Bob, Bono en de selfie-hulp

Buy the single. Stop the virus.’ Dertig jaar na wat toen al geen lumineus idee was bracht Bono-sidekick sir Bob Geldof enkele dagen geleden voor de vierde keer de Britse popwereld bijeen rond het goede doel. Toen was het de hongersnood in Ethiopië, vandaag ebola in Sierra Leone, Liberia en Guinee, a.k.a.(West) Afrika. Ik wil geen afbreuk doen aan de goede bedoelingen van al wie vol enthousiasme geld en energie steekt in deze periodieke celebrity-hoogmissen. Toch staan ze wat mij betreft symbool voor wat er fundamenteel mis is aan onze hulpindustrie.

  • (c) Brecht Goris (c) Brecht Goris

#Bandaid30 prijkt al enkele dagen hoog in het trendinglijstje van mijn twitteraccount hier in Engeland. Voor ik mijn kritiek los laat op zo veel goede wil van de it-kids & grown-ups van de Britse popwereld, eerst een bekentenis. Ik vrees dat er geen grotere fan bestaat dan ik van het melige We are the World van USAforAfrica.

Michael Jackson en Quincy Jones brachten intussen ook al dertig jaar geleden, net als hun Britse tegenhangers, de sterren van het moment bij elkaar om de harten van hun fans te beroeren over het lot van de Ethiopiërs – a.k.a. Afrikanen – in hongersnood. Ik was een fan van het eerste uur.

Met een passie voor herhaling zoals alleen vijfjarigen die hebben, klampte ik telkens opnieuw de volwassenen in mijn buurt aan om de plaat ‘nog één keertje op te zetten’. Ook vandaag nog laat het deuntje me niet onberoerd, kan ik het woord voor woord meezingen en word ik spontaan nostalgisch en warm vanbinnen als ik naar de video kijk.

Als ik eerlijk ben word ik dus bij momenten zelf moe van de reflex om de dingen systematisch kritisch te benaderen. Waarom ons niet gewoon even laten meeslepen in de feel-good energie van zo’n initiatieven? Blij zijn om de microseconde aandacht en medeleven voor ‘Afrika’ die bovendien veel geld doet binnenrollen? Enkele minuten na de lancering van Bandaid30’s nieuwe versie van Do they know it’s Christmastime? dit weekend stond de teller meteen al op één miljoen pond!

Mekkeren over beeldvorming

Ondanks het enthousiasme en het geld dat binnenstroomt, krijgt Geldof’s initiatief hier in het VK ook heel wat kritiek over zich heen. Paternalistisch, absoluut onwetend en vooral op zichzelf gericht, luidt het verdict. Selfie-hulp oftewel egocentrisch altruïsme: kennis over en deelname van de betrokkenen is niet nodig, het belangrijkste is dat onze aandacht wordt getrokken en we ons even goed voelen.

Selfie-hulp oftewel egocentrisch altruïsme: kennis over en deelname van de betrokkenen is niet nodig

Het RE:IMI, Race Equality in Music Industry in Londen liet zich in een persbericht misnoegd uit over het Eurocentrisme in het initiatief. Bandaid30 zou het talent, expertise, en de vele acties van Afrikaanse organisaties en artiesten binnen en buiten het VK miskennen. Ook ik had nauwelijks gehoord van het ebola nummer eind oktober van de groten van de West-Afrikaanse muziek à la Salif Kaita, Oumou Sangare, Tikhen Jah Fakoli of Didier Awadi.

Of van dat van de Senegalese hiphop en andere artiesten rond de burgerbeweging Y’En a Marre begin september. Het valt daarbij overigens op dat die nummers niet enkel goed klinken maar ook iets nuttigers te vertellen hebben dan ‘weten ze dat het Kerst is?’. ‘Ga naar de dokter, was je handen’, bijvoorbeeld.

In een debat op de BBC zondag ochtend kon Robtel Neajai Pailey, Liberiaans onderzoekster aan de School of African and Oriental Studies (SOAS) niet vaak genoeg herhalen hoe absurd de woorden van het Bandaid30 lied zijn, hoe ze een compleet fout beeld ophangen van de situatie, het continent en haar land. We krijgen het beeld van een plek die in dertig jaar nauwelijks veranderd is, en niet bestaat zonder westerse hulp.

Opnieuw beeldvorming dus. Tegen de achtergrond van het binnenrollend geld en de duizenden ebola doden en getroffenen vragen velen zich terecht af waarom sommigen onder ons steeds weer blijven mekkeren over iets ongrijpbaars als beeldvorming. Zo ook in de zwarte pieten discussie: hoe kan het aanklagen van een kinderfeest een nuttige bezigheid zijn tegen de achtergrond van zo veel écht lijden? Échte armoede, échte werkloosheid, écht racisme.

Bono brats

Ik behoor zonder twijfel tot die groep mekkeraars. Toch stel ook ik me bijna dagelijks diezelfde vraag. Want prediken over beeldvorming zonder oog voor de materiële noden is even goed een selfie-operatie, eentje dat meligheid inruilt voor cynisme. Allicht ook omdat ik in mijn vak als docent, en daarvoor als journalist, dagelijks bijdraag aan die beeldvorming.

Twee maanden geleden mocht ik een nieuwe lading studenten Internationale Ontwikkelingssamenwerking verwelkomen. Bono-brats noem ik ze in mijn hoofd: jong geweld dat een universitaire omweg neemt voordat het de wereld gaat veranderen. Of, preciezer nog (en zeker niet hetzelfde): arme mensen helpen en vrouwen bevrijden. Dat weet ik, omdat de eerste keer dat we elkaar zagen ik hen vroeg a) wat hun passie was en waarom ze deze richting hadden gekozen en b) wat hen in de actualiteit in de zomer was bijgebleven en waarom.

De antwoorden die de ronde deden op de tweede vraag waren bijzonder ontluisterend over de staat van de algemene beeldvorming. Er tekenden zich patronen af van de goede (‘de Amerikanen lijken zich om de een of andere reden toch beter aan de internationale regels te houden’) en de slechten (Rusland in Oekraïne), slachtoffers (‘die zwangere vrouw in Soedan die met de doodstraf in de cel zat’) en daders (‘het is duidelijk dat die overheid daar niets om haar bevolking geeft’).

We geven enkel de informatie die ons sterkt in de overtuiging dat ‘Afrika’ hulpeloos is en ons nodig heeft

De bijna exclusief witte westerse bronnen die we op hen, via de media en op de schoolbanken, loslaten, zitten hier allicht voor iets tussen. We geven enkel die informatie mee die ons sterkt in de overtuiging dat ‘Afrika’ hulpeloos is, ons nodig heeft, en kennis over en uit Afrika niet perse nodig is om te helpen. In eigen boezem kijken al helemaal niet.

Intussen timmeren diezelfde studenten en ik aan manieren om nieuwe inzichten over diezelfde wereld bijeen te sprokkelen. Zo ontdekten we – ook ik had er nog nooit bij stil gestaan - , na het lezen van het politiek manifest (1983) van Thomas Sankara, dat hij minstens twee decennia vooruitliep op ons Millennium Ontwikkelingsdoelen ‘eureka-moment’ in 2000 dat alle facetten van ontwikkeling (van vrouwenrechten tot voedselzekerheid en het milieu) tegelijkertijd en van onderuit moeten aangepakt worden.

Op basis van nieuwsartikels en video’s die ze zelf wekelijks uitkiezen, leerden zij mij dat de anti-homowetten in plekken zoals Oeganda niet enkel een geïsoleerde lokale aberratie is maar gelinkt is aan de ontmoeting met het Britse imperium (toen) en de Amerikaanse evangelisten (nu); en dat de strijd tegen ebola vragen doet rijzen over de terugkeer van een westerse militaire aanwezigheid in de regio, alsook de procedures rond vaccinatie-ontwikkeling, patenten en intellectuele eigendomsrechten.

Wat mij betreft kan het belang van beeldvorming dus nauwelijks overschat worden. De beelden waarmee onze jongeren de universiteit komen binnengerold en ook weer buitenwandelen zijn bijzonder belangrijk. Het beeld dat we van een situatie, plek of iemand hebben, bepaalt immers of we iets zien of niet. Of we het als een probleem zien, het al dan niet aanvaardbaar vinden, alsook de waaier aan oplossingen en beleidsvoorstellen waaruit we selecteren om er iets aan te doen.

Op hun beurt zijn het precies die dingen die de materiële toestand, armoede, hongersnood, epidemieën, uitsluiting,… doen ontstaan, in stand houden of oplossen. Sturen we troepen, zingen we liedjes (en waarover?), sturen we geld (en waarvoor?), stellen we de vrije markt en privatisering in vraag?

Zelfkastijding en cynisme

Net zoals in de intussen gehate zwartepietendiscussie is beeldvorming-kritiek geen kwestie van collectieve zelfkastijding, van met z’n allen schuldbewust toe te geven hoe slecht, zelfingenomen, onwetend en racistisch we wel niet zijn. In essentie gaat het om iets veel positievers: het is een bewuste overgave aan de wil om te blijven leren, ontdekken, nieuwe inzichten op te doen om de toekomst beter aan te pakken. Wanneer zijn we precies die ambitie uit het oog verloren? Met de ontdekking van het einde van de geschiedenis misschien?

Het gaat om een bewuste overgave aan de wil om te blijven leren, ontdekken, nieuwe inzichten op te doen om de toekomst beter aan te pakken

Betekent dit dat we moeten ophouden om mensen te beroeren, geld in te zamelen voor acute problemen elders? Zeker niet. Het is geen of of verhaal, net zoals kritiek op zwarte piet niet het einde van een kinderfeest moet zijn. Wanneer onze feesten of celebrity-sensibilisering echter steevast een simplistische, beledigende en foute beeldvorming van de ander in stand houden en reproduceren, hebben we een probleem.

We hebben een probleem als we, verblind door ons eigen spiegelbeeld, niet zien dat de betrokkenen vaak zelf veel betere oplossingen hebben waar we al dan niet aan kunnen bijdragen. Al was het maar door ze niet in de weg te staan.

We hebben een probleem als we ons laten entertainen en in slaap wiegen met sms-donaties en app-downloads. Ons laten wijsmaken dat we onze bijdrage hebben geleverd en dus niet duizendmaal nuttiger zouden zijn mochten we bij onze politici aankloppen om de regels van de farmaceutische markt te veranderen of de privatisering van de gezondheidssector in vraag stellen.

Ik dank Bob, Bono en co. alvast om de pijnpunten van onze hulpindustrie met de regelmaat van de klok weer eens mooi te illustreren. Intussen hoor ik mijn bovenbuurvrouw op volle sterkte Bandaid30’s ‘Let them know it’s Christmastime…’ meezingen. Het seizoen van de melige selfie-hulp is aangebroken. Hoe verleidelijk ook, dit jaar onderdruk ik bewust het cynisme van de beeldvorming-criticus in mij. Beeldvorming-activist sans gène blijf ik echter wel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur