Een kritische kijk op de sociale impact van palmolieteelt

T. R. Shankar Raman / Wikimedia (CC BY-SA 4.30)

Een stuk regenwoud, klaargemaakt voor een palmolieplantage

De palmolie-industrie presenteert zichzelf als succesverhaal in de strijd tegen de armoede op het platteland in tropische landen. Maar klopt dat wel ? Aksel Tømte, expert Zakelijk Recht en Mensenrechten aan de Universiteit van Oslo, nuanceert.

 

Het antwoord hangt van de onderzoeksmethode af en van de regio en van de methodologie die we toepassen. Een aantal case studies bevestigt dat boeren die onder gunstige voorwaarden overschakelen naar palmolie er economisch op vooruitgaan. Maar er zijn ook talrijke andere case studies die aantonen dat gemeenschappen die de overstap onder minder gunstige voorwaarden maken, er juist op achteruitgaan en de controle verliezen over hun gronden en inkomen.

Ontwikkeling is meer dan een hoger inkomen

Gemeenschappen die palmolie gaan telen, krijgen te maken met enorme veranderingen. Het verandert wie de controle heeft over de akkers en grondstoffen, en bijna alle andere aspecten van de lokale economie, inclusief hun voedsel, drinkwater, bouwmateriaal voor hun huisvesting, en hun uitgavenpatroon.

De meerderheid van de bevolking verloor de lapjes grond waar ze op teelden. De boeren en vissers moesten plots als arbeiders op de plantage werken om te overleven.

Neem bijvoorbeeld het dorp Sarapat in Centraal Kalimantan op Borneo. Vroeger teelden de bewoners rijst en groenten, dronken ze rivierwater, visten en baadden zich in de rivier, tapten rubber en vonden hout voor hun huizen in het omringende woud. In 2007 vestigde een palmoliebedrijf zich in het dorp. De lokale leiders verwierpen de plannen voor palmolieteelt, maar het bedrijf startte toch met het kappen van woud en het vernielen van akkers om plaats te maken voor de oliepalmen.

Door de aanleg van de plantage werd de rivier vervuild met kunstmest, pesticiden en afval en was het water niet langer schoon genoeg voor visserij, drinkwater of persoonlijke hygiëne. De meerderheid van de bevolking verloor de lapjes grond waar ze op teelden. De boeren en vissers moesten plots als arbeiders op de plantage werken om te overleven. De meesten onder hen moesten vanaf dan naar de markt om aan hun basisnoden te voldoen en waren niet meer zelfvoorzienend.

Het belang van de juiste methodologie

De contextstudie van Sarapat maakt duidelijk dat elke vergelijking van welzijnsniveau verder moet gaan dan puur het tellen van inkomen of het aantal gecreëerde banen.

Twee recente studies hebben een methodologie toegepast die inderdaad verschillende indicatoren in kaart brengt om de veranderingen in welzijnsniveau correct in te schatten. In een studie die binnenkort wordt gepubliceerd, vergeleek het Institute for Economic, Social and Cultural Rights de welvaart in twaalf dorpen op Sumatra, Sulawesi en Kalimantan. Het stelde vast dat de inkomens weliswaar gestegen waren in sommige dorpen die oliepalmen gingen telen, maar dat de toegang tot voeding, water en gezondheidsvoorzieningen beter was in dorpen die zich niet of niet voornamelijk op de palmolieteelt richtten.

Een groep van internationale academici kwam tot dezelfde bevindingen. Zij vergeleken de welzijnsniveaus in verscheidene dorpen op Kalimantan. De sociale impact was weliswaar positiever in andere gebieden, bijvoorbeeld in sommige delen van Sumatra.

In een opiniestuk in mei stelt Marcus Colchester van het Forest People Programme dat we ons niet moeten afvragen of palmolie tot ontwikkeling leidt, maar welke context tot de gunstigste ontwikkeling leidt.

Conflicten over grondbezit en onteigening

De veelvoorkomende corruptie in de sector is de oorzaak van vele conflicten.

Deze inzichten leiden tot de belangrijkste vraag. Met name hoe de negatieve impact zo klein mogelijk kan worden gehouden, met inbegrip van conflicten over grondbezit en onteigening. De palmolieteelt bestrijkt momenteel 14 miljoen hectare grond in Indonesië. De plantagebedrijven controleren de meeste van die gronden, wat op vele vlakken impact heeft en vaak tot spanningen leidt.

Het Consortium for Agrarian Reform (KPA) registreerde 1771 conflicten over grondbezit in Indonesië tussen 2014 en 2018, waarbij 41 mensen werden gedood, 546 personen aangevallen en 940 boeren en activisten gerechtelijk werden vervolgd voor criminele activiteiten. Palmolieplantages lagen aan de basis van de meeste van deze conflicten, veel meer dan andere industrietakken.

De veelvoorkomende corruptie in deze sector, die door de Anti-Corruption Commission is bevestigd, is de oorzaak van vele conflicten, samen met het gebrek aan transparantie over vergunningen voor palmolieteelt (de regering weigert gegevens vrij te geven over landgebruiksrechten), partijdige en onvoorspelbare rechtspraak, en gebrek aan inspraak van de lokale gemeenschap bij de aanleg en uitbreiding van plantages, zoals in Sarapat gebeurde.

Het World Agriculture Report ontkracht de mythe dat industriële landbouw efficiënter is dan kleine boerderijen.

Boeren kunnen hun akkers ook verliezen door marktgestuurde processen. Sommigen verkopen hun grond vrijwillig om schulden terg te betalen of onvoorziene uitgaven te dekken. Dat is al duidelijk aangetoond in onderzoeken, onder meer door Tania Murray Li van het Ecococ Institute.

Bescherming van de kleine boeren is belangrijk

Grootschalige ontwikkelingsprojecten zijn vaak gebaseerd op de veronderstelling dat grote landbouwbedrijven meer opbrengen dan kleine. Nochtans is dat niet het geval, blijkt duidelijk uit onderzoek. Het World Agriculture Report, opgesteld door meer dan vierhonderd wetenschappers uit diverse disciplines die vier jaar hebben samengewerkt, ontkracht de mythe dat industriële landbouw efficiënter is dan kleine boerderijen. De conclusie is juist integendeel dat kleinschalige landbouw beter scoort in economisch, sociaal en ecologisch opzicht.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Familieboerderijen produceren ongeveer 80 procent van het voedsel op aarde. In het belang van het boerenwelzijn, ecologische duurzaamheid en voedselzekerheid, zou elk beleid kleine boerderijen juist moeten aanmoedigen en hun pachtrechten veilig moeten stellen. In Indonesië impliceert dit bijvoorbeeld meer transparantie, doeltreffender rechtspraak en de vrijgave van gegevens over gebruiksrechten.

Het is ook van belang om het lokale grondbezit – door individuen of gemeenschappen – te erkennen, los van enige plannen voor de aanleg van plantages.

Ook zou het beleid meer inclusieve besluitvormingsprocessen moeten invoeren op lokaal niveau, zelfs als dat investeringen vertraagt. Zo krijgen de lokale gemeenschappen meer inspraak in de beslissing of er plantages komen en onder welke voorwaarden.

Bron: The Conversation

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift