ACP-landen: probleem voor EU, kans voor China

De relatie tussen de EU en de ACP-landen (landen in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan) is de afgelopen decennia erg sterk geëvolueerd. De vrijhandelsakkoorden die de EU met haar voormalige kolonies wil afsluiten, vormen een grote bron van wrevel, en de steeds sterkere aanwezigheid van opkomende economieën zoals Brazilië, Rusland, India en China maakt de relatie van de EU met de ACP-landen er niet makkelijker op. Is de EU anno 2011 nog een relevante partner van de ACP-landen?

  • Friends of Europe Mohamed Ibn Chambas, secretaris-generaal van de ACP-landengroep en aanwezig op de conferentie 'Global changes, emerging players and evolving ACP-EU relations' in Maastricht Friends of Europe

Precies rond dit thema organiseerde het European Center for Development Policy Management (ECDPM) in Maastricht een tweedaagse conferentie met als titel Global changes, emerging players and evolving ACP-EU relations. Vertegenwoordigers uit Europa, Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan kwamen er bijeen om de toekomst van het EU-ACP-partnerschap te bespreken.

Van Lomé naar Cotonou

Vroeger was de EU zonder twijfel de belangrijkste donor en handelspartner van de ACP-landen. Onder de Yaoundé- en Lomé-akkoorden genoten haar ex-kolonies een bevoorrechte toegang tot de Europese markt en kregen ze relatief hoge prijzen. Toen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) echter oordeelde dat deze voorkeursbehandeling indruiste tegen de WTO-regels, werd het Lomé-akkoord in 2000 vervangen door het Cotonou-akkoord. Cotonou moest de weg vrijmaken voor de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s) die de niet-wederkerige markttoegang door een wederkerige zou vervangen. Voortaan zouden ook Europese producten makkelijker hun weg naar de ACP-markten vinden.

Het Cotonou-akkoord loopt af in 2020 en de EU wil tegen die tijd met alle ACP’s een volwaardig EPA-akkoord te hebben. Maar het ziet er niet naar uit dat dit haalbaar is. Anno 2011 zijn de onderhandelingen nog volop aan de gang en het einde is nog niet in zicht. Enkel de Caraïbische landen -met uitzondering van Haïti- sloten al een volwaardig EPA-akkoord af, anderen tekenden een interimakkoord (IEPA), terwijl bijvoorbeeld Nigeria besloot om helemaal geen EPA-akkoord af te sluiten. Zij houden het liever bij het GSP-plus schema van de WTO.

Zwakkere EU

De moeilijke EPA-onderhandelingen kunnen wijzen op een verzwakte positie van de EU in de regio. Velen vreesden dat de EPA-akkoorden een nefaste invloed zouden hebben op de reeds zwakke economieën van vele ACP-landen. Terwijl ze vroeger een eenzijdige markttoegang hadden, eiste de EU nu dat ook Europese producten dezelfde gunstige toegang kregen tot de Afrikaanse en Caraïbische markten. Hierdoor zakte in de ACP-landen de Europese geloofwaardigheid tot onder het nulpunt.

De liberalisering van diensten ligt ook erg gevoelig aan de andere kant van de onderhandelingstafel. Hoewel de WTO in zijn oordeel nooit sprak over diensten, oefent de EU voortdurend druk uit op de ACP-landen om verder te gaan dan alleen goederen. Dit verklaart eveneens waarom tien jaar na Cotonou amper 14 van de 79 landen een EPA-akkoord ondertekenden, tot grote ergernis van Brussel.

De Europese geloofwaardigheid wordt volgens sommigen verder ondermijnd doordat Europa een dubbele standaard hanteert in haar relatie met andere landen. ‘In Ivoorkust stierven de voorbije weken meer dan 3000 mensen zonder dat de EU een vinger uitstak. Maar wanneer Khadaffi geweld gebruikt tegen de Libische bevolking, schiet de EU wel in actie. Dit is voor vele Afrikanen onbegrijpelijk’, klonk het verontwaardigd op de conferentie.

Anderen grijpen de Europese uitbreidingen in 2004 en 2007 aan als verklaring voor de tanende rol van de EU. Landen als Polen, Tsjechië en Bulgarije hebben weinig uitstaans met de Britse, Franse, Nederlandse of Belgische ex-kolonies. De nieuwe lidstaten vinden dat de EU andere katten te geselen heeft, zoals de financiële crisis. ‘Hierdoor loopt de EU het risico haar relatie met de ACP-landen uit het oog te verliezen, wat het pad vrijmaakt voor andere spelers in de regio, waardoor ze nog meer aan invloed moet inboeten’.


Interviews met Mohamed Ibn Chambas, secretaris-generaal van de ACP-groep, en Roy Mickey Joy, ambassadeur voor Vanuatu bij de EU, over de veranderende relatie tussen de EU en de ACP-landen (in het Engels).

Sterk China

En inderdaad, de tanende invloed van de EU creëerde de voorbije jaren een vacuüm dat nieuwe spelers zoals China graag invullen. Veel ACP-landen beschouwen deze opkomende economieën als een welkom alternatief voor de trage en bemoeizuchtige EU. Opkomende economische grootmachten zoals China leggen naarstig wegen aan en houden hun mond over mensenrechtenschendingen.

Tussen 1998 en 2008 steeg de Chinese handel met Afrika van 6 tot 107 miljard dollar. In tegenstelling tot de Europese Unie stak China nooit onder stoelen of banken dat de reden voor de Chinese aanwezigheid in Afrika puur economisch is. De EU opereert voornamelijk onder een humanitaire vlag. ‘China ziet Afrika als een economische kans, terwijl Europa ons nog vaak beschouwt als een liefdadigheidsgeval,’ aldus een Afrikaanse vertegenwoordiger in Maastricht.

Dit creëert een zekere concurrentie tussen de EU en China op het Afrikaanse continent. ‘Europa wordt geconfronteerd met een concurrent die volgens andere spelregels speelt. De EU blijft de nadruk leggen op corruptiebestrijding en goed bestuur zonder eerlijk uit te komen voor haar eigen economische belangen. China heeft het veel gemakkelijker met zijn principe van niet-inmenging.’

Toch zien sommigen hier een nieuwe rol voor de EU weggelegd. De Chinese aanwezigheid komt de economie en de infrastructuur dan wel ten goede, dit gebeurt vaak ten koste van de lokale gemeenschap, zonder aandacht voor milieu, mensenrechten of veilige werkomstandigheden. Een open dialoog tussen China en de EU kan voor alle partijen voordelig zijn. China kan leren principes van goed bestuur toe te passen, terwijl Europa openlijk zijn economische motieven in de regio kan verdedigen zonder een monopolie in waarden en normen te claimen. ‘Zonder overleg zouden er conflicten kunnen ontstaan.’

Actievere ACP-landen

‘Soms lijkt het alsof Afrika een eenzame prinses is die door verschillende sultans het hof wordt gemaakt, die haar allemaal een ander verhaaltje vertellen. Niet omdat ze van haar houden, maar omdat ze een grote erfenis heeft’, zo stelt een van de aanwezigen. ‘Maar die tijd is voorbij.’

De ACP-groep bestaat uit 79 landen uit Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan. De groep vertegenwoordigt bijna 800 miljoen inwoners, tegenover bijna 500 miljoen EU-burgers. Daarmee bezit de organisatie ook een hoop potentieel om, los van de EU of de BRICS-landen, onderling nauwer samen te werken op economisch en politiek vlak.

De EPA-onderhandelingen worden nu al in regionale groepen onderhandeld met de EU (ECOWAS, EMAC, COMESA, SADC, CARIFORUM en Pacific) en de ACP-landen kiezen er steeds vaker voor om ook op andere vlakken regionaal overleg te plegen. ‘De nauwere regionale samenwerking maakt de landen minder afhankelijk van derden en geeft hen tegelijk een sterkere onderhandelingspositie.’

Deze regionale samenwerking ondermijnt volgens sommigen echter de eenheid binnen de ACP-groep. ‘Maar ik zie niet in waarom het of/of moet zijn. Zowel een hechte regionale samenwerking, als overleg binnen de ACP-groep én met de EU komt de betrokkenen alleen maar ten goede,’ aldus een aanwezige.

Is de EU overbodig geworden voor de ACP-landen? Neen, zo valt te concluderen uit de conferentie, als ze bereid is eerlijker voor haar economische belangen in de regio uit te komen, de aanwezigheid van andere spelers te aanvaarden en de ACP-landen niet langer als een bestemming van liefdadigheid maar als gelijkwaardige partners te beschouwen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift