Van een gigantische staatsschuld tot bezette oliepompen

‘Politieke crisis in Tunesië zal geen antwoorden opleveren’

R Otaviano (CC BY-ND 2.0)

Bezette oliepompen, corruptie, economische malaise, een nieuwe politieke crisis en COVID-19 zorgen ervoor dat Tunesië een onzekere en woelige tijd te wachten staat. ‘Een technocratische regering zal geen antwoorden bieden voor de echte, sociaal-economische problemen van de bevolking.’

Enkele weken geleden, in de zuidelijke regio van Tataouine in Tunesië, sloten honderden demonstranten de belangrijke oliepomp van El Kamour handmatig af. Ze drongen voorbij militaire troepen om de pomp te bereiken. Vandaag kamperen ze er nog steeds om het heropstarten van de pomp te verhinderen.

Niet lang na de actie werden verschillende andere pompen in de regio tijdelijk afgesloten door solidaire oliewerkers. Het resultaat: de Tunesische staat rapporteerde onlangs nul oliewinsten.

‘Voldoen aan de El Kamour deal is onmogelijk.’

De bezetters van de pomp, ook wel Kamouristen genoemd, willen de overheid dwingen om het akkoord te respecteren dat ze in 2017 hadden afgesloten met de staat. De overheid beloofde toen extra investeringen in de arme regio rond El Kamour, extra jobs in de olie-industrie en garanties op tewerkstelling voor zeer langdurig werklozen. Die beloften werden hernieuwd nadat de El Kamour oliepomp werd bezet en afgesloten.w

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Miljardenschuld

Maar van die beloftes kwam nog niets in huis. Ze zijn simpelweg onhaalbaar, stelt Mohamed Nachi. Hij is professor in de antropologie en politieke sociologie aan de universiteit van Luik. ‘Voldoen aan de deal is onmogelijk. Het soort grootschalige rekrutering van nieuwe ambtenaren door de staat (door vele Tunesiërs gezien als veilige en goedbetaalde jobs, red.), zoals in 2017 werd beloofd, komt niet overeen met de afspraken die Tunesië heeft met haar schuldeisers zoals het IMF.’

In de loop van de postrevolutionaire transitie en in de strijd tegen de economische crisis bouwde Tunesië een gigantische staatsschuld op bij internationale geldschieters. In 2016 ging het land een lening van 2,6 miljard euro aan bij het IMF. In april van dit jaar kwam daar nog eens 600 miljoen euro bij om de gevolgen van COVID-19 op te vangen. Dit alles komt bovenop de 800 miljoen euro die Tunesië doorheen de jaren leende van de Europese Commissie.

Aan de miljardenschuld zijn allerlei voorwaarden gekoppeld. En dat heeft een rechtstreekse impact op het Tunesische sociaal-economisch beleid. De geldschieters verwachten in de eerste plaats brede hervormingen en besparingen om het significante tekort in de begroting te verhelpen. De toegevingen die in 2017 aan de protestbeweging in El Kamour werden gedaan, passen duidelijk niet in dat kader.

De regering valt en een nieuwe krijgt vorm

Op het moment dat de Tunesische regering zou beginnen onderhandelen met de bezetters van de oliepomp, stak een schandaal op het hoogste politieke niveau een stok in de wielen.

Elyes Fakhfakh, eerste minister van de coalitieregering die pas begin dit jaar werd gevormd, werd beschuldigd van corruptie. Fakhfakh, ook ex-minister van Financiën, zou aandelen bezitten bij bedrijven die overheidscontracten ter waarde van miljoenen dinars in handen kregen. Zo’n belangenvermenging is strafbaar en hoewel Fakhfakh ontkende, begon zijn politieke positie te wankelen.

Op 15 juli diende hij zelf zijn ontslag in. Het gematigde islamistische Ennahda, de belangrijkste partner in zijn coalitie en de grootste partij in het parlement, had daarvoor een motie van wantrouwen aangekondigd. Met Fakhfakhs ontslag werd ook de volledige regering ontbonden. Er was dus niemand meer om te onderhandelen met de protestbeweging van El Kamour.

Na de val van de regering schoven de politieke partijen hun kandidaat-regeringsonderhandelaar naar voren, maar geen enkele wist genoeg vertrouwen te winnen van het parlement. Op 26 juli duidde president Kais Saied zelf een regeringsonderhandelaar aan. Hichem Mechichi, tot voor kort minister van Binnenlandse Zaken, kreeg de opdracht om op een maand tijd een volledig nieuwe regering te vormen.

De eerste week van Mechichi’s opdracht zette onmiddellijk de toon voor de regeringsonderhandelingen. Mechichi, die geen partijkaart heeft, sprak aanvankelijk alleen af met juristen, economen en afgevaardigden van het middenveld. De politieke partijen moesten tot vorige week wachten om uitgenodigd te worden voor een kort gesprek. Het was een eerste signaal dat Tunesië een regering van experts zou kunnen krijgen, zonder partijpolitieke affiliatie. Deze week, op 10 augustus, bevestigde Mechichi definitief het pad van een technocratische regering op te gaan.

Technocratie als oplossing voor de crisis?

Het is niet de eerste keer dat een technocratische regering wordt gevormd in postrevolutionair Tunesië. Tegenstanders van die aanpak stellen vragen bij de zogenaamde ‘neutraliteit’ van een technocratisch beleid. Daarnaast wijzen ze op het democratisch tekort van een regering van onverkozen figuren.

‘Een technocratische regering zal zeer fragiel zijn, want voor iedere beslissing zal een meerderheid in het parlement gezocht moeten worden.’

Politiek analist Borhane Bsaies is er daarom van overtuigd dat een technocratische regering slechts uitstel, geen afstel zal zijn van de politieke crisis. ‘Het zal geen antwoorden bieden voor de echte, sociaal-economische problemen van de bevolking’, vertelde hij aan The Arab Weekly.

Ook professor Nachi maakt zich zorgen over de slaagkansen van een technocratische regering. ‘Ze zal zeer fragiel zijn, want voor iedere beslissing zal een nieuwe meerderheid moeten gezocht worden in een gefragmenteerd parlement.’

Voorstanders van de technocratische optie hopen dat partijpolitieke discussies zullen worden beperkt en de regering snel en efficiënt kan werken. Ze vinden dat broodnodig door de hele reeks uitdagingen waarmee Tunesië wordt geconfronteerd, niet in het minst de grote staatsschuld en de situatie in El Kamour.

Ook Mechichi beargumenteerde zijn keuze op gelijkaardige manier. Hij benadrukte dat de samenstelling van zijn regering gebaseerd zal zijn op efficiëntie, functionaliteit en integriteit: ‘De centrale focus van de regering moet de burger zijn, ze mag geen gijzelaar worden van partijpolitieke conflicten.’

Dat strookt ook met de overtuigingen van president Saied, benadrukt professor Nachi. ‘Saieds verkiezingscampagne richtte zich in grote mate op het minimaliseren van de rol van de politieke partijen. De president leeft al langer op slechte voet met Ghannouchi, het hoofd van de grootste partij Ennnahda.’

Evenwichtsoefening

Maar zelfs als Mechichi’s technocratische regering al partijpolitieke conflicten kan vermijden, zal ze nog steeds moeten omgaan met de vele sociale bewegingen die sinds 2011 actief zijn in Tunesië. Want niet alleen in El Kamour komen mensen op straat. Er is regelmatig protest over de toegang tot water en over de bescherming van arbeiders in de landbouw. Ook een mogelijk vrijhandelsverdrag met Europa en de situatie in buurland Libië verhitten de gemoederen.

In juli probeerde bovendien een recordaantal jonge Tunesiërs illegaal in Europa te geraken. Dat zorgde ervoor dat de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken de toedeling van EU-financieringen naar Tunesië bevroor tot een ‘nieuw akkoord over migratie wordt afgesloten met Tunis.’

Ondertussen moet het land ook haar economische crisis aanpakken, COVID-19 onder controle houden en de staatsschuld afbouwen. Een nieuwe, technocratische Tunesische regering staat dus voor flink wat uitdagingen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift