Bert De Vroey: 'De elite ligt onder vuur, niet de rijken'

VRT-radiojournalist en Amerikakenner Bert De Vroey zit op dit moment in de Verenigde Staten om de cruciale voorverkiezingen op Super Tuesday te verslaan. MO* belde hem op in Atlanta, Georgia, voor een diepgaande analyse van het Amerikaanse verkiezingsseizoen 2012. ‘De American Dream is niet dood, maar heeft wel een erg rechtse kleur gekregen.’

De presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten komen stilaan op kruissnelheid. Volgende week dinsdag zou de keuze voor een Republikeinse presidentskandidaat in een definitieve plooi kunnen vallen. Het is dan immers Super Tuesday, met voorverkiezingen in Alaska, Georgia, Idaho, Massachusetts, North Dakota, Ohio, Oklahoma, Tennessee, Vermont, Virginia en Wyoming. De race naar de Republikeinse nominatie verloopt dit jaar echter met zoveel ups en downs voor de voornaamste kandidaten, dat de kans op een definitieve beslissing dinsdag vrij klein is. Intussen tekenen zich wel een aantal tendensen af die de Amerikaanse politiek –en dus de wereld- mee kunnen tekenen de volgende jaren. MO* sprak daarover met Bert De Vroey, die de VS al jaren volgt en onlangs nog het boek De kleuren van Amerika publiceerde.

Bert De Vroey: ‘De verwachting is dat de buit op Super Tuesday verdeeld zal worden onder Mitt Romney, Rick Santorum en Newt Gingrich. Romney zal wellicht beter scoren in de noordelijke staten, Santorum in het zuiden en Gingrich verwacht een goed resultaat in Georgia. In veel staten zijn de regels van de voorverkiezingen ook gewijzigd, waardoor steeds vaker een proportionele verdeling van de stemmen gedaan wordt in plaats van het vroegere winner takes it all principe. Dat betekent dat ook na Super Tuesday de teerling nog niet helemaal gegooid zal zijn, en uit contacten met goed geplaatste mensen binnen de Republikeinse partij begrijp ik dat men daar stilaan echt rekening houdt met een scenario van een partijconventie eind augustus die begint zonder een afgetekende winnaar.’

Een zogenaamde contested convention?

Bert De Vroey: Dat zou voor de Republikeinen het slechtst denkbare scenario zijn, omdat er dan nog stemrondes en debatten op de conventie nodig zijn. De andere mogelijkheid heet een brokered convention, wat inhoudt dat er voor de conventie toch een akkoord gemaakt wordt onder kandidaten, waarbij bijvoorbeeld Ron Paul –de libertaire outsider van de Republikeinse kandidaten- zijn kiesmannen gaat inzetten om de kandidatuur van Mitt Romney te steunen. Ook dat heeft nadelen, maar het vermijdt het spektakel van interne verdeeldheid op zo’n cruciaal moment in de verkiezingscampagne.

Er wordt wel eens gespeculeerd dat de partijtop desnoods nog met een wit konijn tevoorschijn zal komen, indien de voorverkiezingen geen winnaar produceren, of indien een te radicale anti-establishment kandidaat zou winnen. De naam van Jeb Bush valt dan vaak.

Bert De Vroey: De speculatie is al maanden aan de gang en de voorbije weken dook dat scenario inderdaad weer op. Toch wordt het door woordvoerders van de partij weggelachen. Je kan je ook moeilijk voorstellen dat kandidaten die gedurende meer dan een jaar hun energie en massa’s geld gestoken hebben in hun kandidatuur, op het einde van de rit vrijwillig een stap opzij zullen zetten voor iemand die tot dan aan de zijlijn gestaan heeft.

Newt Gingrich is van de drie kanshebber de minst succesvolle op dit moment.

Bert De Vroey: Dat klopt, al zou ik de man toch nog niet helemaal vergeten. Ik ben deze week naar een verkiezingsbijeenkomst met hem geweest, en hij slaagt er echt wel in om mensen aan te spreken en te enthousiasmeren. Hij is vaak erg grof gebekt, je zou hem best kunnen vergelijken met Geert Wilders. Rick Santorum is op veel vlakken even radicaal-conservatief, maar Gingrich is gevatter en gemener –en dat slaat aan bij het Republikeinse kiezerspubliek. Santorum is minder eenduidig. Hij heeft een extreem conservatief-christelijk wereldbeeld, tegelijk durft hij zijn conservatieve achterban ook wel tegen de haren in strijken. Hij is het bijvoorbeeld niet eens met de populaire stelling dat de Verenigde Staten beter af zouden zijn zonder de Federal Reserve (de Centrale Bank) of zonder EPA (het federale ministerie van Milieu).

Is die langlopende onzekerheid schadelijk voor de Republikeinse partij? De kandidaten bestoken elkaar met uiterst negatieve tv-spots en beschuldigen elkaar van inconsequent gedrag en erger. Dat is toch prachtig voor de Democraten en Obama?

Bert De Vroey: Als ik de Republieken daarop aanspreek, dan wordt dat weggewuifd met de stelling dat die scherpe toon nu eenmaal bij de voorverkiezingen hoort. Voor een deel is dat spin, voor een deel klopt dat wellicht wel. Als Santorum het uiteindelijk zou halen, dan denk ik dat deze lange aanloop een voordeel zal geweest zijn. Hij groeit in de campagne en bouwt stilaan een echte basis op, staat na staat, een beetje zoals Obama vier jaar geleden ook deed. Voor Romney werkt het eerder in zijn nadeel, denk ik. Hij heeft sowieso overal een structuur om op terug te vallen, en die is minder afhankelijk van de Republikeinse grassroots dan van het partijapparaat en de geldschieters.

Zorgen de Republikeinse debatten ervoor dat de kiezers geïnformeerd geraken over de standpunten van de diverse kandidaten?

Bert De Vroey: De debatten gaan toch meer over de vaardigheden van de kandidaten om zich te presenteren en te discussiëren, over de manier waarop ze publiek overkomen en standhouden. Er is ook weinig zekerheid over de impact die de lange lijst debatten gehad heeft op de scores van de kandidaten. De diepe zakken van Romney stellen hem in staat om op cruciale momenten ‘tapijtbombardementen met tv-spots’ –de woorden van Gingrich- uit te voeren, en dat is effectiever dan wat iemand zegt tijdens een debat. Anderzijds maken de debatten wél duidelijk dat de Republikeinse partij als geheel erg ver naar rechts opgeschoven is. Alle kandidaten, inclusief Mitt Romney, profileren zich steeds meer op basis van ethische kwesties en anti-staat standpunten.

Het valt inderdaad op dat de evidente thema’s –de economische crisis, de werkloosheid, de huisvestingcrisis- wegdeemsteren ten voordele van thema’s als contraceptie en godsdienstvrijheid.

Bert De Vroey: Dat klopt. Dat heeft zeker te maken met het feit dat de meeste economische indicatoren op dit moment positief zijn in de VS: de beurs doet het goed, de werkloosheid daalt, het consumentenvertrouwen groeit… Dat ondergraaft ook een beetje de campagne van Romney, die zich als de economische wonderdokter profileerde die het wanbeleid van Obama zou herstellen. De verschuiving van economie naar ethiek verloopt trouwens parallel met de opkomst van Rick Santorum. Of hij profiteert van het belang dat de Republikeinse basis hecht aan ethische thema’s, of hij is zelf verantwoordelijk voor het prominenter maken van die thema’s.

De voorbije weken was er vooral aandacht voor de voorziening in de nieuwe ziekteverzekeringswet –de zogenaamde Obamacare, in het Republikeinse jargon- die stipuleert dat werkgevers mee moeten betalen voor een ziekteverzekering die ook contraceptie dekt, inclusief de morning after pil. Dat laatste staat voor de meeste Republikeinen gelijk met abortus. Vanaf het begin was gesteld dat deze voorziening niet zou gelden voor kerken als werkgevers. Maar confessionele instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en universiteiten waren niet uitgezonderd. Daartegen heeft met name het machtige apparaat van de Katholieke Kerk gemobiliseerd.

Obama heeft daarop al toegegeven, maar donderdag lag er nog een Republikeins amendement voor in de Senaat dat elke werkgever zou toegelaten hebben om op morele gronden uitzondering te vragen voor die werkgeversbijdrage. Dat is verworpen –de Senaat kent een Democratische meerderheid- maar het toont wel aan dat ethische thema’s heel sterk gepolitiseerd worden en verweven zijn met fundamentele debatten over sociale organisatie en politieke verantwoordelijkheid.

Het is opvallend dat het meer en meer de Katholieke Kerk is die het voortouw neemt in het ethische debat.

Bert De Vroey: Dat is al zeker tien jaar bezig en het zorgt er inderdaad voor dat we niet meer alleen naar klassieke fundamentalistische organisaties uit protestants-evangelische hoek moeten kijken als we het hebben over christelijk fundamentalisme. De uiterst rechtse positie van de Katholieke Kerk op het vlak van abortus en euthanasie zorgt er wel voor dat een katholieke kandidaat als Rick Santorum nu ook kan scoren in fundamentalistisch-protestantse staten. Dat was een paar decennia geleden ondenkbaar.

Het is voor ons ook vreemd dat de presidentskandidaten zoveel nadruk leggen op het terugdringen of zelfs het ontmantelen van de staat.

Bert De Vroey: Er is bij de Republikeinse basis en ver daarbuiten inderdaad een diep wantrouwen tegenover de staat. Men slaagt er ook in om de twijfel over de bedilzieke regering Obama in brede lagen van de bevolking te verspreiden. Veel Amerikanen zijn ervan overtuigd dat minder regulering beter werkt, dat een kleinere overheid voor een vrijere samenleving zorgt, ze geloven dat een echte vrije markt de concurrentie met China beter zou aankunnen.

Intussen, schrijft de New York Times, verdwijnen de politieke brugfiguren uit het parlement. Senatoren en volksvertegenwoordigers die het centrum van het politieke debat opzoeken, gooien de handdoek in de ring, terwijl meer extreme visies aan gewicht winnen.

Bert De Vroey: De Tea Party is, als georganiseerde beweging, stilaan over zijn hoogtepunt heen. Er is interne verdeeldheid, Sarah Palin wordt niet meer ernstig genomen, ze hebben tijdens deze voorverkiezingen ook niet de beslissende rol gespeeld die ze wel nog speelden twee jaar geleden bij de parlementsverkiezingen. Maar tegelijk zijn de standpunten van die Tea Party gemainstreamd. Dat hebben de voorverkiezingen wel duidelijk gemaakt. Iedereen valt Obama aan als een socialist, een elitist en een godsdienstvijandige secularist. Dat klinkt absurd voor ons, maar ter rechterzijde in de VS is dat bittere ernst. En die rechterzijde is opvallend breed.

De polarisering drukt zich politiek uit in Democraten versus Republikeinen, maar is vooral gebaseerd op ethische kwesties. De fundamentele tegenstelling tussen de 1 procent superrijken en de 99 procent van de bevolking, die lijkt wel afwezig in het Republikeinse debat. Nochtans zijn niet weinig van de Republikeinse kiezers blue collar workers.

Bert De Vroey: Zo nu en dan hoor je die tegenstelling zelfs omdraaien: dat het toch onaanvaardbaar is dat een kleine fractie van de Amerikanen bijna de helft van de belastingen ophoest… In de naoorlogse jaren was er volgens de Amerikaanse auteur Walter Russell Mead een stilzwijgende overeenkomst tussen witteboorden-Amerika en blue collar workers. De arbeiders hadden werkzekerheid, de werkomstandigheden verbeterden en de lonen stegen. In ruil daarvoor bemoeiden ze zich niet met het bestuur van het land, dat lieten ze over aan de gestudeerde klasse van ambtenaren, politici, werkgevers…

Dat “pact” strandde in de jaren tachtig, waarna het leven voor de middenklasse van werkende mensen steeds precairder werd. Maar, net als in Europa trouwens, dat leidde niet tot een reactie tegen de rijken die profiteerden van de stukgelopen afspraak. De frustratie en groeiende woede over de sociale achteruitgang keerde zich wel tegen “de elite”, degenen die gezien worden als de tegenpool van small town America, zeg maar de hard werkende Amerikanen. Dat is een probleem voor Obama, want hij wordt heel erg gezien als iemand die tot die grootstedelijke intellectuele elite behoort die geen voeling heeft met de problemen of overtuigingen van de gewone man of vrouw.

Veel mensen klampen zich liever vast aan de American Dream, met zijn belofte dat hard werken en fatsoenlijk leven iedereen tot succes kan brengen, dan dat ze vertrouwen op overheidsinterventie en –regulering om voor herverdeling en zekerheid te zorgen.

De American Dream is dus niet dood?

Bert De Vroey: Absoluut niet. Je merkt tijdens deze voorverkiezingen heel duidelijk hoe groot de aantrekkingskracht is van die idee. De Republikeinse kandidaten doen er ook alles aan om die droom aan te vuren en meteen ook de Democraten, met hun vakbonden en overheidsoptreden, af te schilderen als de grootste bedreiging voor de Amerikaanse eigenheid en vooruitgang. Mensen als Gingrich en Santorum zullen zelfs beklemtonen dat de zorg voor wie uit de boot valt geen opdracht is voor de overheid. Santorum zegt expliciet dat armoede moet aangepakt worden door kerken en geloofsgemeenschappen, en door betere christelijke families.

Soms lijkt het alsof de Verenigde Staten een gigantisch eiland zijn zonder buitenland. Tegelijk zijn de VS bijna overal ter wereld actief, niet zelden militair. Wordt daarover ooit gesproken tijdens de verkiezingsdebatten?

Bert De Vroey: Afghanistan is de voorbije dagen een gespreksthema geweest omwille van de controverse over de verbrande korans. Voor de Republikeinen was dat vooral een gelegenheid om nog eens te hameren op de zwakke want veel te diplomatieke opstelling van de regering Obama. Zij vinden dat president Obama een vergissing maakte door zijn excuses aan te bieden voor het incident. Wat hen betreft, is het aan de Afghanen om zich te excuseren voor de doden die vielen de voorbije dagen. Ook tegenover Iran vragen de Republikeinen een hardere opstelling –al zijn ze niet erg duidelijk over wat die in de gegeven omstandigheden dan kan zijn.

De meeste Republikeinen vinden dat Amerika zijn macht internationaal veel duidelijker nog moet tonen. Alleen Ron Paul is het daarmee niet eens. Hij vindt dat Amerika af moet van zijn imperiale gedrag én verantwoordelijkheden. Daarmee bereikt hij wel opvallend veel jonge Amerikanen, maar niet de mainstream van de samenleving.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur