Handhaving wapenembargo tegen China is overwinning voor Bush - analyse

Nieuws

Handhaving wapenembargo tegen China is overwinning voor Bush - analyse

Jim Lobe

24 maart 2005

De Europese leiders lijken voorlopig vast te houden aan het zestien jaar oude wapenembargo tegen China. Dat is een overwinning voor de Amerikaanse president George W. Bush, die de kwestie vorige maand hoog op de agenda had staan tijdens zijn bezoek aan Europa.

China zelf is mogelijk debet aan het Amerikaanse succes. Het land nam recent een wet aan die de basis kan vormen voor militair ingrijpen in Taiwan. In Taiwan wordt al jaren gesproken over mogelijke onafhankelijkheid van China. De Taiwanese president Chen Shui-bian staat bekend als voorstander van onafhankelijkheid. De Chinese wet gaf de Amerikaanse regering een krachtig argument tegen het opheffen van het embargo. Ook gaf het een politieke dekmantel aan Europese regeringen die geen confrontatie met de Amerikanen wilden over de kwestie.

Het Europese besluit past in een reeks acties waarmee geprobeerd wordt de groeiende spanning tussen China en Taiwan te verminderen, als onderdeel van een bredere strategie om het land militair ‘in bedwang’ te houden nu de Chinese economie en de invloed van het land in Azië snel groeien. Een van de andere acties was een gezamenlijke verklaring van Japan en Amerika, waarin ze een vreedzame Straat van Taiwan als een van hun ‘gemeenschappelijk strategische doelen’ noemden.

De Europese Unie, die zich in december had voorgenomen uiterlijk in juli van dit jaar het wapenembargo tegen China op te heffen, moet het uitstel nog formeel bekendmaken. De onderhandelingen met Washington over de voorwaarden die tot een eventuele opheffing kunnen leiden, zijn nog gaande. Maar vanuit verschillende Europese hoofdsteden klonken deze week geluiden dat de opheffing wordt uitgesteld, waarschijnlijk tot volgend jaar.

Het wapenembargo tegen China werd in 1989 ingesteld, nadat de Chinese regering een studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede in bloed smoorde. Peking kocht de afgelopen jaren vooral wapens van Rusland, en tot voor kort van Israël.

Duitsland en Frankrijk, de grootste voorstanders van het opheffing van het embargo, hebben geprobeerd Washington ervan te verzekeren dat ze niet van plan zijn de geavanceerde wapensystemen en dual-use uitrustingen (geschikt voor civiel en militair gebruik) te leveren die gebruikt kunnen worden voor een aanval op Taiwan of de Amerikaanse marinetroepen die ter verdediging bij het eiland gestationeerd kunnen worden.

Duitsland en Frankrijk benadrukken ook dat een einde van het embargo vooral bedoeld is om in algemene zin de commerciële band met China aan te halen. Peking heeft laten doorschemeren dat een opheffing van het embargo zou kunnen leiden tot een voorkeursbehandeling van grote Europese bedrijven, zoals vliegtuigbouwer Airbus.

De Duitse en Franse geruststellingen bleken echter niet genoeg voor de Amerikaanse regering, die twijfelt over de houding die ten opzichte van China moet worden aangenomen: als een strategische concurrent of een strategische partner. De eerste zorg van de regering, zeker gezien haar betrokkenheid in Irak en Afghanistan, is echter het voorkomen van een gewapend conflict in Taiwan. De regering-Bush handhaafde tot nu toe de lijn van de vorige Amerikaanse regeringen: ze erkent dat Taiwan deel is van één China en verwerpt elke unilaterale of militaire actie van beide zijden om de status van het eiland.

Bush heeft beloofd alles te doen wat nodig is om Taiwan te verdedigen bij een Chinese aanval, maar liet in het midden wanneer Amerika een interventie precies noodzakelijk vindt.

In december 2003 kondigde de Taiwanese president Chen Shui-bian een referendum aan over een nieuwe grondwet, wat door China werd dat opgevat als een stap richting onafhankelijkheid. Tijdens een bezoek van de Chinese prepier Wen Jiabao aan het Witte Huis, sprak Bush in harde bewoordingen zijn afkeuring uit over het plan. De Amerikaanse druk noopte Chen zijn plannen in de ijskast te zetten.

Vijftien maanden later lijkt het er echter op dat de Chinezen hun hand overspeeld hebben. Na de onverwachte herverkiezing van Chen in maart, kondigde Peking een wet aan die de afscheiding regio’s in het land verbiedt.

Hoewel de Democratische Progressieve Partij (DPP) van Chen in december de parlementsverkiezingen verloor van een coalitie die streeft naar nauwere betrekking met China, nam het Chinese Volkscongres 14 maart een afgezwakte versie van de wet aan. Hoge functionarissen in Peking ontkennen dat de wet de kans op militair ingrijpen dichterbij brengt, maar Washington noemde de Chinese actie ongelukkig.

Tegelijkertijd was de Chinese zet een steun in de rug voor Amerika, omdat het nu een sterker argument had tegen opheffing van het wapenembargo door de EU. Sommige Europese regeringen stonden al onder druk, in het bijzonder van mensenrechtengroeperingen, om het embargo te handhaven. Andere regeringen vonden de kwestie te weinig dringend om de relatie met Amerika daardoor verder te laten vertroebelen, juist nu Amerika steun heeft toegezegd voor de Europese diplomatieke onderhandelingen met Iran. (JS)