Congolezen in België: 'Racisme is een gemiste kans voor iedereen'

De Congolese diaspora in België is een resultaat van de Belgische kolonisering van het enorme land aan de Evenaar. Nu naar aanleiding van 50 jaar Congolese onafhankelijkheid zoveel “oude” Belgen hun mening mogen geven over Congo en kolonisering, wil MO* de Congolese Belgen aan het woord laten. We peilden naar hun ervaringen in België en naar hun relatie met het land van herkomst.
  • Brecht Goris 'Congolezen behandelen Belgen in Congo als oom. Maar Belgen behandelen Congolezen in Belgi Brecht Goris
MO* nam het initiatief om deze enquête tot een echt Belgisch onderzoek uit te bouwen, met focusgroepen in Gent, Antwerpen, Luik en twee in Brussel. Daarvoor werkten we samen met het Centre Bruxellois d’Action Interculturelle (CBAI), de Université de Liège en het tweemaandelijkse blad Imagine - demain le monde. De resultaten verschijnen in de loop van juni ook in Imagine en in Agenda Interculturel. Via de uitgebreide groepsgesprekken met Congolezen kunnen we een klein beetje door hun ogen naar de wereld te kijken.

Waar is “thuis”?


‘In mijn hoofd ben ik Belg, maar onophoudelijk word je teruggeduwd’ (een Bounty)
De Congolezen die hier geboren zijn of op jonge leeftijd naar België zijn gekomen, beantwoorden die vraag anders dan zij die hier pas op latere leeftijd zijn gearriveerd. De eerste groep antwoordt, soms enthousiast, dat thuis Antwerpen is of Brussel. De ouderen blijven Congo hun thuis noemen: ze kwamen meestal naar België met het idee dat ze hier slechts tijdelijk zouden blijven, vaak om te studeren.
Dat diegenen die hier geboren zijn, België hun thuis noemen, betekent niet dat hun identificatie probleemloos is. ‘In Congo noemen ze ons de kinderen van Europa en als ik hier bij mijn vriendinnen ben, voel ik me ook zo. Maar als ik naar een dancing ga of een restaurant, zie je toch het verschil. We hebben dezelfde identiteitskaart, maar onze huidskleur verraadt ons spijtig genoeg.’
Een man die hier als tienjarige kwam en nu 28 is: ‘Ik vraag me af wie ik ben. Ik ben geen Belg, dat heb ik al ondervonden. Maar ben ik Congolees? Ik spreek geen Lingala of Swahili, en ik ben al achttien jaar niet meer in Congo geweest. In mijn hoofd ben ik Belg, maar onophoudelijk word je teruggeduwd.’
Een andere man, die hier als vijfjarige in het Klein Kasteeltje belandde: ‘In je hoofd ben je honderd procent Belg maar de samenleving laat je voelen dat je Afrikaan bent. Maar we kennen Afrika niet en je voelt pas heel laat de behoefte om erheen te gaan.’

Racisme als levenservaring


‘Eh, petit noir. Tu sais qu’ici on n’aime pas les noirs’ (Hé, zwartje. Weet je, we houden hier niet van zwarten)
Het thema racisme kwam in elk van de groepen terug. Of ze nu een woning zoeken, of werk, heel dikwijls hebben de Belgische Congolezen de stellige indruk dat hun huidskleur hen benadeelt. ‘Zodra ze je accent horen, of je huidskleur zien, hoor of zie je een heel kleine aarzeling en dan luidt het dat de woning of de baan al weg is.’
Een deel van de Congolese diaspora woont dan ook in minder goede woningen: ‘Het is er ongelooflijk vochtig, het voelt slecht aan voor de kinderen, die vaak naar het ziekenhuis moeten.’
‘We hebben alleen beneden verwarming en ramen met enkel glas. In de winter zijn de slaapkamers soms ijzig. Daarom slapen we beneden.’
‘We woonden met z’n zevenen in een kamer zoals deze. We deden nooit de deur open als er werd gebeld. Je wist nooit of het niet de politie was die ons kwam halen.’
Zowel in Gent als in Antwerpen beweren sommigen dat Vlaanderen racistischer is dan Franstalig België. ‘In Brussel val je als zwarte minder op dan in Gent.’
Een man vertelt: ‘Op een dag zat ik een station in Vlaanderen. Ik was aan het telefoneren. Een blanke, een Vlaming die naast me zat, zegt me: “Hé, zwartje. Weet je, we houden hier niet van zwarten.” Zomaar. Zodat iedereen het kon horen. Ik was geschokt.’
Een moeder over haar kinderen in Antwerpen: ‘In Brussel leren ze dat er kinderen met een andere kleur zijn en dat je dat gewoon moet aanvaarden. Hier zegt iedereen al snel “makak” tegen een Marokkaan en de kinderen nemen dat over. Op het college vertelden vele kinderen trots dat hun ouders voor het Vlaams Belang stemden.’
Zeker is dat de taal in Vlaanderen een extra horde is. Zowat alle Congolezen spreken Frans als ze hier aankomen en geen Nederlands. ‘Als je Frans spreekt, weigert men soms om je te antwoorden. Ik heb vastgesteld dat men in Antwerpen liever in het Engels antwoordt dan in het Frans. De Nigerianen hebben het dus makkelijker dan wij.’
De oudere generatie heeft het daar moeilijk mee. ‘Jullie hebben ons dat Frans geleerd.’ Sommigen hadden verwacht dat ze als Congolees een voorkeursbehandeling zouden krijgen. ‘Vergeet het maar. We zijn even zwart als andere Afrikanen.’
Of het racisme in Vlaanderen echt groter is dan in Franstalig België? Met een paar uitspraken heb je nog geen wetenschappelijke vaststelling. En in Franstalig België kregen we evenveel voorbeelden van racisme. ‘Die keer dat ik me als scheidsrechter in een dorp aanmeldde en een dame bij klaarlichte dag haar rolluiken neerliet toen ik in de straat verscheen.’
Een vrouw vertelt dat blanke collega’s het moeilijk hebben haar boven zich te aanvaarden: ‘Ik had normaal recht op een eigen kantoor met bureau omdat ik patiënten ontving. Ik verving ook iemand die zo’n kantoor had, maar een hele groep mensen is me komen zeggen dat dat niet normaal was, en dat ik mijn kantoor moest delen met anderen. Veel mensen hebben niet de gewoonte om een zwarte boven zich te zien.’
Ander voorbeeld. Een zwarte man komt informaticales geven en zegt nadat twaalf van de vijftien cursisten zich hebben aangemeld: ‘Ik wacht nog vijf minuten en dan beginnen we.’ Een vrouw vraagt daarop: ‘Is de lesgever er nog niet?’ Als hij zegt dat hij de lesgever is, antwoordt zij: ‘Zijn er dan geen andere personen?’ De man zegt van niet, waarop de vrouwt: ‘O, maar dat hadden ze ons niet gezegd.’
Vooral de oude generatie Belgen is vaak nog bijna bang van zwarten: ‘Je ziet ze kijken, angstig van achter hun gordijnen’. Of nog: ‘Ze hebben niet de vorming om ons te kunnen plaatsen. Vaak gaat het hier om mensen die zelfs in hun eigen land amper op reis zijn geweest.’
Een oudere dame twijfelt: ‘Ik weet niet of het altijd racisme is: ze zijn gewoon niet gewend om met zwarten om te gaan.’
Jongere Congolese Belgen melden meermaals dat de relatie met hun Belgische leeftijdsgenoten beter is. ‘De jongeren zijn meer geïnteresseerd in andere culturen. Bij hen is er minder racisme. Ze nemen de kans om je te leren kennen. In Brussel zijn ze opener dan in Leuven, waar men iets gereserveerder is. Er is iets minder traditie.’
Onderzoek leert dat beter opgeleiden doorgaans minder racistisch zijn.
Obama wordt geregeld van stal gehaald als bewijs dat een zwarte wel degelijk carrière kan maken.
De hevigste ontkenning dat Belgen racistisch zijn, vinden we bij een Congolees die zowel in België als in Congo een zeer goed betaalde baan heeft. ‘Mijn vooroordelen over zwarten zijn dat ze lui zijn. De blanke vind ik een harde werker en goed georganiseerd.’
Andere Belgosche Congolezen wijzen erop dat sommigen racisme te pas en te onpas gebruiken: ‘Ook als ze terecht een baan niet krijgen, wijten ze dat aan racisme.’
Sommigen zijn gelaten over racisme. ‘Bij ons in Congo worden vreemden ook benadeeld. Dat is hier niet anders.’ Bij anderen vertaalt het zich in strijdlustigheid. ‘Mijn vader heeft er constant op gehamerd. Als je er hier iets van terecht wilt brengen, zul je moeten vechten. Je zult twee keer zo goed moeten zijn als de Belgen.’
Jozef De Witte, directeur van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding: ‘Er is nog veel te veel de norm dat een normale Vlaming blank is, heteroseksueel, niet-gehandicapt… In die zin is de samenleving nog gigantisch racistisch. We denken echt nog in termen van wat de norm is en wat de afwijking is.’

Een politieke uitdaging


‘Om te integreren moet je met z’n tweeën zijn’
Anderen vertalen de kwestie politiek: ‘Dit land is eigenlijk niet klaar voor immigratie. We hebben tachtig jaar samengewoond en nu is het de Belg die ons wegduwt en het verleden vergeet. België heeft niet het beleid ontwikkeld om daar op een verstandige manier mee om te gaan. Dat is jammer, want ze kunnen ons best gebruiken, al was het maar onze arbeidskracht.’ Of, zoals Billy Kalonji van onder andere het Afrikaans Platform het verwoordt: ‘De Congolezen behandelen de Belgen in Congo als noko, oom, maar de Belgen behandelen de Congolezen in België niet als het neefje. Het vertrouwen dat jullie in Congo krijgen, wordt ons hier in België ontzegd.’
Vrij algemeen vindt men dat het geschiedenisonderricht absoluut tekortschiet als het om de kolonisering van Congo gaat. Anderen pleiten voor dialoog: ‘Mensen zijn bang omdat ze ons niet kennen. Het is tijd dat dat verandert.’ Of nog: ‘Om te integreren moet je met z’n tweeën zijn. Je kunt wel zeggen: ‘Ik wil me integreren’, maar als de mens tegenover je je niet wil zien, je niet wil accepteren, niet wil dat je een flat huurt in zijn buurt, dan wordt het moeilijk.’
Jozef De Witte vindt dat de aanpak in België verhardt: ‘Toen Paula D’Hondt met het Centrum begon, heette het nog dat de migranten zouden integreren doordat we ze zouden laten participeren. Nu luidt het dat je je eerst moet integreren voor je kunt participeren. Een voorbeeld is de eis dat je Nederlands moet spreken voor je een sociale woning krijgt.’
Vlaams Minister van Gelijke Kansen Pascal Smet erkent dat er ‘ook vandaag verschillende vormen van discriminatie zijn’. Hij wil er op twee manieren aan werken. ‘Ik weeg op mijn collega’s. Als we morgen maatregelen nemen rondom werken bij de overheid, dan wil ik dat de hele procedure geen spoor van discriminatie bevat.’ Daarnaast wil de minister de discriminatie ook direct bestrijden, vooral met de oprichting van meldpunten tegen discriminatie.
Momenteel zijn die er al in Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Kortrijk, Leuven, Mechelen en Roeselare, en er komt er een in elke Vlaamse centrumstad. ‘De meldpunten zijn laagdrempelige loketten waar mensen met hun klachten terechtkunnen. Het meldpunt registreert de klacht, zoekt naar een oplossing en volgt het dossier helemaal. De meldpunten moeten ook bewustmakingsacties opzetten en initiatieven nemen om discriminatie te voorkomen.’
De minister wil ook dat mensen beter hun rechten en plichten kennen, zodat er ook meer meldingen komen dan nu het geval is. Veel discriminatie wordt immers nooit gemeld.

Bijzonder onderwijs


Lieve Pirquin, zelf kind van een Congolese moeder en een Belgische vader, en OCMW-raadslid in Antwerpen, stelt vast dat een groot deel van de Congolese Belgen door zijn gebrekkige kennis van het Nederlands en/of door een onaangepaste werkhouding, moeilijk een baan vindt of kan vasthouden. Als men wil dat daar verandering in komt, moet zoveel mogelijk geïnvesteerd worden in het onderwijs.
‘Toen ik hier aankwam, was ik de enige kleurlinge in een school van 870 leerlingen. Iedereen hielp me en in een mum van tijd leerde ik de taal. Nu er zoveel migranten zijn, is het natuurlijk moeilijker om al die mensen de taal te leren. Maar het is een absolute must als we willen dat deze mensen hun plaats vinden in onze samenleving.’
Nochtans staat onderwijs bij nogal wat Congolezen erg hoog op de agenda. Sommigen komen in Vlaanderen wonen opdat hun kinderen behalve Frans ook Nederlands en Engels zouden leren. Nogal wat Congolezen hebben meer dan één universitair diploma, en krijgen dan te horen dat ze overgekwalificeerd zijn. ‘Heel lang was studeren de enige manier om België binnen te geraken’, zegt Billy Kalonji. ‘België heeft voor zijn ex-kolonie nooit andere deuren geopend.
Dat zorgde ervoor dat mensen maar bleven studeren en de diploma’s opstapelden. Maar werken of een zaak beginnen, was en is aartsmoeilijk. Sommigen hebben zich uiteindelijk bitter afgewend van België, zijn elders gaan werken en maken daar het mooie weer.’ Het is een feit dat de Congolese diaspora met om en bij de 40.000 mensen –waarvan 16.000 met de Congolese nationaliteit en de rest genaturaliseerd– relatief klein blijft. In andere landen leidde de kolonisering tot een veel grotere immigratie. Dat is spijtig voor Congo want migranten sturen veel geld terug en kunnen ook voor een injectie van ervaring zorgen.
In Vlaanderen klagen nogal wat Congolezen erover dat hun kinderen al te snel naar buitengewoon onderwijs of beroepsonderwijs georiënteerd worden. Zegt een vrouw: ‘Mijn school vond dat ik beter technische zou doen. Mijn moeder heeft gezegd dat ik moest doen wat ik wilde. Maar mijn ouders zijn heel assertief. Andere gezinnen zijn veel kwetsbaarder voor die beïnvloeding.’ Minister Smet erkent de problemen: ‘Onderzoek leert dat kansarme en allochtone leerlingen oververtegenwoordigd zijn in het bijzonder onderwijs. We hebben geen cijfers over etnische afkomst, maar daar zullen ook Congolese jongeren bij zijn. We werken aan een betere en juistere doorverwijzing.’

Noodkreet: Antwerpse jongeren op de rand van de criminaliteit


‘Racisme is overal. Dat is nu eenmaal onvermijdelijk’
‘Vooral bij de jongeren is de uitdaging groot’, onderstreept Lieve Pirquin. ‘Zij denken niet meer aan terugkeren, maar vinden soms moeilijk hun plaats: nu is het erop of eronder.’
Larson Mikuna (28) werkt met jongeren van 18 tot 24 jaar die het moeilijk hebben: ‘Ze zijn gedemotiveerd. Ze hangen rond. Ze denken dat ze toch geen kans op werk maken omdat ze zwart zijn. Ze slagen voor een test en worden zelden aangenomen. Ze hebben nochtans papieren en de meesten spreken perfect Nederlands. Of er racisme is? Racisme is overal. Dat is nu eenmaal onvermijdelijk.’
Sommige van Mikuna’s jongeren hebben een technisch diploma, anderen haakten af op school voor ze een diploma behaalden. ‘Die laatsten krijgen dan een opleiding van de VDAB tot timmerman of kok, maar het blijft moeilijk.’
Mikuna brengt hen in het weekend samen om met muziek bezig te zijn. ‘Ze voelen zich aan hun lot overgelaten. Dankzij de muziek worden ze rustiger. Ik herken hun situatie: ik zat in dezelfde neerwaartse spiraal, maar ik heb mijn plaats gevonden zodra ik een baan vond.’
Mikuna vindt het vijf voor twaalf: ‘Ik denk echt dat we ons met hen moeten bezighouden. Anders loopt het verkeerd af. Dan zullen ze drugs gaan dealen of andere stommiteiten begaan, zoals in Brussel al het geval is. Het is ook zo makkelijk: ze hebben niks te doen, voelen zich kwetsbaar en op dat moment worden ze aangesproken door een oudere die hen zegt hoe makkelijk ze geld kunnen verdienen in de drugshandel. De stap is dan snel gezet. In onze groep zijn er al twee die enkele maanden vastzaten om die reden. Als we niks doen, zitten we over enkele jaren met Brusselse toestanden.’
Volgens Mikuna is een combinatie van werk en een stevige sociale begeleiding aangewezen: ‘In het begin moeten ze goed begeleid worden. Vergeet niet dat die jongeren van thuis uit dikwijls weinig meekrijgen. Ofwel wonen ze alleen, ofwel bij hun moeder, die zelf ook soms kwetsbaar is.’
Jozef De Witte vreest dat dat gevoel van hoogdringendheid er niet is bij onze bestuurders: ‘In het regeerakkoord is er sprake van om van diversiteit een criterium te maken bij de publieke aanbestedingsprocedures, maar de werkgevers stonden meteen op hun achterste poten. Minister Muyters heeft nog altijd geen concrete stappen gezet. Nochtans gaat het hier om de wortel en niet om de stok. Wie het goed doet inzake diversiteit op de werkvloer maakt meer kans om een aanbesteding te winnen.’
De Witte gewaagt van een sociale tijdbom: ‘Vlaanderen is graag schuldvrij, maar als je hier niks aan doet, bouw je ook een schuld op. Elke jongeman met wie het verkeerd gaat, moet je uitzweten tot hij 75 jaar is. Je kunt nooit echt uitsluiten: of we investeren in die groep, of we krijgen te maken met criminaliteit of andere problemen.’ Billy Kalonji ziet het zo: ‘Vlaanderen moet Congolese jongeren die perfect Nederlands spreken als een voordeel zien, een deur op de wereld. Dat gebeurt te weinig. Iemand die zich goed voelt, brengt iets bij aan het land. Wie zich niet goed voelt, is een last.’

De band met het land van oorsprong


‘Ik stuur geld als er een feest is, of een begrafenis’
Bijna iedereen stuurt regelmatig geld naar familie en kennissen in Congo.
‘Ik stuur elke maand honderd euro‘, zegt iemand. Een ander stuurt kleinere bedragen op onregelmatige basis. ‘Als er een feest is, of een begrafenis.’
Die geldstroom houdt Congo in leven, vinden sommigen. ‘De staat bestaat niet meer in Congo. Zij die de eindjes aan elkaar kunnen knopen in Congo, blijven in leven dankzij ons.’
In Congo blijft men geloven dat Europa het paradijs is. ‘Wat we daar ook over zeggen, ze geloven ons niet. Ook al omdat sommige “Europeanen” graag uitpakken met hun rijkdom als ze terugkeren.’
‘Men doet er ook alles aan om ons in die rol van Europeaan te duwen. Ze noemen je patron of geven je een grootse ontvangst, waarna ze des te meer van je terug verwachten.’
De solidariteit met de grote familie wordt als een feit des levens en/of als een mooie Afrikaanse traditie gezien, maar weegt soms wel zwaar.
Sommigen hebben het gevoel dat ze geld in een bodemloze put storten. ‘Men komt je dan opzoeken om een zaak op te zetten. Je stort geld en hoort er achteraf nooit meer iets van.’
Nogal wat Belgische Congolezen denken aan terugkeren naar Congo. Soms omdat hun vrouw en/of kinderen daar zijn gebleven, soms omdat ze het hier moeilijk hebben – het racisme, het gebrek aan erkenning. Soms ook omdat ze zich meer thuis voelen in Congo.

De ontwikkeling van Congo


‘Als het hoofd ziek is, is heel het lichaam ziek’
De omstandigheden in Congo bevorderen een terugkeer evenwel niet. De meesten vinden de toestand in Congo catastrofaal en zien geen verbetering. ‘Zaken doen in Congo is moeilijk. Ik wilde investeren, maar meteen eisten corrupte leiders twintig procent van de aandelen op. Ik heb geweigerd. Die diefstal aanvaard ik niet.’
‘Welk werk kun je daar vinden? Bovendien: hoe wordt er geselecteerd? Politieke contacten zijn er belangrijker dan kwalificaties.’
‘Ik voel Congo als een mooie vrouw met aids. Ik hou van haar, maar je maakt er geen kinderen mee. Het heeft geen zin om erin te investeren.’
‘Ik doe zaken in Benin, het vaderland van mijn vrouw. Daar lukt het wel, in Congo niet: alles lijkt er te verdwijnen in een groot zwart gat.’
Toch zijn sommigen actief in ontwikkelings-ngo’s, maar het besef leeft dat ‘ngo’s of verenigingen een land niet kunnen ontwikkelen. Dat hangt af van de politiek. Als het hoofd ziek is, is heel het lichaam ziek.’
Iemand die dicht bij de elite in Congo staat: ‘Als het van de Congolezen afhangt, komen er geen verkiezingen. Er is geen wil om het land te ontwikkelen. Als je miljoenen in Congo injecteert, gaan ze alles stelen. Het is al corruptie, diefstal. Dat is jammer, maar ik zit er midden in, ik weet waar ik het over heb. Er is geen partner die aan het algemeen belang denkt, ze denken alleen maar aan zelfverrijking.’
Sommigen vinden dat onder meer de katholieke kerk (en de ngo’s) een rol te spelen hebben in de bewustmaking van de Congolese burgers en het vormen van een tegenmacht. Ze stellen vast dat de autoriteiten de Pinksterkerken steunen, die zich minder op die bewustwording toeleggen.
Veel Belgische Congolezen gaan zondags naar de mis; anderen nemen afstand van vooral de protestantse kerken. ‘Het zijn een soort sektes die werkloze kwetsbare mensen manipuleren, hen elke dag uren doen bidden en hen geld afpingelen.’ Anderen wijzen erop dat ze warmte en steun vinden bij hun kerk.

België-Congo


Welke rol kan België nog spelen in Congo? Velen vinden dat België het meest effect kan hebben door er mee voor te zorgen dat Congo betere leiders krijgt.
De meningen lopen uiteen of en in hoeverre België nog in staat is de situatie te beïnvloeden. Nogal wat Congolezen vinden dat België en het Westen de situatie in het land nog altijd sterk bepalen. ‘Het Westen kiest onze leiders uit.
Wie geen Westerse steun heeft, haalt het niet.’ De moord op vader Kabila, die een onafhankelijke koers ten opzichte van het Westen voer, wordt als bewijs daarvan gezien.
Anderen relativeren dat en vinden dat het de Congolese bevolking en leiders zijn die uiteindelijk beslissen. ‘Stap voor stap moeten onze leiders inzien dat het zo niet verder kan.’
Over ontwikkelingshulp zijn de meningen verdeeld. Sommigen blijven erin geloven, anderen pleiten voor het stopzetten van de hulp. ‘Door die hulp kunnen de helpers hun wil opleggen en wordt verhinderd dat de Congolezen zelf aan het werk gaan.’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur