Politieke polarisatie in Venezuela

Is Hugo Chavez een linkse populist, een (crypto)communist of een visionair van het kaliber Simon Bolivar? In Venezuela heeft elke individuele burger daar een uitgesproken mening over. Die duidelijkheid splijt de natie wel doormidden. Eind februari moet duidelijk zijn of er een referendum komt waarbij de vraag of Chavez al dan niet moet opstappen centraal zal staan. Marc Peirs schreef deze reportage uit een land in ideologische spreidstand.

Dat de CIA ons land en de revolutie niet klein zal krijgen. Dat de lui van de (rechtse) krant El Universal regelrechte leugenaars zijn. Dat er nog méér sociale voorzieningen zullen komen. Wie op een zondag aankomt in Caracas, ontsnapt onmogelijk aan Alo Presidente. Het wekelijkse radiopraatje- nu ja, praatje, het is veeleer een ellenlange monoloog -van president Hugo Chavez wordt ‘s ochtends én ‘s avonds uitgezonden. Welkom in de Bolivariaanse Republiek Venezuela waar de Bolivariaanse Revolutie aan haar zesde jaar toe is.
Revolutie? Bizar toch, om anti-Amerikaanse retoriek te aanhoren terwijl de Chryslers en Fords zoemend langs levensgrote reclameborden voor Kodak, GTI Friday’s en Mc Donalds suizen. En toch. Wanneer Raul, een gewone Caraceno, me hoort luisteren naar Alo Presidente, komt hij ongevraagd vertellen dat hij ‘nog nooit een vlieg kwaad heeft gedaan, maar als ze aan El Presidente raken, dan neem ik de wapens op. Zeker weten! Dit laten we ons niet afpakken.’

Krokodillen temmen

“Dit” is, indien geen klassieke revolutie, dan toch minstens een opvallend transformatieproces van grote sectoren van het Venezolaanse publieke leven, de politiek voorop. Met zijn overweldigende kieszege in 1998 maakte Chavez immers komaf met veertig jaar gezapig tweepartijenstelsel. Al die tijd sprongen de sociaal-democraten van Allianca Democratica en de christen-democraten van COPEI haasje over in de hoogste machtscenakels. Besturen was voor de Venezolaanse politicus niet veel meer dan de portemonnee openhouden: aan de kant van de inkomsten geeuwend de schier eindeloze stroom oliedollars opstrijken en aan de uitgavenkant mama en minnares een weekend-retourtje Miami schenken om er de valies vol te laden met leuke jurkjes. En voor de armen vielen er altijd wel wat kruimels van de tafel. ‘Een rentenierseconomie’, zegt de in Venezuela wonende Vlaamse zakenman Raf Stroobants smalend. ‘Diversificatie? Niet nodig! We importeren wel. Die mentaliteit. Dat kon, zolang de olie duur werd verkocht. Toen de prijs eind jaren tachtig ineenzakte, was het ruw ontwaken voor Venezuela.’
De charismatische Hugo Chavez wist de groeiende ontevredenheid over die gang van zaken electoraal te vertalen, nadat hij eerder tevergeefs had geprobeerd gewapenderhand aan de macht te komen. Zijn Beweging voor de Vijfde Republiek boekt sinds 1998 bij elke verkiezing grote overmacht in alle politieke instellingen. ‘De klassieke partijen hangen in de touwen’, bevestigt
Gregory Wilpert, politiek analist van de lezenswaardige site venezuelanalysis.com. En dat hebeen ze volgens hem vooral aan zichzelf te danken: ‘Het blijven echte krabbenmanden waar oude en nieuwe gezichten meer tegen dan met elkaar werken. Her en der heb je een verlichte geest die beseft dat de politieke vernieuwing onomkeerbaar is, met of zonder Chavez. Maar de meerderheid van de klassieke politici denkt dat het volstaat om de president uit te rangeren zodat alles als vanouds wordt. Die denkfout verzwakt de oppositie. Chavez kan hen afschilderen als oude krokodillen- en hij heeft nog gelijk ook.’

Vrijheid voor de straatventers

Nauwelijks enkele kilometers van Wilperts luchtige kantoor vandaan begint Petare, een van Caracas’ armenwijken ten oosten van de stad. Honderdduizenden mensen kampen er met een permanent explosieve cocktail van werkloosheid, alcoholisme, huiselijk geweld en banditisme dat zorgt voor een gemiddelde van 40 doden per weekend. ‘Net hier zorgt Chavez voor hoop’, weet priester Bruno Renaud, een Luikenaar die al veertig jaar in Petare woont en werkt. Hij draaft doorheen een hele reeks voorbeelden van sociale projecten die de Boliviariaanse Revolutie in de armenwijken op de rails heeft gezet: ‘Aanleg en verbetering van infrastructuur, gezondheidszorg voor iedereen, campagnes om de kinderen massaal school te laten lopen. Voor het eerst gooit een president de armen niet zomaar wat kruimels toe, maar is er sprake van een doordacht, voluntaristisch beleid.’
Voor de anti-Chavisten zijn de sociale programma’s evenzoveel redenen voor kritiek. Neem het medische programma Barrio Adentro, dat een beroep doet op Cubaanse dokters om medische zorg naar de armenwijken te brengen. Een schoolvoorbeeld van de sluipende Cubanisering door communist Chavez, zeggen critici. ‘Onzin’, knarsetandt Bruno Renaud, ‘in de veertig jaar dat ik hier woon, heb ik nog niet één Venezolaanse dokter bereid gezien om hier, bij de armen te komen werken. De rijkeluisdoktertjes werken liever in de privé, daar verdienen ze meer.’ ‘Dàt is pas onzin’, repliceert economisch analist Raf Stroobants: ‘Vroeger klopte die redenering misschien, maar nu heeft Chavez de economie dusdanig geruïneerd dat zelfs een hoogopgeleide dokter best wel in de barrio wil werken: als hij maar wérk heeft. Dat is al een luxe in Chavistisch Venezuela.’
De naakte economische cijfers ogen inderdaad pips. De olieprijs is hoog en toch slaakt Le Monde, die nochtans niet kan worden verdacht van anti-Chavisme, in zijn Bilan Economique jaar na jaar alarm over Venezuela. Neem 2002: de economie kromp met dik 6 procent, terwijl de inflatie tegen de 40 procent galoppeerde. ‘Intussen heeft nog amper 30 procent van de Venezolanen een echte job in het reguliere circuit’, zegt Stroobants. ‘Meer dan de helft van de mensen scharrelt een inkomen bij elkaar in de informele sector: klusjes her en der, autoramen lappen, straatverkoop.’. De handel op straat is inderdaad overweldigend. Wie op de eertijds elegante winkelstraat Sabana Grande flaneren wil, moet zich een weg banen tussen honderden stalletjes met namaak-merkkledij, illegaal gecopieerde cd’s, fake parfums en genoeg lederwaren om ‘s werelds complete runderstapel opnieuw aan te kleden. Traditionele winkeliers hoor je klagen over de teloorgang van de straat, maar bij de straatventers is Chavez niet noodzakelijk de gebeten hond: ‘Ja, ik sta hier omdat ik geen ander werk kan vinden’, zegt een jonge cd-verkoper, ‘en dat is natuurlijk erg. Maar dankzij Chavez mogen we tenminste op straat verkopen. Vroeger joeg de politie de straatventers hier weg, want Sabana Grande, dat is de winkelstraat van de rijken. Nu mag het gewone volk gaan en staan waar het wil!’

Met getrokken messen

Ook op het platteland wil de Bolivariaanse Revolutie haar stempel drukken. Onder de slogan Tierras y Hombres Libres! (Vrije grond en vrije mensen) heeft het Nationale Instituut voor het Land (INTI) een gigantische landhervorming ingezet. Het INTI is een pril instituut: het bestaat amper anderhalf jaar. ‘Tot nu toe is ongeveer 2 miljoen hectare landbouwgrond verdeeld aan 80.000 boerenfamilies’, vertelt voorzitter Ricaurte Leonel: ‘Grond die de eigenaars van de grote latifundia’s braak laten liggen, of ze laten er hier en daar een rund grazen. Dat kan echt niet meer.’ Met de landhervorming wil de Bolivariaanse Revolutie twee vliegen in één klap slaan, zegt Ricaurte Leonel: ‘De plattelandsvlucht stoppen door de arme boeren in staat te stellen een toekomst uit te bouwen. En tegelijkertijd zorgen we voor nationale voedselveiligheid en diversificatie van de teelten.’
De eigenaars krijgen een vergoeding voor hun gronden vanwege de overheid. Maar dat belet niet dat campesino’s en grootgrondbezitters dikwijls - letterlijk- met getrokken messen tegenover elkaar staan: ‘Hier is het makkelijk praten, in ons kantoor in Caracas, ver van het strijdtoneel’, geeft Ricaurte Leonel toe. ‘Daarbuiten, dààr slaagt of faalt de landhervorming. Tot nu toe hebben gewapende huurlingen van grootgrondbezitters al 64 boeren afgemaakt. Ook heb ik voorbeelden van lokale politici die tot de oppositie behoren en de politie afsturen op boeren die een stuk grond innemen. We zijn verplicht om mobiele colonnes met soldaten en magistraten naar het platteland te sturen om de boeren te beschermen en recht te speken.’
‘Ach, die landhervorming’, schampert een zakenman-criticus die anoniem wil blijven, ‘dat is een speeltje van Chavez om zijn tegenstanders te straffen met onteigening en boerenbezetting. Je hebt ook fans van Chavez bij de latifundista’s. Zo iemand hoeft maar één telefoontje naar Caracas te plegen en zijn landgoed blijft ongemoeid.’ Dat beleid à la carte, zeg maar: die vriendjespolitiek, het is een constante in de mantra’s der anti-Chavisten. ‘Hij benoemt zijn maatjes aan het hoofd van de oliemaatschappij PDVSA. Hij benoemt zijn broer Adnan aan het hoofd van het INTI. Hij schuift zijn pionnetjes waarheen hij maar wil, niet gehinderd dor enige zorg om competentie’, analyseert een woordvoerster van de patroonsorganisatie FEDECAMARAS. Die patroons én de grootste vakbondscentrale CTV, goed voor 1,3 miljoen leden, staan zij aan zij in het verzet tegen Chavez.
‘Een op het eerste gezicht rare coalitie’, beseft CTV-bestuurslid Alfredo Ramos, ‘maar als vakbond kunnen we niet lijdzaam toezien hoe een dolle president de economie en dus de arbeidsplaatsen- vernietigt.’ Klinkt redelijk. Maar al snel, zonder aandringen, komt ook bij Ramos het argument van Chavez’ veronderstelde vriendjespolitiek bovendrijven. En dàt zit de traditioneel aan de sociaal-democratische AD gelinkte CTV zeer hoog: ‘Deze president weigert onze vakvereniging te kennen in om het even welk overleg. Hij roept allerlei nieuwe bonden in het leven en geeft ze steun, zolang ze maar het stempel Bolivariaans dragen. Onze CTV, de traditionele vakbond, wil hij kwijt. Wel, dat is wederzijds.’
‘Vergeet niet dat de 1,3 miljoen leden van de CTV vooral werknemers zijn in de elite-sectoren zoals de olie’, relativeert politiek analist Gregory Wilpert. ‘Die hadden het goed onder de vorige regeringen. Je mag dus uit het samengaan van patroons en vakbond CTV niet de conclusie trekken dat zowel “de” arbeider als de ondernemer Chavez kwijt wil.’ Ook de andere pijlers van het anti-Chavistische kamp zijn minder homogeen dan de lokale media willen laten geloven, althans volgens Wilpert: ‘Eigenlijk zijn alleen de media unisono contra Chavez. In de andere machtsblokken is het plaatje meer divers. De kerk bijvoorbeeld is verdeeld tussen klassieke hiërarchie en lokale priesters die vanuit de bevrijdingstheologie sympathie voelen voor Chavez. De patroons zijn danig verzwakt na de mislukte staking tegen het bewind tijdens de jaarwende 2002-2003. En het leger heeft Chavez weer helemaal in zijn zak na de mislukte staatsgreep van april 2002: wie tégen hem was, heeft zich toen kenbaar gemaakt. Die lui zijn prompt vervangen of met pensioen gestuurd. Zo zijn de stakingen en de couppoging uitgedraaid op overwinningen voor Chavez’, besluit Wilpert.
Noodgedwongen heeft de oppositie het geweer van schouder veranderd. Niet langer economische of militaire maar wel politieke druk moet Chavez van het toneel jagen: ziedaar de campagne voor een referendum om de president wandelen te sturen, gevolgd door verkiezingen. Ook van die strategie is de uitkomst hoogst onzeker. Maar het voorlopige resultaat is vlijmscherp te merken in de straten van Caracas: in het rijke stadsdeel Chacao roept een vaandel op tot Verdediging van de Vrijheid en de Democratie: Weg met Chavez!, terwijl tegenover het INTI de vreugde van een graffitispuiter van de muren spat: Colombia, Cuba, Venezuela: Eén strijd! Het is vast bedoeld als stijlfiguur. Nu. Nog.

Marc Peirs is VRT-radiojournalist.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift