Reynders spot met het parlement

De Belgische grootbanken werden in 2008 gered met miljarden euro’s belastinggeld. De overheid voorkwam zo een diepe economische crisis en verwierf enkele zitjes aan de bestuurstafels van die banken. Wat doet de regering met die mandaten? MO* stootte bij zijn onderzoek op een ernstig gebrek aan transparantie en ethische normen. Minister Reynders lijkt er alles aan te doen om te voorkomen dat de samenleving impact krijgt op het grootkapitaal.
  • Berber Verpoest en Mathias Bienstman Minister Reynders Berber Verpoest en Mathias Bienstman
KBC, Dexia en Fortis staarden eind 2008 in een diepe afgrond van rommelkredieten, bevroren kapitaalmarkten en andere financiële rampen. Om te voorkomen dat het hele land mee de diepte in gesleurd zou worden, gooide de overheid reddingsboeien toe, ter waarde van 2.000 euro per Belg.
Drie systeembanken (Fortis, KBC en Dexia) en de verzekeraar Ethias kregen initieel 20 miljard euro staatshulp. 15 miljard ging naar Fortis, 3,5 miljard naar KBC, Dexia kreeg 1 miljard en Ethias 500 miljoen. Daarnaast kwamen de gewesten ook nog eens met 5 miljard euro over de brug voor KBC, Dexia en Ethias.
In ruil voor die massale kapitaalinjecties kreeg de federale overheid telkens twee bestuursmandaten bij de geredde financiële instellingen. Tot vandaag wordt er bij Dexia en KBC maar één van de twee zitjes bemand. Ook de gewesten hebben afgevaardigden bij de instellingen die ze ter hulp schoten.
Gebruikt onze federale overheid die kapitaalsparticipaties en bestuursmandaten om de financiële wereld tot meer maatschappelijke verantwoordelijkheid en duurzame investeringen te bewegen? Die simpele vraag leidde tot een uitgebreid onderzoek, waarbij we vaker op muren van stilzwijgen dan op transparantie en duidelijke keuzes stootten.

Nieuwe cultuur voor de geredde banken?


Het overheidsgeld kwam bij de noodlijdende banken terecht via de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM). Ze ziet er op toe dat het geld goed beheerd wordt. Koen Van Loo, gedelegeerd bestuurder van dit investeringsvehikel van de staat, meldde in een zeldzaam interview aan De Tijd dat de regeringsafgevaardigden ‘de banken een nieuwe cultuur [moeten] bijbrengen’ door ‘het risicomanagement op te waarderen en transparanter te communiceren’. Hij sprak ook over richtlijnen die er zouden komen voor alle overheidsbestuurders ‘om de periode van aandeelhouderschap zo nuttig mogelijk in te vullen’.
Het is echter tevergeefs zoeken naar een document dat de rol of het mandaat van de overheidsbestuurders bij de geredde banken verduidelijkt. Ook parlementsleden krijgen nauwelijks informatie over de positie die de overheid inneemt aan de bestuurstafels van de financiële instellingen. ‘Minister Reynders draait bij elke vraag over dit thema rond de pot’, klaagt Groen!-parlementslid Meyrem Almaci. ‘We hebben nog geen enkele overeenkomst tussen de geredde banken en de regering gezien. We moeten via de pers vernemen wie er in de raden van bestuur zetelt. En van een strategie hebben we nog niets gehoord, die bestaat wat ons betreft dus niet.’
Ook de regeringsafgevaardigden bij BNP Paribas, KBC en Dexia laten ons weten dat ze MO* geen toelichting kunnen geven over de richtlijnen die ze kregen of de nieuwe cultuur die ze voorstaan. Ze verwijzen allen door naar Van Loo, die op zijn beurt laat weten dat ‘de FPIM hierover niet communiceert’ en in opdracht werkt van de overheid.

Banken met staatssteun kleuren donkerblauw


Ondanks herhaald aandringen wilde minister van Financiën Didier Reynders (MR) evenmin toelichting geven. Hij is nochtans de spilfiguur en heeft de touwtjes stevig in handen in dit dossier. ‘Het is een publiek geheim dat het netwerk van Reynders, de zogenaamde Reynders-boys, de aanpak van de bankencrisis orkestreert’, stelt sp.a-kamerlid Dirk Van der Maelen.
Niet alleen wordt de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij aangestuurd door het kabinet-Reynders, de gedelegeerd bestuurder Koen Van Loo is ook een ex-kabinetschef van Reynders. Tweede in rang bij de FPIM is Olivier Henin, tevens directeur van de beleidscel van de minister van Financiën.
Bij elk van de drie banken heeft Reynders ten slotte zijn overheidsbestuurder geplaatst. Ze verdienen er tussen de 50.000 en 125.000 euro per jaar, al naargelang de bank en het aantal bijgewoonde vergaderingen. Het gaat om Koen Van Loo zelf bij Dexia, Pierre Wunch (kabinetschef van Reynders) bij KBC en Michel Tilmant (ex-ceo van ING) bij BNP Paribas Fortis.
Tilmant zetelt er samen met de andere vertegenwoordiger van de federale overheid, Emiel Van Broekhoven, met Open VLD signatuur. De regeringsafgevaardigden vertegenwoordigen het grootste pakket stemgerechtigde aandelen in de Franse bankgigant. De participatie verwierf België in ruil voor de staatssteun aan Fortis.

Vreemd koppel bij BNP Paribas


Emiel van Broekhoven, professor emeritus Boekhouden, beschouwt groene investeringen alvast als malinvestments. Van Broekhoven trekt zelfs de klimaatverandering openlijk in twijfel. Zijn vaste column in De Standaard sloot hij op 26 oktober 2009 af met een fors: ‘Geniet van de opwarming zolang ze nog duurt! En als de klimaatconferentie mislukt, weet dan dat u zich niet te veel zorgen moet maken.’
Michel Tilmant stond vijf jaar aan het hoofd van ING. Hij moest tijdens de crisis opstappen omwille van zijn risicovol beleid. Onderzoeksjournalist Jos Van Dongen draaide de Zembla-reportage Afrekenen met ING voor de Nederlandse televisie.
Hij schetst volgend profiel: ‘Tilmant is een man met zeer veel ervaring in de bankwereld. Maar dan wel in de bankwereld die het financiële stelsel wereldwijd deed wankelen. ING moest niet enkel een wereldspeler worden. Ze zou de grootste worden. Het resultaat: een klein land zoals Nederland zit nu met een zeer grote probleembank. Als ING om zou vallen, dan is Nederland een tweede IJsland.’
Van Dongen verwijst naar het balanstotaal, de omvang van alle activiteiten, van ING. Dat is onder Tilmant aangedikt tot een duizelingwekkende 1300 miljard euro, meer dan het dubbele van het Nederlandse BNP. Maar de schokdemper van het eigen vermogen verhoogde de bank over dezelfde periode nauwelijks. Deze riskante strategie was erop gericht hoge winsten te halen voor de aandeelhouders. Toen ING zijn risicovolle beleggingen tijdens de kredietcrisis niet langer kon dragen, moest ze aankloppen bij de Nederlandse overheid voor in totaal 43 miljard euro staatssteun. Tilmant werd naar huis gestuurd door de Nederlanders.

Overheidsbestuurders gedragen zich als gewone bankbestuurders


‘De keuze voor de overheidsbestuurders hing af van expertise en beschikbaarheid. Maar natuurlijk speelden ook politieke overwegingen mee’, verduidelijkt Rudi Vander Vennet, professor financiële economie aan de Universiteit Gent.
Vander Vennet, die ook in de bestuursraad van de FPIM zat, licht hun rol toe: ‘De overheidsbestuurders zetelen tijdelijk in de banken. Het is hun taak om een nieuwe strategie uit te zetten en te waken over de stabiliteit van de financiële instellingen. Tegelijk moeten ze een voor de overheid voordelige exit-strategie voorbereiden. Bijvoorbeeld door er over te waken dat de winsten van de banken niet wegvloeien door excessieve dividenden of bonussen.’ Vander Vennet heeft geen weet van specifieke instructies die de bestuurders kregen om die rol waar te maken. Hij heeft er ook geen zicht op hoe ze concreet te werk gaan in de geredde banken.
Dexia-voorzitter Jean-Luc Dehaene wil daarover wel iets kwijt. Dehaene kwam in oktober 2008 op vraag van premier Leterme aan het hoofd van de Belgisch-Franse bank. Aan de bestuurstafel zetelt ook Koen Van Loo. ‘De overheidsbestuurder bepaalt mee de richting waarin de bank kan evolueren. Maar in de praktijk stelt hij geen andere vragen dan de andere bestuurders’, zegt de oud-premier tijdens een interview in het Europees Parlement.
‘Bij mijn weten heeft de regering de aanbevelingen van de bijzondere commissie voor de bankencrisis nog niet omgezet in een reglementair kader. Evenmin heeft de staat als aandeelhouder ons via de overheidsbestuurders al uitdrukkelijke richtlijnen gegeven’, voegt Dehaene daar nog aan toe. Minister Reynders antwoordde nochtans op een schriftelijke vraag van Geert Lambert (Groen!, ex-SLP) dat de regeringsvertegenwoordigers in de banken rekening houden met het verslag van de parlementaire commissie over de financiële crisis. Die aanbevelingen lieten niets aan duidelijkheid te wensen over.

Banken met staatssteun overwinteren op Caymaneilanden


‘Belastingparadijzen vormen ontegensprekelijk een factor voor financiële instabiliteit’, concludeert de commissie in haar eindrapport van april 2009. ‘Het is dus onontbeerlijk dat de belastingparadijzen in al hun vormen worden tenietgedaan en dat een einde wordt gemaakt aan het absolute bankgeheim, dat wordt aangewend om belastingontwijking of illegale activiteiten te verhullen.’

Tax Justice Network (TJN), een internationale ngo die pleit voor wereldwijde rechtvaardige taxatie, bracht onlangs een zwarte lijst uit van regimes die met geheimhouding of erg lage belastingen grote kapitalen aantrekken. De Amerikaanse staat Delaware, Luxemburg en Zwitserland vormen de top drie. Maar ook drie offshore centra kapen topposities weg in de ranglijst voor financiële geheimdoenerij: de Caymaneilanden (5), Bermuda (7) en Jersey (11).
Aanwezigheid in die centra wijst op het soort activiteiten dat de Belgische parlementsleden op de korrel nemen: schaduwbankieren en belastingontwijking. Wat blijkt: meer dan een jaar nadat er miljarden van de belastingbetaler naar Fortis, KBC en Dexia gingen, hebben ze nog tientallen dochterondernemingen, fondsen en trusts in deze drie notoire fiscale paradijzen.
Zo is er RBC Dexia investor services Cayman Limited, nauwelijks gekend in België maar niet van de minste. Het is in gelijke delen eigendom van Royal Bank of Canada en Dexia. RBC Dexia behoort bij de tien grootste dienstverleners voor institutionele investeerders. Met 2300 miljard dollar beheert de instelling ongeveer dubbel zoveel als het spaargeld van alle Belgen samen.
José Placido, ceo van RBC Dexia, trok een andere conclusie uit het rampenjaar 2008 dan de parlementaire onderzoekscommissie voor de bankencrisis. Plannen om uit de Caymaneilanden en andere belastingparadijzen te vertrekken zijn er niet, integendeel: ‘We zullen verder bouwen aan en investeren in onze al erg degelijke offshore en onshore dienstverlening voor alternatieve activa zoals hefboomfondsen, 130/30-fondsen en private equity-structuren (het soort beleggingen die experts verantwoordelijk achten voor de financiële crisis, bv&mb)’, schrijft Placido in het voorwoord van het jaarverslag 2008.

Leren van de Noren


Een tweede graadmeter voor de maatschappelijk verantwoordelijkheid van banken is de mate waarin ze ethisch investeren. Beleggen de banken met overheidssteun geld in ondernemingen die een loopje nemen met de mensenrechten of de milieunormen? Het was een vraag die ook Geert Bourgeois (N-VA) bezighield in het Vlaams Parlement tijdens een debat op 25 maart 2009 over de participatie van de overheid in de banken. ‘Ik ben vragende partij voor een mededeling naar aanleiding van de term sheet (overeenkomst over de staatsteun, bv&mb) met KBC. Dan kunnen we het debat opentrekken naar alle participaties die de overheid heeft, omdat we daarin een ethische verantwoordelijkheid en een voorbeeldrol hebben.’
Het Noors Pensioenfonds, dat gevoed wordt met olie-inkomsten van de Noorse staat, gebruikt al zulke ethische criteria bij het beleggen. ‘Wanneer we een onderneming uitsluiten [uit de beleggingsportefeuille] doen we dat om te vermijden dat het fonds bijdraagt aan flagrante onethische activiteiten’, schrijft Kristin Halvorsen, voormalig minister van Financiën van Noorwegen. Zij was een van de mensen die de ethische richtlijnen opstelden voor het gigantische fonds, dat met een portefeuille van 450 miljard euro tot de grootste ter wereld behoort.
Op de zwarte lijst van het Noors Pensioenfonds staan naast producenten van controversiële wapens – waarin het in België bij wet verboden is te investeren – ook ondernemingen die het milieu ernstig schaden of de mensenrechten schenden. Met name de mijnbouwgroepen Freeport McMorren, Vedanta Resources, Barrick Gold, Rio Tinto en Norilsk Nickel, de Chinese autoproducent Dongfeng Motor Group, de Amerikaanse distributieketen Wal-Mart en tenslotte Elbit System.
Onderzoek in de Thomson one databases van financiële informatieleverancier Thompson-Reuters toont aan dat BNP Paribas Fortis, KBC en Dexia in eigen naam of op naam van de klant nog miljoenen aandelen beheren van bedrijven op de zwarte lijst van de Noorse regering. De drie geredde banken beheren samen voor 372 miljoen euro onethische beleggingen. In het jaar dat de overheid aan de bestuurstafel van de banken zat, namen die onethische beleggingen niet af.

Geen verandering in zicht


Meer dan een jaar nadat de overheid massaal toetrad tot het kapitaal van de belangrijkste banken, gaan schadelijke investeringen door en blijven banken actief in belastingparadijzen. Leden van de bankencommissie, die diepgravend onderzoek naar de oorzaken van de crisis verrichtten, reageren teleurgesteld: ‘Ik ben er meer dan ooit van overtuigd dat de overheid de banken in nood beter had genationaliseerd. Dan hadden we in een sterkere positie gestaan om veranderingen af te dwingen. Pas daarna had de overheid de banken weer mogen verkopen aan de privésector’, zegt Dirk Van der Maelen.

Kamerlid Almaci is even ontstemd: ‘We zijn ondertussen meer dan een jaar verder. Ik heb nog niet één artikel gelezen in de kranten of één antwoord gehad van minister van Financiën dat er op wijst dat de overheid actief is rond sociale of ecologische thema’s in de geredde banken. Integendeel. Dit is schuldig verzuim.’ Roland Duchâtelet, die voor Open VLD deelnam aan de bankencommissie, nuanceert: ‘De federale overheid moet de hele sector aanpakken, bijvoorbeeld door de invoering van een transactietaks. Maar ze kan niet al te veel doen in individuele banken.’
Niettegenstaande de magere communicatie kan de minister van Financiën geen gebrek aan symboliek verweten worden. Met overheidsbestuurders zoals ex-ING-ceo Michel Tilmant had hij zich geen betere vertegenwoordigers van zijn strategie kunnen dromen. Anderen zouden immers het vermoeden kunnen wekken dat er een vernieuwende rol is weggelegd voor de overheid in de banken.
Dit artikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift