Het blauwe gezicht van eenzaamheid

Waarin de auteur de kleur en de straling van zowel liefde als eenzaamheid meet. En de biep niet hoort.

  • (c) Brecht Goris Ben Caudron (c) Brecht Goris

Het werd een mooie zomer. Mijn geliefde en ik trokken naar de Aude, op zoek naar verhalen uit het verleden – ketters bloed stroomt door haar aderen. Terug in België deden we provinciestadjes aan. We ontdekten kleine hoekjes waar alleen de katten weet van hebben, ontcijferden grafstenen van illustere voorvaderen die al eeuwen overgeleverd zijn aan de vergankelijkheid van aanzien en macht en zochten beschutting tegen de zon onder het lover van knoestige bomen, aan gammele tafeltjes. Omdat we van het goede leven houden aten we vaak uit huis, bij voorkeur in kleine gelegenheden die geen moer geven om het oordeel van de lifestylenazi’s en waar je dus nog echt eten geserveerd krijgt.

We hadden ergens wel een smartphone in de buurt, maar voelden geen moment de behoefte onze ervaring met iemand anders dan met elkaar of de toevallige passant te delen. We praatten, we zagen aan elkaars blik dat we hetzelfde hadden gezien, we waren samen, in het moment.

Deze ervaring stond in schril contrast met wat we rond ons observeerden. Zoals die ene ochtend. Ze waren de avond ervoor aangekomen, het anorectische, rijke meisje uit L.A. en de jongen die in haar iele schaduw mocht zijn. Zij at niets, hij viel aan op de omelet die hem geserveerd werd. Hij zag haar vernietigende blik niet. Zijn ogen waren gefixeerd op het schermpje van het toestel waarmee hij een Amerikaanse app gebruikte om te achterhalen welk weer die dag in petto had voor het zuiden van Frankrijk.

Hij hoorde haar geneuzel over de Visigothen in de streek, onzin die ze van haar schermpje las, niet. Ze beledigden de gastvrouw diep toen ze de tafel verlieten, hun ogen gericht op het schermpje. Ik hoopte stiekem dat ze hun hoofd zouden stoten, of zouden struikelen.

Een week later, op een zalig terras ergens in Leuven. Opa had besloten dat hij weer achttien was en had zich van een bijpassende outfit voorzien. De dochter kon het geen moer schelen, net zoals het haar koud liet wat de twee kleindochters deden. Misschien waren ze zich niet eens meer van elkaars aanwezigheid bewust. Ze zaten tegenover elkaar en wreven met hun duim over hun schermpjes. Voor ieder een ander schermpje. Ondertussen stierf oma van verveling. Zij had geen schermpje. Zij had ook geen gezelschap. Toen haar lege ogen de mijne kruisten, had ze heel even contact. Toen zakte ze weer weg.

Dezelfde avond, in een Mechels eethuisje dat nochtans de naam heeft door “bewuste al-ternatieve mensen” gefrequenteerd te worden. De ruimte was amper verlicht. Daardoor vielen de blauwe gezichten nog meer op. We bleken zowat omsingeld door koppels van middelbare leeftijd en in toeristenmodus (dat leerden we uit de manier waarop ze waren uitgedost). Ze hadden met elkaar gemeen dat één van hen in het oneindige tuurde terwijl de ander blauw licht op het gelaat had. Dat licht werd over hen gegoten door hun slimme toestellen.

Alsof die toestellen op die manier wilden duidelijk maken wat de koppels voor zichzelf wilden ontkennen: jullie zijn uitgepraat. Het is over. Jullie mogen dan wel in eenzelfde ruimte zitten, jullie vertoeven elk in een andere dimensie.

Uiteraard is samen eenzaam zijn niets nieuws. Die eenzaamheid toeschrijven aan onze favoriete sociale media zou dom zijn. Die sociale media liggen meer dan waarschijnlijk amper of niet aan de basis van die eenzaamheid. Wat ze doen is de mogelijkheid geven de eenzaamheid te ontkennen. Ze zorgen ervoor dat minstens één van de eenzamen niet langer verveeld naar de einder hoeft te turen en zich toch nog verbonden kan voelen, al is het door te baden in de stroom van leegheid die door onzichtbaren wordt gevoed.

Tegelijk maken sociale media de eenzaamheid net extra zichtbaar, en daardoor nog harder om te verdragen. Wat is het blauw uitgelicht aangezicht anders dan een ultieme bevestiging van wat collectieve eenzamen willen blijven ontkennen?

We zaten onder een aftandse schemerlamp die geel licht over de tafel strooide. We zagen het licht in elkaars ogen en begrepen dat we het niet begrepen. De biep van de smartphone haalde ons niet uit onze woordeloze conversatie. We betaalden en liepen gearmd de warme stadsnacht in.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Socioloog, digitaal strateeg en auteur

    Ben Caudron (1965) is socioloog, gepassioneerd door mens en technologie. Sinds 1993 is hij actief betrokken bij de ontwikkeling van digitale media.