Vrijhandelsakkoorden verpletteren armste landen

Nieuws

Vrijhandelsakkoorden verpletteren armste landen

Vrijhandelsakkoorden verpletteren armste landen
Vrijhandelsakkoorden verpletteren armste landen

22 april 2008

De twaalfde VN-Conferentie over Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) gaat vandaag van start in Ghana. In een rapport zegt Oxfam dat de Europese Unie de kansen op ontwikkeling van de armste landen onherstelbare schade toebrengt indien ze de vrijhandelsakkoorden niet grondig herziet.

In het rapport ‘Partnership or Power Play’ zegt Oxfam dat vooral de armste bevolking van Afrika, de Caraïben en de eilanden van de Stille Oceaan zal getroffen worden door de Economische Vrijhandelsakkoorden (EPA’s).

Gigantische kosten

‘Uit onze analyse blijkt dat deze akkoorden ver afgedwaald zijn van de ontwikkelingsdoelen die vooropgesteld waren. En de kosten hiervan zullen gigantisch zijn: jaarlijkse verliezen door tariefverminderingen tot 360 miljoen dollar voor Afrika alleen en nog eens 9 miljard euro verlies door de naleving van deze akkoorden voor al de andere betrokken landen’, zegt Mouhamet Lamine Ndiaye, Oxfam-verantwoordelijke in Afrika voor de Campagne Economic Justice.

Europa zou volgens Ndiaye zijn markten volledig moeten openstellen voor elke export zonder enige eis van wederkerigheid: ‘Het zou de ontwikkelingslanden voldoende vrijheid laten om hun beleid af te stemmen op het algemeen belang en een regionale integratie na te streven op hun eigen voorwaarden.’

Denktank voor minst ontwikkelde landen

Ooit was de VN-Conferentie over Handel en Ontwikkeling hét forum waar de ontwikkelingslanden hun waarheid kwijt wilden en konden. Dat leverde spannende teksten en ziedende speeches op. Maar die rol zal de aanstaande Unctad-top in Accra niet spelen.

‘De grote ontwikkelingslanden voelen dat ze in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Wereldbank of het Internationaal Muntfonds (IMF) hun macht kunnen vergroten en zo de wereldorde kunnen beïnvloeden. Dat verklaart mede waarom de voorbereidende tekst van de conferentie nogal mak is’, zegt Bart Bode, die voor Broederlijk Delen al meermaals de vierjaarlijkse Unctad-top bijwoonde.

Nieuwe internationale economische orde

In de jaren zestig en zeventig eisten de ontwikkelingslanden binnen de Unctad luidop een nieuwe internationale economische orde die hen meer ontwikkelingskansen zou geven: hoge en stabiele grondstoffenprijzen, toegang tot goedkoop krediet en technologie, veel ontwikkelingshulp,… De rijke landen richtten zich meer op het IMF, de Wereldbank en de WTO, waar zij het voor het zeggen hadden. Via die instellingen zetten ze in de jaren tachtig en negentig de neoliberale mondialisering op de rails.

De Unctad werd de club die ontwikkelingslanden helpt om het beste te maken van de mondialisering, veeleer dan die mondialisering zelf vorm te geven. ‘Toch bleef het een plaats waar alternatieve visies werden uitgewerkt. Dat is belangrijk: het bood ontwikkelingslanden meer speelruimte en argumenten voor eigen beleid’, aldus Rudy Demeyer van 11.11.11. Vandaag is de Unctad steeds meer de organisatie van de Minst Ontwikkelde Landen, omdat de grote ontwikkelingslanden zich op andere fora richten.

Lees verder in MO*magazine: Een denktank voor de minst ontwikkelde landen