Venezolanen op zoek naar common ground

Een jaar na de dood van Hugo Chávez

Op 5 maart 2013 stierf Hugo Chávez. Zijn dood liet niemand onberoerd. Een jaar later staat Venezuela in lichterlaaie: studentenprotesten leidden vorige maand tot gewelddadige confrontaties in verschillende steden. De regering Maduro omschrijft de betogers als fascisten die met de hulp van de VS een staatsgreep willen plegen. De oppositie beweert legitieme redenen te hebben om te protesteren. Meer dan twee weken later is er volgens officiële bronnen sprake van 18 doden en 260 gewonden, al is het niet evident om te weten wat er écht aan de hand is. Misschien het moment om afstand te nemen, en om te luisteren naar verschillende stemmen die hun visie over het land willen delen.

De Venezolanen worden al jaren gepolariseerd door het heersende haatdiscours van zowel overheid als oppositie. Naast de veelgeprezen sociale verwezenlijkingen, wordt de Chávez-era helaas ook gekenmerkt door apartheid, stigmatisering en (constitutionele en inconstitutionele) pogingen om het regime af te zetten. Op het eerste gezicht lijken de tegenstellingen onverzoenbaar. En toch zijn er gematigde stemmen die de zoektocht naar consensus niet opgeven, maar veel te vaak overschaduwd worden door de radicalen langs alle kanten. En precies in die stemmen ligt de sleutel voor een vreedzame toekomst voor iedereen in het land.

Julio César Jiménez Gédler is een jonge politicus die iedereen verraste met zijn heldere analyse van de escalatie van de protesten en het geweld. Omar Eli Ramírez Suárez is een revolucionario pur sang, actief betrokken in alle vormen van zelforganisatie van het land. Verónica Zubillaga is een academica die nauw betrokken is bij projecten om het Venezolaanse geweld in toom te houden. Dagelijks zijn ze bezig met de gebeurtenissen van het land, maar ze nemen graag even de tijd voor een denkoefening die volgens hen vandaag noodzakelijk is.

Julio: dialoog aan de basis

Julio, politiek activist

Op de avond van 12 februari, de dag dat de impasse escaleerde en de eerste drie doden vielen, postte Julio een 42-minuten durende analyse op YouTube die onverwacht viraal is gegaan. Eigenhandig vulde hij het vacuüm ontstaan door de stilte van de Venezolaanse media.

 “Ik ben een onafhankelijke politieke activist, links georiënteerd, bezig met de organisatie van burgers voor de politieke strijd”. Met een diploma in chemie, werkloos en genoodzaakt om meerdere klusjes te combineren om zijn gezin te ondersteunen, weet hij beter dan wie dan ook wat de moeilijkheden van het land zijn. Julio militeerde tot kort geleden in Bandera Roja (Rode Vlag), een van de socialistische fracties van de MUD (Mesa de Unidad Democrática, een coalitie van oppositiepartijen).

Hoe is het land geëvolueerd sinds de dood van Hugo Chávez vorig jaar?

Julio: De emotionele band tussen de chavistas en hun leider gaf de overheid veel speelruimte. Die band is verdwenen. De chavistas verliezen aan samenhang en de retoriek die het regime deed zegevieren tegenover alle obstakels is er ook niet meer. In één jaar tijd is er veel veranderd: we hebben devaluaties meegemaakt, we kampen met een productiviteitscrisis en dat veroorzaakt werkloosheid. Die veranderingen leidden tot de recente protesten tegen onveiligheid, schaarste en de vele andere problemen in het land.

Is er sprake van een toenadering tussen regering en oppositie?

Julio: Dat is sciencefiction. Deze regering heeft een gigantische machtsconcentratie die ze uit eigen initiatief niet zullen loslaten. Er is een vredesconferentie die door de overheid werd opgeroepen om de dialoog te openen maar in de praktijk diende die bijeenkomst vooral om een democratische indruk te wekken bij de internationale publieke opinie na de brutale repressie van de protesten.

Of dat tot vrede zal leiden betwijfel ik, maar zelfs als de protesten vandaag zouden stoppen staan we nog altijd voor een torenhoog economisch probleem. Een toename van de economische crisis met grote sociale impact zou nieuwe protesten uitlokken om uiteindelijk Maduro af te zetten.

En wat zouden de gevolgen zijn?

Julio: De kans op een burgeroorlog-scenario bestaat niet: de oppositie is niet gewapend.  Een staatsgreep of een “staatsgreep vanuit eigen rangen” zijn beiden uitgesloten opties, daar is het leger niet voor te vinden. Het eventuele aftreden zou het gevolg moeten zijn van de druk van civiele, populaire krachten, zonder interventie van buitenlandse machten noch van het Venezolaanse leger. Zou Maduro moeten aftreden, dan is de enige optie een regering van nationale eenheid met deelname van chavistas en oppositie en een nieuw verkiezingsproces.

Ondertussen wordt de oppositie beschuldigd van ultrarechts fascisme gefinancierd door de VS

Julio: Ik kan alleen voor mezelf spreken: ik ben werkloos, ik leef in armoede, ik ben altijd militant geweest van linkse partijen. Ik kan niet horen tot de bourgeoisie als ik geen toegang heb tot productiemiddelen. Ik kan geen fascist zijn omdat het fascisme enkel kan beoefend worden vanuit machtposities.

Ik ben opgegroeid in een sloppenwijk en ik woon in La Pastora (een volkswijk van Caracas, nvdr). Dat discours van de overheid brokkelt af. De bourgeoisie heeft vandaag de macht in eigen handen. Het fascisme wordt beoefend door wie moordt, foltert en dissidenten in de gevangenis stopt. Ze houden dat discours aan om de publieke opinie af te leiden van hun eigen identiteit.

Is er een alternatief?

Julio: De dialoog die we nodig hebben moet plaats vinden aan de basis, tussen broers, neven, schoolmaten en collega’s. Die dialoog is pas begonnen en vertrekt vanuit eensgezindheid over vier essentiële thema’s: verwerping van de gewelddadige repressie van de protesten, verwerping van de anarchistische protesten van een deel van de oppositie, verwerping van de economische politiek van de overheid en het feit dat we allemaal slachtoffers zijn van het crimineel geweld in het land.

Dat is de common ground die als basis zal dienen voor de dialoog dat tot een gemeenschappelijke toekomst zal leiden.

Omar: de nood aan bewustzijn

Omar Ramírez is de ideale revolucionario: intelligent, hoog opgeleid, bewust, kritisch, loyaal, open tot dialoog, broederlijk, welbespraakt, mondig en militant. Zijn brood verdient hij met een coöperatie,  in zijn vrije tijd ondersteunt hij het werk van een collectief en hij is ook actief betrokken bij een militie.

Omar, revolutionair

Een coöperatie is een bedrijf waarin elke werknemer in gelijke mate aandeelhouder en verantwoordelijk is. Zijn coöperatie levert kennis en technische uitvoering voor het nationale telecombedrijf. Een collectief is een organisatie van gemeenschapswerk. De collectieven worden vandaag gestigmatiseerd als gewapende bendes van overheidssympathisanten, maar collectief refereert eerder naar vreedzame organisaties.

Het Colectivo “Alexis Vive” bestaat uit een baksteenfabriek, een bakker, een textielfabriek, en een radio, waar Omar vrijwilligerswerk levert. Een militie is vergelijkbaar met de militaire reserve en biedt steun aan de controle van grote evenementen zoals verkiezingen of populaire markten of aan de basisveiligheid van staatsbedrijven.

Die verschillende vormen van zelforganisatie zijn een van de grootste troeven van de overheid

Omar: Er is nog veel werk aan de winkel. De volksorganisatie moet nog groeien.

Welke zijn de hindernissen?

Omar:De grote moeilijkheid ligt in de apathie van velen. Dat is zichtbaar in de consejos comunales, buurtcomités die een politieke stem geven aan een buurt. Als men niet participeert, worden de beslissingen uitgesteld of genomen door de weinige mensen die aanwezig zijn: het platform voor volksparticipatie bestaat, maar wordt niet benut.

Daarnaast is er heel weinig ideologische diversiteit onder de mensen die participeren. Er is ook te weinig “ideologie”: ideologie moet verder gaan dan politieke voorkeur. Mensen moeten niet zomaar meedoen aan zelforganisatie, ze moeten ook bewust zijn van waarom ze meedoen aan zelforganisatie.

Nu, als we over troeven spreken, kan je niet kijken naast de grootschalige sociale investering van de voorbije jaren. Sociale projecten en misiones zijn geboren om aandacht te schenken aan de noden van de gemeenschappen zonder bureaucratische hindernissen.

Zijn de misiones niet eerder conjuncturele oplossingen voor structurele problemen?

Omar: De tijd van de conjunctuur zou al lang voorbij moeten zijn. Maar het proces staat voor grote weerstand. Er zijn bijvoorbeeld ziekenhuizen die weerstand bieden om zich aan te sluiten bij Misión “Barrio Adentro”. Er is sprake geweest van dokters die een mensenketting vormden om de misión niet toe te laten, want dat zou zogezegd hun autonomie op het spel zetten, terwijl de ziekenhuizen die aangesloten zijn bij “Barrio Adentro” prima werk leveren en op een correcte manier functioneren. Dat was ook de initiële reden om Cubaanse dokters in te zetten, omwille van de moeizame onderhandelingen met de vakbonden en organisaties van Venezolaanse dokters.

Hoe zie je de transitie na de dood van Hugo Chávez?

Omar: Voor mij gaat het niet over een “transitie”, Maduro volgt dezelfde lijnen die door Chávez werden gedefinieerd. Maar de oppositie ziet nu een gouden kans om dit jarenlange project omver te werpen en de macht te grijpen. De voorbije maanden heeft Maduro de meest adverse omstandigheden meegemaakt. Maar ze zullen hem niet afzetten.

Persoonlijk vind ik niet eens dat de oppositie het grootste gevaar vormt voor de revolutie: het grootste gevaar is de eigen inefficiëntie. Dat is wat voor meer stemmen zorgt bij de oppositie, niet welke kandidaat ze naar voren schuiven. Het aantal stemmen van de oppositie hangt volledig af van de doeltreffendheid aan de officiële kant.

Zijn de huidige protesten legitiem?

Omar: Ja, maar de mensen die vandaag protesteren zijn niet eens de mensen die het echt moeilijk hebben. De echte slachtoffers protesteren nog niet. De huidige protesten zijn georkestreerd om het land onstabiel te maken. Er is ook een media-oorlog aan de gang.

Toch klaagt de oppositie dat de media zwegen tijdens de betogingen van februari.

Omar: Live berichtgeving vanuit betogingen was een gewoonte van de oppositiemedia maar het kan leiden tot ware rampen. Ze zijn teleurgesteld omdat ze die ongezonde berichtgeving kwijt zijn, omdat de tv-zenders op zoek gaan naar een nieuw evenwicht en niet openlijk spreekbuizen zijn voor de oppositie.

Met “media-oorlog” heb ik het over de sociale media. Valse informatie wordt verspreid zonder te verifiëren of het waar is. Er wordt op onverantwoorde manier opgeroepen tot protest. Ze zouden zich eerder moeten aansluiten bij de structurele vormen van participatie, zoals buurtcomités en politieke partijen. Dat is het ware activisme. De nood aan bewustzijn geldt ook voor de oppositie: er zijn mensen die legitieme redenen hebben om te protesteren, maar te veel mensen weten niet eens waarom ze betogen.

Hoe zie je de toekomst?

Omar: Het enige redelijke scenario is wachten tot de volgende verkiezingen. En als we geen solide, positieve veranderingen zien voor de meerderheid van de Venezolanen, dan zal de overheid afgerekend worden. De huidige acties van de oppositie versterken ondertussen de overheid.

Dialoog zal niet voldoen om de huidige impasse op te lossen: het is met ons werk dat het conflict tot een einde zal komen. Maar er zijn velen die daar niet voor te vinden zijn. Ze willen niet participeren, ze willen Maduro van de macht verdrijven. Er zullen akkoorden komen, afspraken om naast elkaar te wandelen. Maar wat we nodig hebben is eenheid, een geheel dat ondanks alle verschillen naar een gemeenschappelijk doel streeft.

Verónica: de paradox van de Bolivariaanse revolutie

Verónica Zubillaga is een sociologe met een doctoraat van de Université Catholique de Louvain. Ze is professor aan de Universidad Simón Bolívar en al vijftien jaar onderzoekster in het domein van stedelijk geweld. In 2011 nam ze deel aan de presidentiële commissie voor de controle van vuurwapens, munitie en ontwapening.

Verónica, sociologe

Het toenemende geweld lijkt een van de grootste problemen van het land

Verónica: Het geweld overdondert de meerderheid van de Venezolanen en de grootste slachtoffers komen uit de armere sectoren. Dat is de paradox van de Bolivariaanse revolutie:  ondanks de grote sociale investering in gezondheidzorg en onderwijs om de meest kwetsbaren in te schakelen, zijn zij ook precies de eerste slachtoffers van de hoge criminaliteitscijfers.

Eenvoudig voorgesteld: kinderen worden gered door sociale initiatieven, maar vallen later slachtoffer van het geweld. Moord is de eerste doodsoorzaak bij jonge mannen in het land.

Hoe wordt het geweld aangepakt?

Verónica: De overheid antwoordt met militaire operaties, we kunnen spreken van militarisering van de burgerveiligheid. Deze aanpak creëert nog een ander probleem: de crisis in de gevangenissen. De bevolking in de gevangenissen is vermenigvuldigd terwijl de moordcijfers blijven stijgen.

Er zijn militairen aan het hoofd van het ministerie van justitie, van de nationale politie, van de Nationale Experimentele Universiteit van Veiligheid, maar militairen worden niet opgeleid om de bescherming van burgers aan te pakken, want die heeft meer te maken met preventief beleid:  wapencontrole, jongerenbegeleiding, ruimtelijke ordening van de steden, verovering van de publieke ruimte, enzovoort. Dat leren we uit het Braziliaans model.  Integendeel, ze volgen hetzelfde script als het repressief beleid van “mano dura” (harde hand) van Centraal-Amerika, die naar alle normen gefaald heeft. Meer repressie leidt tot beter gewapende criminelen en dat leidt tot een vicieuze cirkel van geweld. Daar is Centraal-Amerika een schoolvoorbeeld van.

Hoe zie je de evolutie van het land sinds de dood van Chávez?

Verónica: Chávez was zowel een figuur met en grote aantrekkingskracht als een politieke keermuur. De huidige impasse schrijft zich duidelijk in het kader van zijn afwezigheid: bij gebrek aan een figuur met zo’n aantrekkingskracht, heerst de verdeling en bij gebrek van een keermuur worden gevaarlijke maatregelen uitgevoerd.

Vandaag overheersen de normvervaging - ook op institutioneel vlak-, de economische crisis en het geweld.

Is dat een recente ontwikkeling?

Verónica: Neen, dat is een erfenis van het verleden, maar Chávez was een politiek wezen en slaagde er altijd in om de brand te blussen en de escalatie van crisissen in toom te houden. Het discours van Chávez gaf op een intuïtieve manier zin aan de ontevredenheid van het volk. Het discours van Maduro is stuntelig en dat leidt tot grotere zorgen.

De misiones zijn op dat vlak ook altijd significant geweest. De mensen hadden een gevoel van nabijheid, van betrokkenheid, het gevoel dat ze direct gesteund werden. Het probleem is dat de misiones heel kostelijk waren. En tegelijkertijd werd geen aandacht geschonken aan structurele problemen zoals woning, stedelijke inclusie, geweld en ruimtelijke ordening. Men had misschien meer middelen, maar ze woonden nog altijd in een sloppenwijk in erbarmelijke omstandigheden.

Hoe zie je de toekomst?

Verónica: Ik denk dat de impasse nog lang zal duren. Er is nog altijd een loskoppeling tussen de zorgen van de georganiseerde oppositie en de problemen van de meest kwetsbare sectoren. We zouden ons moeten bezig houden met de (h)erkenning van de andere.

Er zijn legitieme eisen van de studenten, maar tegelijkertijd heb je mensen die het onmiddellijke aftreden van Maduro eisen en dat heeft geen zin. Maar Maduro kan ook niet langer negeren dat de helft van het land al vijftien jaar niet wordt vertegenwoordigd door de overheid. De oppositie moet deel uitmaken van de instanties van de overheid, de huidige politieke toestand is minstens even zinloos. Ondertussen blijft het land, jammer genoeg vast in een soort onverklaarde staking.

Met dank aan Julio, Omar en Verónica voor hun kostbare tijd en eerlijke inbreng.
De auteur heeft veel geleerd van deze gesprekken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift