Het Brussels kluwen

Spreken over Brussels onderwijs is een contradictio in terminis. Bij de derde Belgische staatshervorming in 1989 kregen de gemeenschappen de voordien federale bevoegdheid over onderwijs toegeschoven. Een paar bevoegdheden zoals leerplichtrichtlijnen, pensioenenregelingen voor onderwijzend personeel, maar ook de organisatie van (het onbestaande) tweetalig onderwijs bleven federale materie.

  • Dieter Telemans Dieter Telemans

Dat heeft tot gevolg dat één grondgebied, dat van Brussel, twee onderwijsstructuren kent, die totaal los van elkaar bestaan. Brussel kent dus twee onderwijslogica’s voor zijn 230.000 leerlingen die in het leerplichtonderwijs zitten. Ook al hanteren beide gemeenschappen eenzelfde onderwijsmodel, ze geven er een andere invulling aan, en hanteren compleet andere budgetten. Het Franstalig onderwijs neemt tachtig procent van de Brusselse leerlingen voor haar rekening, het Nederlandstalig onderwijs zeventien procent. De overige leerlingen zitten in internationale scholen.

De ene gemeenschap pompt veel geld in een klein deel van de stad, de andere pompt minder geld in een veel groter deel. Concreet: de Vlaamse gemeenschap geeft voor elke leerling in het basisonderwijs 22,7 procent meer uit dan de Franse gemeenschap.

Om een Brusselse visie vorm te geven, werd de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in Brussel in het leven geroepen, maar die gaat alvast niet over onderwijs.‘De kloof tussen de gemeenschappen in Brussel is diep. De Task Force Onderwijs die overleg moet aanzwengelen, kwam de facto twee keer samen. Dat is natuurlijk veel te weinig’, zegt Jef Van Damme. ‘De kaarten liggen nu, in het huidige politieke klimaat, uiteraard moeilijker dan vijf jaar geleden.’

Dan is er nog de vaststelling dat er systematische verschillen zijn tussen de prestaties van leerlingen in de Vlaamse en Franse gemeenschap. De sociale samenstelling van de leerlingenpopulatie verklaart die verschillen maar ten dele. ‘Het Franstalig onderwijs doet het op bepaalde vlakken niet goed’, zegt Jacobs, die daarmee een gevoelige snaar raakt.

‘Dat tonen toch ook de PISA-onderzoeken aan. Het is onze taak als onderzoekers om daarop te blijven hameren. Een deel gaat over geld, een deel over een cultuurverschil. De Franse Gemeenschap gaat bijvoorbeeld een pak vager om met de eindtermen en er is minder monitoring en beleid dan in Vlaanderen. Als het over geld gaat, moeten de Vlamingen beseffen dat ze niet alleen maar de Nederlandstalige Brusselaars kunnen bedienen maar breder verantwoordelijkheid moeten dragen. De problemen bij een deel van de jonge Brusselaars zijn reusachtig. Wanneer de twee gemeenschappen weigeren samen te werken om dat aan te pakken is dat schuldig verzuim.’

‘Dat er verschillen zijn tussen de onderwijsaanpak van de twee gemeenschappen, is op zich geen probleem’, zegt Elke Van den Brandt. ‘Dat er niet samengewerkt wordt rond het inschrijvingsbeleid in Brussel, dát is een probleem.’

Capaciteitstekort

Brussel kampt, gezien de snelle bevolkingsgroei, met tekorten in het onderwijs. In de eerste plaats is er een tekort aan scholen. In juli was het hommeles tussen de Brusselse minister Jean-Luc Vanraes en Vlaanderen. Reden: de Brusselse regering wil negen miljoen van de begroting 2011 uittrekken om 3500 nieuwe plaatsen te creëren tegen het schooljaar 2012-2013.

Dat pikte de Vlaamse Gemeenschap niet, en minister-president Kris Peeters (CD&V) liet weten dat onderwijs gemeenschapsmaterie is en dat Vlaanderen wel degelijk zijn plichten nakomt. Voor 2011 voorzag Vlaanderen 17 miljoen euro voor capaciteitsuitbreiding, extra werkingsmiddelen en leerkrachten, aldus Peeters. Te weinig, luidde het weerwoord.

‘Volgens het Federaal Planbureau moeten er minstens 15.000 extra plaatsen bijkomen in de volgende jaren’, zegt Dirk Jacobs. ‘Maar het antwoord van de gemeenschappen blijft uit. Zowel Vlaanderen als de Franstaligen schuiven de hete aardappel door. De Franse Gemeenschap heeft geen geld, bespaart al twintig jaar op onderwijs, en de gebouwen in het Franstalig onderwijs zijn een ramp. Pascal Smet (Vlaams minister van Onderwijs, td) heeft geen zin om de Vlaamse minderheid nog kleiner te maken, en wil het Nederlands niveau behouden.’

Vlaanderen haalt de Brusselnorm niet, een afspraak die bepaalt dat de Vlaamse overheid instaat voor dertig procent van de gemeenschapskosten in de hoofdstad. Dat is vandaag maar twintig procent, zegt Groen! Volgens Elke Van den Brandt zijn het tekenen aan de wand: ‘Zowel Vlaanderen als de Franstalige gemeenschap moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Investeren in onderwijs betaalt zich later toch terug als die jongeren voor de poorten van de arbeidsmarkt staan. Het verlicht de druk op de sociale zekerheid.’

Volhouders gezocht

Over het nijpende tekort aan leerkrachten in Brussel is iedereen het eens. De gemeenschappen slagen er niet in Brusselaars warm te maken voor een job als leerkracht in eigen stad. Gevolg: het onderwijzend personeel komt van buiten de stad. Maar de uitstroom is groot. ‘Iedereen heeft daar een verklaring voor: de complexe Brusselproblematiek, te verre verplaatsingen, het onveiligheidsgevoel’, zegt Piet Vervaecke, directeur van het Onderwijscentrum Brussel. ‘Exacte gegevens waarom leerkrachten het in Brussel sneller opgeven, ontbreken echter.’

Vervaecke gelooft niet dat het afgevoerde idee van de Brusselpremie –een financiële toeslag voor onderwijzend personeel in Brussel– veel had opgelost. ‘We hebben nood aan leerkrachten die gemotiveerd zijn om in deze complexe Brusselse context te werken en te blijven werken. We kunnen dat stimuleren door nieuwe leraren geen volledige lesopdracht te geven, maar ook andere taken en verantwoordelijkheden toe te kennen, zoals huisbezoeken, of het opzetten van buitenschoolse activiteiten. Op die manier kunnen leerkrachten meer voeling krijgen met de kinderen en de grootstedelijke en meertalige context waarin ze opgroeien. We zouden leerkrachten ook beter moeten ondersteunen, co-teaching meer introduceren in ons onderwijs. En we moeten meer Brusselse leerlingen laten doorstromen naar de opleiding tot leerkracht.’

Toch Brussels onderwijs?

Regelmatig duikt de verzuchting naar “eigen” Brussels onderwijs op. ‘Dat is een heel gevoelig thema. Want hoe realiseer je dat? Neemt de federale staat het in handen, of de Brusselse regio? Een andere oplossing is eenvoudiger: goede samenwerkingsakkoorden tussen de twee gemeenschappen.’

‘Ik geloof niet in Brussels onderwijs’, reageert Sven Moens. ‘Het Vlaams onderwijs is kwalitatief heel goed, ik zou de lat niet lager willen leggen. Met een beter inschrijvingsbeleid, een andere kijk op het voorrangbeleid en een betere samenwerking komen we er ook.’

Ook onderzoekers Donat Carlier en Rudi Janssens vinden betere coöperatie tussen de twee gemeenschappen urgent. Ze pleiten voor meer onderzoek over de onderwijsproblemen om gerichtere antwoorden te kunnen geven. Dat vereist meer transparantie en inkijk in de databestanden van de beide gemeenschappen. Samenwerking is ook belangrijk om een effectief desegregratiebeleid te voeren en de maatschappelijke kloof te dichten, zeggen ze in hun rapport, Het onderwijs in Brussel.

Ook zij pleiten voor een betere sociale mix in de scholen. ‘We zouden leerlingen ook later, bijvoorbeeld pas vanaf hun vijftiende, naar een studierichting toewijzen’, vult Jacobs aan. En hij ziet heil in een andere maatschappelijke visie over talenten. ‘We zijn een kennissamenleving, waarbij we kennis gelijkschakelen aan intelligentie. We moeten af van het idee dat een goed vakman minder intelligent zou zijn dan een prof aan de universiteit.’

Piet Van de Craen vindt dat er teveel gehamerd wordt op de communautaire problemen. ‘Het gaat om veel meer dan dat: om een totaalvisie over onderwijs. Daar zijn we nu al aan het werken, het is niet hopeloos. Er is hoop: kijk naar onze meertalige scholen in Brussel. We hebben minder leerlingen met dyslexie, de leerlingen zijn toleranter en hebben positieve attitudes.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.