Dossier: 

De vergeten revolutie van Thomas Sankara

Overal ter wereld dwepen Afrikaanse jongeren met Thomas Sankara, de vermoorde ex-president van Burkina Faso en notoir revolutionair. Geïnspireerd door de (r)evoluties in Noord-Afrika trok MO* naar de Burkinese hoofdstad Ouagadougou, op zoek naar de geest van de “Afrikaanse Che Guevara”.

  • Robin Shuffield Thomas Sankara Robin Shuffield
  • Olivia U. Rutazibwa Broer Valentin toont de intacte presidentiële boekentas van Thomas Sankara Olivia U. Rutazibwa
  • Olivia U. Rutazibwa Het ouderlijk huis in Ouagadougou, met de kamer met persoonlijke spullen van Sankara Olivia U. Rutazibwa
  • Olivia U. Rutazibwa Eeuwige rust naast de vuilnisbelt Olivia U. Rutazibwa

In België doet de naam Thomas Sankara in het beste geval vaag een belletje rinkelen. Maar in Afrikaanse middens wereldwijd is hij een waar icoon, de Che van Afrika. De ironie wil dat Sankara –met amper een week verschil– twintig jaar na Che vermoord is. Naast dat luguber lot deelden beiden het marxistisch gedachtengoed, hun vriendschap met de Cubaanse leider Fidel Castro en sloten ze hun speeches af met Castro’s woorden ‘het vaderland of de dood’. In de moderne geschiedenis van de mensheid is allicht niemand meer geïconiseerd dan Ernesto Che Guevara. Sankara daarentegen is in de vergeethoek van het westers collectief geheugen beland.

In Ouagadougou zijn de inwoners hun oud-president alvast niet vergeten. ‘Hij was de president van alle Afrikanen want hij streed voor heel Afrika, niet enkel voor Burkina Faso. Sankara is mijn president, de huidige kan me gestolen worden’, zegt Ouedraogo Souleymane (34), marktkramer in Ouagadougou. Zijn collega Ablasse Ouedraogo is al even enthousiast: ‘Sankara gedroeg zich niet als president maar als grote broer of vader van de natie. Daarom hielden de mensen van hem. Hij leerde ons hoe we onszelf moeten voeden. Hij was een man van zijn woord.’

(on)zichtbaar

In de straten van Ouaga word je alvast niet om de oren geslagen met Sankara-prularia. Geen t-shirts, petjes of vlaggen met ’s mans gezicht die liggen te verbleken in de snikhete sahelzon. Ook boeken over Sankara lijken nergens te vinden. In boekhandel Diacfa spreekt een jongeman me op fluistertoon toe wanneer hij hoort dat ik geïnteresseerd ben in Sankara. Maar onmiddellijk wordt hij weggesist door de bewaking en moet hij de winkel verlaten. Samsy “Sankara” Konseibo (23), zelfstandig straatverkoper, zal me leren dat de erfenis van Sankara zich niet etaleert in de officiële wandelgangen of opgepoetste winkels van Burkina Faso. Wel in de hoofden van de mensen, tot de politiemannen en soldaten toe die tegen wil en dank voor het regime van Blaise “moordenaar” Compaoré werken.

Burkina Faso in cijfers en letters

  • de bevolking is verdubbeld sinds 1987 tot bijna 17 miljoen
  • Minst Ontwikkeld Land. Meer dan vier op tien Burkinezen leeft onder de armoedegrens.
  • Index van menselijke ontwikkeling: derde laatste plaats in 1987, achtste laatste plaats in 2010
  • in 1985 kon amper veertien procent van de bevolking lezen en schrijven, vandaag 28,7 procent.
  • de levensverwachting steeg van 48 jaar in 1987 naar 53,7 in 2010
  • weinig natuurlijke rijkdommen, vooral afhankelijk van katoenexport en goudontginning
  • acht op tien Burkinezen leeft van landbouw
  • gemiddelde economische groei van 5,2 procent in het voorbije decennium
  • politieke en burgerlijke rechten: ‘gedeeltelijk vrij’ volgens Freedomhouse
  • corruptie: 98ste plaats op de wereldranglijst van Transparency International
  • florerende culturele sector. Het tweejaarlijkse Fespaco is het grootste pan-Afrikaanse filmfestival.

Dat Sankara niet openlijk in het straatbeeld figureert, heeft alles te maken met het feit dat Burkina Faso sinds 1987 geregeerd wordt Blaise Compaoré, van wie algemeen wordt aangenomen dat hij de opdracht gaf voor de moord op zijn strijdmakker en boezemvriend Sankara. ‘Het is niet verboden om met een Sankara t-shirt rond te lopen, maar ambtenaren zal je er niet snel mee zien’, zegt Ali Diallo. Hij is artistiek directeur van productiehuis Umané Culture en organisator van Waga Hip Hop, een jaarlijks urban culture festival. ‘We programmeren het rond 15 oktober, de sterfdatum van Sankara. De artiesten worden geselecteerd op hun kwaliteit, maar velen onder hen maken van de gelegenheid gebruik om Sankara op het podium te vermelden. Dat kan dus, temeer omdat we niet afhankelijk zijn van lokale fondsen maar buitenlandse partners hebben (waaronder het Belgische Africalia, or). Als ik echter een reclamespotje op tv wil om een evenement te promoten, wordt wel naar onze affiliatie gevraagd. Dan moet ik zeggen dat we neutraal zijn, ook al weet ik vanbinnen waar mijn voorkeur ligt.’

Op school wordt Sankara niet onderwezen, en er is ook een gebrek aan objectief archiefmateriaal. ‘Ze hebben werkelijk alles gedaan om zijn sporen uit te wissen’, zeggen Odile en Blandine Sankara, zussen van de vermoorde president. ‘Vlak na zijn dood zijn de mensen van de Staatsveiligheid alles komen leeghalen. Alle archieven zijn verdwenen of vernietigd.’

Broedermoord

In hun ouderlijk huis in Ouagadougou vertellen Odile en Blandine hoe pijnlijk dit dubbele verlies was voor hun ouders: ‘Blaise Compaoré maakte echt deel uit van onze familie. Hij zat altijd daar.’ Ze wijzen naar de stoel waarop ik zit. ‘Mijn vader hoorden we vaak zeggen: “Waar is Blaise, ik moet hem iets vragen.” Toen ze hoorden dat Thomas dood was door toedoen van Blaise, was het alsof ze twee zonen op een dag verloren.’

De isolatie die daarop volgde –zelfs de kerk keerde de uiterst vrome ouders de rug toe– en de beschuldigingen van diefstal aan het adres van Sankara en zijn familie wegen het zwaarst op de familie. Op de binnenkoer van het ouderlijk huis, waar beide ouders begraven liggen, verwelkomen Blandine, Odile, broer Valentin en enkele andere familieleden ons bont gezelschap, waaronder hiphopartiesten Didier Awadi en Smockey en journalist Abdoulaye Diallo. ‘Jullie zorgen ervoor dat jongeren vandaag Sankara kunnen gebruiken om hun eigen stem te vinden’, zegt Julien Nana, een neef die optreedt als woordvoerder van de familie. Uit dankbaarheid openen ze voor ons de kamer van Thomas Sankara, vol stoffig op elkaar gestapelde spullen. ‘We zullen jullie helpen om hier een soort museum van te maken’, beloven de hiphoppers.

Prompt wordt ook Thomas’ gitaar bovengehaald, met daarop de naam van zijn broer in Samsonite-stickers. De middag kabbelt rustig verder op de binnenkoer. De verhalen, getuigenissen en anekdotes over Sankara en zijn leven rijgen zich aaneen, er wordt gegeten en gelachen. Over hoe Spartaans Thomas was terwijl Blaise wel eens lekkere dingen voor hen meenam. ‘Soms voelt het ongemakkelijk om over hem te praten,’ zegt Blandine, ‘omdat het voor ons allicht moeilijk is om objectief te zijn. Maar hij was zó anders als ons, ook al hebben we dezelfde vader en moeder.’

Voor Abdoulaye Diallo, journalist en directeur van het internationaal perscentrum Norbert Zongo, is het fenomeen Sankara ‘het resultaat van een lang moreel en intellectueel parcours. Hij was erg nieuwsgierig, las veel en kende veel Afrikaanse denkers met wie hij vaak praatte.’ Sankara’s grootste troef, aldus Diallo, was zijn magie van eenvoud. ‘Als president is het heel moeilijk om simpel te blijven. Hij had alle klassiekers gelezen, maar oversteeg die. Hij nam bijvoorbeeld geen genoegen met Karl Marx. Voor hem was Marx slechts een analyse-instrument om tot lokale oplossingen te komen. Wij hadden geen arbeidersklasse, dus hij ging niet in op die dialectiek. Er zijn veel leiders met oprechte ideeën, maar ze missen het talent om tot een concrete toepassing van hun ideeën te komen. Hierin schuilt het genie van Thomas Sankara.’

Over muggen en aardbeien

Tijdens een bezoek aan het graf van Sankara, naast een vuilnisbelt aan de rand van de stad, ontmoet ik Arsène Hema, een jonge ingenieur die wat verderop woont. ‘Op technisch vlak was Sankara briljant, maar hij was een slecht politicus’, zegt Hema. ‘Hij heeft de macht niet goed verdeeld. Niet omdat hij die zelf wilde houden, maar omdat hij te veel macht in handen van mensen heeft gelegd die er niet mee overweg konden.’ De revolutierechtbanken en comités voor de bescherming van de revolutie ontspoorden inderdaad; ze werden misbruikt voor persoonlijke afrekeningen. Sankara was zich daarvan bewust en refereerde er geregeld naar in zijn speeches.

Ook de flamboyante modeontwerper Jean-Aristide Nitchema plaatst kanttekeningen bij de periode onder Sankara. ‘Compaoré heeft hem vermoord om ons te bevrijden’, zegt hij met een kwinkslag. ‘Sankara was echt een geval apart. Er was altijd wel een buurt die verplicht moest opgekuist worden, of een of andere gemeenschapsdienst te verrichten. Uiteindelijk keken mensen op tegen hun vrije dagen omdat die vermoeiender waren dan hun job.’

In zijn sappige verhalen weerklinken de gekende verzuchtingen van de stedelijke middenklasse, die niet onverdeeld opgetogen was over het Robin Hoodbeleid van Sankara. De salarissen van de ambtenaren werden geplafonneerd en inkomsten onmiddellijk ingehouden op het loon, in ruil voor groene bonen of verplichte culturele activiteiten. En ambtenaren werden verplicht lokale stoffen te dragen om de Burkinese katoenproductie te stimuleren. Modeontwerper Nitchema mag er niet aan denken. Maar hij herinnert zich ook goede dingen: ‘Om de een of andere reden waren er geen muggen ten tijde van Sankara.’ Waarom weet hij niet meer precies, maar het had iets met de landbouw te maken. ‘Naar school gaan werd nagenoeg gratis. En het is dankzij Sankara dat we hier nu aardbeien hebben.’

‘Sankara wist dat hij vermoord zou worden. Het was een goede exit-strategie om glorieus de geschiedenis in te gaan.’

Nitchema stuurt me op pad naar het aardbeikraam van la vieille Khady. ‘Toen hij in Cuba was kreeg Sankara een aardbeiplantje cadeau’, zegt de bejaarde vrouw. ‘Hij heeft het aan zijn tuinmannen gegeven om er iets mee te doen. De aardbei groeit hier goed. Wij hebben er ons brood mee verdiend, de kinderen naar school kunnen sturen en ik heb zelfs een huis kunnen zetten dankzij de aardbeien. Telkens Sankara ergens naartoe ging, nam hij iets mee om het land te ontwikkelen.’

Toch schoot Sankara op internationaal vlak soms tekort, vindt ingenieur Hema. Hij had bijvoorbeeld pragmatischer met ex-kolonisator Frankrijk moeten omgaan. ‘Geen enkel Afrikaans land dat op abrupte wijze zijn bruggen met de ex-kolonisator heeft willen doorknippen is stabiel gebleven.’ Sankara heeft die fouten volgens Hema niet onbewust gemaakt. ‘Hij wist dat zijn revolutie niet kon blijven duren. Het systeem was te gesloten en hij kon de opoffering niet blijven vragen van de mensen. Hij wist dat hij vermoord zou worden, het was een goede exit-strategie om glorieus de geschiedenis in te gaan.’

Corruptie bestrijden met de gsm

Capitaine Sankara gaf zijn laatste speech op 8 oktober 1987. Ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van de dood van Comandante Che Guevara sprak hij het volk in Ouagadougou toe, in aanwezigheid van Che’s zoon Camillo Guevara. Een citaat uit die laatste toespraak: ‘Vandaag willen we aan heel de wereld zeggen dat Che Guevara voor ons niet dood is, want ideeën sterven niet.’

Voor Sankara zelf lijkt het omgekeerde te gelden: de nagedachtenis aan hem is nog springlevend in de hoofden van de Burkinezen, maar zijn idealen schijnen de dood niet overleefd te hebben. Aan politici die zich op de ideeën van Sankara beroepen ontbreekt het Burkina Faso nochtans niet. Maar het oordeel van mijn gesprekspartners is unaniem: ‘Onze politici profiteren van de naam Sankara om ons op te lichten, want ze helpen het volk duidelijk niet’, zegt de 27-jarige Kouanda Yacouba.

Sankara’s revolutie: ‘De toekomst durven dromen’

4 augustus 1983. Blaise Compaoré en zijn troepen bevrijden ex-premier Sankara uit zijn huisarrest en de revolutie gaat van start. Sankara wordt president en geeft Opper-Volta –tot dan haast synoniem voor saaiheid en onbelangrijkheid– een nieuwe naam: Burkina Faso, ‘het land van de integere mensen’.

  • De centrale macht ligt bij de Nationale Raad van de Revolutie, die dienstdoet als een soort parlement. Het Discours van Politieke Oriëntatie –een soort grondwet– fungeert als een kompas voor de kersverse volksdemocratie.
  • Op alle niveaus van de samenleving worden Comités voor de Verdediging van de Revolutie opgericht. Ze treden op als ordediensten en mobiliseren het volk om mee te gaan in de projecten van de revolutie. Om corruptie aan te pakken, komen er volksrechtbanken. De verdedigingscomités en volksrechtbanken komen echter in opspraak door excessief gebruik van geweld of omdat ze misbruikt worden voor persoonlijke afrekeningen.
  • Sankara voert een reeks uitzonderlijke sociale maatregelen door: het huurgeld wordt voor één jaar opgeheven, boeren moeten geen landbelastingen meer betalen, grond en mijnen worden genationaliseerd, de lonen van ambtenaren geplafonneerd, de Mercedessen van de overheid gaan op stal, het schoolgeld gaat omlaag, er komen sociale woningen, gezondheidscentra en cultuurhuizen…mannen moeten een dag per jaar naar de markt en vrouwen krijgen belangrijke politieke posten, Cubaanse vrijwilligers helpen bij het vaccineren van 2,5 miljoen kinderen op twee weken tijd. Zelf keert Sankara zich een minimaal loon uit en rijdt rond op een (motor)fiets of in een Renault 5.
  • Sankara is erop gebrand de Burkinezen zelfbedruipend te maken in hun dagelijkse behoeften. Hij promoot lokale consumptie en is tegen internationale afhankelijkheid. Het volk wordt ingeschakeld om zelf een spoorweg aan te leggen. Iedereen moet bomen planten en irrigatiekanalen graven om de verwoestijning tegen te gaan.
  • Internationaal is Sankara een pan-Afrikanist, solidair met de onderdrukte volkeren wereldwijd. In de VN spreekt hij steun uit voor het Palestijnse volk, de Westelijke Sahara, Nicaragua, de Indianen in de reservaten, de werklozen en vrouwen en kinderen wereldwijd. Hij klaagt ook het racisme in de VS en Zuid-Afrika aan. In de Organisatie van de Afrikaanse Unie roept hij op tot een gezamenlijk Afrikaans front tegen de schuld.

In veel gesprekken komt corruptie naar voor als hét fenomeen dat de Burkinese samenleving vandaag in een wurggreep houdt. Artistiek directeur Ali Diallo: ‘Sankara was er echt in geslaagd toewijding en discipline te introduceren. Na hem, en zeker sinds 2005, is de corruptie nog veel erger geworden.’ Diallo legt uit hoe Burkinezen die niets van corruptie willen weten, toch verplicht worden eraan mee te doen. ‘Om een eigen bedrijf op te starten, heb je een bewijs van goed gedrag en zeden nodig. De politieman die daarvoor instaat, vraagt geld. Je geeft hem honderd euro, en dan nog eens vijftig euro, en wat geld voor benzine telkens het dossier moet opgevolgd worden.’ De instantie die corruptie moet opvolgen, zou bovendien zelf corrupt zijn.

Diallo kan zelf het smeergeld wel betalen, maar anderen vaak niet en dat blokkeert volgens hem de evolutie in het land. Hij droomt ervan de alledaagse corruptie met een verborgen camera vast te leggen en massaal te verspreiden via blogs en sociale media. ‘Ten tijde van Sankara hadden we een leider nodig om corruptie tegen te gaan. Vandaag hebben we daarvoor andere middelen ter beschikking, gsm’s bijvoorbeeld.’

‘Drama van de democratie’

Sinds Sankara’s dood is president Compaoré onafgebroken aan de macht. ‘De mensen waren getraumatiseerd’, zegt journalist Abdoulaye Diallo. ‘Het was in Burkina Faso de eerste keer dat een staatshoofd, samen met een heleboel hooggeplaatsten, vermoord werd. Heel wat politici uit Sankara’s kamp zijn daarna gevlucht of hebben zich op iets anders gestort. Anderen sloten zich aan bij de regeringspartij. De terreur van Compaoré heeft apathie en verlamming voortgebracht. Grote delen van de samenleving hebben zich totaal afgekeerd van de politiek.’

In november 2010 werd de Compaoré voor de zoveelste keer herkozen, met meer dan tachtig procent van de stemmen ditmaal. Klinkt indrukwekkend, maar Diallo’s rekensommetje relativeert die uitslag: ‘Burkina Faso telt zestien miljoen inwoners, de helft daarvan is stemgerechtigd. Slechts drie miljoen hebben zich ingeschreven om te gaan stemmen, en uiteindelijk is maar 1,7 miljoen effectief geweest. Tachtig procent daarvan koos voor Compaoré, dat is omgerekend nog geen tien procent van de totale Burkinese bevolking.’

Festival-directeur Ali Diallo linkt de desinteresse aan de dagelijkse moeilijkheden waar mensen voor staan. ‘De meerderheid woont op het platteland en houdt zich niet met politiek bezig –zij zijn bezig met overleven. Opgeleide jongeren in de steden hebben het inzicht maar staan dan weer voor een heleboel andere problemen: corruptie, gezondheid, werkloosheid… De rest staat dicht bij het systeem, haalt er voordeel uit en zal het blijven steunen.’

Ali Diallo vraagt zich luidop af of staatsgrepen niet beter zijn dan verkiezingen. ‘Dan kunnen de leiders ten minste niet langer dan tien jaar aan de macht blijven.’ Ook journalist Abdoulaye Diallo wijst er op dat het bestaande democratische systeem niet per se de beste leiders oplevert. ‘Sankara zou nooit aan de macht zijn gekomen zonder militaire staatsgreep. Men zou hem nooit hebben verkozen omdat hij als te dromerig of utopisch werd gezien. Dat is het drama van de westerse democratie.’ Toch is er hoop voor de toekomst. Ali Diallo: ‘Ik geloof dat er oplossingen in zicht zijn. Meer en meer kinderen gaan naar school. En eens ook de plattelandsbewoners voldoende voedsel hebben, zullen ze in eer en geweten kunnen stemmen. Dan zijn ze niet langer om te kopen met een t-shirt.’

Op een dag gaat het branden

Sinds enkele maanden is Burkina Faso ondergedompeld in een revolutionair klimaat waarvan de uitkomst nog niet helemaal duidelijk is. (zie ook MO* 84: Revolutionair klimaat in Burkina Faso) Eind februari kwamen de eerste de eerste studenten op straat. ‘Misschien komt er wel een nieuwe revolutie van iets heel klein of banaal,’ orakelde Ali Diallo toen. Ook podiumbouwer Moumouni Ouédraogo voelde de bui hangen:‘Ik weet dat het hier op een dag echt gaat branden.’

Maar een revolutie à la Sankara zal het niet zijn: ‘Mensen zijn nu meer vrijheid gewoon.’ Sankara legde inderdaad heel wat op aan het volk, maar Ouédraogo is er van overtuigd dat Burkina Faso een stuk verder had gestaan op ontwikkelingsvlak als Sankara niet was vermoord. ‘De democratie zou daarna wel teruggekeerd zijn.’ Hij wijst naar de gebeurtenissen in Libië: ‘Daar zijn ze nu aan het vechten voor de democratie, maar intussen is er al wel ontwikkeling geweest. Wij daarentegen missen zowel democratie als ontwikkeling.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift