Dossier: 

Duurzame mode: de revolutie komt op gang

Dag op dag twee jaar geleden stortte in Bangladesh de Rana Plaza-fabriek in. Het dodental liep op tot 1138 personen, een cijfer dat niemand onberoerd laat – al zeker de mondiale modeliefhebber niet. Vandaag loopt ook de tweede internationale campagne van Fashion Revolution af. Dergelijke acties zetten vooral in op het mobiliseren van consumenten. Maar zijn zij wel aan zet?

Gert Vandermosten (CC BY 2.0)

Katrien Van Hecke legt het productieproces van haar designkledij uit op Fashion Flows. ‘Ondanks het feit dat ik modeontwerpster ben, zie ik kledij niet als basisbehoefte.’

Fashion Revolution, een internationale campagne die kledingmerken wil bereiken met foto’s van bezorgde consumenten op de sociale media, kampt met financiële problemen. ‘Vanuit Londen heeft de organisatie via crowdfunding 75.000 pond proberen ophalen’, zegt Evelien Bossuyt, die als vrijwilliger de Belgische afdeling coördineert. ‘Het eindresultaat van de actie was mager: slechts 2000 euro werd effectief geronseld. Door het tekort aan fondsen kunnen we onze naambekendheid niet vergroten.’

Nochtans lijkt er wel iets op til te zijn. Vorig jaar heeft de hashtag #FashRev ondanks de financiële moeilijkheden een internationale twitterstorm veroorzaakt op 24 april, en dat zal dit jaar niet anders zijn.

‘Sinds het instorten van Rana Plaza is niets structureel veranderd, maar het besef is gegroeid en dat creëert ruimte voor pioniers’, zegt Inez Louwagie van de Dienst Noord-Zuid van Stad Gent, de drijfveer achter het allereerste Fair Fashion Fest in ons land.

De Gentse editie van het modefestival mikte oorspronkelijk op 300 bezoekers maar kreeg er 2000 over de vloer. MOOI, de Antwerpse tegenhanger die plaatsvindt op 23 mei, zal maximaal 800 inschrijvingen toelaten. Afgaande op het overdonderend succes van Gent, is de kans reëel dat hoofdorganisator 11.11.11 een wachtlijst zal moeten aanleggen.

Dat was vorige maand alleszins het geval bij het netwerkevent van Fashion Flows, een innovatief project waarvoor het Antwerpse Stadslab2050 de krachten bundelde met Flanders Fashion Instituut (FFI) en Plan C.

Van Fair Trade naar Fair Fashion (hoofd)stad

© Kathleen Kuypers

Antwerps schepen voor Leefmilieu Nabilla Ait Daoud: ‘Onze stad geeft altijd het goede voorbeeld.’

Fair Trade Gemeenten Gent en Antwerpen willen klimaatneutraal worden tegen 2050. Hiervoor zetten ze onder andere in op textiel en daar hebben ze elk hun redenen voor.

‘Gent is een textielstad met een rijk verleden’, zegt Tine Heyse, Gents schepen van Milieu, Klimaat, Energie en Noord-Zuid. ‘Maar de omstandigheden waarin textielarbeiders aan de slag gingen, waren niet altijd de beste. Daarom is het voor onze stad belangrijk om binnen het verhaal van eerlijke handel, waarin Gent voor België een pioniersrol vervuld heeft, ook in te zetten op eerlijke mode.’

Ook Antwerpen ziet zichzelf als ideaal klankbord voor het streven naar een duurzame kledijketen. ‘Antwerpen is de modestad bij uitstek’, vindt Antwerps schepen van Leefmilieu Nabilla Ait Daoud. ‘Ik geloof dat je als designstad het goede voorbeeld moet geven.’

© Dorien Schelfhout

‘Gent was de eerste Fair Trade Gemeente in België en wil ook, eens de term gelanceerd wordt, “Fair Trade Capital of Europe” worden gekroond’, aldus schepen Tine Heyse.

‘Vooral in dat design-aspect verschilt Antwerpen van Gent’, vindt Gert Vandermosten van Stadslab2050. ‘Antwerpen legt de nadruk op creativiteit, terwijl het Gentse verleden geënt is op technologie en productie.’

‘Antwerpen wil creatieve uitwisseling stimuleren, maar de stad kan het niet alleen.’

Antwerpen ging dan ook op zoek naar creatieve breinen om in hun stadslab projecten op te zetten rond circulaire mode, kledij die “van wieg tot wieg” duurzaam is. De stad wil impulsen geven, maar de projecten zelf komen van onderuit. ‘Het is een transitieproces’, zegt Filip Lenders, Antwerps coördinator voor Energie en Milieu. ‘De mensen moeten weten waarom’, vult Ait Daoud aan. ‘Onze boodschap is dat iedereen zijn steentje moet bijdragen.’

Ook Gent legt de nadruk op ondersteuning en bewustmaking. Beide steden bulken van de ambitie. Gent wil zichzelf binnenkort zelfs kronen tot “Fair Trade Capital of Europe”, hoewel die titel tot nog toe niet bestaat. ‘Maar de eerste en de beste zijn is niet het belangrijkste’, relativeert Heyse. ‘Anderen stimuleren is dat wel.’ Zo ontstaat volgens de schepen een gezonde concurrentie tussen steden op vlak van fair trade en fair fashion. ‘Dat kan het aanbod enkel ten goede komen.’

‘Er zijn veel ondernemers die wel iets willen doen, maar niet weten waar te beginnen’, aldus Heyse. ‘Hen willen we een platform geven. Stad Gent wil de bedrijven ondersteunen en tegelijk de consumenten informeren. Door het belang aan te tonen van eerlijke kledij, spelen we ook in op de vraag.’

De macht van onderuit

© Niels Oskam

‘Bedrijven zullen reageren als de consument van zich laat horen.’

Niels Oskam is alvast overtuigd dat de vraag groot genoeg is voor een moderevolutie van onderuit. Zijn vzw Rank A Brand is zes jaar geleden ontstaan vanuit de idee dat consumenten zelf hun favoriete merken kunnen onderzoeken en beoordelen op duurzaamheid. ‘Daar maken wij dan een ranglijst van’, legt Oskam uit. ‘Zo kan je als consument de slechtste bedrijven links laten liggen en de beste belonen met een aankoop. Klant is koning, dat is mijn filosofie. Wij kiezen met onze portemonnee.’

‘We kunnen niet wachten op consumenten’, vindt Sara Ceustermans van de Schone Klerencampagne (SKC). ‘Als consumenten niet mee zijn, kunnen we nog jaren wachten. De beweging moet ook vanuit kledingbedrijven zelf komen. Mijn probleem met evenementen zoals Fair Fashion Fest en Fashion Flows is dat het heel hard in een niche blijft. Er wordt te veel gefocust op de alternatieve consument, terwijl het aan de bedrijven is om hun verantwoordelijkheid te nemen.’

‘Initiatieven zoals Fair Fashion Fest zijn fantastisch, maar ik stoor mij aan het idee dat de consument het verschil moet maken’, zegt David Verstockt van FOS. ‘Bedrijven worden aanzien als heiligen. Omdat ze zo veel tewerkstelling bieden, kan de internationale gemeenschap er niet mee omgaan. Verandering is mogelijk, maar moet vanuit een wetgevend, regulerend kader vertrekken.’

© Schone Klerencampagne

‘Bedrijven worden aanzien als heiligen’, hekelt David Verstockt van FOS. ‘Als een grote keten zoals Benetton stort in het Rana Plaza-fonds, eindigt hun verantwoordelijkheid dan daar?’

‘Sociale bescherming heeft alles te maken met vakbondswerk’, vindt Verstockt. ‘Vakbonden maken overheden attent om op te treden tegen schendingen van arbeidsrechten. Veel bedrijven zijn zich hiervan bewust. Daarom is er een heel anti-syndicaal klimaat in de landen waar textielbedrijven de lakens uitdelen.’

‘Gelijke rechten in de textielsector begint bij de vakbonden.’

‘Vakbonden zorgen ervoor dat het wetgevend kader nageleefd wordt’, legt Filip Misplon van het ABVV uit. ‘Maar inspecties zijn niet overal even evident. We moeten er alles aan doen om onze vakbondsvrijheid ook elders te realiseren.’

‘Als vakbond proberen we bij te dragen aan een verantwoorde economie en streven we naar respect voor de rechten opgenomen in de basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie’, zegt Ann Agon van BBTK. ‘Wij zetten de problematiek op de agenda.’

Bart Holvoet van Wereldsolidariteit is het deels eens met die stelling. ‘Vakorganisaties vormen de sleutel: zij moeten een grote rol spelen in de strijd voor meer gelijke rechten.’ Toch schat hij de invloed van consumenten hoog in. ‘Als je kijkt naar alle ontvoogdingsstrijden, zijn het altijd de mensen zelf. Wij als consument hebben een grote macht in handen.’

‘Het is het verhaal van de kip of het ei’, vindt Jasmien Wynants van FFI. ‘Wie moet de eerste stap dan zetten? Ik kan geen eenduidig antwoord geven op die vraag, maar weet wel dat initiatieven zoals Fashion Flows de moderevolutie goed doen.’

Wegwerpkledij

© Fille Roelandts Photography

Jasmien Wynants (rechts) van FFI in gesprek met modeontwerpster en academicus Dilys Williams.

‘Mode is trendgebonden’, weet Wynants vanuit haar expertise bij het modeinstituut. ‘Als mensen iets kopen, is dat vaak geen investering op lange termijn. Sensibilisering vind ik een vies woord, maar dat is wel hetgene dat nodig is.’

Belgische modeketen JBC sloot zich begin deze maand aan bij Fair Wear Foundation, maar weet evenmin hoe het de mentaliteit van hun klanten moet inschatten. ‘Wij hebben niet echt de indruk dat het de consument veel doet of wij nu aansluiten bij de stichting of niet’, zegt Griet Cattaert. ‘De beslissing is genomen uit de overtuiging van het bedrijf zelf.’

Cattaert is sinds vorig jaar aan de slag als Corporate Social Responsability-manager van de modeketen. Haar job werd gecreëerd in de nasleep van Rana Plaza. Bij H&M, dat niet aangesloten is bij Fair Wear Foundation, is er zelfs wereldwijd een heel team van meer dan 150 mensen aan de slag rond de thematiek, vertelt duurzaamheidsmanager Anna Gedda ons.

‘Of een communicatieoefening na verloop van tijd structurele verandering kan teweegbrengen, blijft maar de vraag.’

‘Voor veel merken is het duidelijk geworden na de ramp in Bangladesh dat ze iets moeten doen aan hun communicatie’, legt Inez Louwagie uit. ‘Daardoor zien we momenteel veel positieve initiatieven. Of zo’n communicatieoefening na verloop van tijd werkelijk iets kan veranderen, blijft maar de vraag. Alleen als klanten de merken na verloop van tijd ter verantwoording roepen en blijven vragen wat de veranderingen concreet opleveren, kan het wat teweegbrengen. Maar het blijft moeilijk, want alles hangt af van de perceptie van de mensen. Wanneer een merk zegt dat het aandacht besteedt aan de problematiek, zal men dat snel geloven. Bovendien is hun kledij vaak goedkoper dan hetgeen de fair trade-winkels aanbieden. Dan twijfelt haast niemand meer.’

De visie van modeontwerpster Katrien Van Hecke sluit aan bij de bezorgdheid van Wynants, Cattaert en Louwagie. Van Hecke staat bekend omwille van haar baanbrekende manier van werken. Ze heeft een eigen atelier waar ze duurzame materialen op ambachtelijk wijze inkleurt met natuurlijke pigmenten. Haar collectie is dus beperkt, maar bevat enkel unieke stukken . ‘Mijn stukken zijn creaties om lange tijd te koesteren, niet om snel weg te moffelen. Als mensen dat alternatief noemen, vind ik dat een compliment.’

© Sarah Vandoorne

Van Hecke heeft een eigen atelier waar ze duurzame materialen op ambachtelijk wijze inkleurt met natuurlijke pigmenten. ‘Mijn kledij is niet voor iedereen, mijn boodschap is dat wel.’

‘Consumeren is per definitie niet duurzaam’, meent Van Hecke. ‘Ondanks het feit dat ik modeontwerpster ben, zie ik kledij niet als basisbehoefte. Maar er zijn zo veel mensen die elk weekend nieuwe kledij kopen. Zolang je stilstaat bij waar het gemaakt is en onder welke omstandigheden, is er wat mij betreft geen probleem met goedkope kledij. Maar je moet je die vragen stellen vooraleer je een stuk aanschaft. We vergeten al te vaak dat wat we dragen, ook door mensen gemaakt is.’

Duurzaam textiel: een mythe?

Van Hecke bewijst dat de productie van duurzame kledij mogelijk is. ‘Eigenlijk is het niet zo moeilijk om duurzaam materiaal te vinden’, zegt de modeontwerpster. ‘Mijn startpunt is ook nooit geweest dat het duurzaam “moest” zijn. Vanuit mijn eigen ethiek ben ik beginnen zoeken. Daarbij heb ik nooit problemen ondervonden.’

‘Mijn kledij is niet voor iedereen, maar mijn boodschap is dat wel’, aldus Van Hecke. Aan haar design hangt een serieus prijskaartje. De vraag of duurzaam textiel, waarbij elke schakel van de keten eerlijk verloopt, echt mogelijk is op grote en betaalbare schaal, blijft niettemin een heet hangijzer. ‘Het is mogelijk,’ vindt Wynants, ‘maar het is zeker niet evident en het zal er zeker niet op de korte termijn komen.’

© Sarah Vandoorne

‘Consumeren is per definitie niet duurzaam’, vertelt Van Hecke aan MO* tijdens een bezoek aan haar atelier. ‘Grote ketens die aan de lopende band produceren, kunnen dus ook niet duurzaam zijn.’

‘Textiel begint bij een klein katoenpluisje dat vervolgens de wereld rondtrekt’, zegt Louwagie. ‘Aan het einde van de rit is het heel erg moeilijk te achterhalen welke stappen al dan niet eerlijk zijn gebeurd.’

‘Labels zoals Max Havelaar zetten ons op de goede weg’, zegt professor Duurzame Ontwikkeling aan de UGent Bernard Mazijn. ‘Het kan dus wel, maar er zit meer achter de problematiek. Het feit dat het goedkoop moet zijn, bijvoorbeeld.’

‘Merken die beweren dat ze duurzaam zijn, maar niet over de hele keten hun verantwoordelijkheid nemen, zijn volgens internationale standaarden medeplichtig aan rampen zoals Rana Plaza.’

‘Op zich hoeft eerlijke kledij niet duur te zijn’, zegt SKC-coördinator Ceustermans. ‘Zelfs als het loon van textielarbeiders verdubbelt, zal je dat niet merken in de winkel. De bedrijven zijn aan zet.’

‘Als we spreken over duurzame kledij, dan moeten we in de eerste plaats kijken naar diegenen die het bij ons op de markt brengen’, zegt ook Mazijn. ‘Wanneer zij het over duurzaamheid hebben, kijken ze in de eerste plaats naar hun eigen operaties. Maar de internationale standaarden eisen van hen om die duurzaamheid met “gepaste zorgvuldigheid” door te voeren in de volledige keten. Daar wordt heel hard op gehamerd: als bedrijven hun verantwoordelijkheid niet nemen, worden ze medeplichtig geacht aan wat er elders in de keten gebeurt, rampen inbegrepen.’

‘Een volgehouden inspanning, dat hebben we nodig’, vindt Mazijn. ‘Als je dat niet hebt, waar zouden de merken dan van wakker liggen? Bij de overheid is er geen interesse: projecten zoals geloofwaardige labels, die concrete informatie moeten bieden aan de consument, zijn nooit doorgevoerd. De consument heeft op zijn beurt een grote koopkracht, maar koopt vaak niet duurzaam. En hoe lang is Rana Plaza uiteindelijk in het nieuws gebleven?’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist met focus op eerlijke mode

    Sarah Vandoorne is freelance journalist, hispanoloog, Latijns-Amerika aficionada en – voor zover die term steek houdt – een rasechte Belgisch Britse Bengalees.

randomness