbehoevende MOE-landers, — van honderd naar zeshonderd -, op de 20 tot 30.000 MOE-landers in de stad. Hoogleraar sociologie van de Erasmus Universiteit in Rotterdam Godfried Engbersen spreekt in de Volkskrant over 44 bijstandsuitkeringen voor MOE-landers in 2009, op een totaal van 30.000 uitkeringen in Rotterdam. Kacper Chmielewski, woordvoerder van de Poolse permanente vertegenwoordiging bij de EU heeft moeite om de logica in die Nederlandse discussies te volgen. ‘In een land met maar vier procent structurele werkloosheid, en bedrijven die Polen aanwerven en hen belastingen doen betalen, zie ik niet waarom ze hen zouden willen uitzetten. Het gebrek aan plaats op de arbeidsmarkt kan alvast niet het probleem zijn.’

Op de Europese agenda

De Nederlandse heropflakkering van de scherpe politieke uitspraken over Polen, Roemenen en Bulgaren gebeurden naar aanloop van de Provinciale Staten verkiezingen van maart 2011. Politici wilden op die manier de wind uit de zeilen halen van Geert Wilders’ anti-Islam Partij van de Vrijheid (PVV). Dankzij hun monsterscore in de verkiezingen voor de Tweede Kamer van juni 2010 mochten de PVV’ers via het gedoogakkoord  meeschrijven aan het beleid rond de thema’s die hen nauw aan het hart liggen: financiën, immigratie, ouderenzorg en veiligheid. Het resultaat werd integraal overgenomen in het regeerakkoord van CDA en VVD.

Zo weegt de PVV formeel op het beleid zonder effectief deel te nemen aan de regering. Het is in dit regeerakkoord dat het kabinet zich ertoe verbindt om te lobbyen voor aanpassingen in de Europese regelgevingen rond vrij verkeer van personen. In maart 2011 schrijft Nederlands Minister van Immigratie en Asiel Gerd Leers (CDA) daarom een positiepaper over het EU migratiebeleid. ‘De paper is een startpunt voor een open en transparante discussie,’ legt Sander van der Eijk, woordvoerder van minister Leers uit.

Inburgering voor EU-burgers

Als het aan de Nederlanders ligt moet een doorsnee Pool, — en met hem alle andere niet-Nederlandse EU onderdanen -, die een crimineel feit pleegt gemakkelijker teruggestuurd kunnen worden. De bestaande richtlijn, en de interpretaties ervan door de Europese Commissie en het Europees Hof laten dit enkel toe in zeer uitzonderlijke omstandigheden van een ernstige bedreiging van de openbare orde en openbare veiligheid (zie richtsnoeren voor de toepassing van de richtlijn uit 2009). Nederland wil ook dat het verblijfsrecht van EU-burgers in Nederland strikter gekoppeld wordt aan het beschikken over een inkomen. Tenslotte is Nederland ‘voorstander van een discussie binnen de EU over de inburgering en integratie van EU-burgers in andere lidstaten.’

“Door de negatieve effecten van het vrije verkeer aan te pakken, willen we precies het draagvlak voor Europa veiligstellen”
‘We hebben in Nederland net tien jaar discussie over inburgering achter de rug,’ licht van der Eijk toe. ‘We zijn het normaal gaan vinden dat we van nieuwkomers vragen dat ze de taal machtig worden. Door het wel van mensen van buiten de EU te vragen, maar niet van mensen binnen de EU, zou je kunnen stellen dat de uitgangspositie van de niet-EU nieuwkomer beter is dan die van de EU burgers. Daar kunnen we ons vragen bij stellen.’

Chmielewski begrijpt niet waarom de Polen over dezelfde kam worden geschoren als de niet-EU burgers. ‘Ik begrijp moeilijkheden rond de culturele accommodatie van migranten maar wij zijn cultureel niet veel anders.’ Of dit ook betekent dat een doorsnee Engelssprekende Nederlander verplicht Hongaars zou moeten leren om zich daar te mogen vestigen of werken? ‘We moeten niet vooruitlopen op de uitkomst van deze discussie,’ is het antwoord van der Eijk. ‘De maatregelen moeten vooral doelgericht zijn. Nederland wil niet raken aan het principe van vrij verkeer. Maar we willen voorkomen dat mensen onvoldoende zijn toegerust om te participeren in de samenleving.’

Cirkelredenering

‘Veel oudere mensen zijn bang dat Europa geen bescherming biedt tegen de mondialisering, maar er net een verlengstuk van is,’ legt Nederlands Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) uit. ‘Door de negatieve effecten van dat vrije verkeer aan te pakken wil de overheid precies het draagvlak voor Europa veilig stellen,’ zegt van der Eijk. Kurt Debeuf, woordvoerder van Belgisch Europarlementslid Guy Verhofstadt (Open-VLD) vindt dat een omgekeerde cirkelredenering. ‘Door mee op die kar te springen voedt je net de anti-Europese gevoelens.’ Volgens hem worden de problemen verkeerd benoemd: ‘Als er een probleem is met rondtrekkende dadergroepen, waaronder veel Bulgaren en Roemenen, moet je iets doen aan die dadergroepen, maar niet aan het vrij verkeer van personen. Er wordt meteen gesproken over dé Polen, dé Roemenen. Dat zijn onaanvaardbare veralgemeningen en je reinste racisme. We zitten nu eenmaal in Europa. Het principe van vrij verkeer van personen mag niet teruggedraaid worden.’

Ideologische strijd

Intussen staan de Nederlanders niet alleen met hun standpunten. Europarlementariër van de Camp: ‘Minister Leers schijnt in de Raad wel collega’s te vinden, zoals de Denen, de Fransen, de Duitsers en de Oostenrijkers, die begrijpen wat Nederland wil. ‘Maar in het Europees Parlement ligt het veel moeilijker.’ Volgens Debeuf is er ook een strijd binnen de Raad: ‘De Belgische stem binnen de Raad is bijvoorbeeld anders dan de Nederlandse. (Intussen verstrengde België eind mei, naar Nederlands voorbeeld, de eigen wetten rond gezinsmigratie, or). Tegelijkertijd gruwen de Denen binnen onze fractie in het Europese Parlement van wat hun regering momenteel doet. We voelen duidelijk dat er een grote ideologische strijd aan de gang is waarvan de balans momenteel overhelt naar de regeringen. Wij proberen dat via de Commissie tegen te houden. Maar het probleem is fundamenteel politiek.’ Intussen hoopt het Nederlandse kabinet dat het lobbywerk met de positiepaper vruchten zal afwerpen. In november 2011 staat het Groenboek van de Europese Commissie rond gezinsmigratie op de agenda, een moment waarop deze vragen stelt aan de lidstaten. Van der Eijk: ‘We hopen dat de discussies die we nu voeren ook weerklinken in de antwoorden van de andere lidstaten.’

Polen aan zet

De Poolse woordvoerder Chmielewski relativeert het Nederlandse initiatief: ‘Om echt iets aan de vrijheid van verkeer van personen, — de kernwaarde van de EU — , te veranderen is een verdragsverandering nodig.’ Hij betwijfelt of iemand in Europa hier serieus aan denkt. ‘Een positiepaper is geen formele vraag om het Verdrag te veranderen, er zijn vastgelegde procedures om dit te doen,’ aldus Chmielewski. Die heeft hij van Nederland nog niet gezien. Vanaf 1 juli 2011 is Polen voorzitter van de EU. De vrijheid van beweging voor EU burgers prijkt niet expliciet op het prioriteitenlijstje. ‘Zo’n voorzitterschap bestaat 90 procent uit het uitvoeren van lopende zaken,’ zegt Chmielewski. ‘Momenteel loopt er in Europa een politiek debat over Schengen en migratie, en die is legitiem,’ vindt hij. ‘We worden hier graag als partners bij betrokken want misschien hebben wij binnen enkele jaren gelijkaardige maatregelen nodig.’ In de komende zes maanden zullen de Polen immers onder meer inzetten op de Oostelijke dimensie van de EU, zoals het aanhalen van de banden met Oekraïne, alsook de uitbreidingsgesprekken met Turkije en de Balkan landen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur