Allochtonen vinden ontwikkelingssamenwerking heel belangrijk

Vlaanderen wordt steeds diverser en dus rijker aan kennis van en betrokkenheid bij de wereld. Er gaapt echter nog een diepe kloof tussen de Vlaamse organisaties en instellingen die met ontwikkelingssamenwerking bezig zijn en de grote bereidheid bij allochtonen om hun bijdrage te leveren aan een betere wereld. Dat blijkt uit een exclusieve MO*enquête.

Wat gemiddelde Vlamingen, Belgen en Europeanen denken over ontwikkelingssamenwerking, daar gebeurt met de regelmaat van de klok onderzoek naar. Maar hoe zit dat bij allochtonen? Wat weten zij over ontwikkelingssamenwerking? Wat is hun visie op het gevoerde beleid? Voelen ze zich betrokken? Hoe diep willen ze in hun portemonnee tasten? Vlaams minister voor Ontwikkelingssamenwerking Sannen vroeg MO* onderzoek te doen naar deze vragen. MO* legde de resultaten van de bevraging voor aan een panel van allochtone deskundigen. Voor één keer zaten de experts mee aan de tafel.
96% Van de allochtonen vindt ontwikkelingshulp belangrijk
Hulp aan het thuisland en rechtstreekse giften aan hulpbehoevenden zijn prioritair
Een onderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven in 2002 wees dat 71% van de Belgen ontwikkelingssamenwerking belangrijk vindt. Dat is een toename tegenover vroeger, maar de belangstelling bij allochtonen blijkt volgens de MO*enquête nog veel groter: 96%. ‘Door hun achtergrond zijn allochtonen gevoeliger voor het thema’, zegt Reza Gholamalizad van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. ‘Ze zijn zélf geconfronteerd met armoede of ondemocratische regimes, en beseffen het belang van ontwikkelingssamenwerking beter dan de doorsnee Vlaming die de ellende in de wereld voornamelijk via de media voorgeschoteld krijgt.’ Mohamed Chakkar van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen bevestigt dat en voegt er aan toe: ‘Die interesse geldt zowel voor de eerste als voor de tweede generatie. De tweede generatie heeft weliswaar een minder sterke band met het thuisland, maar telkens als onze jongeren met vakantie naar Marokko gaan, worden ze getroffen door de achterstelling. Ze willen een heleboel projecten uit de grond stampen in alle mogelijke maatschappelijke domeinen: onderwijs, ziekenzorg, opvang van weeskinderen. Alleen weten ze vaak niet hoe ze hun plannen kunnen concretiseren.’
De MO*enquête toont ook aan dat er op het vlak van ontwikkelingshulp een verschil is tussen de Turkse en de Marokkaanse gemeenschap. De Turken zijn in vergelijking met de Marokkanen minder bezig met de economische situatie en zeker met het opzetten van structurele hulp in hun land van oorsprong. Dat schrijft Ibrahim Balli, dokter en voorzitter van de Stedelijke Overlegraad in Antwerpen, toe aan het feit dat de situatie van de Turkse gemeenschap in Vlaanderen er op achteruitgegaan is de laatste decennia. ‘De mensen zijn meer bezig met hun eigen problemen en vinden dat de mensen in Turkije het beter stellen dan zij zelf, al blijven ze gevoelig voor armoede, zeker in de naaste omgeving. Je ziet hen ook in actie schieten wanneer het nodig is, bij rampen bijvoorbeeld. Hulp bieden aan hulpbehoevenden zit ingebakken in het islamitisch geloof.’
54% van de allochtonen vindt 0,42% van het BNP ontoereikend als ontwikkelingshulp

25% van de allochtonen wil de bijdrage voor ontwikkelingssamenwerking optrekken tot 5% van het BNP

‘De mensen willen natuurlijk dat België meer investeert in ontwikkelingssamenwerking. Dat is evident. Want wat ontwikkelingssamenwerking nu doet, is peanuts. De vraag is echter of de ontwikkelingshulp in zijn huidige vorm het juiste antwoord is op de problemen in de Derde Wereld’, stelt Kwaku Acheampong van de socialistische Noord-Zuidorganisatie FOS. ‘Men mag ontwikkelingssamenwerking niet reduceren tot het bestrijden van de meest zichtbare oorzaken van armoede. Een beslissing die van de Wereldhandelsorganisatie heeft veel meer gevolgen voor een land dan het geld dat van hieruit gestuurd wordt.
Ontwikkelingssamenwerking is een kwestie van eerlijke handel, van internationale verhoudingen die moeten veranderen’, zegt Acheampong. Volgens Paola Peebles Vlahovi, actief bij CNCD (de Waalse tegenhanger van 11.11.11) gaat het om een globaal probleem waarvoor een globale oplossing nodig is. ‘Er is meer behoefte aan lobbywerk op politiek vlak, er is nood aan eerlijke handel, aan een oplossing voor de schuldenberg van derdewereldlanden, en dit vraagt de inzet van heel wat instellingen op nationaal en internationaal vlak. Het optrekken van het budget van ontwikkelingssamenwerking is nodig, maar als het niet gepaard gaat met globale oplossingen die het evenwicht in de internationale verhoudingen herstellen, blijft dat ontoereikend. Hoe groot het budget ook is.’
70% van de allochtonen zegt dat kennisoverdracht een kerntaak is van ontwikkelingssamenwerking
60% rekent op ontwikkelingshulp om de emancipatie van de vrouw en de democratische ontwikkeling van het land te ondersteunen
‘Dat er belangstelling is voor de situatie van de vrouw, toont het geplande project van het Platform van Allochtone Vrouwen om in het noorden van Marokko opvang te creëren voor vrouwen die uit de gevangenis komen. In Marokko is er werkelijk een vrouwenbeweging voor gelijke rechten en die vonk is naar hier gesprongen’, zegt Mohamed Chakkar.
‘De emancipatie van de vrouw, de kennisoverdracht, de versterking van de vakbonden en de democratische ontwikkeling in derdewereldlanden vormen de pijlers van de klassieke visie van ontwikkelingssamenwerking, die zeker niet van toepassing is voor iedereen’, merkt Paola op. ‘Want’, zegt Reza, ‘de noden variëren van land tot land. In een land zoals Iran vinden de mensen democratie en emancipatie veel belangrijker dan kennisoverdracht. Bovendien voelen ze de emancipatie van de vrouw heel anders aan dan wat men in het Westen gewoon is. De technologische kennis, die is er al aanwezig.’
63 % van de allochtonen vindt zich onvoldoende geïnformeerd over de ontwikkelingssamenwerking
Wanneer er spontaan gevraagd wordt om namen te citeren van organisaties die zich in Vlaanderen bezig houden met ontwikkelingssamenwerking, blijft de helft van de respondenten het antwoord schuldig. 11.11.11 blijkt (met 28%) de organisatie die het meest spontaan over de lippen rolt. Alleen Artsen Zonder Grenzen (16%), Unicef (13%) en het Rode Kruis (10%) halen nog een spontane bekendheid.
‘Deze organisaties zijn bekend maar niet gekend’, zegt Mohamed Chakkar. ‘Wat deze organisaties juist doen, is onvoldoende gekend, en dat komt,’ zegt Ibrahim Balli, ‘door het feit dat de allochtonen zich nog altijd niet kunnen vereenzelvigen met deze organisaties. De mensen voelen zich niet aangesproken door hun boodschap. Dat is niet alleen het geval voor niet-gouvernementele organisaties, het is een algemeen verschijnsel. Er is een grote afstand tussen de Vlaamse instellingen en de allochtonen. Een eerste stap om dat wederzijdse wantrouwen weg te werken, kan erin bestaan allochtonen in deze instellingen op te nemen. Als organisatie moet je ook het vertrouwen van de mensen winnen’.
Suzanne Monkassa, een vormingskracht bij Iteco, ziet wel wat in een gestructureerd overleg tussen Noord-Zuidorganisaties en allochtenenorganisaties. ‘Alleen,’ zegt ze, ‘blijft de taal een barrière. Veel mensen beseffen pas sinds kort het belang van de Nederlandse taal.’ Reza Gholamalizad heeft een concrete suggestie: ‘Gebruik maken van etnocommunicatie, van doelgerichte campagnes om ook etnische en culturele minderheden te bereiken, zoals de commerciële sector dat doet, kan een groot effect hebben.’
Voor Paola Peebles gaat het vooral om een sociaal probleem dat meer te maken heeft met de verhouding hoog- en laaggeschoold. ‘De communicatie van ngo’s bereikt vooral hooggeschoolden. Dat is ook de groep die naar informatie zoekt. Hier is een taak weggelegd voor de ngo’s: zij moeten verschillende lagen van de bevolking bereiken en bij iedereen interesse voor hun werking wekken’.
Voor Jan Wyckaert van Vredeseilanden, een van de minst gekende ngo’s bij de allochtonen, is de slechte score geen verrassing. ‘Wij richten onze acties en campagnes niet speciaal op allochtone doelgroepen. We zouden dat wel willen en zien er het nut van in, maar voorlopig hebben we daar niet de middelen en de mensen voor.’ heeft ook geen extra middelen om allochtone doelgroepen apart te benaderen.
Jozef De Witte, secretaris-generaal van 11.11.11, heeft een gelijkaardige verklaring: ‘Wij gaan langs de klassieke kanalen zoals De Standaard, De Morgen, Kerk en Leven… Als Kalima (een tijdschrift voor en door allochtonen dat de komende maanden op de markt wordt gegooid, nvdr) verschijnt, zullen we dat kanaal onmiddellijk gebruiken. Maar in het algemeen kennen we de allochtone kanalen niet goed genoeg.’
75% van de allochtonen wil meer betrokken worden bij projecten in het thuisland
Het MO*panel was eensgezind en duidelijk: de allochtone organisaties staan te popelen om meer en nauwer samen te werken met de Vlaamse ngo’s. ‘Wij hebben de kennis van het land en de taal, en kunnen onze contacten en netwerken in ons thuisland aanspreken. Maar de knowhow moet van de bestaande ontwikkelingsorganisaties komen’, vat Mohammed Chakkar samen. Op het terrein zijn al veel allochtonen bezig met ontwikkelingssamenwerking via rechtstreekse giften aan familie of dorp in het thuisland. Die immense geldstroom wordt meer en meer gegroepeerd en geïnvesteerd in projecten.
‘Spijtig genoeg gebeurt dat niet altijd even professioneel’, betreurt Ibrahim Balli. ‘Na een zomervakantie in eigen land wil plots iedereen een weeshuis steunen of een ziekenhuisproject uit de grond stampen.’ Mohammed Chakkar beaamt dat mensen vaak te emotioneel en impulsief handelen, zonder de nodige professionaliteit aan de dag te leggen. Hij haalt het voorbeeld aan van een project waarbij fondsen werden verzameld voor een ambulance. ‘Waar koop je een ambulance? Hoe richt je die in? Allemaal vragen waar we niet meteen het antwoord op wisten. Uiteindelijk bleek dat er ter plekke niet genoeg verplegers en brandstof waren voor “onze” ambulance. Elke zieke moest eerst 20 euro betalen vooraleer hij meegevoerd of behandeld werd. Dat was allesbehalve de bedoeling.’
84% van de allochten vindt dat zij evenveel moeten bijdragen tot ontwikkelingshulp als autochtone Belgen
Kwaku Acheampong hamert er op dat ‘het menselijk en financieel kapitaal van allochtonen benut moet worden.’ Maar allochtonen willen meer zijn dan een extra geldpotje waar ngo’s naar hartelust uit kunnen graaien. De wil om meer betrokken te worden bij àlle fasen van een project is groot. Chakkar: ‘Ngo’s moeten ons niet gewoon aanschrijven om geld op te halen in onze gemeenschap, via onze kanalen.’ ‘Al te vaak worden interessante ideeën of initiatieven vanuit allochtone hoek gerecupereerd zonder hen er verder nog bij te betrekken’, ventileert Suzanne Monkasa andere grieven van haar allochtone achterban. Ondanks enkele negatieve ervaringen, blijft de wil om samen te werken met de Vlaamse ngo’s heel groot. Ze willen samen voetballen, maar ‘de bal ligt in het kamp van de ngo’s’.
Hoe die samenwerking met de Vlaamse ngo’s er moet uitzien, daarover is het MO*panel verdeeld. Kwaku Acheampong pleit vurig voor een apart budget voor allochtone ontwikkelingssamenwerking. Dat geld wil hij halen uit een mogelijke verhoging van de huidige 0,42% ontwikkelingsgeld van het BNP of hij wil knabbelen aan de fondsen die de bestaande ngo’s krijgen. Paola Peebles van CNCD waarschuwt voor enkele negatieve effecten van zo’n apart allochtoon circuit. ‘Het gevaar bestaat dat allochtone ontwikkelingsorganisaties met andere, minder strenge criteria gaan werken. Bovendien stigmatiseert zo’n apart budget de allochtonen.’ Reza Gholamalizad en Michaela Romanica pleiten voor meer zelfredzaamheid. ‘Het Roemeens Huis heeft heel wat projecten lopen in Roemenië. Dat hebben we helemaal alleen gedaan en dat gaat ook.’
Uit een kleine telefonische rondvraag bij Vlaamse ngo’s blijkt dat er een grote bereidheid is om samen te werken met allochtone organisaties. Ngo’s zien de bestaande kennis en contacten van de allochtonen inderdaad als een meerwaarde. William Bourgeois van Artsen Zonder Grenzen: ‘Wij contacteren allochtonen in België voor bepaalde informatie of voor hun visie op een bepaald project of een concrete situatie.’ Maar de sector geeft grif toe dat er, naast wat ad hoc initiatieven, tot nu toe te weinig inspanningen geleverd zijn.
Jan Wyckaert: ‘We moeten van onze eilandjes weg. Allochtonen kunnen veel bijdragen als het gaat om kennis over de landen, sensibilisatie en educatie. We kunnen elkaar zeker verrijken.’ Ook Jozef De Witte is vragende partij voor meer samenwerking. Maar het enthousiasme voor een apart allochtoon circuit is ver te zoeken. Jan Wyckaert vindt bijvoorbeeld dat de ngo-wereld op zich al versnipperd genoeg is. J
ozef De Witte zegt niet automatisch neen, maar heeft schrik dat de fouten die ngo’s de afgelopen decennia gemaakt hebben nog eens herhaald zullen worden. ‘Wij zetten bijvoorbeeld steeds minder projecten in het Zuiden op van hieruit en evolueren meer en meer naar partnerships waarbij we organisatie en projecten van een partner in het Zuiden ondersteunen. Enerzijds zou ik willen dat de allochtone organisaties een paar stappen kunnen overslaan, maar anderzijds heeft iedereen het recht om fouten te maken en daar uit te leren.’

Vlaamse ngo’s willen kleur bekennen


De meest voor de hand liggende manier om de kloof tussen de ngo’s en de allochtone organisaties te verkleinen, is volgens het MO*panel meer allochtonen op de loonlijst van de Vlaamse ngo’s zetten. ‘Als we mee in de structuur zitten, zijn we ook op de hoogte van de prioriteiten en de strategie, en kunnen we het beleid mee beïnvloeden’, redeneert Ibrahim Balli. De grootste struikelblok is dat vacatures meestal niet via allochtone media of kanalen worden verspreid.
Reza Gholamalizad: ‘Bedrijven en organisaties klagen dat het moeilijk is om allochtonen aan te nemen: ze solliciteren niet, hebben niet de gevraagde kwaliteiten… Maar het probleem is dat de meeste vacatures in media verschijnen die niet terechtkomen bij allochtonen.’
Jozef De Witte erkent dat 11.11.11 alleen via de klassieke mediakanalen aanwerft. ‘Wij willen gerust via die allochtone kanalen werken, maar we kennen ze simpelweg niet.’ De Witte geeft toe dat er dringend aan hun diversiteitsbeleid moet getimmerd worden. ‘We hebben jaren inspanningen gedaan om meer vrouwen aan te trekken, maar voor de allochtonen moeten we zo’n systematische inspanning nog beginnen. Door het taalprobleem hebben Vlaamse ngo’s waarschijnlijk nog minder allochtonen in dienst dan Waalse ngo’s. Bovendien zijn Vlaamse ngo’s niet actief in Marokko en Turkije, dat zelfs geen ontwikkelingsland is.’ Ook Vredeseilanden bekent kleur en belooft meer inspanningen: ‘We hebben die discussie al gevoerd en hebben besloten de kleuren van de wereld meer te weerspiegelen in onze organisatie. We stellen onze vacatures nu bijvoorbeeld open in alle landen waar we actief zijn. Een van onze directieleden is sinds kort bijvoorbeeld een vrouw uit Oeganda.’ Op de hoofdzetel van Artsen Zonder Grenzen in Brussel is al één op vijf werknemers geen Belg. William Bourgeois: ‘Dat gaat van iemand uit Tsjaad of Rwanda tot Grieken en Nederlanders. We hebben daar geen positieve discriminatie voor nodig, we zoeken gewoon de geschikte mensen voor onze profielen. Het is alleen soms moeilijk om alles administratief in orde te krijgen, maar dat nemen we er graag bij.’
De volledige resultaten van de enquête vind je hier terug.

GULLE GEVERS

Vier op tien allochtonen in België heeft het afgelopen jaar tussen 100 en 500 euro geschonken aan de familie, het dorp of een organisatie in het thuisland. 15% geeft zelfs meer dan 500 euro per jaar. Volgens de MO*enquête wonen in België dus gulle gevers. Volgens de Nationale Bank zonden Belgische allochtonen in 2002 268 miljoen dollar naar hun thuislanden. De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds berekenden het globale bedrag dat migranten in 2003 naar huis stuurden en kwamen uit op een totaal van 100 miljard dollar. Volgens het World Savings Bank Institute is dit waarschijnlijk nog maar het topje van de ijsberg en ligt het eigenlijke bedrag twee en volgens sommigen tot drie keer hoger. Veel migranten verkiezen hun geld te versturen via informele geldkantoren, de envelop in de binnenzak of het hawalasysteem dat in Azië en het Midden-Oosten vaak gebruikt wordt, gebaseerd is op onderling vertrouwen en geen sporen nalaat. Deze systemen vermijden de hoge provisiekosten die banken aanrekenen voor financiële transacties.Het bedrag dat een land van zijn migranten ontvangt, is gemiddeld vijf keer hoger dan wat er aan ontwikkelingshulp binnenkomt. In Marokko ontvangen twee op drie huishoudens geld van een familielid in het buitenland wat er voor zorgt dat één miljoen Marokkanen niet onder de armoedegrens terechtkomt, in Turkije verwacht een op twee gezinnen steun uit het buitenland. Die “migradollars” worden prioritair gespendeerd aan basisbehoeften zoals eten en kleding. Daarnaast gaat het geld naar huizen, schoolgeld en schoolboeken. De Filipijnse minister van Arbeid stelt dat overzees werkende Filipinos voor meer huizen hebben gezorgd dan alle officiële bouwprojecten samen. Maar afgezien van bakstenen, tweedehands computers en auto’s, worden er niet zo veel migradollars echt geïnvesteerd. De individuele levenskwaliteit gaat er op vooruit, maar structureel verandert er niet veel. Veel huishouden ontvangen elke maand een vast bedrag, en nog een extraatje bij speciale gelegenheden. Na een tijd ontstaat het gevaar van afhankelijkheid en passiviteit. Of er ontstaat een kloof tussen de gezinnen met of zonder buitenlandse familieleden. Maar volgens het Wereldbankrapport Global Development Finance 2003 worden deze negatieve gevolgen gecompenseerd door de positieve effecten: migratie biedt ook contacten met bedrijven en overheden in het buitenland, trekt investeringen en kennis aan, vergroot de koopkracht en dus ook de productie. (sf)

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift