Hoe kleingeld voor grote veranderingen zorgt in Myanmar

Microkrediet is jarenlang bejubeld als wapen in de strijd tegen armoede, maar wordt steeds vaker bekritiseerd. In groeiland Myanmar blijven microkredietorganisaties echter niet stilstaan. MO* sprak drie vernieuwers die experimenteren met alternatieve diensten voor groepen die doorgaans uit de boot vallen.

© Stefanie Nijs

 

In Myanmar zijn microkredieten volop aan het boomen. Microfinancieringsinstellingen (MFI’s) schieten er als paddenstoelen uit de grond, vooral sinds de regering in 2012 een wettelijk kader voor de sector voorzag.

Voordien boden slechts een handvol ngo’s en de Birmese ontwikkelingsbank dergelijke leningen aan, wat maakt dat er nog heel wat werk aan de winkel is.

In Myanmar hebben 2,5 miljoen volwassen Birmezen nog steeds geen toegang tot financiële diensten zoals leningen of spaarrekeningen.

In het land dat 50 miljoen inwoners telt, hebben 2,5 miljoen volwassen Birmezen nog steeds geen toegang tot financiële diensten zoals leningen of spaarrekeningen, volgens het VN-kapitaalontwikkelingsfonds UNCDF.

Deze realiteit staat in schril contrast met de wolkenkrabbers en westers aandoende shopping centra van de rijkere wijken in Yangon.

Na jaren van militair protectionistisch bewind begon in 2010 geleidelijk een liberaliseringsproces, met de vrijlating van politiek activiste Aung San Suu Kyi als symbolisch keerpunt.

De macht werd gedeeltelijk overgedragen aan een civiele regering, waarna grote infrastructuurwerken en buitenlandse investeringen het land steeds meer transformeerden. Deze ommezwaai rendeert, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voorspelt dat de Birmese economie eind 2017 een van de sterkst groeiende ter wereld zal zijn.

Myanmar heeft echter nog een lange weg te gaan, het is een land in volle transitie, waar microkredieten kunnen helpen om ook de armste Birmezen mee te trekken in het groeiverhaal. Armoedegegevens zijn niet beschikbaar, maar het land heeft vooralsnog de laagste levensverwachting en de op een na hoogste kindersterfte in Zuidoost-Azië.

Onterecht opgehemeld?

Terwijl microkrediet aan een nieuw hoofdstuk begint in Myanmar, oogstte het systeem in de rest van de wereld zowel lof als kritiek. In 2006 kregen pioniers Muhammad Yunus en de Grameen Bank de Nobelprijs voor de Vrede, voor hun werk dat ‘sociale en economische ontwikkeling van onderuit mogelijk maakte.’

Recent onderzoek van onder anderen gerenommeerde economen Esther Duflo en Abhijit Banerjee nuanceert echter het imago van microkrediet als ultieme oplossing tegen armoede. De positieve impact op het gezinsinkomen is blijkbaar veel beperkter dan sommige succesverhalen suggereren.

‘Microkrediet lijkt weinig uit te halen tegen extreme armoede. Maar wie al een commerciële activiteit uitoefent en niet te arm is, kan er veel baat bij hebben.’

Faisal Kazi van BRAC Myanmar, een internationale ngo met roots in Bangladesh, erkent dat microkrediet niet de oplossing is voor de allerarmsten. Als economist en onderzoeker met een tiental jaar ervaring binnen BRAC International beseft hij als geen ander waar de limieten liggen.

‘Microkrediet lijkt weinig uit te halen tegen extreme armoede. Maar wie al een commerciële activiteit uitoefent en niet te arm is, kan er veel baat bij hebben.’

‘Als we de bevolking in vijf groepen verdelen, waarbij groep 1 het armst is en groep 5 economisch het meest actief, focust BRAC Microfinance op 2 en 3 voor haar microkredieten. Mensen uit segment 1 proberen we met een alternatief programma, het zogeheten graduation model, uit de extreme armoede te tillen, zodat ook zij na twee jaar leningen kunnen aangaan.’

Dat de traditionele microkredieten relatief weinig uithalen tegen extreme armoede, hoeft niet te betekenen dat de sector het daarbij laat, integendeel. Oude en nieuwe spelers blijven innovatieve projecten opzetten als antwoord op de tekortkomingen. Het opkomende Myanmar zou daar weleens de ideale voedingsbodem voor kunnen zijn.

© Stefanie Nijs

 

Hoge rentes voor kleine dagloners

Nieuwe marktsegmenten voor microkrediet aanspreken is precies waar Miranda Phua en Laurent Savaete van start-up Zigway op uit zijn. Met hun mobiele leenapplicatie richten ze zich tot gezinnen met een laag inkomen in de voorsteden van Yangon.

‘Wanneer dagloners niet kunnen werken, door ziekte bijvoorbeeld, zijn ze genoodzaakt geld te lenen bij leningverstrekkers die rentes van 60 procent vragen om de dag door te komen’

‘In de bouwsector in de steden werken vooral dagloners. Wanneer ze niet kunnen werken, door ziekte bijvoorbeeld, zijn ze genoodzaakt geld te lenen om de dag door te komen.

Op dit moment kunnen ze enkel terecht bij lokale leningverstrekkers die soms rentes van 60 procent of meer per maand vragen,’ zegt Miranda Phua.

Waarom kloppen die dagloners niet aan bij reguliere MFI’s, waar de interesten wettelijk begrensd zijn op 30 procent per jaar, of 2,5 procent per maand?

‘Traditionele organisaties verstrekken doorgaans leningen vanaf 150.000 kyat (ongeveer 105 euro), wat te veel is voor een dag. Maar kleinere bedragen lenen is gewoon niet rendabel, aangezien MFI’s de leners persoonlijk moeten opzoeken. De transport- en loonkosten per lening zouden te hoog oplopen, en kunnen niet gedekt worden aan een rente van 30 procent’, vertelt Phua.

Microlening goedkoper via app

Mobile money-technologie zou een antwoord kunnen bieden voor het kostenprobleem waar veel MFI’s mee kampen. Gsm’s, en dan vooral smartphones, zijn wijdverspreid in Myanmar, zelfs bij de armsten. ‘Onze mobiele leenapplicatie zou het hele proces vereenvoudigen en de werkingskosten drastisch verlagen’, aldus Phua.

‘Via de app zijn “nanoleningen” wel mogelijk, kleine leningen vanaf ongeveer 14 euro kunnen aangevraagd en goedgekeurd worden in een paar minuten’

‘De kredietwaardigheid van kandidaat-leners kan vlot beoordeeld worden dankzij algoritmes die hun gedrag analyseren. Dankzij gps-gegevens over dagelijkse verplaatsingen kunnen we nagaan of die persoon elke dag gaat werken, bijvoorbeeld.

Bedragen uitlenen en terugbetalingen innen kan eveneens via de app. Dat maakt ‘nanoleningen’ wel mogelijk. Kleine leningen vanaf 20.000 kyat (ongeveer 14 euro) kunnen aangevraagd en goedgekeurd worden in een paar minuten. De terugbetaling stemmen we af op de mogelijkheden van de lener.’

Als winstgerichte sociale onderneming werkt Zigway samen met zowel mobiele betalingsdiensten als bestaande MFI’s.

‘Partnerschappen met microkredietverstrekkers zorgen meteen voor een uitgebreid klantenbestand. Wij op onze beurt helpen dan weer het bereik van de organisaties te vergroten en de werkingskosten te drukken. Het idee is dat de MFI’s ons in ruil daarvoor een percentage van hun winst afstaan’, legt Phua uit.

© Stefanie Nijs

 

Microkrediet in elke uithoek van het land

Ook BRAC gelooft in vernieuwende microkrediettechnologie. ‘Denk bijvoorbeeld aan een inwoner van een afgelegen dorp. Het is na 8 uur ‘s avonds als hij plots onwel wordt en naar het ziekenhuis moet, maar daarvoor heeft hij de middelen niet. Hoe moet hij aan dat geld geraken?

‘Denk bijvoorbeeld aan een inwoner van een afgelegen dorp. die na 8 uur ‘s avonds plots onwel wordt en naar het ziekenhuis moet. Hoe geraakt hij aan het geld?’

Mobiele technologie biedt een oplossing. Naast een mogelijke samenwerking met start-ups zoals Zigway, zijn we bereid om ook zelf in dergelijke innovaties te investeren’, zegt Faisal Kazi.

Het klinkt veelbelovend, maar de app moet haar beloftes nog waarmaken.

Zigway is de technologie volop aan het testen ter voorbereiding van een grootschalige lancering in de komende maanden.

Phua en Savaete hopen binnenkort aan te tonen hoe deze innovatie een verschil kan betekenen.

In de heuvels van de Shan-provincie sorteert boer Tha Bie zijn bonenoogst. Het was een goed jaar. Dankzij de lokale dorpsbank kon Tha 150.000 kyat (ongeveer 105 euro) lenen om te investeren in ‘chemisch medicijn’ voor zijn gewassen. ‘Het ziet ernaar uit dat we een grotere opbrengst zullen hebben’, zegt Kha, zijn vrouw.

Tha woont in Paung Daw, een dorp nabij Inle Lake dat behoort tot de Pa’O-minderheid. Hier draait een andere alternatieve microkredietorganisatie op volle toeren.

Geen externe speler deze keer, wel een plaatselijke dorpsbank. De inwoners bezitten en beheren de bank via een verkozen comité, bestaande uit drie mannen en vier vrouwen.

Dat is het werk van Shanta Foundation, een Amerikaanse liefdadigheidsorganisatie. Medewerkers van Shanta adviseerden de dorpelingen tijdens de oprichting van de Paung Daw Bank in 2013, zodat ze zelfstandig konden stemmen over rentevoeten en andere leenvoorwaarden.

Lokale bank, sterke bank

De stichting zorgde voor de eerste fondsen, maar niet zonder de inwoners te betrekken. Voor iedere 100 dollar die Paung Daw inlegde, doneerde Shanta nog eens 1000 dollar.

‘Tegen het einde van de samenwerking beheren de dorpelingen de bank volledig en beslissen ze zelf waar de opbrengsten van de bank naartoe gaan’

Nu draait de bank volledig op eigen kracht. Transportkosten zijn hier uiteraard niet van toepassing, waardoor de rente laag blijft, tussen 2 en 4 procent om de zes maanden.

‘We werken samen met dergelijke Pa’O-dorpen voor een periode van zes jaar, waarin we de bank oprichten en het dorp verschillende opleidingen aanbieden’, zegt Zachary Ray, Technical Advisor bij Shanta in Myanmar.

‘De eerste twee jaar coachen we intensief. Tegen het einde van de samenwerking beheren de dorpelingen de bank volledig en beslissen ze zelf waar de opbrengsten van de bank naartoe gaan. Optioneel blijven we de bankactiviteiten nadien gratis controleren, een aanbod waar de meeste dorpen inderdaad op ingaan.’

Van boer tot bankmanager

Boer en bankmanager Oo Thein presenteert trots zijn handgeschreven grafiek die de winst doorheen de jaren keurig weergeeft. ‘Een deel van de winst wordt geherinvesteerd in de bank, een ander percentage gaat naar de lokale basisschool. Vorig jaar werd een recordbedrag van 1.346.000 kyat (ongeveer 930 euro) gebruikt om schoolgerief te kopen en leraars te betalen.’

‘Hoewel we de eerste bankfondsen zelf doneren, zijn de dorpelingen vanaf het begin bij alle investeringen en beslissingen betrokken’

‘Hoewel we de eerste bankfondsen zelf doneren, zijn de dorpelingen vanaf het begin bij alle investeringen en beslissingen betrokken. Ze beschouwen de bank en de school terecht als hun eigen projecten, waardoor ze zich blijvend inzetten, ook nadat Shanta vertrekt’, verklaart Ray.

Deze dorpsbank is een schoolvoorbeeld van gemeenschapsempowerment, maar Shanta heeft wel een heel bijzondere gemeenschap uitgekozen voor haar projecten.

‘De Pa’O staan inderdaad bekend als uitgesproken eerlijk en nauwgezet. We hebben dit model nog niet uitgetest buiten de Pa’O-gemeenschap, maar het is ons doel het over heel Myanmar uit te dragen. Voorlopig hebben we daarvoor helaas te weinig fondsen.’

De lokale gemeenschap betrekken bij microfinanciering is op zich geen nieuw concept. BRAC organiseert, net als Grameen Bank, groepsvergaderingen in de dorpen om haar microkredieten te verspreiden.

© Stefanie Nijs

 

‘We verwelkomen elke variant op microkredietverlening. Niettemin blijft de vraag of een dergelijk project ook op grote schaal kan werken. Zal het ook op langere termijn standhouden? We hopen in ieder geval van wel’, aldus Faisal Kazi.

Impact investering, nieuwe versie

Bepaalde MFI’s worden niet gefinancierd door donaties of ontwikkelingsbanken, maar werken via private investeringen, de zogenaamde impact investering. Critici van dat systeem -waaronder economen Milford Bateman en Ha-Joon Chang- waarschuwen voor een herleiding van microfinanciering tot een louter winstgerichte activiteit.

Vaak leidt dat tot hogere interesten en agressieve inningspraktijken, om de beloofde aantrekkelijke dividenden te kunnen waarborgen.

‘Impact investeringsbedrijven moeten dezelfde missie uitdragen, namelijk armoede bestrijden’

‘We geloven in een diverse microfinancieringsmarkt waar verschillende benaderingen elkaar aanvullen’, zegt Kazi.

‘We moeten voorzichtig zijn, het is essentieel dat impact investeringsbedrijven dezelfde missie uitdragen, namelijk armoede bestrijden, en dat ze over voldoende passief kapitaal beschikken. Snel winst maken is immers niet gemakkelijk in deze sector.’

De impact investeringsprojecten van Brian Powell lijken in ieder geval in lijn met die missie. Naast de meer traditionele start-up Impact First Peer-to-Peer bedacht hij een nieuw model, waarbij hij investeringsopbrengsten en armoedebestrijding tracht te verzoenen.

Schuldspiraal

‘Om te vermijden dat boeren in een negatieve schuldenspiraal terechtkomen, zoek ik uit hoe microleningen aangevuld kunnen worden met ondersteunende diensten. Als de oogst niet genoeg opbrengt om de lening terug te betalen, kunnen boeren gewoon de diensten stopzetten zonder meteen in schuld te staan. De aansprakelijkheid blijft enkel bij de organisatie.’

Op dit moment werkt Powell een service uit om gewassen te drogen, de lancering is voorzien in juni 2017. ‘Voor de meeste rijstboeren is het niet abnormaal om een deel van de oogst op voorhand te verkopen om zaad en meststoffen te kunnen aanschaffen. Dat deel verkopen ze 40 procent goedkoper dan de geschatte oogstprijs,’ verklaart hij.

‘Microkrediet met voordelige rente geeft boeren de mogelijkheid om te investeren in de volgende oogst zonder verlies te maken op voorverkoop’

‘Microkrediet met voordelige rente geeft hen al de mogelijkheid om te investeren in de volgende oogst zonder verlies te maken op voorverkoop.

Als ze daarna ook nog eens toegang krijgen tot grootschalige gewasdrogers, stijgt de waarde van hun oogst, want droge rijst is meer waard dan natte. Op die manier beperkt het systeem niet alleen hun schulden, maar zorgt het er zelfs voor dat ze winst kunnen maken.’

Het model voorziet samenwerkingsverbanden tussen Powell en een lokale partner per droogdienst.

‘Volgens het plan zouden de opbrengsten verdeeld worden in 50 procent voor de partner, 25 procent voor de investeerder en 25 procent voor mijn bedrijf. Elke joint venture zou ongeveer 10.000 dollar per jaar moeten opleveren, kosten inbegrepen.

Na aftrek van belastingen, wisselkoersverlies en banktransactiekosten zou iedere investeerder 1250 dollar per jaar terugkrijgen, op een investering van 6500. Natuurlijk is dit niet de meest zekere beleggingsvorm, maar een mogelijk dividend van 19 procent lijkt me het risico waard.’

© Stefanie Nijs

 

Beleidsbeperkingen

In eerste instantie probeerde Brian Powell een model uit te werken om landbouwuitrusting te lenen aan Birmese boeren. Hij stuitte echter meteen op een wettelijk obstakel: buitenlandse ondernemingen mogen geen kleinhandel bedrijven.

‘Rentes op buitenlandse leningen zijn begrensd door Myanmar, wat financiële steun door buitenlandse banken onnodig moeilijk en traag maakt’

En dat is niet de enige restrictie die Myanmar oplegt aan MFI’s, zelfs na de aangepaste wetgevingen van vorig jaar.

Hoewel Faisal Kazi positieve ervaringen heeft met de beleidsmakers, bekritiseert hij de wettelijke beperkingen om leningen te krijgen uit het buitenland.

‘Een panel van MFI’s heeft de Birmese regering geadviseerd over de wetsaanpassingen, waarbij het grootste deel van de suggesties werd overgenomen.

Een cruciaal probleem blijft nog steeds financiering, rentes op buitenlandse leningen zijn begrensd door Myanmar, wat financiële steun door buitenlandse banken onnodig moeilijk en traag maakt.’

Voormalige International Finance Corporation-medewerkers, Julie Earne en Marisa DeAngelis hebben vergelijkbare bemerkingen. Ook zij benadrukken de noodzaak van een solide wetgeving die onder meer verschillende financieringsvormen mogelijk maakt en tools voorziet om de fluctuerende wisselkoersen te omzeilen.

© Stefanie Nijs

 

Wonderen bestaan niet

Hoezeer ze ook in hun doel geloven, beseffen microfinancieringsorganisaties dat hun effect relatief is.

‘Ondersteund door bijkomende diensten met een meerwaarde voor de lener, kunnen microkredieten het tij doen keren en boeren een hoger inkomen bezorgen’

‘Ja, microkredieten zijn nuttig, in de zin dat ze beter zijn dan de huidige alternatieven’, schrijft Brian Powell in een e-mail.

‘Toch kunnen ze een neerwaartse spiraal meestal niet stoppen, enkel vertragen. Wanneer daarnaast ondersteunende diensten aangeboden worden, die een meerwaarde betekenen voor de lener, kunnen microkredieten het tij doen keren en boeren meer inkomen bezorgen.’

Faisal Kazi beaamt dat niet elke microlening tot een succesverhaal leidt.

‘En dat is oké. Niet iedereen kan de nieuwe Bill Gates worden. Toegang tot financiële diensten en een trap hoger op de economische ladder: als we dat kunnen bieden, hebben we een verschil gemaakt.’

Dit artikel kwam tot stand dankzij de steun van The Caravan’s Journal

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift