Radicale alternatieven in de maak

Wie? Anne Snick, coördinatrice Flora vzw.  Wat? Expertisenetwerk dat op participatieve wijze kennis, projecten en acties ontwikkelt rond gender, sociaal duurzame economie en kansarmoede.  Resultaat? Verrassende inzichten en radicaal alternatieve ideeën voor een duurzame (multiculturele) samenleving.

Vlaanderen telt al een aantal vrouwenorganisaties. Wat maakt Flora anders dan de rest?

Anne Snick: ‘Flora werkt vanuit gender maar is geen vrouwenorganisatie. De meeste vrouwenorganisaties willen vrouwen laten meedoen aan de bestaande structuren. Flora stelt daarnaast de structuren zelf in vraag en onderzoekt hoe die ongelijkheid in stand houden. We ontwikkelen die kennis vanuit de ontmoeting met de andere, via de zogenaamde “co-constructie methodiek”. In onze samenleving zijn laaggeschoolde, kansarme vrouwen bij uitstek die andere. Een centraal analysekader dat Flora doorheen jaren zo heeft kunnen ontwikkelen, is de genderanalyse van arbeid. In plaats van zich enkel te richten op de arbeid waar een loon tegenover staat, neemt die alle andere taken en functies –zoals zelfontplooiing en zorgarbeid– mee in rekening, en streeft naar een menswaardig evenwicht tussen al deze vormen van arbeid.’ (zie illustratie)

Levert dit dan zo’n verrassende inzichten op?

Anne Snick: ‘Neem het project rond burgerparticipatie bij mensen van verschillende herkomst. We gebruikten niet enkel verbale communicatie omdat ze zich dan niet op voet van gelijkheid zouden kunnen uitdrukken. Om te achterhalen wat participatie voor hen betekent, vroegen we hen om met klei rond hun gedroomde dorp te werken. Het waren overwegend Afrikaanse vrouwen en er kwamen vooral hutjes, baobabs en waterputten uit. We dachten dat we de verkeerde werkvorm hadden gekozen, maar achteraf bleek dat het precies een goede methodiek was om bloot te leggen dat we een totaal verschillend beeld van het ideale dorp hebben. Als we in België over integratie spreken, hebben we de reflex om de andere te zeggen dat hij of zij moet deelnemen aan ons dorp. Nu konden we vragen wat hier bij ons de functie van een baobab of waterput zou kunnen overnemen. Zij zagen zo dat er naar hen werd geluisterd, en participeerden aan de constructie van de notie dorp. Dat is de “co-constructie”: door samen te definiëren wat een dorp of samenleving kan zijn, creëer je die samenleving ook meteen. Beleidsmakers en sociaal werkers breken zich hoofd over het feit dat wij die mensen niet in onze structuren krijgen. Eigenlijk is het probleem dat de structuren geen antwoord bieden op hun problemen. Je begint totaal nieuwe pistes te zien als je naar de mensen luistert, en je beseft hoe blind we zijn.’

Hoe krijg je de politiek en het grote publiek mee aan boord voor zo een radicaal project?

Anne Snick: ‘Het politiek enthousiasme verschilt van niveau tot niveau, van gewest tot gewest en van minister tot minister. Op Vlaams niveau gebeurt het dat we projecten niet toegewezen krijgen, met als verantwoording dat de subsidiegever de indruk heeft dat we de samenleving willen veranderen. Bij de mensen van de POD Duurzame Ontwikkeling, die sowieso transversaal moeten werken, is er wel interesse. En vanuit Gelijke Kansen op federaal niveau krijgen we heel veel steun. Radicale veranderingen  maakt mensen bang. Wij hebben bovendien een heel complexe boodschap die je niet met één campagne aan de man kan brengen. Dat is ook onze ambitie niet. In plaats daarvan sturen we de geruststellende boodschap uit dat we aan een alternatief werken waaraan iedereen mag meedoen voor wanneer het bestaande systeem in elkaar stuikt, zodat we dan niet in een chaos terecht komen. We laten simpelweg telkens opnieuw zien dat je anders naar de dingen kan kijken.’

Meer info op www.florainfo.be. Lees een uitgebreide versie van het interview in het zaterdaginterview van 30 april.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift