Dossier: 

10 zaken over Syriëstrijders en het kalifaat die iedereen zou moeten weten

Iedereen heeft tegenwoordig een mening over salafisten, jihadisten en kalifaatstrijders. Maar weten we wel waarover we spreken? En zijn we ons bewust van de maatschappelijke impact van ons spreken en zwijgen? Pieter Stockmans en Montasser AlDe’emeh zetten de zaken voor u op een overzichtelijk rijtje.

  • Xander Stockmans Xander Stockmans

1. Niet alle salafisten zijn jihadisten, en dat is belangrijk.

  • Jihad is in de eerste plaats de interne strijd die elke moslim moet voeren tegen zijn eigen verlangens en driften. Het betekent in de tweede plaats een gewapende strijd tegen bezetters van islamitisch land.
     
  • Salafisme is een orthodoxe religieuze stroming, een levenswijze volgens de gewoonten van de profeet Mohammed. Jihadisme is een anti-imperialistische, religieus-politieke ideologie tegen externe inmenging in de islamitische wereld.
     
  • Wanneer we over jihadisten spreken, spreken we beter niet over “salafisten”. Anders scheren we miljoenen moslims die het salafisme aanhangen en geen vlieg kwaad doen over dezelfde kam als de extremisten die niet terugschrikken voor aanvallen tegen burgers of het afmaken van gevangenen. De juiste term voor een moslim die de gewapende strijd voert is “jihadist”, of “salafistische jihadist”.
  • Door beide stromingen door elkaar te halen en repressief op te treden tegen beide, dragen overheden bij tot gewelddadige radicalisering van vreedzame salafisten. De Belgische overheid heeft in het verleden al dezelfde fouten als de Jordaanse gemaakt: Jordanië viseerde in een massale arrestatiecampagne in 2011 zowel vreedzame salafisten als jihadisten. België pakte De Koepel aan, één van de meest progressieve moskeeën in Vlaanderen. Door zulke actoren te viseren, versterk je net de jihadisten.

2. De jihadbeweging is geen staand leger, maar een wervend spiritueel idee. Loyaliteit verklaren ze niet aan een land, maar aan de islamitische identiteit.

  • De jihadbeweging heeft geen vaste structuur, maar is een karavaan die haar strijders verenigt en mobiliseert op basis van een spiritueel ideaal, voornamelijk uitgedacht door de Jordaans-Palestijnse “peetvaders van de mondiale jihad”. Abdullah Azzam mobiliseerde Arabieren om in Afghanistan de jihad tegen de Sovjets te vervoegen. De grootste nog levende jihad-ideoloog Abu Muhammad al-Maqdisi riep op tot verzet tegen alle “ongelovige” dictaturen in de regio om de islamitische wereld te verenigen in een nieuw kalifaat.
     
  • “Ongelovig” is een leider die met de “vijanden van de islam” collaboreert en de islamitische wetgeving schendt of niet toepast. Volgens de ideologie is het de plicht van elke moslim om de islamitische wetgeving op te leggen en zo de waardigheid van de wereldwijde moslimgemeenschap te herstellen.
  • Elk islamitisch land dat implodeert, wordt een magneet voor strijders van over de hele wereld. Als ergens een jihad gevoerd wordt, levert de wereldwijde jihadbeweging strijders aan al-Qaeda milities of aan andere milities die dezelfde ideologie aanhangen maar zich losscheurden van al-Qaeda (bijvoorbeeld: ISIS).

3. De jihadbeweging is verenigd door het einddoel, maar verdeeld door ideologische nuances, strategie en tactiek. De verschillende stromingen bestaan ook in België.

Alle jihadisten streven naar het herstel van het islamitisch kalifaat. Daar houdt de overeenkomst op.

  • Salafisten die niet geloven in geweld en zelfs niet in politiek protest.

o    Zij volgen de geleerde Al-Albani.

o    Zij zijn niet tegen jihad, want jihad is een islamitisch concept dat elke moslim aanvaardt. Maar volgens hen mogen moslims slechts onder zeer strikte voorwaarden in opstand komen tegen de machthebber, bijvoorbeeld: enkel als het resultaat van jihad niet erger is dan de huidige situatie. Al-Albani spoorde zelfs Palestijnen aan zich in een ander land te vestigen, zichzelf te versterken en pas dan de strijd met Israël aan te gaan.

o    Ze vullen jihad eerder in als islamitisch missionariswerk en onderwijs.

o    Volgens hen is het niet toegelaten om de islamitische wetgeving op te leggen in een niet-islamitisch land. Bewegingen als Sharia4Belgium gaan in tegen de islamitische rechtsleer.

o    Vreedzame salafisten staan vaak wantrouwig tegenover islamistische bewegingen als het Moslimbroederschap. Ook distantiëren ze zich van al-Qaeda en andere jihadistische milities.

  • Salafistische jihadisten die geloven in een gewapende strategie, maar voorlopig met focus op Syrië.

o    Zij benadrukken dat de omstandigheden voor gewapende jihad niet rijp zijn in landen als Jordanië, hoewel ze op termijn een gewapende opstand in Jordanië niet uitsluiten. Dat is volgens hen immers een religieuze plicht omdat het Jordaanse regime de islamitische wetgeving niet volledig invoert en samenwerkt met “ongelovigen” (bijvoorbeeld het Westen) tegen de moslims. Maar ze vullen die plicht pragmatisch in.

o    Zij volgen de geleerde Abu Muhammad al-Maqdisi, die de aanpak van ISIS roekeloos, leugenachtig, afwijkend, ongepast, bedrieglijk, bloeddorstig, oppervlakkig en zondig noemde. Hij riep alle ISIS-leden op de rangen van al-Qaeda in Syrië te vervoegen, namelijk Jabhat al-Nusra dat samenwerkt met andere Syrische rebellengroepen.

o    We spraken met Dr. Munif Samara en Dr. Muhammad Abu Irhayyim, die zeggen dat ISIS het imago van de jihad besmeurt. Zij volgen de pure jihad-ideologie, die terroristische aanslagen op burgerdoelwitten en aanslagen in het Westen meestal afkeurt. Tegen sjiieten, volgens hen “ongelovigen”, zijn zij even wraaklustig als ISIS. Christenen zijn gelovigen die kunnen rekenen op hun bescherming, als ze een beperkte taks betalen.

o    Deze salafistische jihadisten slaan in het zuiden van Syrië hun tenten op, aan de grens met Jordanië en vlakbij einddoel Israël. Alleen onder een eengemaakt islamitisch kalifaat kunnen ze sterk genoeg worden om Palestina te heroveren. Daarom gaan vele Palestijnen uit Jordanië nu in Syrië vechten.

  • Salafistische jihadisten die geloven in een gewapende strategie zowel in Syrië, als in Jordanië en Irak.

o    Zij verklaren een dictatoriaal pro-Westers of sjiitisch regime in de islamitische wereld, of mensen die daarvoor werken, veel sneller als “ongelovig”, wat volgens hen een opstand onmiddellijk verplicht maakt.

o    Zij ontstonden uit al-Qaeda in Irak, onder leiding van de meedogenloze vermoorde leider Abu Musab al-Zarqawi, en steunen vooral ISIS. Ze hebben zich uit de bevelstructuur van al-Qaeda losgerukt en zijn in competitie met al-Qaeda voor de dominantie van de globale jihadbeweging. Ze hebben hun eigen financieringsbronnen en rekruteren strijders van over heel de wereld, waardoor hun aantrekkingskracht groeit. De meeste Belgische Syriëstrijders vechten bij deze groep.

o    Ze concentreren zich op het grensgebied tussen Syrië en Irak, en bouwen daar aan een grensoverschrijdend kalifaat.

o    Ze hanteren gruwelijke methoden die stuk voor stuk de jihad-ideologie schenden. Volgens andere jihadisten zijn ISIS-strijders geen jihadisten, maar een deviante groep.

4. Het kalifaat spreekt tot de verbeelding van vele moslims als herstel van de trots en waardigheid van de wereldwijde moslimgemeenschap.

  • Dat herstel moet er komen na decennialange vernedering door Westers kolonialisme, bezetting, militaire interventies, imperialisme en pro-Westerse Arabische dictators.
     
  • Een Hadith – of uitspraak van de profeet – opgetekend in de 8ste eeuw voorspelde dat het islamitische kalifaat zal worden hersteld na de val van de “tirannieke heerschappij” van Arabische dictaturen. Vandaag geloven de jihadisten dat die fase is aangebroken, ook omdat volgens een andere Hadith de beslissende strijd in Damascus zal worden geleverd. Syrië brengt hen enkel dichter bij het doel: Jeruzalem.
  • De jihadisten willen de zwarte vlaggen van de islam laten wapperen in Damascus. Dat zal voor hen het teken zijn dat de Levant één wordt, de koloniale grenzen van de Britten en de Fransen worden uitgewist en het zionistische regime in Palestina valt.

5. De grootste voedingsbodem voor jihadisten is niet de religie, maar het onrecht.

  • De internationale politiek faalt door andere krachten die tegen datzelfde onrecht strijden te negeren.
     
  • De cocktail van uitzichtloosheid, onrecht in het Midden-Oosten, de diepgewortelde frustraties van vele jongeren (onder andere door de torenhoge werkloosheid), en de jihadistische ideologie is explosief. Deze ingrediënten maken dat jongeren, die niet bezig met jihadisme, ongeduldig worden en toch in de gewapende jihad gaan geloven.
     
  • In Irak woedde al jarenlang een opstand van de soennieten tegen de centrale regering in Bagdad, die de soennitische minderheid verwaarloost, discrimineert en hen weert uit het nationale leger en andere staatsinstellingen. Bagdad stelde zich op als een sektarische regering van enkel sjiieten. Iraakse regio’s met een soennitische meerderheid worden geteisterd door werkloosheid en armoede. Onrecht en discriminatie verzwakken de Iraakse nationale identiteit en zetten bestaande loyaliteiten op het spel. Soennieten plooien terug op hun traditionele stamverband en sommigen gaan geloven in de jihadisten die een andere droom beloven, van activisme dat wél impact heeft.
     
  • Wat vandaag in Irak gebeurt, is ook in Jordanië aan het gebeuren. In Jordanië werd een vreedzame en civiele opstand op eenzelfde manier onderdrukt als de gewelddadige en religieuze jihadbeweging. De Moslimbroeders – islamisten die geloven in verkiezingen en democratie – worden gemarginaliseerd. Van de beloofde hervormingen en ontwikkeling komt weinig in huis. Het Westen steunt de Jordaanse monarchie om de vreedzame protestbeweging te verzwakken. Zo verliezen mensen hun geloof in vreedzaam verzet.
  • Ondertussen vreet het gif van armoede, werkloosheid en corruptie de steunpilaren van de Jordaanse monarchie verder weg. Jongeren uit verwaarloosde wijken shoppen tussen verzetsbewegingen en komen terecht bij die beweging waarvan ze voelen dat ze impact heeft. Er loopt een dunne lijn tussen seculiere en religieuze bewegingen en de ideologie die hen scheidt is slechts een vernislaagje over een berg van gedeelde frustraties. Leiders van vreedzame protestbewegingen zien met lede ogen aan hoe steeds meer mensen onafhankelijkheid en waardigheid denken te bereiken via de gewapende jihad voor een islamitische staat.
     
  • In Palestina wordt een vreedzame protestbeweging in verschillende dorpen en steden al jarenlang brutaal onderdrukt door het Israëlische leger en politie. Er kraait geen haan naar. Israël negeert een Palestijnse overheid die bereid is tot verregaande compromissen.
     
  • In Syrië schoof de internationale gemeenschap de vreedzame protestbeweging die pleit voor onderhandelingen aan de kant.
     
  • Rode draad door al deze voorbeelden: als een vreedzame opstand wordt onderdrukt door ordetroepen en genegeerd wordt door de internationale gemeenschap, springen de jihadisten erop. Pas dan krijgt de opstand plots aandacht, omwille van onze fixatie op moslimextremisme en jihadisten die met geweld het herstel van het kalifaat nastreven. Die hypocriete dynamiek is mee verantwoordelijk voor gewelddadige radicalisering.

6. Inlichtingendiensten houden de touwtjes van de jihadbeweging in handen.

  • De Saoedische en Jordaanse inlichtingendiensten zetten aanvankelijk de religieuze geestdrift van jihadisten in als een wapen tegen hun vijand Bashar al-Assad, de president van Syrië. Pas als de jihadbeweging te sterk werd, sloten de inlichtingendiensten de grenzen en begonnen ze jihadisten te vervolgen.
     
  • In de jaren 2000 leidde de zogenaamde War on Terror net tot de groei van jihadistische bewegingen. Nadat de VS Abu Musab al-Zarqawi, de leider van al-Qaeda in Irak, elimineerden, raakten duizenden jongeren door hem geïnspireerd als martelaar in de strijd tegen de Amerikanen. Na de gewelddadige contraterrorisme campagne van de Jordaanse overheid in 2005 en 2011 gingen honderden vreedzame salafisten over naar de jihadisten. Het gebruik van excessief geweld en vernedering door de Jordaanse inlichtingendienst maakte van vele jongeren net jihadisten. Er waren nooit zoveel jongeren uit Jordanië naar Syrië vertrokken als de overheid de salafi-jihadi beweging niet zo hardhandig had aangepakt.

7. Zonder evenwicht tussen preventie en repressie, wordt de samenleving onveiliger voor iedereen.

  • Overheden balanceren op een slappe koord: door misdrijven te vervolgen, zoals dat hoort in een rechtsstaat, krijgt de jihadbeweging een nieuwe adem. Daarom is een evenredige aanpak belangrijk: repressie evenredig met de effectieve dreiging die uitgaat van de vertrekker of de terugkeerder. Hoe onevenrediger de repressie, hoe meer munitie voor de jihadbeweging om verder te polariseren. En zo wordt, net zoals in Jordanië, het anti-terreurbeleid zelf een bron van radicalisering.
     
  • De oproepen van sommige politici tot onevenredige repressie zijn problematisch. De Belgische overheid scheert niet alle vertrekkers en terugkeerders over dezelfde kam, en dat moet zo blijven. Ze vindt het belangrijk dat ouders nog naar de politie durven stappen en niet vrezen voor de vervolging van hun kind als ze kunnen aantonen dat hun zoon of dochter gedreven werd door humanitaire motieven. Een aanpak op maat van elke vertrekker of terugkeerder is noodzakelijk, willen we niet nog meer olie op het vuur gooien. Mensen die er met de botte bijl willen doorgaan, moeten verantwoordelijkheid nemen voor een eventuele escalatie en verdere polarisatie van onze samenleving.

8. Selectieve repressie is de nagel in de doodskist van elk beleid tegen gewelddadige radicalisering.

  • De Belgische overheid treedt minder daadkrachtig op tegen extreemrechts racisme dan tegen moslimextremisme. Dat is een extra bron van frustratie voor moslimjongeren in België. Volgens Binnenlandse Zaken is het moeilijker om racisme en islamofobie te veroordelen omdat het veel breder verspreid is dan moslimextremisme. We moeten met z’n allen erkennen dat een beleid tegen gewelddadige radicalisering, dat sommige oproepen tot haat wel en anderen niet bestrijdt, in bepaalde gevallen zelf polarisatie en geweld voedt.

9. Een tegenverhaal tegen de jihadisten is minder belangrijk dan een uitbreiding van de keuzemogelijkheden voor jongeren.

  • Een zelfbewust seculier discours dat even activistisch en overtuigend is als het religieus-jihadistische, en dat door hetzelfde onrecht wordt bewogen, is onderweg. De beweging waar Dyab Abou Jahjah aan werkt, is daar een voorbeeld van. Het bestaande middenveld van bewegingen die spreken over de problemen waarmee moslimjongeren in onze maatschappij kampen – discriminatie, racisme, islamofobie, onbegrip bij de rest van de samenleving over het onrecht in het Midden-Oosten – is zich aan het versterken.
     
  • Een beweging van moslims die hun maatschappelijk activisme stoelen op religieus geïnspireerde waarden zie je groeien via evenementen als Moslim Expo. Die moeten een breed platform krijgen in de media.
     
  • Een religieus discours dat ook de taal van jihad spreekt, maar de brede schakeringen en nuances binnen die ideologie beter weerspiegelt, is nog te vaak afwezig. Dat is nochtans belangrijk voor jongeren die al doordrongen zijn van de jihad-ideologie. Een jaar geleden gingen 60 imams akkoord om op een proactieve manier jongeren aan te spreken. Ze kwamen een jaar geleden tot een gezamenlijk standpunt over jihad.
     
  • Belgische imams hebben niet de gewoonte om proactief te communiceren. Jihadisten zijn wél uiterst actief in communicatie en propaganda op internet. Die ongelijke strijd is deel van het probleem. De media gaven het unieke initiatief van de 60 imams amper aandacht. Dat bevestigt de pleinvrees van Belgische imams en ontmoedigt hen net om publiek te spreken.

10. Iedereen heeft een verantwoordelijkheid in de strijd tegen gewelddadige radicalisering.

  • De hele maatschappij – inclusief de grote media en politici – heeft een verantwoordelijkheid om vreedzame emancipatiebewegingen van moslimjongeren een veel breder platform te bieden en niet enkel aandacht te bieden aan jihadisten van zodra gewelddadige radicalisering al heeft plaatsgevonden.
     
  • Politici durven vandaag bijvoorbeeld amper opkomen voor de moslimgemeenschap, omdat islamofobie breed verspreid is onder kiezers en de moslimgemeenschap zelf politiek slecht georganiseerd is. Solidariteit van politici met moslimjongeren in hun strijd tegen discriminatie en racisme zou aan deze jongeren nochtans een sterker gevoel van behoren tot ons land geven. En hen dus minder snel in de richting van gewelddadige radicalisering duwen.
     
  • Als jongeren geen ander politiek platform – vreedzaam maar voldoende krachtig – wordt aangereikt, riskeren de pogingen tot “deradicalisering” verloren moeite te zijn. Het Belgische preventieplan spreekt van een “heroriëntatie” van onrechtvaardigheidsgevoelens naar “exclusief humanitaire projecten”, maar lijkt zo net de honger naar politiek activisme bij vele jongeren te onderschatten.

Journalisten Pieter Stockmans en Montasser AlDe’emeh reisden in opdracht van MO* naar de bakermat van de internationale jihad en spraken er met al-Qaeda, jihadisten en ideologen van Jabhat Al-Nusra en ISIS, strijdlustige Palestijnse jongeren en leden van opstandige Jordaanse stammen. Stockmans en AlDe’emeh werden uiteindelijk zelf ondervraagd door de Jordaanse inlichtingendienst.
Ze kwamen naar huis met heel wat nuttige lessen voor België, over de drijfveren, het levensverhaal en de ideologie van Syriëstrijders, en over hoe het slappe koord tussen repressie en preventie te bewandelen. In hun MO*-dossier “Syriëstrijders” verleggen ze de bakens van het maatschappelijke debat. In het nieuwe MO* Magazine kan je hun reportage “De jihadkaravaan is op weg naar huis” lezen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur