Over 200 jaar heeft Schotland zijn bossen terug

Verwildering als natuurbehoud: ‘“Rewilding” is de natuur een handje helpen zichzelf te beheren’

© Kieran Dodds

Lokale scholieren planten bomen op de Corehead-boerderij, een landgoed aangekocht door The Border Forest Trust.

Al enkele decennia experimenteert Schotland met grootschalige verwilderingsprojecten. Door “rewilding” of 'opnieuw verwilderen' worden enorme landgoederen daarbij teruggegeven aan de natuur. Het moet een cruciaal thema worden op de klimaattop die eind november in het Schotse Glasgow doorgaat. ‘Niets doen en alleen observeren, dat is het dapperste om te doen bij natuurbehoud.’

‘Om het landschap te herstellen, moeten we “kathedraaldenken” en ver in de toekomst durven kijken’, zegt Thomas Macdonell terwijl hij omhoog kijkt naar de oude dennen in Glen Feshie, Schotland. Hier werkt hij al twee decennia als directeur Natuurbehoud en Bosbouw. Onder leiding van drie verschillende landeigenaren vormde de voormalige ingenieur de vallei om tot dé locatie voor herbebossing in Schotland.

Maar er is nog een lange weg te gaan. ‘Wat we nu doen, reikt verder dan mijn leven of dat van de eigenaar van dit landgoed’, zegt hij. ‘Om mensen een andere blik te bieden, heb ik een tweehonderdjarenplan voor het landgoed bedacht.’ Die enorme tijdspanne biedt een drastische herinterpretatie van het Schotse landschap. Het vormt een kader voor MacDonells dagelijks werk, maar beïnvloedt ook de huidige politieke ambitie in het Verenigd Koninkrijk.

In november zullen wereldleiders in het nabijgelegen Glasgow samenkomen voor de belangrijke COP26-klimaattop. Na het isolement van de pandemie zal het een cruciale kans zijn voor beleidsmakers, regeringsleiders en milieuactivisten om aan te dringen op verandering, maar ook om oplossingen en successen op grote schaal te benadrukken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Beschermen én herstellen

De Scottish Rewilding Alliance (SRA) roept de Schotse regering op om voorafgaand aan de top de eerste rewilding-natie ter wereld te worden, waar ecosysteembeheer een belangrijke overweging in het beleid wordt. Dit bouwt voort op de belofte van de Schotse regering om de beschermde oppervlakte tegen 2030 te verhogen van 22,7% naar 30%. De SRA roept om die oppervlakte niet alleen te beschermen, maar ook actief te herstellen.

Verwilderingsinspanningen gaan van herintroductie van uitgestorven dieren tot het zaaien van wilde bloemen op rotondes in de stad.

Een echte definitie is er niet voor rewilding of 'opnieuw verwilderen', maar het begrip trok een beweging aan die even divers is als de leefgebieden die de aanhangers hopen te herstellen.

De verscheidenheid aan verwilderingsinspanningen in Groot-Brittannië varieert van de herintroductie van uitgestorven dieren zoals lynxen, bevers of wolven tot het zaaien van wilde bloemen op rotondes in de stad. Ze hebben allemaal één ding gemeen: de stilzwijgende afspraak dat het land wilder moet worden.

Groot-Brittannië heeft de laagste bosbedekking van alle landen in Europa: slechts 13%. Dat is veel minder dan de hélft van het Europese gemiddelde van 38%. Ook dat percentage steeg de laatste 25 jaar nauwelijks.

In Schotland, de noordelijkste van de vier naties in het Verenigd Koninkrijk, is die bosbedekking wel sterk gegroeid: van 5% tot 19% in de afgelopen 100 jaar.

Een groot deel van het bos bestaat uit commerciële plantages. Die dragen 1,1 miljard euro bij aan de nationale economie, maar zijn minder biodivers. Slechts een vijfde van het bos in Schotland is inheems bos.

Ontvolkt Schotse landschap

‘We verloren de meeste grotere roofdieren in Schotland, en ook een groot deel van de hoefdieren’, zegt Andrew Kitchener, hoofdconservator gewervelde dieren van het National Museum of Scotland. ‘Vroeger hadden we elanden, de oeros, de bruine beer, de wolf en de lynx. We zouden al deze soorten kunnen herstellen, want er is genoeg ruimte. Maar dan moet hun leefgebied hersteld worden, omdat er nu niet genoeg habitat is voor deze soorten.’

© Kieran Dodds

Andrew Kitchener, hoofdconservator gewervelde dieren van het National Museum of Scotland, in de museumarchieven van Granton met opgezette herten.

In Schotland passen de verwilderingsuitdagingen in een complexe politieke en sociale geschiedenis. Maar discussies over biodiversiteit hebben vaak de neiging te draaien om het beheer van twee soorten in het bijzonder: schapen en edelherten.

Tot het jaar 2000 was Glen Feshie hét jachtlandgoed van de Schotse Hooglanden. Het was in 1790 aangekocht door de rederij van York, op zoek naar Schotse dennenbomen om hout te leveren voor de bouw van handelsschepen.

Landeers visie op ‘wildernis’ is niet echt: de afgebeelde wildernis is immers grotendeels door mensen gemaakt.

Halverwege de 19de eeuw zorgde massale migratie, veelal per schip richting de koloniën, ervoor dat een groot deel van de Highland-bevolking wegtrok (ook wel de ‘ontruimingen’ genoemd). De families van Glen Feshie vertrokken naar Canada, waar sommigen pionierden in de houtwinning aan de oevers van Lake Ontario. Het nieuwe, legere landschap trok sportjagers aan om op de snelgroeiende populatie edelherten te jagen.

De Victoriaanse kunstenaar Edward Landseer verbeelde deze romantische, ontvolkte visie op de Schotse wildernis in 1851 in zijn schilderij Monarch of the Glen. Het majestueuze hert onder griezelige, mistige rotsen is onmiddellijk herkenbaar. Maar Landeers visie op ‘wildernis’, net zoals in latere Hollywood-films en televisieprogramma’s, is niet echt: de afgebeelde wildernis is immers grotendeels door mensen gemaakt.

© Kieran Dodds

Thomas Macdonell, directeur Natuurbehoud en Bosbouw bij Wildlands Ltd.in Glen Feshie, met een kopie van Landseers “Monarch of the Glen”, een iconisch Schots landschapsschilderij..

Doodsbedreigingen

‘Dit was het beeld van onhoudbaarheid’, zegt Macdonell. ‘Ik had voor mijn gevoel in mijn hoofd uitgewerkt hoe ik het bos kon hernieuwen, besprak dat destijds met mijn baas en hij was ook enthousiast. Hij liet me bij die visie blijven. En toen kwamen de doodsbedreigingen.’

Macdonells eerste grote actie, in 2003, was om het aantal herten sterk te verminderen, van 45 tot slechts 2 per vierkante kilometer. Dat zou natuurlijk herstel van bomen op de kale heide mogelijk moeten maken. Het besluit leidde tot woede bij zowel traditionele landgoederen als dierenrechtenactivisten - de ene groep was bezorgd om het eigen levensonderhoud, de andere om dierenwelzijn.

‘Ik ben niet tegen herten,’ zegt Macdonell: ‘integendeel. Zij zijn de beeldhouwers van het bos’. Hij wijst naar een oude den die eenzaam in de heide staat en legt uit hoe de vertakte stam werd gevormd toen herten 260 jaar geleden het jonge boompje begraasden, wat de groei naar de zijkanten stimuleerde.

Edelherten zijn bosdieren, maar een gebrek aan voedsel op de heide en de dichtheden (vaak onnatuurlijk hoog gehouden door jachtlandgoederen) hielden de natuurlijke regeneratie tegen en hielden het beeld in stand van herten op kale heidevelden als het hoogland.

Bij 5 herten per vierkante kilometer, zegt Macdonell, krijgen harsachtige boomsoorten de kans om te hernieuwen; bij 2 herten per vierkante kilometer ook de breedbladige soorten. ‘Ik herinner me dat ik onder een boom zat en neerkeek op de rivier en dacht: “Ik vraag me af of iedereen gelijk heeft en ik ongelijk?”’

Macdonell vertelde mensen dat het drie jaar zou duren voor het effect zou hebben, maar naarmate de tijd verstreek, leek zijn ambitie slechts een fantasie. ‘Herten waren gedood, ik had met iedereen ruzie, ik had doodsbedreigingen ontvangen, maar er was niets te zien’, vertelt hij. ‘Tot ik plots iets groens in de buurt zag en ik ontdekte dat er allemaal nieuwe bomen opkwamen! Dat was een eureka-moment.’ Die kleine scheuten torenen nu boven Macdonell uit, en de vallei kleurt groen door de duizenden nieuwe bomen, gezaaid uit de oude dennen die ontsnapt zijn aan de schepenbouw voor het Britse rijk.

© Kieran Dodds

Jonge bomen rond een volwassen dennenboom. Sinds het aantal herten werd teruggedrongen kwamen de boompjes op.

Natuurbehoud is vooral niets doen

In 2006 kocht de Deense miljardair Anders Povlsen het Glen Feshie-landgoed. Hij is sindsdien de grootste particuliere landeigenaar van het Verenigd Koninkrijk, met 13 landgoederen in Schotland. Die landgoederen willen onder de paraplu van het bedrijf Wildland Limited 220.000 hectare (544.000 acres) herbebossen. Vier landgoederen, waaronder Glen Feshie, liggen in het zuidwesten van het Cairngorms National Park. De financiële steun van Povlsen is een belangrijk onderdeel van het succes van Glen Feshie. Maar er is meer.

‘Wat je ook doet, doe het goed, doe het één keer.’

‘Wat je ook doet, doe het goed, doe het één keer, waarbij je alles meeneemt; dus niet alleen het financiële aspect’, zegt Macdonell. ‘In andere organisaties staan ze onder druk om dingen te doen. Als je geen snelle planning hebt, wordt je als lui gezien. Maar wat is de juiste beslissing? Je hebt als mens maar beperkte tijd waarin je iets kunt doen. Ik heb het geluk dat ik hier al 20 jaar ben en ik hoop hier nog een paar jaar te blijven. Dat is vrij ongebruikelijk.’

Voor Macdonell is Glen Feshie het originele kunstwerk, zonder actieve beplanting en met een minimaal beheer. ‘Ik noem dit het Mona Lisa-deel van het landgoed’, zegt hij. ‘We raken het niet aan omdat ik er alleen maar een puinhoop van zou maken.’

Vanaf het begin werd afgesproken dat er geen bomen heraangeplant zouden worden, geen heide verbrand zou worden en geen recente boomaanplantingen gekapt zouden worden, zelfs niet als ze er kunstmatig uitzagen. ‘Ik denk dat bij natuurbehoud soms het dapperste is om niets te doen en enkel te observeren’, zegt Macdonell.

Caledonisch bos

Behalve dit “kunstwerk” plantte Wildland Limited 6 miljoen inheemse bomen in de uitgestrekte heidevelden, onder toeziend oog van Macdonell. Het doel is om het oude Caledonische bos te herstellen, dat wordt gedomineerd door de Schotse den maar ook andere inheemse breedbladige soorten, waaronder de gewone els, de donzige berk, esp, de wintereik, de geitenwilg en de vogelkers.

Het personeelsteam discussieert over waar welke soorten van nature zouden voorkomen en mixen dat met commerciële aanplant. Ze plantten zelfs een boomgaard als natuurlijk gedenkteken op de plaats van een ontruimd dorp uit de 19de eeuw.

Schotland, het land dat de ‘vader van de nationale parken’ John Muir voortbracht, creëerde pas in 2002 zijn eerste nationale park, en in 2003 zijn tweede, de Cairngorms - toen Macdonell zijn grote experiment begon. Maar nationale parken in het VK omvatten, in tegenstelling tot hun Amerikaanse soortgenoten, zowel wildernis als grote bewoonde gebieden die een complex netwerk van particuliere landeigenaren kennen, en omvatten ook steden en dorpen. Een bezoeker van buitenaf zou waarschijnlijk niet eens zien waar het park begint en eindigt. Geen probleem voor wandelaars, aangezien het ‘recht om te zwerven’ in de Schotse wet is vastgelegd.

Een nationaal park mag dus grote gebieden beheren, maar de visie op ‘wildernis’ blijft de kern. Cairngorms National Park beslaat 4528 vierkante kilometer dwars door het bergachtige hart van Schotland, en omvat zo de enige arctische hoogvlakte van het Verenigd Koninkrijk, overblijfselen van oerdennenbos én een gebied van CO2-absorberende veenbedding.

© Kieran Dodds

Schapen onder volwassen Schotse dennenbomen op een schapenboerdijer nabij Tweedsmuir. Het veelvuldig grazen van schapen verhinderde de natuurlijke regeneratie van bossen in Schotland.

Partnerschappen

Gelijkgestemde landeigenaren in het park hebben Cairngorms Connect opgericht om mee te werken aan het tweehonderdjarenplan. Het gaat onder meer om particuliere bedrijven, zoals Povlsens Wildland Limited, overheidsinstellingen en natuurbehoudorganisaties zoals de Royal Society for the Protection of Birds, wiens aankoop van het Abernethy-reservaat in 1988 de grootste aankoop in Europa was door een vrijwillige natuurbeschermingsorganisatie.

Deze partnerschapsinsteek is een belangrijke kracht van de rewilding-beweging in het VK, gecreëerd door de noodzaak om met een hoge bevolkingsdichtheid op dit kleine eiland te wonen. Vóór Glen Feshie was een groot deel van het fundament al gelegd en een grassroots-groep was al bezig met het herdenken van het landschap in het zuiden van Schotland, iets meer dan een uurtje rijden van Glasgow.

Schuilplaats voor Schotse rebellen

Het Scottish Borders-gebergte bestaat uit een reeks hoge pieken en diepe dalen. Die rollen vanuit het geïndustrialiseerde centrale deel waar 70% van de bevolking woont, zuidwaarts uit richting en over de Engelse grens. De zuidelijke hooglanden zijn bedekt met drassige grasland dat door schapen wordt begraasd en een lappendeken van heidevelden beheerd voor de wildjacht. Maar dat was niet altijd zo.

‘Ze begonnen de bomen vanaf de 18de eeuw te kappen. En door de grazende schapen kwamen ze nooit meer terug.’

‘Vanaf de 13de eeuw waren de Border Reivers actief in dit gebied; eropuit om vee van elkaar en van de Engelsen te stelen’, zegt Adrian Kershaw, een voormalig psychiatrisch verpleger die locatiemanager werd van het Corehead-reservaat bij Moffat, nu eigendom van de Borders Forests Trust. Gestolen vee werd in de Devil’s Beef Tub, een natuurlijke inham, verborgen. En in deze bossen verzamelde de Schotse leider William Wallace zijn leger voor zijn eerste aanval op de Engelsen tijdens de onafhankelijkheidsoorlogen aan het begin van de 14de eeuw.

‘Het idee om je daar te verstoppen lijkt tegenwoordig moeilijk voorstelbaar, maar ooit was dit allemaal bedekt met bomen’, zegt Kershaw. Nu heeft de Beef Tub nog altijd zijn kenmerkende vorm behouden, en wordt het omringd door hogere pieken met slechts wat schapen op het verder kale landschap. ‘Ze begonnen de bomen vanaf de 18de eeuw te kappen’, zegt Kershaw. ‘En door de grazende schapen kwamen ze nooit meer terug.’

600 investeerders

Zo’n 25 jaar geleden begon het Borders Forest Trust-fonds als een groep van 40 individuen die zich verenigden om één enkel gebied te verwilderen en het Carrifran Wildwood te creëren. Het idee was zo uniek en aantrekkelijk dat het op de eerste dag van het nieuwe millennium donaties ontving van zo’n 600 supporters. Sindsdien breidde het fonds uit door naburige schapenboerderijen te verwerven, naar Corehead (639 hectare) in 2009, en vervolgens naar Talla & Gameshope (1832 hectare) in 2013. Bij elkaar beslaat het ‘Wilde hart van Zuid-Schotland’ van het fonds nu 3078 hectare, maar het bereik is zelfs nog groter.

‘Onze kracht is ons vermogen om land te kopen’, zegt Nicola Hunt, hoofd grondbeheer van het fonds. ‘Maar we werken ook samen met particuliere grondeigenaren die ongeveer dezelfde hoeveelheid land beheren. We zitten in Schotland met beschadigde gebieden, maar die hebben ons doen beseffen dat we er een puinhoop van hebben gemaakt en deden het verlangen groeien om het te herstellen.’

‘Nu zien we echt het verschil’, voegt ze toe. ‘Het was aanvankelijk niet ons plan om verder uit te breiden, maar het succes gaf ons het gevoel dat we dit kunnen. Toen ik op een dag van de heuvel afkwam, en een rode eekhoorn met een hazelnoot in zijn mond zag, dacht ik: “Kijk, dit is echt bos nu”, waar je eerder vooral schapen en gras zag.’

© Kieran Dodds

Carrifran Wildwood ontstond midden jaren ‘90, toen een groep van 40 individuen zich verenigden om één enkel gebied te verwilderen.

Wolven en beren

In het Wilde Hart zijn 2 miljoen bomen geplant, allemaal inheemse soorten. Een 10de daarvan werd geplant door een trouwe groep vrijwilligers, waaronder veel scholieren. Het fonds heeft 8 medewerkers in dienst en huurt aannemers in voor het landbeheer. De betrokkenheid van lokale gemeenschappen is een centraal onderdeel van de visie van het fonds.

‘We conserveren niet alleen, maar we creëren ook, het gaat om restauratie. We brengen de dingen terug naar hoe ze ooit waren.’

‘Dit is rewilding’, zegt Kershaw. ‘Maar we hebben die term een tijdje vermeden vanwege de link met de herintroductie van wolven en beren. Wij verwilderen met bomen. We conserveren niet alleen, maar we creëren ook - het gaat om restauratie. We brengen de dingen terug naar hoe ze ooit waren.’

Rewilding gaat over de natuur een handje helpen zichzelf te beheren’, zegt Hunt. ‘We kunnen het land weer teruggeven in eigen beheer. We zetten dit proces op gang door bomen te planten, zodat we over 30 tot 50 jaar dit gebied met rust kunnen laten.’

Terug in de tijd gaan biedt een blik op de mogelijke toekomst van Schotland. Twee decennia later en de eerste vruchten van dit proces van verwildering voor de lokale bevolking en regeringen werpen zich al af. ‘Lokale mensen herscheppen het landschap’, zegt Kershaw. ‘En langzaam verandert de perceptie.’

Ook financieel duurzaam

Er blijven twijfels bestaan over hoe ecologische duurzaamheid ook financieel duurzaam te maken. The Borders Forest Trust begon met crowdfunding en wordt inmiddels ondersteund door een breed scala aan donateurs. Zowel de trust als Wildland Limited stellen dat leiders op de klimaattop in Glasgow in november financiering voor ecologische diensten zoals CO2-opslag en overstromingsbeheer zouden kunnen faciliteren. Dat is een benadering waar de Britse en Schotse regeringen al naar op weg zijn, althans in theorie.

In lijn met veel traditionele jachtlandgoederen slaagde Wildland Ltd. er niet in om quitte te spelen. In 2020 verloren de 13 landgoederen in totaal 4,9 miljoen euro vanaf het moment dat de pandemie uitbrak, een daling van ruim 1 miljoen euro ten opzichte van het jaar ervoor. Het bedrijf zegt dat de focus op toerisme in het hogere segment, inclusief de jachtsport, werk in uitvoering is, maar wel centraal staat in de visie om zowel financieel als ecologisch duurzaam te worden. ‘We hebben hier ‘s werelds grootste zakelijke geesten’, zegt Macdonell. ‘Het is dus slechts een kwestie van tijd.’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner Mongabay.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift