‘De tijd van compromissen sluiten is voorbij’

Waarom academici en studenten meer dan ooit een boycot tegen Israël willen

Pixabay/Hosny Salah (CC0), bewerking MO*

Het regende verklaringen van solidariteit met Palestina, enkele weken geleden, ook vanuit de universiteiten in ons land. Ze roepen op tot een academische boycot van het ‘koloniale nederzettingsregime’ van Israël. MO* polste bij de initiatiefnemers aan de universiteiten van Gent, Brussel, Leuven en Antwerpen. ‘We kunnen nu dingen zeggen die velen voor ons niet konden of durfden zeggen.’

Op 18 mei 2021 verscheen, op de website van de Universiteit Gent, een Statement in solidariteit met het Palestijnse volk. De tekst laat niets aan de twijfel over: ‘Wij betuigen onze solidariteit met het Palestijnse volk dat zich sinds 1948 verzet tegen een bevolkingskoloniaal regime dat zich schuldig maakt aan etnische zuiveringen, landannexaties, bevolkingstransfers en apartheid.’ Het statement werd ondertekend door 1300 onderzoekers, professoren en studenten.

De ondertekenaars veroordelen expliciet het gebrek aan politieke actie van de Belgische en Europese regeringen tegen de ‘flagrante schendingen van het internationaal recht door Israël’. Ze vragen dat de academische wereld nu zelf stappen onderneemt: ‘Als we de recente debatten over dekolonisering (…) ernstig nemen, dan kunnen we niet blind blijven voor een van de meest duidelijke voorbeelden van koloniale continuïteit.’

Wat zou de academische wereld dan precies moeten ondernemen? Het statement vraagt om gehoor te geven aan de eisen van de internationale boycot-, desinvesterings- en sanctie-beweging, die ook bekendstaat onder de afkorting BDS. De beweging roept al sinds 2005 op tot verzet tegen Israël via een boycot. Onder de koepel van BDS werd ook de Belgian Campaign for an Academic and Cultural Boycott of Israël opgericht, die de lijnen uitzet voor een academische boycot in de Belgische universiteiten en culturele sector.

De timing van de hernieuwde aandacht voor die BDS-beweging is natuurlijk niet toevallig: de oproep viel samen met het hernieuwde geweld in de Gazastrook in mei. Daarbij vielen tientallen doden, vooral aan Palestijnze zijde.

Het statement van UGent kreeg al snel steun vanuit verschillende andere Belgische universiteiten. Ook studenten aan de KU Leuven publiceerden een statement. Daarna volgden een gezamenlijke solidariteitsverklaring van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en Université Libre de Bruxelles (ULB), en ook een van medewerkers aan de Universiteit Antwerpen (UA). Die laatste universiteit distantieerde zich wel expliciet van het initiatief van haar medewerkers.

Een koloniaal project

Moeten universiteiten publiekelijk een standpunt innemen over buitenlandse conflicten? Die vraag vertrekt van een verkeerde veronderstelling, vinden de initiatiefnemers. Volgens Itamar Schachar, postdoctoraal onderzoeker aan de vakgroep Sociologie (UGent), is het belangrijk om te begrijpen dat de Palestijnse kwestie geen ‘conflict’ is.

‘We moeten denken aan de koloniale context’, zegt Schachar, die mee het initiatief nam voor het Gentse statement. ‘Het koloniale proces in Palestina is intussen al 120 jaar aan de gang. Dit is geen conflict tussen twee gelijke kanten, maar tussen enerzijde een racistisch regime dat koloniaal geweld gebruikt en anderzijds het Palestijnse volk.’

Ondanks de lange geschiedenis van Palestijns verzet namen nooit eerder zoveel Belgische academici publiek een duidelijk standpunt in. In het verleden namen academici wel al stelling in, maar dan eerder in specifieke vakgroepen met conflict en ontwikkeling als onderwerp. Het is de eerste keer dat zoveel academici van verschillende vakgroepen betrokken zijn bij een statement, zeggen de initiatiefnemende academici.

‘We moeten deze discussie voeren omdat er sprake is van schendingen van mensenrechten, bezetting en een duidelijk structuur van apartheid.’

Waarom dan nu? ‘De escalatie van de situatie is heel zichtbaar geworden sinds de aanval in Gaza en de spanningen in Sheikh Jarrah (de Palestijnse wijk in Oost-Jeruzalem waar families bedreigd werden met onteigeningen, red.)’, stelt Schachar. ‘Die zichtbaarheid is waarschijnlijk ook een van de redenen waarom de internationale en academische gemeenschap steeds meer de noodzaak voelt om in te grijpen.’

Het volledige plaatje van de situatie in Palestina begrijpen, is voor veel mensen niet eenvoudig, meent Koenraad Bogaert, professor in de vakgroep Conflict en Ontwikkelingsstudies (UGent). Omdat de berichtgeving zich te veel richt op confrontaties en te weinig op de structurele ongelijkheid. ‘Pas als er gebombardeerd wordt, begint de wereld te kijken. Maar het geweld en de dagelijkse structurele onteigeningen en annexaties blijfven doorgaan.’

‘Vanuit de rechtsstaat en alle waarden en normen die eraan verbonden zijn is het de normaalste zaak van de wereld dat we hier een duidelijk standpunt over innemen’, stelt Bogaert. ‘We moeten deze discussie voeren omdat er sprake is van mensenrechtenschendingen, bezetting en een duidelijk structuur van apartheid.’

Bogaert stelt vast dat er veel gesproken wordt over dekolonisering aan de universiteiten, maar dat het nog steeds moeilijk blijkt om dat begrip in de praktijk toe te passen. ‘De discussie over dekolonisering is nu een hype. Toch vrezen veel activisten dat de dekolonisatiecampagnes van onze universiteiten vervallen tot een marketingstrategie, waarmee universiteiten zich op de kaart willen zetten. Wat wij nu willen doen is echt dekoloniseren.’

Mentaliteit verandert

Universiteit die een standpunt innemen zijn niet nieuw, herinnert Omar Jabary Salamanca, onderzoeker aan de ULB, ons aan het verleden. ‘Universiteiten zijn historisch gezien altijd heel mondig geweest. Ze waren zijn altijd een plaats met invloed op de belangrijkste domeinen van de samenleving. De kennisproductie gebeurt er niet in een vacuüm, maar is betrokken bij de sociale, politieke, culturele en ecologische wereld waarin we leven.’

Hoewel er in het verleden al initiatieven werden genomen, klonk de steun voor Palestina nooit zo luid in de Belgische universiteiten. Dat is ook Salamanca niet ontgaan: ‘Wat de statements nu anders maakt is vooral de ongeëvenaarde aantallen ondertekenaars. Niet enkel in België, maar overal in Europa en daarbuiten zien we dit gebeuren.’

‘We kunnen nu dingen zeggen die velen voor ons niet konden of durfden zeggen.’

‘Ik denk dat veel mensen de urgentie van de zaak inzien’, zegt de onderzoeker, die de voorbije jaren meeschreef aan meerdere publicaties over Palestina en de structuur van het Israëlische kolonialisme. ‘Er is altijd een soort onvoorwaardelijke steun voor Israël, dat natuurlijk een cruciale, strategische, imperialistische bondgenoot is voor veel landen. Het maakt niet uit wat ze doen, alles wordt tot een lang politiek proces gerokken, tot iedereen weer vergeet wat er precies gebeurd is. Zo blijft het koloniale project gewoon doorgaan.’

Maar de mentaliteit verandert, stelt Salamanca vast. ‘Telkens er een nieuw bloedbad is, stapelt de verontwaardiging zich op. Mensen maken zich zorgen over Palestina.’ Ook jongeren tonen steeds meer betrokkenheid. ‘Sociale media spelen daar waarschijnlijk een rol in. Jongeren maken steeds betere connecties tussen verschillende vormen van koloniale strijd op verschillende plaatsen.’

‘Palestina heeft en had altijd een prominente rol in de antikoloniale strijd’, zegt Salamanca. ‘Het koloniale verleden is niet enkel bestemd voor de geschiedenisboeken, dat bewijzen vandaag bewegingen als Standing Rock (waar native Americans in de VS protesteerden tegen een pijplijn op hun grondgebied, red.), Idle No More (inheemse protestbeweging in Canada) en Black Lives Matter. Mensen denken nu na over wat deze verschillende vormen van antikoloniale strijd bindt.’

‘Er is een doorbraak de laatste decennia. We kunnen nu dingen zeggen die velen voor ons niet konden of durfden zeggen’, gaat Salamanca verder. Hij verwijst naar organisaties als Amnesty International en Btselem, een Israëlisch informatiecentrum voor mensenrechten in bezette gebieden. ‘Zij noemen de situatie in Palestina nu openlijk apartheid, maar dat zeggen de Palestijnen zelf eigenlijk al heel lang.’

De Palestijnse masterstudente Yasmine Rishmawi was een van de studenten die meewerkte aan de verklaring van de KU Leuven. Zij zag hoe de gebeurtenissen in Gaza en Sheikh Jarrah ook bij Palestijnen een mentaliteitsverandering teweegbrachten. ‘We voelen een nieuwe vorm van samenhorigheid, een gevoel dat nooit eerder zo sterk was als nu. Daardoor zeggen we nu dingen die we al veel eerder hadden moeten zeggen.’

‘Palestijnen hebben zich altijd heel diplomatisch opgesteld, maar de tijd van compromissen is nu voorbij. We eisen onze mensenrechten op’, klinkt het.

Wapens ‘getest op Palestijnen’

UGent-prof Koenraad Bogaert meent dat de situatie in Palestina niet zal verbeteren zonder druk van buitenaf. ‘We hebben nu al de garantie dat het conflict weer zal oplaaien en dat er weer kinderen zullen sterven’, verduidelijkt hij. ‘Als je daar iets aan wil doen, dan moet je de voorwaarden creëren waarin een gesprek over duurzame vrede mogelijk is. Die vrede kan er alleen maar komen als er een einde komt aan de bezetting.’

De initiatiefnemers van de academische statemens ze een boycot als het ideale instrument om de condities voor duurzame vrede mogelijk te maken. ‘Concreet stelt de boycot de vraag of we nog willen samenwerken met instellingen die direct betrokken zijn bij de bezetting. Als je profiteert van een koloniaal regime, dan legitimeer je het ook’, stelt Bogaert.

Een academische boycot zou kunnen betekenen dat er niet meer wordt samengewerkt met Israëlische universiteiten. Volgens ULB-prof Omar Jabary Salamanca kunnen deze instellingen niet los gezien worden van de situatie in Palestina. ‘Veel universiteiten zijn hevig betrokken bij het militair-industrieel complex. Academici aan Israëlische universiteiten ontwikkelen kennis om wapens te bouwen. Die worden uitgeprobeerd op Palestijnen, en nadie geëxporteerd met het stempel “getest op Palestijnen”.

Europees-Israëlische academische samenwerking

De betrokken academici hopen via hun universiteiten ook de druk te verhogen op de Europese instellingen. De Europese Unie werkt al jaren nauw samen met Israël dankzij een associatieverdrag. Dat stelt Israël bij verschillende samenwerkingen op gelijkaardige hoogte als de EU-lidstaten; het is dus een volwaardige Europese partner.

Artikel 2 van het associatieverdrag stelt wel dat de betrekkingen ‘gebaseerd zijn op eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen’. Maar veel academici vragen al langer om het verdrag op te zeggen. Het maakt onder andere mogelijk dat Israëlische academici betrokken zijn in onderzoeksprojecten die gefinancierd worden met Europees geld.

‘De Europese Unie heeft bijvoorbeeld het Horizon 2020-project opgestart, een project waarmee de EU investeert in onderzoek en innovatie’, vertelt Salamanca. ‘Israël mag deelnemen aan het project alsof het deel uitmaakt van de Europese Unie, maar het hoeft zich niet aan de wetgeving of gedragsregels te houden zoals de rest van de lidstaten.’

Zulke financiering is een reële hefboom voor de Europese Unie om druk uit te oefenen op Israël. ‘Als je deel wil uitmaken van de Europese Unie, dan zal je aan dezelfde standaarden moeten voldoen als de ander lidstaten’, zegt Salamanca.

Taboe

Ondanks de publieke statements en groeiende bewustwording blijven uitspraken over Israël gevoelig liggen voor academici, beseft ULB-onderzoeker Omar Jabary Salamanca. ‘Als het over Palestina gaat, komt er altijd meer twijfel bij kijke. Er is angst om aangevallen of beschuldigd te worden van antisemitisme. Al denk ik dat het in België makkelijker is dan pakweg in de Verenigde Staten. Daar worden academici soms geweigerd omwille van hun standpunten over Palestina.’

Ook Yasmine Rishmawi, de Palestijnse masterstudente, betreurt dat kritiek op het beleid van Israël vaak wordt afgedaan als antisemitisme. ‘Het is een afleidingsmanoeuvre om het niet over het Palestijnse volk te moeten hebben. Pro-Palestina is niet hetzelfde als antisemitisch. Wij zijn antizionistisch, antikoloniaal en anti-apartheid. Maar de situatie in Palestina was nooit een religieuze kwestie. Het is geen strijd van Arabieren tegen joden, maar van Palestijnen tegen westerse koloniale machten.’

‘In Duitsland zie je bijvoorbeeld dat de definitie voor antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) wordt overgenomen door de overheid, universiteiten en culturele centra.’ Volgens die definitie kan er sprake zijn van antisemitisme als ‘de staat Israël, opgevat als een Joods collectief gegeven, in het vizier wordt genomen.’

De initiatiefnemers van het sterke statement van UGent bevestigen dat kritiek op Israël vaak gelijkgesteld wordt aan oproepen tot haat of geweld, ook al ontkennen de opstellers van verklaringen dat met klem. De Israëlische ambassadeur in België, Emmanuel Nahshon, haalde in een tweet aan dat het UGent-statement ‘haat aanwakkert’ en ‘aanzet tot geweld’, door een ‘vals en fanatiek narratief’:

Maar er zijn ook verschillende Joodse organisaties die zich niet vertegenwoordigd voelen door het Israëlische beleid, zo haalt Salamanca aan. Hij geeft ook enkele voorbeelden: Jewish Voice for Peace (Verenigde Staten), Jews for Justice for Palestinians (Verenigd Koninkrijk), Een Andere Joodse Stem (België) en Union des Progressistes Juifs de Belgique (België). ‘Joodse organisaties zorgen voor barsten in het idee van wat het betekent om een zionist te zijn. Het idee dat Israël de thuis is voor alle Joden, begint stilaan te vervagen.’

Ook tijdens de strijd tegen de Zuid-Afrikaanse apartheid werden verschillende pogingen ondernomen om de boycotbeweging in diskrediet te brengen, merkt prof Bogaert op. ‘We herinneren ons de befaamde uitspraak van Margeret Thatcher (Brits premier in de jaren ‘80, red.), die Nelson Mandela een terrorist noemde. Ook toen werd de boycot als te extreem of irrelevant ervaren, maar doorheen de tijd is er een mentaliteitsverandering geweest.’

De neutraliteit van de universiteit

De Universiteit Antwerpen distantieerde zich duidelijk van het solidariteitsstatement van enkele van haar medewerkers. Een van die medewerkers had de mailbox van de universiteit gebruikt om studenten op te roepen te ondertekenen, en dat kon de universitet niet waarderen. Dat ‘kan de indruk wekken dat deze actie tevens het standpunt van de universiteit vertolkt. Dat is niet zo’, stelde de UA zeer duidelijk in een officiële reactie.

De UA verspreidde de reactie met de duidelijke mededeling dat ze ‘geen politieke actiegroep of partij’ wil zijn, maar ‘een vrijhaven die, vanuit actief pluralisme, ruimte biedt voor een open debat over alle maatschappelijke issues’, zo staat te lezen in de verklaring.

‘Natuurlijk is onze universiteit geen politieke partij of actiegroep’, reageren de initiatiefnemers het Antwerpse solidariteitsstatement op vraag van MO*. ‘Maar dat neemt niet weg dat alles wat de universiteit doet, waar ze in investeert en met wie ze samenwerkt, wel politiek is. Daarom willen wij een dialoog op de campus over wat de Boycot-, Desinvesterings- en Sanctie-campagne inhoudt. We zijn nu in gesprek met de rector (Herman Van Goethem, red.), maar hij heeft ons al laten dat hij niet zal terugkomen op de verklaring.’

‘Wij onderzoeken de maatschappij als wetenschappers, maar we staan ook in die maatschappij.’

Het is een kritiek die wel vaker klinkt: dat openlijke verklaringen van solidariteit de pluralistische waarden van een universiteit in het gedrang zouden brengen.

‘Ik denk dat we de verwarring moeten vermijden tussen ideologische standpunten en standpunten die overeenstemmen met waarden en normen waar we niet omheen kunnen’, zegt UGent-prof Bogaert. ‘Wij onderzoeken de maatschappij als wetenschappers, maar we staan ook in die maatschappij. Elk wetenschappelijk onderzoek is ook geïnformeerd en bevindt zich in een normen- en waardenkader.’

ULB-prof Salamanca wijst erop dat Belgische universiteiten in het verleden ook al standpunten innamen over andere thema’s: ‘Er was een campagne van verschillende universiteiten voor academici die bedreigd werden in Turkije. Iedereen vond dat toen heel normaal, omdat de Turkse president Erdoğan een persoon is waar je volgens de liberale Europese landen kritiek op mag hebben.’

‘Wij vragen nu hetzelfde’, besluit Salamanca. ‘We roepen niet op tot geweld. We vinden wel dat we onze stem moeten laten horen. Als je zoiets “ideologisch” noemt, is dat een excuus om het probleem te ontkennen. Wij willen dat onze universiteiten en de Europese Unie overal in de wereld mensenrechten verdedigen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift