Drinkwater en liberalisering

De onlesbare dorst van de multinationals: drinkwater en liberalisering. Afrikanen kunnen er niet om lachen. De macht van Bechtel.

De onlesbare dorst van de multinationals: drinkwater en liberalisering.


1,2 miljard mensen hebben vandaag geen toegang tot veilig drinkwater. 2,4 miljard mensen hebben geen afdoend sanitair. 2 miljoen kinderen per jaar sterven van ziektes die te maken hebben met slechte watervoorziening. In de Millenniumverklaring van de VN verbonden de 191 ondertekenende leden zich ertoe tegen 2015 het aantal mensen dat geen toegang heeft tot veilig drinkwater te halveren. Om dat te realiseren, is er nood aan geld en nieuwe investeringen, en daar kan volgens de Wereldbank best de privé-sector voor zorgen.
De samenwerking tussen de Wereldbank en de privé-sector past binnen de logica van verdergaande privatiseringen, ook op het vlak van diensten. Binnen de Wereldhandelsorganisatie staan de GATS- besprekingen bovenaan op de agenda. GATS staat voor General Agreement on Trade in Services, het akkoord in verband met de liberalisering van de handel in diensten. De vrijmaking van de watervoorzieningen hoort daar ook bij. Totnogtoe nemen de overheden een groot deel van de watervoorzieningen op zich omdat het gaat om een nutsvoorziening van vitaal belang. Slechts vijf procent van de drinkwaterdistributie in de wereld is vandaag in handen van private ondernemingen.
Maar bedrijven als Suez, Vivendi, Bechtel en RWE-Thames Water maken zich klaar voor de grote sprong voorwaarts, zodra het GATS een feit is. Met Vivendi, Suez (Frans) en RWE-Thames Water (Brits-Duits) heeft de Europese Unie de grootste watermultinationals ter wereld. De twee Franse multinationals dekken vandaag 70 procent van de privé-markt. In juni 2002 heeft de EU aan 109 landen gevraagd om hun markt vrij te maken. Europa is wel vragende partij om de watermarkt te liberaliseren, om zo zelf toegang te krijgen tot nieuwe markten, maar schermt de eigen markt wel af.
De druk van de watermultinationals om toegang te krijgen tot de nieuwe markten is enorm. Machtige lobbygroepen dringen binnen in de cenakels van de politieke besluitvorming. Onderhandelingen tussen regeringen en multinationals of tussen de Wereldbank en de multinationals gebeuren achter gesloten deuren. (adw)

Afrikanen kunnen er niet om lachen


De Wereldbank maakt zich sterk dat door privatisering van de watervoorziening een grotere efficiëntie kan worden bereikt. In tal van ontwikkelingslanden is de realiteit nochtans anders uitgedraaid. Twee jaar na de privatisering van de openbare watermaatschappij in Niger lijdt nog altijd meer dan de helft van de Nigerianen dorst omdat ze geen toegang hebben tot stromend water.
Toen Ghana bij de Wereldbank ging aankloppen voor een lening om haar waterdistributienetwerk te moderniseren, was de voorwaarde dat er zou worden samengewerkt met de privé-sector. Het resultaat was dat de waterprijs met 115 procent steeg. In delen van de hoofdstad Accra besteden gezinnen nu 27 procent van hun inkomen aan water.
In Zuid-Afrika vielen met de waterprivatisering de allerarmsten helemaal uit de boot. Bij ongeveer tien miljoen Zuid-Afrikanen werd het water tussen 1994 en 2002 afgesloten omdat ze de rekening niet konden betalen. Duizenden mensen zagen zich gedwongen om water te zoeken in vervuilde meren en rivieren. Het zorgde voor de ergste cholera-epidemie uit de geschiedenis van het land.
‘Wat we nodig hebben, zijn betere strategieën om water op een afdoende en rechtvaardige manier bij de mensen te brengen’, stelde VN Secretaris-generaal Kofi Annan eind augustus op een Internationaal Waterforum in Tadzjikistan. (adw)

De macht van Bechtel


‘In Irak is niet alleen voor olie bloed vergoten maar ook voor de controle over water en andere levensbelangrijke diensten’, stelt de Indiase activiste Vandana Shiva. ‘In tijden van economische crisis is oorlog zelfs een excuus om de multinationals wind in de zeilen te blazen.’
‘Wanneer de WTO tekort schiet, neem dan uw toevlucht tot oorlog’, is Shiva’s cynische opmerking over de politiek die wordt gevoerd. Een maand na het begin van de oorlog in Irak sleepte Bechtel een contract van 680 miljoen dollar in de wacht voor de heropbouw van Irak, een contract voor 18 maanden. Ter vergelijking: het contract van Halliburton voor de herinrichting van de Iraakse petroleuminstallaties is er een van 77 miljoen dollar. Bechtel zal algemene infrastructuurwerken en de wederopbouw van scholen en hospitalen, maar ook irrigatiesystemen, energievoorziening, water- en afvalwatervoorziening verzorgen.
Dat Bechtel dit contract in de wacht gesleept heeft, wordt in verband gebracht met het feit dat multimiljonair Riley Bechtel kort voordien lid werd van de Export-Adviesraad van de regering Bush. Bovendien dateren de banden van Bechtel met Irak en van Bechtel met de Republikeinse partij al van de vorige Golfoorlog. Gewezen Bechtel-directeur George Shultz was buitenlandminister onder Ronald Reagan.
Wereldwijd is Bechtel betrokken bij 200 projecten voor watervoorziening en riolering. In Bolivia heeft de faam van Bechtel echter een serieuze deuk gekregen, juist omwille van de strijd om de waterprivatisering. In 1999 werd in het Boliviaanse Cochabamba, waar water een schaars goed is, de watervoorziening geprivatiseerd. De geprivatiseerde dienstverlening kwam in handen van Aguas del Tunari, een dochterbedrijf van Bechtel, dat de controle kreeg over alle water in het betreffende gebied. Boeren moesten ineens betalen voor het grondwater dat ze zelf oppompten en nog vóór Bechtel had geïnvesteerd, bereikte de prijs van water onwaarschijnlijke hoogtes. Gezinnen met een maandinkomen van 60 dollar, moesten tot 20 dollar per maand aan watervoorziening betalen. Het blauwe goud werd zo duur dat het voor velen onbereikbaar werd.
Onderhandelingen met het bedrijf en met de regering liepen op niets uit, zodat de bevolking uiteindelijk massaal in opstand kwam, in januari en februari 2000. Op die opstand werd door de politie erg repressief gereageerd. De regering verdedigde het privatiseringscontract en riep de staat van beleg uit, maar moest uiteindelijk inbinden. Het contract met Bechtel werd verbroken en de watervoorziening keerde terug naar de vroegere beheerder, het oude overheidsbedrijf Semapa. Voor die contractbreuk eist Aguas del Tunari nu 25 miljoen dollar schadevergoeding bij de Geschillencommissie van de Wereldbank, wat ongeveer drie keer zoveel is als de kosten die het maakte.
Dat Bechtel erop gebrand is bij de wederopbouw van Irak ook de watervoorziening in handen te krijgen, hoeft niet te verbazen. Water is een cruciaal gegeven in het Midden-Oosten, en Irak biedt met zijn Tigris en Eufraat toegang tot erg belangrijke waterbassins. Wie daar vandaag de hand kan op leggen, heeft morgen macht. (adw)

Blauw Goud. De strijd tegen de privatisering van water door multinationals, verschenen bij Lemniscaat en verkrijgbaar bij 11.11.11 (Vlasfabriekstraat 11, 1060 Brussel, 02 536 11 11) belicht de gevolgen van een ongebreidelde privatiseringshonger en geeft ook enkele strategieën aan om het huidige tij te keren. Ook de campagne van 11.11.11 focust dit jaar op water en wil zo haar druppel bijdragen om iets te doen aan het wereldwijde waterprobleem.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur